20-02-09

ELEMENTAIRE TEGENSTELLINGEN IN DE POPULAIRE CULTUUR


peace


“Ze wilde jong blijven en niet door haar kinderen aan haar leeftijd worden herinnerd”.
De zoon over de hippiemoeder, in ‘Elementärteilchen’ (2006), een Duitse film van Oskar Roehler gebaseerd op de roman 'Les particules élémentaires' (1998) van de omstreden auteur Michel Houellebecq.

Deze tijd is een tijd van onduidelijkheid, onzekerheid, morsige passies, warrige verlangens en onbestemde angsten. Een poos geleden stond ik in de Bozar, het vroegere Paleis voor Schone Kunsten, Corona’s te drinken tijdens de finissage van de  tentoonstelling ‘Boeddha’s Glimach’, over 1600 jaar boeddhistische kunst in Korea. Na het ledigen van enkele flessen – zoals altijd vrezend voor bacteriën of giftige stoffen op de schil van de citroenpartjes - begaf ik mij onwillekeurig naar de dansvloer. Vrouwelijke deejays draaiden elektro en techno, wat voor mij geen muziek is, maar wel een hoogtechnologische opeenvolging van ritmes waar je – desondanks - op kunt dansen. Niet lang echter, want het gaat gauw vervelen, zoals seks zonder liefde of geweldfilms zonder inhoud of plot. Het is zielloos machinegeluid. Ik wil hiermee niet zeggen dat in een oubollige kunstentempel geen hedendaagse geluiden mogen worden geproduceerd. Het is alleen maar verwarrend, waarschijnlijk omdat het zo kunstmatig is, zo vals. Het is duidelijk een valstrik voor jonge mensen “die niet in kunst geïnteresseerd zijn” (volgens de statistieken, die niet één kunstenaar au sérieux neemt). Wat lager in de stad, je rug naar het afschuwelijke Fortisgebouw gekeerd, ligt een andere tempel: de  AB (Ancienne Belgique voor de Vlamingen). Het bier is er onbetaalbaar, de wijn van onduidelijke herkomst (en nog veel duurder). In die exclusieve concertzaal, de inkomhal is een technologisch ‘hoogstandje’,  treden groepen op als Fleet Foxes, van wie de muziek qua stijl nauwelijks verschilt van wat in het begin van de jaren zeventig the Band, the Beach Boys, en Crosby, Stills & Nash brachten. Langharige reactionaire hippies in de AB, een coole concertzaal, die met haar programmatie al decennia lang inspeelt op nieuwe trends? Dat klopt natuurlijk niet:  Fleet Foxes is geen stel reactionaire hippies: zij spelen muziek van deze tijd, die weliswaar verankerd is in het recente verleden. Maat het contrast met wat in de Bozar gebeurt is groot. Het credo van de AB lijkt: voor elk wat wils.

De traditonalist en vermoedelijke communist Ry Cooder treedt binnenkort op in de Elizabethzaal in Antwerpen. Hoezeer ik ook van zijn werk houd (zijn eerste elpee heb ik gekocht van geld dat ik verdiend had met op straat te tekenen), ik ga er niet naartoe: de kaartjes kosten ongeveer honderd euro. Ik kan dat voorlopig nog wel betalen, maar ik weiger het. Als zelfs Dylan voor vijftig euro kan optreden, dan moet Ry Cooder dat ook kunnen. Toch heb ik mij een hele tijd afgevraagd: should I stay or should I go. Heel wat vrienden en kennissen van me gaan, en ik zal thuis zitten kniezen.

Vreemd is ook aan de ene kant de afkeer van een populaire en voortreffelijke (zij het moreel betwistbare) schrijver als de hierboven al genoemde Michel Houellebecq voor de ‘hippiecultuur’ en alles wat daar mee samenhangt en aan de andere kant de bijna gelijktijdige terugkeer van een hippie-achtig verschijnsel, dat neo-folk, weird folk, enz. wordt genoemd, maar gebaseerd is op ongeveer dezelfde principes als die van de hippies in de jaren zestig en zeventig.

Een van die principes was de terugkeer naar de natuur, wat toen ook al niet nieuw was: filosofen als Rousseau en Thoreau hadden er al tenminste een eeuw eerder voor gepleit. Een van de iconen van de rock ‘n’ roll, die dat principe trouw is gebleven is Neil Young. Hij woont op zijn ranch in Californië, met zijn paarden, ezels, geiten, kippen en cowboys. Hij is net zoals Bruce Springsteen en veel andere populaire muzikanten een peacenik, wat alleen maar toegejuicht kan worden. Maar ook bij hem zie je het winstbejag. Het principe van de vrije markt, het extreme kapitalisme, wat blijk uit onder meer de dure toegangskaarten, cd’s en dvd’s (en allerlei andere parafernalia). Tegelijkertijd wordt hij bewonderd door mensen, zoals ikzelf, die de vrije markt bestrijden, die de hoge prijzen van geluidsdragers, van concerten, van festivals niet langer aanvaarden. Neil Young zien zij als een godfather van alles wat tegendraads is, roestige snaren en ontstemde gitaren inbegrepen.

Ik kan zo nog een tijdje doorgaan. Er zijn bijzonder veel voorbeelden te vinden in de wereld rondom ons van dergelijk tegenstellingen en moeilijk te vatten culturele en economische verschijnselen. Wijst dit erop dat er iets nieuws, iets beters aan het ontstaan is, of zijn het stuiptrekkingen van een soort die zich blindelings in de afgrond stort?  Ecce homo!

Foto: Martin Pulaski for peace, François Brouns, 1969.

