31-01-16

ALLEEN DE STILTE FLUISTERT

potzdamer platz 1998 001.jpg


Alleen de stilte fluistert.

Alleen de stilte imiteert het getsjirp van krekels.

In je gedachten heerst geen de rust.
Niet de rust van de Zuid-Willemsvaart op zondag.
Niet die van het Kluizenaarspad of de Fazantenlaan.

Alleen de stilte fluistert.
Alleen de stilte onthult de namen van de hel.

In je gedachten valt de nacht op elk uur
met flarden paradijs en je wrede lippen, soms.
De nacht met je vochtige lippen zacht als was.

Alleen de stilte fluistert.
Alleen de stilte zingt het diepe van je ogen.

In slaapgedachten open je duizend boeken.
Miljoenen woorden schitteren door elkaar.
Kermislichten, bliksemschichten, van jou geen spoor.

Alleen de stilte fluistert.
Terwijl jij brult in het al te luide niemandsland.

...


Foto: Martin Pulaski, Berlijn, 1998.

 

25-01-16

EENDAGSVLIEG

babel Cleve-van_construction-tower-babel.jpg

Eendagsvlieg boven je tafel je stilte
je hartritme spraakzaam gefluisterd
daar handenvol glas in de sterren geschreven
daar handenvol klaver koningen staven
daar biefstuk koeterwaals onmin dwarse blikken

In de wind weet iedereen dat niemand iemand liefheeft
zelfs als het hart om geen beurs geen concours geeft
alleen kilte is besneeuwd slagveld verdorde varens
de mond dood van versterven verzwijgen verzaken

Buiten staat onafgewerkt de toren volgestouwd
met oude onuitgesproken boeken en tekens en talen
van mensen die zich vestigen wilden ver weg
buiten de grenzen van het koude verstand
buiten redevoeringen van modelbouwers racepiloten.

Wie kent nog deze aardbewoners hun holle wegen
de wijze waarop zij bewogen hun magere gebaren
kleine blauwe aders van liefde in het verschiet
wijd open ogen waarin altijd alle vergif vergaat

...

Hendrick van Cleve (circa 1525–1589), Bouw van de Toren van Babel.


20-01-16

JUST LIKE DAVID BOWIE

G._Gordon_Liddy_c_1964.jpg

Dat mijn treurnis over de dood van David Bowie blijft voortduren verontrust me. Is het ‘normaal’ dat je rouwt om iemand die je niet hebt gekend? Gaat het om narcisme? Om identificatie en bijgevolg om verdriet over de eigen dood (of op z’n minst de eigen sterfelijkheid)? Vragen die ik niet kan en eigenlijk ook niet wens te beantwoorden. Al dat gepsychologiseer vermoeit me alleen maar, terwijl ik meer dan ooit energie nodig heb. Hoe kom ik anders door deze donkere dagen?

Dat er in de vroege jaren zeventig sprake was van een sterke identificatie met David Bowie, of met de voorstelling die ik me van hem maakte, vermoedde ik al langer. Gisteren vond ik er een bewijs voor. Ik schreef destijds (1973-1974) liedjes. Niet echt afgewerkte songs, meer schetsen; niet veel meer dan surrealistische teksten en enkele akkoorden. Bij sommige liedjes had ik een melodie, herinner ik me, een melodie die ik niet meer kan achterhalen. Tijdens een geïnspireerde nacht in de Dolfijnstraat – omstreeks 1977 - heb ik een deel van de songs opgenomen met zo’n ouderwetse bandopnemer. Die ik had ik geleend van mijn vriend en buur Leo S. Waar de tapes naartoe zijn weet ik niet, waarschijnlijk verloren gegaan toen ik van Antwerpen naar Brussel verhuisde. Gisteren stelde ik tot mijn verbazing vast dat ik een van de liedjes(teksten) ‘Just Like David Bowie’ als titel gaf. Ik ben niet bepaald trots op mijn schepping en weet ook niet waarom ik ze heb overgetypt. Is het een onderdeel van mijn rouwproces? Ik heb er enkele woorden aan veranderd: flagrante fouten en een paar idiotieën.

