30-10-15

DE BELGISCHE GRONDWET, ARTIKEL 23

syrian_refugees.jpg


Ieder heeft het recht een menswaardig leven te leiden.

Daartoe waarborgen de wet, het decreet of de in artikel 134 bedoelde regel, rekening houdend met de overeenkomstige plichten, de economische, sociale en culturele rechten, waarvan ze de voorwaarden voor de uitoefening bepalen.

Die rechten omvatten inzonderheid :

1° het recht op arbeid en op de vrije keuze van beroepsarbeid in het raam van een algemeen werkgelegenheidsbeleid dat onder meer gericht is op het waarborgen van een zo hoog en stabiel mogelijk werkgelegenheidspeil, het recht op billijke arbeidsvoorwaarden en een billijke beloning, alsmede het recht op informatie, overleg en collectief onderhandelen;

2° het recht op sociale zekerheid, bescherming van de gezondheid en sociale, geneeskundige en juridische bijstand;

3° het recht op een behoorlijke huisvesting;

4° het recht op de bescherming van een gezond leefmilieu;

5° het recht op culturele en maatschappelijke ontplooiing;

6° het recht op gezinsbijslagen.

29-10-15

FRANCIS BACON / BILL BRANDT

francis bacon - bill brandt.png

“Now, of course, man can only attempt to make something very, very positive by trying to beguile himself for a time by the way he behaves, by prolonging possibly his life by buying a kind of immortality through the doctors. You see, all art has now become completely a game by which man distracts himself; and you may say it has always been like that, but now it's entirely a game. And I think that that is the way things have changed, and what is fascinating now is that it's going to become much more difficult for the artist, because he must really deepen the game to be any good at all.”
From Interviews with Francis Bacon by David Sylvester in 1963, 1966 and 1979.

...

Foto van Francis Bacon door Bill Brandt, 1963.

HERHALING IS GOED

bacon-triptych1.jpg

Gisteren vierden we de verjaardag van Francis Bacon, onverschrokken ontdekkingsreiziger. Deze korte overweging is voor hem.

Het leven is herhaling. Het komt erop aan van die herhaling iets spannends te maken. Er elke dag iets uit weg te nemen, of er iets aan toe te voegen. Elke dag hetzelfde gedicht, dezelfde litanie, hetzelfde refrein. Maar toch anders. Je wijzigt één of meer details. Soms kan een letter al volstaan. Of iets morsigs mag ook. Opeens is er een vlek op het perfecte schilderij. Ik denk nu aan Francis Bacon. Na een lange en uitputtende strijd met/tegen verf, doek, rommel, zenuwen, concentratiestoornissen, duizelingen, herinneringen, religie, familiegeschiedenis, obsessies, is het werk af, is het in zekere zin perfect. Het beeld van Francis Bacon heeft op dat ogenblik, nu, “the illusion of a Greek necessity”, om het met de woorden van Sylvia Plath te zeggen. Maar dan voegt de schilder er nog gauw een vlek aan toe. Die vlek aanbrengen is ook herhaling, maar dan een soort van ondermijnende, subversieve omkering ervan.

Herhaling is goed. Ritueel. Mantra. Ziekte en het verzet tegen de ziekte. Genezing. De stroom die hetzelfde is en toch anders. De weg naar omhoog en de weg naar omlaag.

De herhaling is niet saai. Het is niet de sleur van het koffie zetten of het bed opmaken, van je nagels knippen. Maar waarom zou je je nagels niet knippen zoals je een gedicht schrijft of de liefde bedrijft? Waarom niet je boterham eten zoals je vroeger deed met wat je dacht dat het lichaam van Christus was?

Elke dag is een geschenk dat je toestaat je leven te herhalen. Herhalen is een job en een gave, een vloek en een kunst. Een gunst die je niet kan afdwingen.
bacon portrait of henrietta moraes.jpg

Maar duidelijk is het hoegenaamd niet wat ik hiermee wil zeggen. De woorden die me worden aangereikt zijn aan mijn leven vreemd. Ze ademen niet zoals mijn eigen wat piepende adem. Ze zijn op een heel andere manier moe dan ik. Herhaling is dan gewoon het woord ‘herhaling’, weinig meer dan een abstractie. Terwijl mijn herhaling menigvuldigheden omvat, terwijl mijn herhaling van elke minuut die ik heb geleefd, liefgehad en geleden is doortrokken. Mijn herhaling is een steen met zwarte, grijze en gouden aders. Kijk maar eens goed.
bacon three studies of gerorge dyer.jpg

...