23-01-09

SAVE THE CHILDREN

Marvin Gaye, Save The Children

22-01-09

EEN NIEUWE SAMENLEVING, EEN NIEUWE MORAAL

gelijkheid,verleden,geschiedenis,leven,sixties,feminisme,kunst,nieuw,intolerantie,wereld,toekomst,ecologie,luisteren,verbeelding,cultuur,surrealisme,communisme,gemeenschap,moraal,modern,individu,samenleving,modernisme,verantwoordelijkheid,20ste eeuw,communie,realisme,revolutie,facebook,obama,rimbaud,broederschap,omwenteling,inaugurele rede,zusterschap,aanwezighied

 Vandaag gingen mijn gedachten terug naar de min of meer geslaagde en gedeeltelijke en geheel mislukte pogingen  om de maatschappij, ‘het systeem’, de man, de vrouw, de verhoudingen tussen man en vrouw, de arbeidsverhoudingen, het economisch bestel, de machtsverhoudingen en zelfs het leven te veranderen. Zelf vond ik vanaf een bepaalde, enigszins bewuste leeftijd dat, zoals de surrealisten hadden gezegd, het leven moest worden veranderd. Lange tijd al houd ik me de uitspraak van Rimbaud voor ogen dat we ‘absolut moderne’ moeten zijn, wat ongetwijfeld niet hetzelfde betekent als opnieuw expo-brood eten of in stoeltjes uit de jaren ‘vijftig gaan zitten. We nemen plaats op stoelen en in zetels die het toeval ons aanwijst.


Ik kreeg zonder zelfs een kroniek of een geschiedenisboek ter hand te nemen (ik denk aan ‘1968’ van Mark Kurlansky, ‘De Russische revolutie’ van Marcel Liebman, ‘Ten Days That Shook the World’ van John Reed, de werken van Eric Hobsbawn, ‘In Europa’ van Geert Mak, ‘Timebends’ van Arthur Miller, ‘There’s A Riot Going On’ van Peter Dogget, etc.) een sterke indruk dat de hele twintigste eeuw een aaneenschakeling is geweest van pogingen tot revolutie, van werkelijke revolutie, van pseudo-revolutie (in salons en ministeriële kabinetten), van contra-revoluties, van staatsgrepen, van militaire regimes, van dictatoriale verdedigingen tegen revoluties en mogelijke revoluties, van – vanuit het zogenaamde standpunt van nationaal-socialistische revoluties en fascistische omwentelingen – etnische verplaatsingen en nooit eerder geziene etnische ‘zuiveringen’ en uitroeiingen.

Ik kreeg tevens de indruk dat de halve eeuw die ik heb meegemaakt, zonder ooit een oorlog aan den lijve te hebben ‘gevoeld’, alleen de gevolgen ervan, een verschrikkelijk, gewelddadig, ongewoon verwoestend tijdperk is geweest.

Welke rol had ik gespeeld in dit alles? Ik moest even een glas wijn drinken, twee glazen, om de vraag te laten bezinken. Vervolgens dacht ik, jongen, vergeet het maar. Er is muziek, film, kijk nog een keer naar ‘Last Tango In Paris’, een meesterwerk toch? Is er ooit iemand beter geweest dan Marlon Brando en hoe zit het nu met Maria Schneider? Of speel wat spelletjes op Facebook. Mijn vrouw kan ik niet lastig vallen: zij slaapt al. Een zware dagtaak staat haar te wachten. Zij helpt jonge mensen uit ontwikkelingslanden aan studiebeurzen in ons welvarend gebied van taalonenigheid (hoewel ik daar zelden iets van merk, tenzij bij fascistische heethoofden). Jongen, zei ik, je moet het alleen oplossen. Wat heb je gedaan?

Natuurlijk was die vraag mij ingegeven door de inaugurele rede van president Barack Obama. De tijd van intolerantie, zoals die door filmregisseur D.W. Griffith aan het begin van de vorige eeuw werd getoond, is voorbij. De tijd dat zwarten niet welkom zijn in een restaurant of café zijn voorbij. De tijd dat ik in 1968 in Maastricht aan mijn lange haren door het grind word gesleurd en met de dood bedreigd is voorbij. De tijd dat ik in het midden van de straat mijn vriend niet mag zoenen is voorbij. De tijd dat je voor een kruisbeeld of welk ander religieus symbool moet knielen is voorbij. De tijd waartegen zich Bob Dylan zo verzette (en al lang over zwijgt) is nu voorbij. Zelfs William Zanzinger is dood. Ik moet me ook niet meer boos maken op Sam Shepard, die het in zijn logboek over the Rolling Thunder Revue over Willams & Zinger had. Niemand is perfect. Sam Shepard was een goede drummer en stond aan de goede kant. Ten minste, als je er van uitgaat dat ik ook aan de goede kant stond, sta.

President Obama gaf in zijn speech de indruk dat die tijd – van pogingen tot verandering, van permanente revolutie, van intolerantie en onwetendheid – nu voorbij is. De verantwoordelijkheid voor de samenleving, die de geschiedenis ons heeft doorgegeven, ligt bij onszelf. Wij moeten het nu echt wel zelf doen.  We moeten niet alleen maar hopen, geloven, met onszelf bezig zijn, met muziek, met kunst, met vermaak en cultuur. Wat we zeker niet moeten doen is onszelf verrijken ten koste van de anderen. Wat we zeker niet moeten doen is op de anderen neerkijken, hen vernederen, miskennen, hen geheel uit het oog verliezen omdat ze bijvoorbeeld ziek of zwak zijn. Wij mensen hebben elkaar nodig. De wereld is een ingewikkeld geheel. We moeten het zelf doen. We moeten naar de anderen kijken: wat willen jullie? We moeten vriendschap sluiten. En uiteindelijk moeten we ook voor degenen die geen vriendschap willen, de fanatici, de mensen die uitgaan van bloed, bodem en geweld, moeten we voor hen op onze hoede zijn. Met onze overtuigingskracht, met onze kunst, met onze schoonheid moeten we hen voor de wereld winnen. Omdat die tegenstelling blijft moeten we een moraal hanteren, een betere moraal dan die we hadden, een waarin niet religie maar wel rede en droom een rol spelen. Waar een positieve verbeelding van een menselijke werkelijkheid in communie met het zijn (en wat voortdurend in het zijn geworteld is en eruit ontstaat) de grondslag van is. Als we die moraal niet uitvinden, vernietigen we niet alleen onze geschiedenis en alles wat we hebben vernietigd en opgebouwd maar blazen we ook alle bruggen op naar een mogelijke toekomst waarin de mensen nog aanwezig zijn.