ziggystardust.jpg


"JUST LIKE DAVID BOWIE

Invitation for an obligation
      a small sensation
revolutionary brothers I gave up
      a notorious bunch
throwing bombs before the embassy
      of Pigman’s Land (where is it really?)
Gordon Liddy an enemy he screams
my black brother balls his fists
it’s a talked about party
      it really is but you could die
doctor d will lose his dream
all the redheaded suckers will
      get his shoes
I will love but there’s only holes
seasons of saturation
      (she’s searching for a game
      a pious teacher reads his poems
      but Mary she’s like Faust)
blind body of him goes up in smoke
they torture it with wine
      & someone sings a raging song
another one weeps with lotsa noise
came down from Jerusalem
      flashy & dressed up in white
      (Jackie Wilson’s tryin’ to take off his
      clothes but he shouts and screams
      and jumps in a yellow cab
      crawls through the window
      - roses rain down
                        but they all take him for the wrong man)

the building rose higher
our feet were on fire
      - I rapped about andré gide
                        but I got so stoned out of my mind
                        that only too late I realized I was talkin’
                        to a Sicilian nun & I started to puke)
the music was fast
& the groovies thought it was rock and roll
      but the poet’s muse wouldn’t come
because the chimney was filled with junk
      and I cry now for their souls all did die
      my sword was thin
      but my last word was truth

1973-1974"

justlikedavidbowie 001 (2).jpg

12-01-16

FASCINATION: DAVID BOWIE

davidbowie-earth1.jpg

Net zomin als ik meteen na de dood van Lou Reed waardige, glansrijke woorden vond om afscheid van hem te nemen kan ik dat nu na het verscheiden van David Bowie. Miljoenen van zijn fans maken hetzelfde mee; hun verbijstering en sprakeloosheid is in zekere zin een troost. Een troost is ook dat wij, hoe artificieel het ook mag wezen, ons verdriet met elkaar kunnen delen. "While troubles are rising / We'd rather be scared / Together than alone". Terneerdrukkend is dan weer de vele onzin, de onnauwkeurigheden en flagrante fouten die ik in op maat gemaakte in memoriams lees (en probeer dat niet te doen).

Vergeef mij dat ik deze zeer subjectieve en magere beschouwingen toch ter lezing aanbied. Ik kan niet anders, ik moet.

Het enige wat mij gisteren lukte, na enige uren voor mij uit te zitten staren, was een kort gedicht. Nee, niet eens een gedicht, een treurstukje, een naïeve en kinderlijke poging om David Bowie uit zijn schuilplaats te lokken. Zonder resultaat. De Britse dichter Algeron Charles Swinburne schreef het al (en hij was niet de enige):

That no life lives for ever;
That dead men rise up never

Alles aan David Bowie was me dierbaar, zij het met onderbrekingen. Ik leerde zijn muziek kennen in een wazige, op elk gebied troebele, chaotische maar ook euforische tijd. Daardoor herinner ik me niet meer zo goed hoe het avontuur begon. Met ‘The Rise And Fall Of Ziggy Stardust And The Spiders From Mars’? Of met de Amerikaanse RCA-versie uit 1972 van ‘The Man Who Sold the World’? Het heeft weinig belang: beide langspeelplaten maakten een verpletterende indruk op me.
Aanvankelijk hield ik niet zo van David Bowie. Een goede vriend van me had me circa 1970 de elpee ‘David Bowie’ - die soms ook ‘Space Oditty’ heet - laten horen: die vond ik te bombastisch en te zweverig. Ik luisterde in die dagen naar Bob Dylan, the Rolling Stones, the Velvet Underground, Johnny Winter, the Grateful Dead, Johnny Cash en Neil Young. ‘Space Oddity’ paste niet in die sfeer. Alleen de single ‘Space Oddity’ viel in de smaak. Als ik de elpee nu beluister klinkt ze lang niet meer zo bombastisch, maar geslaagd vind ik ze nog steeds niet.
davidbowie hunkydory.jpg

Vermoedelijk na het verschijnen in 1972 van Lou Reeds ‘Transformer’, die Mick Ronson en David Bowie produceten, begon de echte fascinatie. De dagen die ik doorbracht met ‘Ziggy Stardust’ – alle songs – en ‘The Man Who Sold the World’ – alle songs – waren opwindend, betoverend… Neen, die woorden volstaan niet. Ik kan de sfeer die in onze muziekkamer hing en die me helemaal doordrong, lichamelijk en geestelijk, niet benoemen. Het gaat niet. Het volstaat ook niet om nu naar die magische platen te luisteren: de gevoelens en emoties die ze opriepen komen nooit meer terug. Ik herinner me dat mijn kleine wereld in een theater veranderde waar veel meer mogelijk werd dan ik ooit vermoed had. Dankzij ‘Transformer’ en de twee platen van David Bowie werd ik sterk, onoverwinnelijk, en in zekere zin ook meedogenloos. Dat ik me in dezelfde periode in Nietzsche verdiepte en antipsychiatrie bestudeerde zal daar ook wel toe bijgedragen hebben. Songs als ‘The Width Of A Circle’ en vooral ‘All the Madmen’ drukten heel goed die tijdsgeest uit. Overigens lazen mijn vrienden en ik in die dagen Kahlil Gibran, een ‘profeet’ waar Bowie eveneens naar opkeek. Wat wij in die hele Kahlil Gibran zagen is me nu een raadsel. De leermeesters van de antipsychiatrie, Ronald Laing en David Cooper, blijven echter waardevol.