Afbeeldingen: Francis Bacon, Three Studies of Isabel Rawsthorne (1966); Portrait of Henrietta Moraes (1963); Three Studies for George Dyer (1967).

26-10-15

VERKLARINGEN VAN DE IDIOOT VAN DE FAMILIE

 crumb-en-plena-tarea.jpg


Verklaringen van de idioot van de familie bij zijn warrige beginselverklaringen. Ten behoeve van mannen met een grote intelligentie en nog veel andere merkwaardige eigenschappen.

Zowat tien jaar geleden schreef in een vlaag van zelfgekozen zinsverbijstering de idioot van de familie deze beginselverklaring:

“Kroniek over het alledaagse. Passies en angsten verwoord. Bespiegelingen / mijmeringen over onbewuste mythologieën, primitieve en rationele kunst, literatuur, film, muziek, media, populaire cultuur. Verwensingen, afkeer en walging. Uitverkoren onbenulligheden en onbenullige bekoringen. Herinneringen aan een ondergronds bestaan. Proza opgebouwd uit zinloze categorieën en ongerijmde opsommingen. Litanieën. Obsessies, neuroses, doodsbrieven, levenstekens, schaterlachen. Valse melodieën en laagbijdegrondse refreinen. Rafelige droombeelden en twijfelachtige verlangens. Verminking van de zintuigen. Gelach en verdriet. Sporen van onvoorwaardelijke liefde."

crumb1.jpg


Vandaag verklaart de idioot van de familie zich zich vandaag.

Kroniek over het alledaagse: Het alledaagse is wat mij overkomt en wat ik in de wereld waarneem en onderga.

Passies en angsten verwoord: In zowat elke tekst van mijn hand is de angst op zijn minst onderhuids aanwezig. Zonder passie ontstaat niets. Passie is lijden en verlangen in één. Angst is een woord dat vier medeklinkers tegenover één klinker telt.

Bespiegelingen / mijmeringen over onbewuste mythologieën, primitieve en rationele kunst, literatuur, film, muziek, media, populaire cultuur: Hiermee som ik de belangrijkste grote thema’s op. Er is een aanvulling nodig: bewuste mythologieën.

Verwensingen, afkeer en walging: Dit aspect betreft niet alleen leger, geweld, big business, ranzige politiek en de totalitaire staat maar ook slechte mensen. En wie kent niet het fenomeen van de afkeer van zichzelf, van de zelfhaat? Het eerste woord in deze opsomming is een verwijzing naar een uitzonderlijke Belgische dichter.

Uitverkoren onbenulligheden en onbenullige bekoringen: Wat je bewondert moet je enigszins relativeren, wat je op een voetstuk plaatst moet je soms in een minder vleiend licht willen zien. Niets is geheel onbenullig, niets volmaakt bekoorlijk. Wie je bent en wat je doet en wat je maakt als onbenullig beschouwen is goed voor het ego. Denk aan Brian Wilsons ‘I’m a cork on the ocean’.

Herinneringen aan een ondergronds bestaan: Dit betreft een groot deel van de autobiografische stukken, voornamelijk herinneringen. Dat ondergronds bestaan was werkelijk en is nog steeds aanwezig.

Proza opgebouwd uit zinloze categorieën en ongerijmde opsommingen: De opsomming is een prachtig stijlmiddel. In het begin is er chaos. Opsommingen en lijsten scheppen daar orde in. Zie Umberto Eco, ‘De Betovering Van Lijsten’.

Litanieën: Dit sluit aan bij het vorige. Litanieën zijn gebeden, aanroepingen, waarin de herhaling een belangrijke rol speelt.