20-01-09

IN MY HEART I'M AN AMERICAN: FOR BARACK OBAMA


In my heart I'm an American. Since I was a child I lived in an America of the mind. Some part of me stayed in Europe and loved it. But the fire burning in me was always American. For me there was and is no difference between whites, Afro-Americans, hispanics, natives - in my mind they were always one, even though reality contradicted that ideal. Maybe now the time has come to start making the dream come true. I wish I was a real American today. Well, I'll be with you, anyway. Time for a change.

coney island 2


With my friends in Coney Island. September 2002. Photo taken by Inge Vande Walle.

02-01-09

IS THERE HOPE FOR THE FUTURE?


Is there hope for the future?
Of course there is.
But only if I try a little bit harder.
Only if I put some soul into my days.

We all make the future.
We all shine on.
If we don't let the politicians turn us around.
If we don't let the gentlemen turn us around.
If we become what we are.
If only and only.

11-12-08

METHODE VOOR EEN GRONDIG JAAROVERZICHT


duerer rhino

Onlangs had ik het over de kerstperiode en de lijstjes die haast een verplichting zijn. Toch maak ik zo graag lijsten dat ik er echt niet aan kan weerstaan. Ik vraag me af waarom ik geen politicus geworden ben, dan had ik zelf vaak op lijsten gestaan. Maar zie je mij al in de rol van politicus? Hoewel ik sympathie en empathie heb voor sommigen onder hen zou ik toch nog liever een vuilnisman of een visser zijn. Bijna alle politici die nu in ‘onze’ talloze regeringen zetelen vervullen mij met een diepe afkeer. Een klein land als België heeft niet meer dan één regering nodig: daar zouden de intelligentsten, de moedigsten, de meest integeren, degenen die het beste kunnen luisteren en leren een plaats in hebben. Mijn lijstje zou niet echt snel gemaakt zijn, maar wel kort. Ik denk dat tien ministers kunnen volstaan.
 

Maar ik wilde het helemaal niet over politiek hebben, hoe kan ik me toch altijd weer op een dwaalspoor raken! Ik wilde gewoon even aankondigen dat ik aan een jaaroverzicht werk. Dat wordt geen reeks lijsten, met beste elpees, films, boeken en zo. Ik heb al een idee voor een andere aanpak. Ik baseer me op mijn emoties en op wat ik me nog kan herinneren. Zonder in kranten, tijdschriften en andere blogs te gaan kijken. Mijn overzicht zal los staan van de objectieve tijd, er zal plaats zijn voor bijvoorbeeld een film uit 1951, een elpee uit 1967, een boek uit 1848, de glimlach van een meisje op een plein in Berlijn, de stem van een zangeres die al lang dood is, een zin van Cesare Pavese, een bar in Barcelona, bepaalde diersoorten, sterrenbeelden, denkbeelden, gedichten, gesteenten, medicijnen, wijnen, schoenen, soorten vervoer en vervoering, op dit ogenblik nog onbekende vogels, wijze Chinezen, afgoden, gitaarsolo’s, mandolinemerken, tulpen en hoge gebouwen. Ik beweer niet dat mijn overzicht zo overzichtelijk zal zijn, maar het is een mogelijkheid. Ik moet er nog eens een nacht over wakker liggen.

Tekening: Rhinocerus, Albrecht Dürer, 1515.

01-12-08

BLOGS: EEN GEVAARLIJK FENOMEEN II

lezen,blogs,lichaam,drinken,verlangen,baltasar gracian,naam,emoties,eten,mens,vrienden,orpheus,eerlijk,vijanden,staatsgevaarlijk,marginaal,senaat,geschonden,zuiver,hof,herkenning,kgb,cia,voorzichtigheid,onzuiver,goede naam,dreigende taal,lady godiva,hoveling

John Collier - Lady Godiva.


In verband met de reacties bij mijn vorig stuk over de dreigende taal van minster De Crem. Dreigende taal ten aanzien van bloggers. Ik werd gewaarschuwd voor lezers in de Belgische Senaat. En grote broer zou meelezen als ik schrijf. Kennelijk doet Hij dat bij anderen ook. Het lijkt wel of een soort KGB of CIA ons op de hielen zit, wordt beweerd. Zijn we dan staatsgevaarlijk? Ik zou ook voorzichtig moeten zijn voor mijn buren, degenen die mij niet welgezind zijn. Zij zouden op hun eigen blogs mijn ‘goede naam’ wel eens kunnen bezoedelen.

Wat maakt het uit? Hoe meer lezers hoe liever. Ik ben geen slecht mens en doe niemand kwaad. Wel ben ik af en toe terecht verontwaardigd en stel ik als het nodig is pertinente vragen. Maar veel meer dan een kritische geest ben ik een kind, een dromer, een dichter, een muziekliefhebber. Veel meer dan een kritische geest ben ik een door de tijd en de omstandigheden geschonden mens. Ik schrijf over mijn leven, wat ik zie, hoor, voel – wat ik waarneem. Mijn woorden drukken mijn emoties uit en die zijn eerlijk. Natuurlijk ben ik niet zuiver op de graat. Zuiverheid heeft geen geur, tenzij die van bloed en bodem. Ik ben eerloos. Mijn vaderland is er een van de geest, van broerderschap en zusterschap. Wij herkennen elkaar aan onze liefdes, onze verliefdheden, onze obsessies. Wat wij zeker niet willen is de wereld vernietigen. Ik heb het al eerder gezegd: ik kijk toe vanop de zijlijn. Ik ben een marginale burger. Ik  vermoed dat de halve senaat bevolkt is met marginale burgers. Want wie kent zijn tijd volledig? Wie is met alles mee? Wie schrikt soms niet van monsters ’s nachts. Welke man wil geen Lady Godiva achterna hollen, welke vrouw geen Orpheus horen zingen?

Zoals wellicht iedereen ben ik een lichaam dat eet en drinkt en denkt. Een lichaam dat toenadering zoekt en afkerig is. Lezers zullen zich in mij herkennen, bedienden van de Senaat, masters en bachelors, immigranten, kantoormeisjes, kunstenaars, dichters, praline-eters en aardappelhoofden. Welkom in mijn wereld!