Omdat ik weinig geld had duurde het enkele maanden voor ik me ook ‘Hunky Dory’ kon aanschaffen, een album dat al in 1971 was uitgekomen. Van de beginperiode vind ik dat het hoogtepunt, hoewel ik voor die voorkeur geen muzikale of tekstuele argumenten kan aanreiken. Hoewel. Er staan schitterende songs op, dat zeker. En kant twee is perfect. Heeft de begenadigde zanger ooit betere songs geschreven en gezongen dan ‘Life On Mars?’, ’Andy Warhol’, ‘Song For Bob Dylan’ en ‘The Bewlay Brothers’?

Ook 1973 was voor mij nog een David Bowie-jaar. ‘Pinups’ blijft voor altijd een van de meest overtuigende cover-elpees. Perfecte keuze van swinging sixties en psychedelia, perfecte uitvoering, met als hoogtepunt ‘Sorrow’, dat ik kende in de versie van the McCoys. Daarna de waanzinnige vloedgolf die ‘Aladdin Sane’ heette, androgynie en antipsychiatrie ten top gedreven. ‘Panic In Detroit’, ‘Time’ met de cabaretpiano van Mike Garson, en Bo Diddley op amfetamine in ‘The Jean Genie’, met voor de liefhebbers verwijzingen naar de dief Jean Genet. (Lees Patti Smith’s M Train voor mooie verhalen over Jean Genet.)

Waarom hield mijn bewondering voor David Bowie in 1974 op? Heel zeker weet ik het niet, maar ik denk dat ik stilaan genoeg kreeg van rock. Ik werd ‘sick of all this repetition’ en ging me in jazz en klassieke muziek verdiepen. Trouw bleef ik zeker wel aan Bob Dylan, John Cale, Syd Barrett, Captain Beefheart en Alexander Spence.
david_bowie_-_1977_low.jpg

1977 was een keerpunt. Opeens hoorde je op de radio the Clash, the Sex Pistols, the Buzzcocks, herrieschoppers - een nieuwe muzikale revolutie. Bowies ‘Rebel, Rebel’ - uit ‘Diamond Dogs’, 1974 - was opnieuw relevant. We gingen weer elk weekend dansen, extatischer dan ooit tevoren. Punk rock, rockabilly, reggae, elektronica. Een hoogtepunt op de dansvloer was de single ‘”Heroes”’. De gelijknamige elpee van Bowie - de zanger woonde nu in West-Berlijn en werkte samen met Brian Eno - was het hoogtepunt van dat jaar. Ik was werkloos en arm, maar ging toch op zoek naar wat ik gemist had. Zo vond ik in de tweedehandsbakken ‘Station To Station’(1976), wellicht als geheel zijn meest geslaagde album en ‘Low’ (ook uitgebracht in 1977). ‘Low’ is de eerste plaat die ik gisteren heb opgelegd. Een meesterwerk, zowel de bijna traditionele songs op kant één als de abstracte soundscapes op kant 2. Ik geloof dat ik bij Matti Piucci las dat de B-kant van ‘Low’ hopeloos verouderd is. Wat een onzin. Kant 2 van ‘Low’ is nagenoeg perfect. Is ‘Lodger’, deel drie van wat de Berlijnse trilogie wordt genoemd, minder goed? De plaat is niet zo experimenteel als de twee andere, maar naar mijn mening hoort ze desondanks bij Bowies betere werk. Wat een uitstekende en avontuurlijke musici zijn hier aan het werk! Luister nog een keer naar ‘Repetition’, waar ook een mooie cover van bestaat door the Au Pairs. “What’s the good of me working / When you can’t damn cook”.

davidbowieeno_fripp.jpg

In 1980 verraste David Bowie ons met een “commerciële” rockplaat, ‘Scary Monsters and Super Creeps’. Het is de elpee van de betreurde zanger die ik het meest heb gedraaid. Er was een tijd dat ik alle teksten uit het hoofd kende. Helaas zijn alleen van ‘Teenage Wildlife’ wat flarden blijven hangen. Of misschien maar goed ook, want ik zing even vals als Bowie zelf in een scène van de film ‘The Man Who Fell To Earth’. De fraaie cover van Tom Verlaine’s ‘Kingdom Come’ is mooi meegenomen, een fijn voorbeeld van David Bowies generositeit. Ook weer heel veel gedanst op ‘Fashion’ en ‘Ashes To Ashes’.

