30-11-15

NACHT EN DAG

Ligt of zit hij op wacht voor het raam
met stil fontein zijn enige gedachte
waarna dan in de ochtend vroege vogels
en soldaten in het donkerblauw van de dood
zij die blauwe bessen eten en zingen
van honger en dorst en vernielzucht.

Altijd reikhalzen zij naar flessen
naar zilver en koper van knopen en bugels
eensgezind soldaten en dichters
als kwamen zij uit naburige gehuchten
hun halzen lelieblank of aardedonker
hun weerloos kloppende aders
hun ogen van koper en zilver en donkerblauw.

In het vaderland van zijn dromen
dat de hele dag blijft bestaan
graasden in de regengroene prairie buffels
berustend onder de aanvang van de zon
en overal boeren en buitenlui onderdanig
aan de illusie van goden die zich spiegelden
in hun nieuwe blanke wapens.

Van in het begin begonnen
over het vlakke land en de delta
en dan weer de weg omhoog als een denker
die ook altijd omlaag gaat als hij klimt
buiten adem en binnen adem
de dichter die fietsend om zich heen kijkt
naar de gewassen en zo de pedalen verliest
en toch overeind blijft
door de ziel van de buffels beschermd
een lange nacht in zijn droom zonder einde.

Tegen de avond bedaart hij
klaar voor het gekwaak in cafés
en wat rustiger in lobby’s van dure hotels
waar hij thee drinkt en Bombay
en dames zich van veel kleren ontdoen
(ontluistering van de nuchtere dag)
ja, en watergroen dat hem tempert
want op die kleur blijft hij altijd zuinig.

De laatste uren licht moedwillig traag

omdat hij dan zoals de slakken gaan moet
niet als de prairiehonden de antilopen
de schemeruren nog wat zijn element
voor de nacht vol vrees en beven
en geprevel van schietgebeden
nog zo’n kunst van dichters en soldaten
met slijm in de keel
bloedsporen wég huilend
hun tranen broodkruimels
om in het holst van de nacht
de holle weg naar huis terug te vinden
dezelfde nacht waarin hij grasduint
en zingt deze ballade tot het schuim
hem op de lippen staat
en onverschrokken je water breekt.


Brussel, 30-11-2015

 

 

De commentaren zijn gesloten.