 

Toch nog dit: ik ben ooit in de leer geweest bij Baltasar Gracian. Van hem heb ik heel veel geleerd over voorzichtigheid, vooral aan het hof. Je zou kunnen beweren dat het hof zich vandaag over het hele land uitstrekt. Velen zijn hovelingen. Ik ben overal voorzichtig. Voorzichtigheid is niet verboden.

28-11-08

BLOGS: EEN GEVAARLIJK FENOMEEN


Nathalie Lubbe Bakker, een barmeisje uit New York, las ik vanmorgen ik in De Standaard, werd ontslagen omdat ze in haar blog al dan niet werkelijk gebeurde activiteiten van Belgisch minister van Defensie De Crem had beschreven. Het artikel eindigt met deze verbazingwekkende, angstaanjagende en woede opwekkende weergave van De Crems oproep in de Kamer:

“Verbeten deed De Crem een oproep tot het halfrond: 'Ik wil van deze gelegenheid en dit non-event gebruik maken om een gevaarlijk fenomeen in onze maatschappij te signaleren. Wij leven in een tijdgeest waarin het iedereen vrij staat naar goeddunken en zonder enige verantwoordelijkheid op blogs te gaan posten. Dit overstijgt zelfs het moddergooien. Het is bijna onmogelijk om zich daartegen te verdedigen. Iedereen van u is een potentieel slachtoffer.' Luid applaus op de banken, zelfs hier en daar van de oppositie.”

Wil de minister de vrijheid van het woord, de vrijheid van mening en overtuiging aan banden leggen en de moet de verbeelding weer onder de plaveien worden verborgen?

Zullen kranten straks ondergronds moeten worden gedrukt en boeken in gefotokopieerde vorm stieken in donkere kroegen worden doorgegeven?

 

03-06-08

VOOR HET VERTREK

blues,nieuws,uitspraken,tragedie,reizen,muziek,literatuur,politiek,samenleving


De voorbije maanden zag en hoorde ik een aantal merkwaardige dingen. Waar precies, dat weet ik niet meer.

Patrick Janssens legt een Chinese burgemeester uit wat hij moet doen: zijn dorp verkopen aan Amerikaanse toeristen. Zij houden ongetwijfeld van houten popjes, want houden zij nu al niet van Brugse kant.

Noël Slangen, de raadgever van Guy Verhofstadt, is een fan van Marc Sleen en Nero. De belangrijkste gebeurtenis in zijn leven was toen hij op achtjarige leeftijd een zonnestraal op een stripverhaal van Marc Sleen zag vallen. (Familiale omstandigheden buiten beschouwing gelaten, voegt hij eraan toe.)

De stofzuigerverkopers van de wetenschap waren vaker aan het woord dan me lief was.

People who have resources and people who don’t.

Als je iets goeds doet is het voor eeuwig, doe je iets kwaads dan is het tijdelijk. (Interview met de Mormoonse rock & roll band Low.)

“I know my song well before I start singing”, zingt Bob Dylan. En Allen Ginsberg zit bevestigend te knikken.

Je gaat naar een ander land om later nieuwe ruimte mee naar huis te nemen, nieuwe landschappen. Bij de terugkeer ga je het ‘eigene’ in een ander daglicht zien. Dit heb ik zelf zitten denken tijdens het lezen van een gedicht van Hölderlin. Een dichter die me begeleidt van de wieg tot het graf. De wieg moet je met een korrel zout nemen; en het graf waarschijnlijk ook.

Jongeren die in mekaar werden geklopt en zelfs neergeschoten omdat ze de verbeelding hun gang wilden laten gaan.

Mijn vrienden en ik worden overspoeld met koopwaar. Wat we nodig hebben is schoonheid, nutteloze, eeuwige schoonheid. We willen zelf ons ritme bepalen en de inhoud kiezen die ons leven nodig heeft.

Geneesmiddelen, verwoestende drugs, wapens en wegwerpmuziek overspoelen de beschavingen. Er wordt ons gevraagd (of we worden ertoe gedwongen) de anderen als vijand te zien. Dat willen we niet. We willen de anderen als vrienden, als familie zelfs, zien. We willen hen met open armen tegemoet treden, ook al kan dat ons soms schade toebrengen.

Jan Decorte vindt ‘Mooi en meedogenloos’ een Griekse tragedie. Misschien heeft hij gelijk. Ik heb er nooit naar gekeken. ‘Dallas’ en ‘Dynasty’ heb ik wel gezien, dat waren Amerikaanse tragedies, in die zin dat het alleen om geld en oppervlakkigheden ging.

De blues zijn vaak scherp verwoorde, bondige, universele tragedies.

Het tragische is onder meer het geweld van moeder tegen dochter, vader tegen zoon, dealer tegen junkie, landschap tegen beschaving, natuur tegen wat met veel geduld en moeite werd opgebouwd.

En nu is tijd om nog even te slapen voor ik naar Porto vertrek. Volgende week ben ik er weer met nieuwe berichten uit mijn schemerzone.

31-12-07

SALUUT

 

liefde,wensen,2008,vrede,schoonheid,2007

La marge, Walerian Borowczyk

Ik keer met een groot genoegen het voorbije jaar de rug toe. De laatste vier maanden wis ik vanavond uit mijn geheugen. De toekomst begroet ik, de nieuwe dagen van solidariteit en vrede. Ik begroet de komende vriendschappen en liefdes. De open ruimtes en witte bladzijden begroet ik. De onbekende woorden en het schuim van plezier op de lippen. De razernij tegenover onrecht begroet ik. Het heilige van stenen en vele andere kleine dingen. De duizenden kleuren van wol, katoen, fijne gewaden en kostuums. Op de werkers hef ik het glas, op de zieken en de zwakken en de verstotenen. Ik reikhals naar de nieuwe wijsjes, de ongeziene beelden. 

Ik wens u allen alles wat u mij ook zou wensen. Ik wens u allen alles wat ik mezelf zou wensen.

02-01-07

LAAT KOMEN DE MOOIE DAGEN


artists!