Wat mij betreft is ‘Let’s Dance’ uit 1983 David Bowies – voorlopig - laatste grote album. Het is zijn meest toegankelijke werk, zijn vrolijkste ook, maar gelukkig hoor je trieste ondertonen. Vrolijkheid zonder verdriet is leugenachtig. De productie van Nile Rodgers is kristalhelder, het gitaarspel van Stevie Ray Vaughn economisch en expressief. Op ‘Let’s Dance’ staat mijn uitverkoren Bowie-nummer: ‘Without You’. Ook toen Bowie nog leefde kreeg ik er vaak de tranen bij in de ogen.
davidbowieletsdance.jpg

Altijd ben ik naar de muziek van David Bowie blijven luisteren. Maar wat na ‘Let’s Dance’ is uitgekomen heb ik niet meer gevolgd. Vanaf 1982, toen ik met mijn eerste radioprogramma ben begonnen, ben ik me meer en meer gaan verdiepen in muziek uit het verleden, zij het met veel aandacht voor nieuwe bands en singer-songwriters. Op dezelfde manier ben ik aandachtiger gaan luisteren naar opnamen van Bowie die ik nog niet zo goed kende, onder meer naar het sublieme blanke soulalbum ‘Young Americans’ – waarvoor hij samenwerkte met Luther Vandross - en naar de liedjes uit het prille begin, zoals het wondermooie ‘You’ve Got A Habit Of Leaving’, met Nicky Hopkins op piano, en ‘London Boys’. Nieuwe releases echter gingen aan me voorbij. Daar zal wel een reden voor bestaan, maar ook die ken ik niet. Wel zag ik gisteren op BBC Bernard Sumner van Joy Division/New Order met zijn mond vol tanden staan toen hem gevraagd werd wat hij dacht van Bowies oeuvre na 1990. Zelfs met de titel van ‘The Next Day’ had hij het moeilijk. Zo hoef ik mij er niet al te erg voor te schamen dat ik mijn David verwaarloosd heb tot ik ‘Where Are We Now?’ hoorde. Was dat in januari 2013 dat ik zo heb zitten huilen? Ik dacht dat David Bowie ziek was, dat hij ging sterven. Zo triest was dat lied. Maar buitensporig mooi en nostalgisch. Ik kon niet anders dan op zoek gaan naar sporen van de geniale performer in Berlijn. Die heb ik er in september vorig jaar gevonden. In het huis waar ik logeerde lag dezelfde traploper als in dat waar David Bowie en Iggy Pop hebben gewoond. In mijn verbeelding was mijn oude held weer jong en springlevend. Ik had the Lodger nieuwsgierig en levenslustig door de Berlijnse straten zien lopen. Zelfs dacht ik hem in een van de aanwezigen bij een concert van Ryley Walker in de Privat Club te herkennen.

Vanaf morgen ga ik mij overgeven aan ‘Blackstar’. Ik weet nu al dat ik in weer een andere wereld zal aanbelanden. Een wereld die geen theater zal zijn, waar ik niet als een sterke, onoverwinnelijke en enigszins meedogenloze man zal ronddwalen. Ik denk dat ik de wereld van ‘Blackstar’ al ken. Maar met David Bowie weet je het nooit zeker. Een ding staat vast: David Bowie veranderde misschien aan de oppervlakte, in de diepte bleef hij zichzelf, een en al emotie en fascinatie, een en al levenslust.
davidbowiejong.jpg

Somebody up there likes me



Ik heb het hier niet gehad over soundtracks, singles, live-platen, video’s, films (waaronder een van mijn lievelingsfilms, ‘The Man Who Fell To Earth’ van Nicolas Roeg, met David op z’n allermooist), theater, performance. Jammer. En laat Bob Dylan nu maar een ‘Song For David Bowie’ schrijven.

