28-12-15

ANTWERPEN (ELEGIE)

ruth orkin 1.jpg

Aan mijn tafel in de Breugelstraat zie ik wat ik niet zie.
De glans van dingen die bestaan zonder meer.
Die wij desondanks namen gaven.
Die wij in catalogi aan teloorgang onttrokken.

Ik zie mij wild kleuren verdelen onder hongerlijders.
Onder jongens en meisjes dagdromend in de wiskundeles.
Ik hoor een zwerver kreten uitstoten van liefde lust razernij.
Oerklanken die vluchtig vorm aannemen in de januarilucht.

Ik zie een geelgelakte kast in een doorleefde keuken
waar kort na haar opgang de zon naar binnen schijnt.
Een paperback van Raymond Chandler op de kleine tafel.
Een pot basilicum in een pot voor het kleine raam.

Ik zie een flamingo bij een vijver in de zoo.
Roze schaduw die hij op het nog niet bevroren water werpt.
Cinema Royal op het Astridplein voor zonsdondergang.
Een groepje Indiërs op de hoek van de Carnotstraat.

Ik zie ‘n glinsterend fietswiel draaiend in de felle namiddagzon.
Haar warmte die april aankondigt en Japanse kerselaars in bloei.
Een zwarte poes die zit te spinnen naast een vaas van Morandi.
Ik hoor een trein die de stille nacht van Zurenborg beklemtoont.

Ik zie oude mensen keuvelend in de straten op een zondag
wanneer er naar de stembus gegaan moet worden.
Hun levendige en tegelijk gelaten blikken.
Op hun tedere handen de bruine vlekken van de tijd.

Ik zie ‘n jong meisje met donkere ogen naar een neger kijken.
Een moreel woord kent zij nog niet noch een oordeel.
Een straatzanger met een trom op zijn rug met een gitaar.
Ik hoor de honderden duizenden liedjes die hij nu niet zingt.

...

Foto: Ruth Orkin

De commentaren zijn gesloten.