Obsessies, neuroses, doodsbrieven, levenstekens, schaterlachen: Dit betreft voornamelijk rouwbetuigingen, elegieën, wanhopige momenten, maar ook de noodzaak om te lachen met  sterfelijkheid, ziekte en dood. Wat is een leven zonder neuroses, zonder obsessies, zonder het negatieve?

Valse melodieën en laag-bij-de-grondse refreinen: Dit is een verdediging van wat de lage cultuur of de populaire cultuur wordt genoemd. De toe-eigening van het verwijt, van de neerbuigende houding tegenover het andere. Freaks gingen zich freaks noemen nadat het klootjesvolk hen jaren zo had betiteld. Geuzenuitdrukking.

Rafelige droombeelden en twijfelachtige verlangens: Dit betreft de psychoanalytische aspecten van mijn werk.

Verminking van de zintuigen: Hiermee verwijs ik uiteraard naar een van mijn leermeesters, Arthur Rimbaud. Sluit aan bij de herinneringen aan een ondergronds bestaan.

Gelach en verdriet: Wat erg dat er mensen zijn die niet kunnen lachen, wat erg dat er mensen zijn die niet kunnen huilen.

Sporen van onvoorwaardelijke liefde: Moet je niet op z’n minst proberen om onvoorwaardelijk van iemand te houden?


Of deze verklaringen ook werkelijk verheldering en verlichting brengen bij mannen die zich beschouwen als vertegenwoordigers van de redelijkheid, een redelijkheid die voor altijd schijnt vast te zitten in de vette Vlaamse klei? Dat is een vraag die de idioot van de familie niet wenst te beantwoorden, net zomin als hij een worp met de dobbelsteen waagt om het toeval uit te schakelen.

Crumb-haight.jpg

...

Tekeningen: Robert Crumb

23-10-15

TWO-LANE BLACKTOP

twolaneblacktop1.jpeg

twolaneblacktop3.jpeg

twolaneblacktop2.jpeg

twolaneblacktop4.jpeg

Ik zag nog een keer ‘Two-Lane Blacktop’, de Americana classic van de ondergewaardeerde regisseur Monte Hellman. Je zou de film een ‘Easy Rider’ met auto’s kunnen noemen, maar hij is minder aangetast door de tijd dan de film van Dennis Hopper en Peter Fonda. De lyrische cinematografie van László Kovács overtreffen was waarschijnlijk een onbegonnen zaak. Daar heeft Jack Deerson, de cameraman van ‘Two-Lane Blacktop’ zich dan ook niet aan gewaagd. Wat hij, in dienst van Monte Hellman, heeft gemaakt zijn sterke fotografische beelden, beelden die op zichzelf kunnen staan, los van het verhaal of de actie. Terwijl je de film bekijkt krijg je vaak zin om het beeld stop te zetten. Dat is ook niet bijzonder moeilijk: de film is postmodernistisch, er is geen verhaal, geen ontknoping, er is bitter weinig. Je ziet beelden van auto’s, pompstations, snackbars, mensen op de dool, verlaten snelwegen. Het zouden foto’s kunnen zijn van Robert Frank en William Eggleston.

‘Two-Lane Blacktop’ zit niet overvol muziek, maar wat je hoort lijkt bijna voor de film geschreven: Stealin’ uitgevoerd door Arlo Guthrie, Moonlight Drive van the Doors, en Me & Bobbie McGee van Kris Kristofferson. Daarnaast hoor je de genadeloze muziek van opgefokte motoren en de schaarse, minimalistische dialogen van Warren Oates, James Tayler, Dennis Wilson en Laurie Bird.

Warren Oates heeft nooit in een middelmatige film gespeeld en James Taylor en Dennis Wilson zijn bijzonder geschikt voor de rollen die ze spelen. Een rol spelen? Beide muzikanten zijn wie ze zijn: mooie jonge mannen die overhoop liggen met zichzelf en met de wereld rondom hen. Op de vlucht voor hun verleden, hun achtergrond, hun familie, de hel van de Amerikaanse middenklasse. Maar een uitweg schijnt er niet te zijn. Op het einde zie je de filmbeelden brand vatten.