Ook interessant: David Bowies honderd favoriete boeken.

 

 

 

11-01-16

DAVID HAS A HABIT OF LEAVING US

david bowie fell to earth.jpg


David has a habit of leaving us

David is a bad boy
David makes us sad
David David David
Leaving us and leaving us
David shouldn’t do that
David kick that habit of leaving us!
David stop being such a comedian
David you’re not Lazarus
David you’re Bowie
David you’re Jones
David you are only dancing somewhere
David are you hiding in your tin can again?

David this is enough
David come back now

13:35 Gepost in Dood | Permalink | Commentaren (0) | Tags: david bowie, dood, habit |  Facebook

09-01-16

ZINNEN, OFFERANDEN VAN WATER

TOUS LES MATINS.jpg

 

Het is nog maar 9 januari en ik heb de mooiste zinnen van het jaar al gelezen. Ze zijn niet nieuw en het zijn zelfs vertaalde zinnen, afkomstig uit ‘Geen ochtend ter wereld’ van Pascal Quignard. De oorspronkelijke titel is ‘Tous les matins du monde’. De film van Alain Corneau is waarschijnlijk bekender dan de novelle.

“’Waarom geeft u de melodieën die u speelt niet uit?’
‘Ach, kinderen, ik componeer niet! Ik heb nooit iets geschreven. Het zijn offeranden van water, waterdruppels, alsem, levende rupsjes die ik soms verzin als ik me een naam en de genietingen herinner.’
‘Maar waar is de muziek in uw druppels en uw rupsen?’
‘Wanneer ik mijn instrument bespeel, haal ik een stukje van mijn levende hart open. Wat ik doe komt alleen voort uit de tucht van een leven waarin geen enkele dag een feestdag is. Ik voltrek mijn lotsbestemming.’”

Dit fragment komt uit een gesprek tussen leerling Marin Marais, violist aan het hof van Lodewijk XIV en zijn leermeester, monsieur Sainte Colombe, die weigert voor de koning te spelen en het laten uitgeven van zijn composities als een last ervaart die hem afhoudt van spelen en componeren.
De vertaling uit het Frans is van Marianne Kaas.

 

05-01-16

EEN JAAR LEZEN

modiano-hardy.jpg

Lang geleden dat ik nog eens een leeslijst heb gemaakt, waarschijnlijk omdat ik al een aantal jaren zelfs de titels van de boeken (en de namen van hun auteurs) die ik las niet meer noteerde, of bij uitzondering en zeker niet op één plaats. Vandaag heb ik het nog een keer geprobeerd. Aangezien er in 2015 in mijn agenda veel plaats was heb ik daar elke dag bijgehouden wat ik aan het lezen was. Omdat ik aanneem dat er dit jaar in die agenda nog meer plaats zal zijn, zal ik veel meer moeten gaan lezen. Films zien is ook een optie: die noteer ik eveneens opnieuw. Ik weet niet of het met mijn lectuur te maken heeft dat ik zo weinig mensen zie, maar het zal wel een rol spelen. Over boeken praten wordt sowieso nog maar weinig gedaan, denk ik, en over de boeken die ik toevallig lees nog minder. Waar praten de mensen over? Ik weet het niet.

Wat ik ook niet weet is wat mij ertoe aanzet om het ene boek wel te lezen en het andere niet. Sinds mensenheugenis verzet ik mij al tegen de markt, tegen televisieschrijvers, tegen radioschrijvers, tegen verkoopscijferschrijvers, tegen salon- een beurzenschrijvers. Ik zoek degenen op die in het donker werken, of die ziek zijn, ongelukkig, boos. En vooral de doden. Ik koester de doden en de stervenden. Schoonheid is sterker dan de tijd. Bloeddorstige barbaren mogen De Stad van Duizend Zuilen plunderen en vernietigen, ze mogen elk spoor van beschaving en religie uitwissen, de woorden in de bijbel en de koran en in zoveel andere religieuze boeken krijgen ze niet stuk. En niet alleen woorden die naar men beweert een goddelijke oorsprong hebben blijven springlevend: gelukkig voor ons, ongelovige honden, zijn er ook seculiere boeken die weigeren te sterven.