Vrede aan de oorlog verklaard.

15-11-06

SATAN 'SCHRIJFT' SPAM


satan


Beerputbewoners hebben mijn blog bevuild met hun laatkapitalistische stinkende boodschappen, beter bekend als spam. Denken zij dat wij hun vuiligheid zoals Viagra, Dolzan of Xanax zullen aanschaffen of dat wij nu meteen naar Bangkok zullen vertrekken om daar kinderen te gaan verkrachten? Ze zijn letterlijk aan het verkeerde adres. Als ik medicijnen nodig heb ga ik naar de arts. Kinderen zijn de toekomst. Niemand weet of zij geen andere Gandhi of Shakespeare zullen worden. Overigens is er met een gewone postbode ook niets mis. Wie kinderen schendt verdient levend gevild te worden. Ik twijfel er geen ogenblik aan of deze beerputbewoners stinken vreselijk uit hun bek. Zelfs uit hun codes stijgt de zwavellucht op.

Ik begrijp dat ik niet het enige slachtoffer ben van deze praktijken, maar dat is een magere troost. Het blijft een verschrikking om datgene wat je met liefde en veel inzet aan de wereld heb geschonken bezoedeld aan te treffen na een aangenaam verblijf bij vrienden in het buitenland. Het is een nog grotere verschrikking als je vaststelt dat ze een deel van hun smerigheid plaatsen bij een foto van een dierbare overleden vriend. Ik twijfel er geen ogenblik aan dat ze dat weten, cynisch en destructief als ze zijn. Ik heb al een stukje moeten wissen omdat het onbegonnen werk was de honderden woorduitwerpselen te verwijderen. Nu ga ik zo lang als ik er geduld voor heb verder wieden in dit elektronisch dagboek. Wat maakt dit alles mij moedeloos. Enkele van de teksten die ik destijds heb gepost zal ik opnieuw publiek maken, als ze tenminste niet al te tijdsgebonden zijn. De fijne stukjes commentaar zullen er helaas niet meer bij staan.

29-10-06

WE ARE FLOATING IN SPACE


De zestigduizendste bezoeker kwam vorige nacht langs, terwijl ik de dvd van Before Sunset zat te bekijken, met een blikje bier bij de hand. Het spreekt vanzelf dat dat aantal mij blij maakt, als is kwantiteit zeker niet belangrijker dan kwaliteit. Integendeel. Hoezeer we ook doen alsof het allemaal niet zoveel uitmaakt denk ik toch dat wij bloggers er allemaal naar verlangen om in de smaak te vallen, om gelezen te worden. Om geliefd te worden zelfs. Wij willen iets meedelen aan een publiek. Sommigen van ons zijn kunstenaars, anderen publicisten, kroniekschrijvers, amateurpsychologen, politici, onnozelaars, freaks, nerds, godsdienstwaanzinnigen, mystici, atheïsten, uitvinders, wetenschappers, geneeskundigen, noem maar op, we hebben alle kleuren van de regenboog. Het maakt niet echt uit. We schrijven om gelezen te worden. We gaan op zoek naar verwante zielen, of verwante zielen komen bij ons terecht. We leren elkaar beter kennen. We lezen elkaars teksten. We bekijken elkaars foto’s. We laten elkaar onze favoriete stukjes muziek horen, onze favoriete stukjes film zien. Elke dag komt er een vondst, een speeltje bij; en het netwerk groeit. We ontmoeten andere cyberspacevrienden.

De elektronische civitas groeit zienderogen. Via de blogs, via myspace, via flickr, via lastfm, via netwerken die ik (nog) niet ken. Er zijn miljoenen blogs. Niet voor iedereen allemaal even interessant, maar toch. Hier knelt echter het schoentje. Want hoe krijg je alle blogs die je echt interesseren ook gelezen? En hoe speel je het klaar om op de blogs van al je cyberspacevrienden regelmatig zinvol commentaar achter te laten? Niet zomaar, “dag Jef, nog een mooie zondag”, maar iets waaruit blijkt dat je werkelijk geïnteresseerd bent in die persoon, of op zijn minst toch in zijn uitingen? Na enige maanden in cyberspace wordt dat onbegonnen werk. Je slaagt er niet meer in je honderd flickrvrienden een bezoek te brengen, je geraakt evenmin nog bij je twintig favoriete bloggers, je vijftig myspacekennissen wachten vruchteloos op een levensteken van je. Het onvermijdelijke gebeurt. Je raakt in de knoei. Je hebt te weinig vrije tijd. Je creativiteit begint te lijden onder de vele tijd die je doorbrengt voor de computer. Je boeken blijven ongelezen op je nachtkastje liggen. Je slaagt er niet meer in om nog iets zinvols te schrijven. De bezieling verdwijnt, het vonkje dooft uit. Je maakt geen foto’s meer. Je wordt passief. Om toch nog iets te doen maak je wat compilaties van favoriete songs. Daarvoor moet je maar wat slepen van de ene lijst naar de andere. En even branden. Maar waarom zou je nog branden? Je beluistert de mix gewoon op je computer terwijl je zit te wachten op je bezoekers. Ja ja, je zit in de knoei. Je voelt je schuldig omdat je nergens meer op de koffie gaat. Wat kun je eraan doen? De stekker uit het stopcontact trekken en de straat op gaan, op zoek naar avontuur en echte vrienden van vlees en bloed? Of alles op zijn beloop laten en zien wat er van komt? Wat Prozac helpt je wel weer van je schuldgevoelens af. Neen, geen Prozac, dat is zo jaren ’90. Ik weet niet hoe het anti-depressivum du jour heet, vul het zelf maar in, je hebt misschien wel geneeskunde gestudeerd. Of misschien lees je de medische blogs…

De cyberwereld is een gesloten circuit van netwerken dat uitdijt, zoals het heelal; een microkosmos die de macrokosmos imiteert. De afstand tussen de elementaire deeltjes wordt groter, we komen niet dichter tot elkaar, we verwijderen ons van elkaar. En toch zoeken we bij elkaar een bevestiging van ons bestaan en troost voor het kwaad dat ons is aangedaan (want elke mens is ooit kwaad aangedaan). Wie verklaart deze paradox? Ik niet. Ik heb geen antwoord. Ik heb twijfels. Ik verwaarloos jullie. Ik vlucht weg. Zie mij hier maar zitten bij mijn dromen van vrouwen.

28-06-06

HET KUNSTWERK VAN ZIDANE


Voetbal zegt me weinig, bijna niets. Maar het geeft me wel een kick als ik supporters in zoveel verschillende kleuren gehuld, en met vlaggen wapperend, en toeterend en juichend over de Brusselse lanen zie paraderen. Bevallige meisjes uit Ecuador, Brazilië, Portugal, die uit raampjes van opgesmukte auto’s hangen en welluidend glimlachen. Patriottisme in ludieke verpakking lijkt dan opeens ongevaarlijk geworden. Er zijn er zoveel en er zijn zoveel verschillen tussen hen dat ze uiteindelijk in elkaar opgaan en één worden. Zolang het sportief patriottisme geen nationalisme wordt en de supporters elkaar niet brutaal te lijf gaan is er niets aan de hand. Integendeel, het is dan een feest. Voorlopig heb ik nog geen geweld gezien, alleen plezier. De verliezers schijnen binnen te blijven. Wat me ook vrolijk maakt zijn de vele vlaggen aan de gevels. Dat geeft met het opwindende gevoel dat ik niet in Brussel woon, maar overal tegelijk, in een wereld die ten gevolge van ik weet niet wat, het één-al is geworden. Ik mag er niet te lang bij stil staan, want dan herinner ik me weer de markt en het spektakel. Ik sta er dan ook niet lang bij stil.
Omdat voetbal me weinig zegt heb ik nog geen enkele match gezien. Gisteravond dan opeens een flits van Frankrijk tegen Spanje. Zidane maakte een doelpunt. Die beweging bezat een sublieme schoonheid. Het was waarschijnlijk sport, maar het was ook tijdloze kunst, performance, wiskunde, abstractie. Helaas kan ik zaterdag niet kijken als Frankrijk tegen Brazilië speelt. Laat voetbal me dan toch niet onverschillig?

12-05-06

MOORD


Ik durf niets meer zeggen over deze, alweer gruwelijke, moord. Ik wil er ook niets over zeggen. Wat ik over de moord op Joe heb geschreven kwam recht uit het hart, maar ik heb me toen laten meeslepen en, erger, beïnvloeden door de media (hoewel ik er mij, zoals ik al zei, ook van heb gedistantieerd). Natuurlijk heb ik nu ook gevoelens. Maar ik wil niet nog eens dezelfde fout maken. Ik kan alleen maar zeggen dat ik dit zeer betreur. Ik kan alleen maar zeggen dat België stilaan onleefbaar wordt. Dat ik in alle stilte en bescheidenheid meeleef met de familie en de vrienden van de slachtoffers. Dat ik hoop dat de haat het niet van de liefde wint. Het is een mooie lentedag, een stralende zon legt een laagje schoonheid over zelfs de lelijkste dingen, seringen staan in bloei in de tuinen, vanavond gaan we naar theater, een stuk van Marthaler (zelden heeft een regisseur zoveel indruk op me gemaakt als hij, met zijn voorstelling van Die schöne Müllerin). Maar hoe kunnen we daar nu nog van genieten? Met een bittere smaak in de mond, met niet gehuilde tranen?

16-04-06

MONUMENT VOOR JOE


Ik heb de indruk dat er mogelijk onomkeerbare haat is ontstaan bij een groep jongeren in Brussel. Die haat en bloeddorstigheid hebben wijzelf, door onze ongastvrijheid, misschien enigszins in de hand hebben gewerkt. Maar dat mag geen verontschuldiging zijn voor zulke onmenselijke wreedheid.
Waarschijnlijk komt het willen bezitten van dat consumptievoorwerp, een mp3-speler, maar op de tweede plaats en is er echt sprake van uit diepe haat voortvloeiende moordlust. De kinderen van het nazisme hebben met hun absurde zuiverheidsobsessie een al even fanatieke groep ‘ideologische’ en zelfs racistische misdadigers en moordenaars doen ontstaan. Ook al ben ik atheïst, toch weiger ik nog steeds de hele islam te veroordelen. Ik geloof niet dat de islam slechter is dan het christendom, het joodse geloof of de vrijzinnigheid. Religies - en vooral hun leiders en instituten - hebben veel ellende berokkend en veel dieprood bloed doen vergieten. Maar religies hebben mensen ook bij elkaar gebracht en hen - ons -morele principes aangeleerd. Religies hebben zich meermaals overgeven aan paranoia, onverdraagzaamheid en systematisch fanatisme. Doorheen de geschiedenis hebben religieuze leiders dikwijls bonden gesmeed met despoten en dictators, soms op een cynische wijze ten dienste van hun geloof, meestal uit vraatzucht en machtswellust. Maar mede door dat falen van religies, door die lage en ‘onmenselijke’ kanten van hun leiders en het fanatisme en de onnadenkendheid van hun volgelingen, hebben ze gelukkig ook vrije mensen, vrije broeders en zusters, afvalligen, ketters, denkers, vrije geesten helpen ontstaan. Niet dat we die religies daar echt nodig voor hadden, maar hun dogmatisme heeft ons er wel toe aangezet om elk dogma in twijfel te trekken.

Goed en kwaad zitten in ons allen. Het kwaad houdt verband met wrok, verbittering, afgunst, zich beter voelen dan de anderen. Het kwaad ontstaat vaak bij gebrek aan democratische gemeenschap, in afgeslotenheid, als een samenzwering tegen de ‘onzuiveren’.

Wij bloggers hebben daarom ook een grote verantwoordelijkheid om, als spontane gemeenschap, alle mogelijke pogingen te ondernemen om dit kwaad in te dijken, zowel de zuiverheidsideologieën van extreem-rechtse bewegingen en individuen en van allerhande fanatici, als de bloeddorstigheid van om het even welk fundamentalistisch, onnadenkend, wraakzuchtig spiegelbeeeld daarvan.