Schrijvers die alleen maar succes hadden en weinig of geen talent dringen zich gelukkig niet aan ons op. Alleen de grootsten trotseren de eeuwen. Daar gaat mijn voorkeur naartoe. Niet alleen naar de grote grootsten, ook naar de allerkleinste. Gelukkig gebeurt het af en toe dat zo’n kleine grote schrijver, die in zijn tijd geen bijval had, opnieuw van zich laat horen. Er bestaan ongetwijfeld lezers en literatuurliefhebbers die de gave bezitten om zulke schrijfkunstenaars op hun deur te horen kloppen. Als die bescheiden schrijvers daar al de moed toe hebben. Mogelijk fluisteren zij de ontdekkingsreizigers van de literatuur alleen maar iets toe in hun droomoren. Tot mijn spijt overkomt mij dat niet. Mij wordt nooit iets in het oor gefluisterd en als er op mijn deur wordt geklopt barricadeer ik ze.

Ik denk dat ik me nog steeds door het toeval laat leiden. De naam van een schrijver klinkt mooi, of een titel spreekt tot mijn verbeelding. Misschien heb ik er iets over gelezen en heb ik dat – ondanks mijn weerzin van recensies – onthouden. Mijn studies spelen eveneens een rol: die intellectuele achtergrond bepaalt natuurlijk voor een deel mijn keuze. Ik lees weinig pulp en onzin is aan mij meestal niet besteed. Meestal. Wat ik lees moet een hogere waarde hebben, moet bijdragen tot de ontwikkeling van onze soort. Ik heb gelukkig nog enkele vrienden. Hun aanbevelingen zijn me dierbaar. Daar houd ik bijna altijd rekening mee. En ik blijf trouw aan de schrijvers die ik ooit heb uitgekozen. Ian McEwan is daar een voorbeeld van. Ik lees hem al van in het begin, van toen hij nog quasi onbekend was. In 1978 trok zijn tweede verhalenbundel, ‘In Between the Sheets’ meteen mijn aandacht. Niet alleen door de titel, die verwees naar een liedje van the Rolling Stones (‘Live With Me’, op ‘Let It Bleed’) maar ook door de foto van het half blote meisje op de kaft. Nu kan een bloot meisje op een kaft mij niet meer verleiden, integendeel, maar in 1978 nog wel. Overigens is Ian McEwan vandaag een ernstige schrijver: geen naakt meer op zijn omslagen. En ik blijf hem trouw en zijn boeken blijven goed. Overigens vond ik zijn reactie bij de lafhartige moordaanslagen op Charlie Hebdo van een redelijkheid getuigen die ik bij weinig anderen, mezelf incluis, aangetroffen heb.

En Patrick Modiano dan, dat is toch een Nobelprijswinnaar? Ja, dat is zo. Mag ik mezelf tegenspreken? Moeten we altijd consequent zijn? Bovendien betwijfel ik of Modiano veel inspanningen gedaan heeft om die prijs te winnen. Hij is gewoonweg zichzelf gebleven, van helemaal in het begin. Of liever: hij is in zijn werk meer en meer zichzelf geworden, geworden wie hij in het begin al was. Hij heeft los van elke stroming, trend, maatschappelijke context, aan een schitterend oeuvre gewerkt. Zijn werk is een variant op de recherche van Marcel Proust. Of Modiano de verloren tijd ooit terugvinden zal durf ik echter te betwijfelen. Al zijn personages zijn voor altijd verloren, zowel in de ruimte als in de tijd. Patrick Modiano is de auteur die mij in 2015 het meest heeft weten te bekoren en betoveren en dromen. Door hem ben ik nog veel meer van Parijs gaan houden dan ik al deed. Op zaterdag 14 november heb ik een hele voormiddag zitten huilen, niet alleen omdat mijn zoon in Parijs woont, maar ook omdat ik het gevoel had dat ik zelf een Parijzenaar was geworden, een van die melancholische schimmen uit de romans van Patrick Modiano, schimmen van vlees en bloed, personages waar ik mezelf zo goed in herken.

Gelukkig was er na de terreur en de lockdown in Brussel ‘M Train’ van Patti Smith. Dat schitterend boek heeft me geholpen om me door die vreselijke dagen te worstelen en heeft mijn horizon opnieuw verruimd: er zijn goede mensen, er zijn kunstenaars, muzikanten, mensen die liefhebben, hartstochtelijke mensen, mensen die oplossingen zoeken, die elkaar willen helpen in plaats van elkaar de duivel aan te doen, mensen die leven voor schoonheid, mensen die het grote in het kleine zien. Mensen die zeggen: de andere, dat ben ik. En er is nog altijd koffie. Dat heb ik ook van Patti Smith geleerd.
A-Sport-And-A-Pastime.jpg


Patrick Modiano, In het café van de verloren jeugd

James Salter, Light Years

Walter Benjamin, Maar een storm waait uit het paradijs

Robert Stone, Prime Green: Remembering the Sixties

Patrick Modiano, De stad van de donkere winkels

Patrick Modiano, Zondagen in augustus

Ana Teixeira Pinto (red.), The Reluctant Narrator

Hans Lodeizen, Gedichten

Patrick Modiano, Uit verre vergetelheid

Patrick Modiano, Verloren wijk

Patrick Modiano, Aardige jongens

Evelyn Waugh, Een handvol stof

Stefan Zweig, Ongeduld

Paul Rigaumont, Anekdota XIX

Rüdiger Safranski, Hoeveel waarheid heeft de mens nodig?

Elias Canetti, Het geheime hart van het uurwerk – aantekeningen 1973-1985

Knut Hamsun, Mysteriën

Haruki Murakami, 1Q84. Boek 1

Haruki Murakami, 1Q84. Boek 2

Haruki Murakami, 1Q84. Boek 3

Sandro Veronesi, Grote reizen, kleine reizen

James Salter, A Sport and a Pastime

Patrick Modiano, Pedigree

Patrick Modiano, Dora Bruder

Patrick Modiano, De plaats van de ster

Ian McEwan, The Children Act

James Salter, Burning the Days

Patrick Modiano, Het circus trekt voorbij

W.G. Sebald, Logies in een landhuis

Patrick Modiano, La petite Bijou

Patrick Modiano, Des inconnus

Sandro Veronesi, Zeldzame aarden

Patrick Modiano, Fleurs de ruine

Patrick Modiano, Chien de printemps

Fred Goodman, Mansion On the Hill

Patrick Modiano, Livret de famille

Jonathan Swift, Gullivers reizen

Patrick Modiano, Vestiaire de l’enfance

Geerten Meijsing (red.) – Van Como tot Syracuse

Patrick Modiano, Het gras van de nacht

Stefan Zweig, Schaaknovelle en andere verhalen

Paul Eluard, Lettres à Gala

Marc De Kesel, Zizek

Patrick Modiano, Remise de peine

Michel Houellebecq, Onderworpen

Rainer Metzger, London in the Sixties

Patrick Modiano, Accident nocturne

Goethe, Affiniteiten

Vladimir Nabokov, Speak, Memory

Jacques Rancière, De fabel van de cinema

Czeslav Milosz, Geboortegrond

Stefan Zweig, Reis naar het verleden

John Cheever, Bullet Park

László Krasznahorkai, Satanstango

Daniil Kharms, Today I Wrote Nothing

Raoul Vaneigem, Rien n'est fini, tout commence, livre d'entretiens avec Gérard Berréby

Georges Simenon, Zondag

Gustave Flaubert, Bouvard en Pécuchet

Jorge Luis Borges, De geschiedenis van de eeuwigheid en andere essays

Georges Simenon, Stoplicht

Georges Simenon, Leven met Anais

J.M. Coetzee, Dagboek van een slecht jaar

Rainer Maria Rilke, Het lied van de liefde en dood van Kornet Christoph Rilke

Martinus Nijhoff, Verzamelde Gedichten

Patti Smith, M Train

patti smith m train.jpg

02-01-16

ZERO DE CONDUITE: SONGS OF THE SOUTH

0william_eggleston-1600x1020.jpg
Zéro de conduite is een POPprogramma op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 ’s avonds. Een muzikaal evenement voor allen en voor niemand. Uniek in het universum. Stem af op 106.7 FM.
Je kunt Zéro via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over de radio.

Vooreerst wensen we alle luisteraars van Zéro de conduite een gelukkig, voorspoedig en gezond 2016.

Ook dit jaar zal in Zéro veel aandacht gaan naar populaire muziek uit de Verenigde Staten en naar wat wij Americana noemen. Vandaag, in het putje van de winter, maken wij een reis naar het Zuiden, naar Dixieland, in het bijzonder naar Memphis in Tennessee, naar Alabama en naar Georgia.
Zoals zo vaak was het weer moeilijk om een evenwichtige en relevantie selectie te maken, zeker voor Memphis, bakermat van blues, rock & roll (Sun) en soul (Stax). Alleen al de twee muzikale koningen uit Memphis, Elvis en B.B. King, verdienen eigenlijk een afzonderlijke aflevering. Dat is voor later. Ook andere Zuidelijke staten komen de volgende maanden aan bod. Denk aan Mississippi, Louisiana, Arkansas, Florida, North-Carolina, South-Carolina en Texas. En natuulijk zullen we ook Nashville in Tennessee niet vergeten.