Voor onverschilligheid, moet ik toegeven, bestaat geen enkel excuus. Wij zijn allen verantwoordelijk.

Die arme jongen, Joe, blijf in mijn gedachten spoken. Ik zal hem niet vergeten, om de eenvoudige, egoïstische reden dat ik zelf ook Joe had kunnen zijn. Misschien moeten we een monument oprichten voor Joe. In het midden van het Centraal Station van Brussel. Niet omdat hij een held is maar een slachtoffer. Een slachtoffer in de ware betekenis van het woord. Neen, niet 'misschien', we moeten dat hoe dan ook doen. Een vredelievend monument oprichten. Met de onderliggende boodschap dat iedereen hier welkom is, uitgezonderd fanatici en laffe moordenaars. Joe, je bent hier welkom, Rachid, je bent hier welkom, Véronique, je bent hier welkom, Baa, Milena en Anya, jullie zijn hier welkom. Brussel behoort jullie, behoort ons toe.

JOE IS DOOD


Joe is dood, een jongen van zeventien. Vermoord in het Centraal Station hier in Brussel, op vijf minuten van de plek waar ik werk. Een uur na de moord was ik geheel toevallig in dat zelfde station. Er was niets meer te zien. Business as usual. Ik heb het pas de dag nadien in de krant gelezen. Een jongen van zeventien. De mooiste leeftijd, nog zoveel onvervulde dromen. Dit maakt me sprakeloos. Ik lig er al een paar nachten wakker van. Ik wil er over schrijven. Ik wil nadenken over oplossingen. Praten met mensen. We moeten met elkaar spreken. Een van de weinig aangename eigenschappen van Brussel is dat het een multiculturele stad is. Warschau is ook ooit een multiculturele stad geweest. De nazi’s hadden daar echter andere gedachten over. Nu is er van die veelzijdige wereld niets meer over in Warschau. Moet dit in Brussel ook gebeuren? Dat wil ik niet. Ik zie de Vlaams Blokkers al klaar staan met hun boeventronies en hun goedkope slogans, in het Frans. Want in Brussel proberen ze het in het Frans. Maar de gasten die Joe hebben vermoord spelen met vuur. Ze steken een jongen vol toekomst en dromen en mogelijkheden dood voor een iPod. Maar ze doen nog veel meer. Ze maken een samenleving kapot. Als hier een burgeroorlog komt, wat niet onmogelijk is, zijn zij mee verantwoordelijk. Ik ben zelf ook al meermaals beroofd, overvallen, met messen bedreigd en in het hospitaal geklopt. In 1997 was het het ergst. Op een zonnige avond in juni, vlakbij de Beurs. Gebroken neus, tanden kapotgeslagen, zware hersenschudding, hematoom. Voor tweeduizend frank. Sindsdien loop ik nooit meer echt gerust op straat. Maar meestal denk ik er niet aan. Een jongen van 17 neersteken voor een mp3s-speler? Kan het nog erger? Wat kunnen we doen?

Ik vind het erg dat dit waarschijnlijk mijn laatste notitie is tot 2 mei, dan ben ik terug. Ik vlucht niet weg. Als ik terugben wil ik iets doen, nadenken over oplossingen. Geen racisme, dat heeft geen zin. Iets anders, iets constructiefs is nodig. We moeten deze stad opnieuw uitvinden. De manier waarop we met elkaar omgaan, met elkaar spreken.

Ik leef mee met de ouders, de familie, de vrienden van Joe en ik wens ze veel moed en sereniteit.

23-09-05

TEGEN DE ONVERSCHILLIGHEID


Een mens wordt onverschillig, gevoelloos en apathisch. Je wordt afgestompt door het dagelijks leven, de sleur van het werk, de monotonie van de uren, door de onverschilligheid en het egoïsme van de anderen – waarin je jezelf weigert te herkennen -, door de wreedheid van geldzuchtige politici en zakenmensen, door de terreur van fanatici en het geweld van veroverende legers, door de genadeloze woestheid van de natuur. Toch blijf je je tegen die onverschilligheid verzetten. Je eigen schijnbare onverschilligheid en die van de anderen. Je streeft naar het verschil, de verschilligheid.

Op dit ogenblik raast opnieuw een orkaan in de richting van de kust van Texas en Louisiana. De inwoners van Galveston, Houston en New Orleans moeten hun woningen verlaten. Op de brede autosnelwegen vormen zich files van honderd kilometer en langer. In de regio is het ongeveer veertig graden. De auto’s staan heel vaak stil, de benzine raakt op. Ze kunnen niet meer verder. De stank van de uitlaatgassen vult de lucht. Een reële nachtmerrie waar maar geen eind aan komt.

Dit alles verscheurt mijn ziel. Waarschijnlijk raakt dit me dieper dan bijvoorbeeld, nog niet zo lang geleden, de tsunami, wat toch een vreselijke natuurramp was, die honderden duizenden levens heeft gekost. Waarom? Omdat ik in mijn hart een Amerikaan ben, zoals Malcolm Lowry in zijn hart een Mexicaan was (om maar één voorbeeld te noemen). Toen ik voor de eerste keer in de Verenigde Staten kwam, in 1992 in New Orleans, had ik zeer sterk het gevoel dat ik thuis kwam. Zonder dat ik er inspanningen voor moest doen schudde ik mijn schuchterheid van mij af en stapte de wereld in. Opeens kon ik met iedereen praten, wat me hier in België nooit gelukt was. Hier was ik altijd een outsider geweest (en dat ben ik nog steeds).
Daardoor leef ik nu mee met de inwoners van New Orleans, Houston, Galveston en al de andere kleinere stadjes en dorpen die het wellicht zwaar te verduren zullen krijgen. Maar ik kijk machteloos toe, vanuit mijn ziekenkamer, mij met moeite van deze computer naar de televisie begevend. Overigens kan ik CNN niet ontvangen in Brussel. De kabelmaatschappij Coditel heeft dat van de kabel gegooid. Waarom CNN? Waarschijnlijk omdat er op deze zender geen Frans wordt gesproken, en er zelfs niet voor Franse ondertitels wordt gezorgd. Coditel zal redeneren dat er dan toch geen mens naar kijkt. Coditel zal redeneren dat de inwoners van Brussel allen Frans spreken en geen enkele andere taal kennen.

07-07-05

PANIEK IN LONDEN EN ELDERS


Was ik gisteren al sprakeloos, of toch bijna, was ik gisteren alleen maar tot stamelen in staat, ja, hoe zit het dan vandaag? Zomer in Londen, 7 juli 2005. Terrorist attacks. Mijn goede vrienden Paul en Olga wonen tijdens de vakantieperiodes in die mooie stad. Ik kan alleen maar hopen dat ze ongedeerd zijn. Nee, ik weet niet wat gezegd.

Mijn notitie van gisteren klonk misschien nogal negatief, maar in mijn mijmeringen was er meer aan de hand dan negativiteit. Het is een geluk voor ons dat er zoveel voorhanden is, voorwerpen waaruit we kunnen kiezen. Het is een voorrecht om van die overvloed te kunnen genieten. Maar dat kun je niet altijd, niet voortdurend. Er zijn momenten (die dagen, weken kunnen duren) waarop je niets meer kunt 'incorporeren', verinnerlijken. In het lichaam, in de geest. Dat je niets meer kunt combineren met de letters van het alfabet. Momenten waarop je overvol bent. Wat ook kan gebeuren is dat zich onder of achter wat voorhanden is de leegte toont. Memento mori! Eens te meer dringt het tot je door dat niets blijft duren. Ooit worden je verzamelingen betekenisloos. Etcetera. Etcetera. Dat is echter niet iets om de hele tijd over te treuren. Meestal sta je er zelfs niet bij stil.

Paniek wordt stilaan een normale toestand. Dit kan niet blijven duren. Wat kunnen we doen? Wat te doen?

05-06-05

VERDRIET NA HET FEEST


carceri_round_tower2


Vandaag, na het vanwege mijn verjaardag uitbundig feestvieren in Antwerpen, ben ik ten prooi gevallen aan een groot verdriet.
De voorbije nacht ben ik overvallen in de buurt van Brussel Zuid. Een Marokkaanse jonge man heeft me nadat we samen een glas bier hadden gedronken, op straat plotseling bedreigd met een mes. Ik moest mijn portefeuille, m'n sleutels en m'n gsm afgeven. Ik vermoedde al eerder dat hij een dief was, maar doordat we op vertrouwelijke toon hadden zitten praten en grappen maken in de kroeg, was ik toch zeer verrast door zijn lafhartige daad. De laffe smeerlap! In mijn portefeuille zat natuurlijk geld, m'n identiteitskaart en m'n abonnement voor de mivb. Ach, ik heb zoveel verdriet dat ik niet meer tot nuanceren in staat ben. Waarom lopen er zoveel slechte mensen rond? En waarom zijn het altijd toch weer Marokkanen die van mij een slachtoffer maken? Nadat ik overvallen was wilde ik een taxi nemen aan het station van Brussel Zuid. De -ook weer Marokkaanse - chauffeur weigerde me mee te nemen omdat ik geen geld op zak had. Ja natuurlijk, ik was immers beroofd. De man werd erg agressief toen ik hem mijn enige bezittingen toonde: een foto van Patje en mezelf die avond gemaakt in een pasfotokabine in Antwerpen en dan dat prentbriefkaartje met Cliff Richard op. En ook nog een Parker balpuntpen. De taxichauffeur rukte me deze voorwerpen uit de handen, scheurde vervolgens de vrolijke foto en de afbeelding van Cliff Richard aan stukken en wierp ze in de vuilnisbak. De balpuntpen stopte hij in zijn jaszak. Daarna stapte hij weer in z'n taxi en schoof het raam toe. Ik heb de snippers uit de vuilnisbak gehaald. ze liggen hier voor me op tafel. Omdat ik niet in staat meer was om het hele stuk naar huis te lopen heb ik me dan nog een keer laten beledigen door een andere Marokkaanse taxichauffeur, die nog voor ik iets kon vragen ostentatief z'n raampje toedraaide en het fuck you gebaar maakte. Ik was wanhopig en ben luid beginnen brullen. In het station ben ik op zoek gegaan naar politie. Na ongeveer een halfuur zoeken heb ik twee stationspolitieagenten gevonden die me aankeken alsof ik de misdadiger was. Ze konden me niet helpen. Ik moest aangifte gaan doen van wat we mas overkomen in het politiekantoor van Sint-Gillis. Om vier uur 's nachts. Ik vroeg waar dat kantoor dan wel was. In Sint-Gillis, hé, wisten ze me nog mee te delen, met een vuile grimas. Ik ben dan maar te voet op weg gegaan. Onderweg is een Belgische taxichauffeur gestopt, een vriendelijke man, en die heeft me naar huis gevoerd. Misschien klinkt dit racistisch, en ik ga niet zeggen dat ik niet racistisch ben want dat zeggen alle racisten, maar ik heb me altijd - en actief - verzet tegen rassenhaat en discriminatie. Sitiuaties als deze maken me echter moedeloos. Waarom maken die verdomde dieven de Marokkaanse gemeenschap zo gehaat? Beseffen ze niet wat ze doen? Kan het hen niet schelen? Het is een vreselijke wereld als je niemand meer kunt vertrouwen. Wij zitten hier nu met de schrik op het lijf: we hebben het gevoel dat ze hier elk moment kunnen inbreken. De bende waar die jongen voor werkt heeft nu mijn adres en al mijn sleutels. Die kerels schrikken niet terug voor geweld. Voor een paar euro snijden ze je de keel over, daar twijfel ik niet meer aan. Ik wil weg uit deze verdorven stad. Ik wil nog enkele jaren in vrede leven en met een veilig gevoel op straat lopen. Mijn onveiligheidsgevoel is namelijk niet subjectief maar objectief. Ik wil de vrijheid hebben om feest te vieren, een glas bier te drinken met een vreemde, zonder daarna met de dood bedreigd te worden en al mijn bezittingen te moeten afgeven.