De voor vandaag geselecteerde songs hebben Tennessee (Memphis), Alabama en Georgia als onderwerp of zijn er opgenomen of worden uitgevoerd door muzikanten uit de regio. Een groot deel van de soulliedjes die we vanavond draaien komt uit de voortreffelijke nieuwe box ‘Back To The River - More Southern Soul Stories 1961-1978’, op het Kent Soul-label.

Veel luisterplezier!

01backtotheriver2.jpg


Dixieland

Dixie Lullaby - Leon Russell - Leon Russell

Clyde - J.J. Cale - Naturally

Down Along The Dixie Line - Gillian Welch - The Harrow & The Harvest

I Sang Dixie - Dwight Yoakam - Buenas Noches from a Lonely Room

Daybreak In Dixie - The Stanley Brothers - Riding That Midnight Train
01bbkingmykindofblues.jpg


Tennessee / Memphis

Going To Memphis - Johnny Cash - Murder

Night Train to Memphis - Jerry Lee Lewis - Jerry Lee's Greatest!

Memphis Shakedown - The Memphis Jug Band - Harry Smith's Anthology Of American Folk Music

Memphis, Tennessee - Chuck Berry - Gold: Chuck Berry

Catfish Blues - B.B. King - My Kind of Blues

Free Me - Otis Redding - Back To The River - More Southern Soul Stories

This Love Won't Run Out - Dee Dee Sharp - Back To The River - More Southern Soul Stories

Private Number - Judy Clay & William Bell - Back To The River - More Southern Soul Stories

Memphis in June - Nina Simone - Forbidden Fruit

Tuesday Night in Memphis - John Lurie - Mystery Train Soundtrack

Raining in Memphis - Dan Penn - Nobody's Fool

After Loving You - Elvis Presley - From Elvis In Memphis

Memphis Train - Buddy Miles - Them Changes

Memphis Flu - The Felice Brothers - Yonder Is The Clock

01danpenn.jpg

Alabama

Alambama Bound - The Charlatans - The Amazing Charlatans

You Gotta Move - The Rolling Stones - Sticky Fingers

Angel From Montgomery - Bonnie Raitt ft. John Prine - Bonnie Raitt Collection

Sure As Sin - Jeanie Greene - Back To The River - More Southern Soul Stories

Give Me Back The Man I Love - Barbara West - Back To The River - More Southern Soul Stories

Think I'll Go Somewhere And Cry Myself To Sleep - Joe Perkins - Back To The River - More Southern Soul Stories

The Road Of Love - Clarence Carter - The Fame Singles Volume 1: 1966-70

Alabama - Neil Young - Harvest

Birmingham Sunday - Richard Fariña - Singer Songwriter Project

Alabama Pines - Jason Isbell And The 400 Unit - Here We Rest

Mobile Blue - Dave Alvin & The Guilty Men - Frisco Mabel Joy Revisited

It's Hard To Be Humble (When You're From Alabama) - Phosphorescent - Here's To Taking It Easy

0allman-brothers-band-2.jpg

Georgia

Maps And Legends - R.E.M. - Fables Of The Reconstruction

Hot Nights In Georgia - Jason & The Scorchers - Fervor

Georgia Pines - Link Wray - Beans And Fatback

Miller's Cave - International Submarine Band - Safe At Home

Oh Atlanta - Emmylou Harris - Evangeline

Please Call Home - The Allman Brothers Band - Idlewild South

Georgia Morning Dew - Johnny Adams - Heart & Soul

Gonna Send You Back To Georgia - James Carr - Complete Goldwax Singles Vol. 3

I Washed My Hands in Muddy Water - Charlie Rich - The Complete Smash Sessions

Georgia Stomp - Andrew & Jim Baxter - Anthology Of American Folk Music

Georgia Crawl - Henry Williams & Eddie Anthony - The Story Of The Blues

Rainy Night In Georgia - Brook Benton - Back To The River - More Southern Soul Stories

Georgia On My Mind - Ray Charles - Definitive Ray Charles

The Night They Drove Old Dixie Down - The Band - Live At The Academy Of Music 1971

 0william-eggleston-parking.jpeg

Research & presentatie: Martin Pulaski
DJ: Sofie Sap
Foto's: Williams Eggleston (behalve de LP-hoezen).