WINTER COWBOY, 1970

1970-matti11.jpg
Was vroeger alles beter? Wie zal het zeggen? Ik zag er gelukkig uit in de winter van 1970. Een brood kostte 32 eurocent en er waren nog echte bakkers in Brussel. Geen idee van de prijs van mijn hoed. Op de achtergrond zie je de Brederodestraat, waar de Koning Boudewijnstichting is gehuisvest. Dat wist ik in 1970 nog niet. Ik woonde om de hoek. En nu weer terug naar nu.

20-10-15

ENKELE VASTSTELLINGEN OVER DE SITUATIE VANDAAG

chappaqua2.jpg

De totalitaire staat laat niet alleen het leger door de straten patrouilleren, intimideert niet alleen zijn onderdanen met mededelingen over vijanden, dreigingen en terreur. Hij legt eveneens de openbare omroep aan banden, maakt marionetten van haar directieleden en reporters, en verhindert elke berichtgeving die de officiële propaganda in vraag stelt. Een totalitaire staat ondermijnt tevens de gemeenschappelijke taal van zijn burgers door het introduceren van newspeak (zoals in ‘1984’ van George Orwell) of door het propageren via openbare omroep, televisie, geschreven pers, en onderwijs, van bestaande dialecten. Zo verdwijnt de gemeenschappelijke taal, en neemt het onbegrip toe. Op die manier worden kleine verschillen tussen bevolkingsgroepen en gemeenschappen uitvergroot, waardoor de mogelijkheid op gemeenschappelijk verzet kleiner wordt.

Anderzijds worden er vijandbeelden gecreëerd: Rusland, de Islam, Links. Ook wat dat vijandbeeld betreft is er sprak van newspeak. Zo wordt ‘links’ niet langer ‘links’ genoemd maar ‘extreem-links’ en ‘Islam’ ‘islamisme’ of ‘salafisme’. ‘Kleine criminelen’, gespuis dus, worden ‘terroristen’.

Symbolen die verenigen maar niet in het voordeel van de totalitaire staat werken, worden onderuit gehaald. Denk aan de Rode Duivels in België. België is voor de totalitaire staat alleen maar vruchtbaar als het een verdeeld land is. Het casinokapitalisme is ogenschijnlijk concurrentieel en meedogenloos maar in werkelijkheid is het één enkele uitbuitende machine in handen van een klein aantal extreem rijke families. Het casinokapitalisme is een sterke eenheid die wel vaart bij elke vorm van verdeeldheid en onderlinge vijandigheid van bevolkingsgroepen van naties, of van naties zelf.

De totalitaire staat vernietigt de overheid niet maar zet een punt achter dienstverlening en subsidiëring en vervangt bonafide ambtenaren door gewetenloze knechten in dienst van controle en repressie.


Wat de werkelijke drijfveren van een totalitaire staat zijn weet slechts een kleine minderheid. Waarom een bevolking zich kennelijk met genoegen laat onderwerpen aan het gezag, de restricties en uiteindelijk de onmenselijkheid van een dergelijke staat is een raadsel. En valt de totalitaire staat samen met het casinokapitalisme, met een klein aantal extreem rijke families?

11-10-15

HOE IK REMCO CAMPERT WERD

remco-verjaardag 001 (2).jpg

Lang geleden was ik gedurende enkele maanden Remco Campert. Wat mooi dat hij met de Prijs der Nederlandse Letteren werd vereerd en hoe blij het me maakt dat de schrijver van wie ik in mijn jongensjaren het meeste hield nog in leven is, in tegenstelling tot veel van zijn tijdgenoten. Zo zag ik in De Standaard een foto van Remco Campert drie jaar geleden wandelend in Amsterdam: zo wil ik er over twintig jaar ook uitzien.

Op school moesten we Ernest Claes, Felix Timmermans en vooral Ward Ruyslinck en Jos Vandeloo lezen. Geen buitenlandse auteurs, geen Nobelprijswinnaars, geen vrouwen, en vooral niets hedendaags. Ruyslinck en Vandeloo waren weliswaar uitzonderingen op die laatste regel, hoewel hun stijl toch al enigszins voorbijgestreefd was. Las ik hen graag? Ik kan het mij niet herinneren. Van Claes en Timmermans had ik enkele romans gelezen (onder meer ‘De witte’ en ‘Pallieter’) toen ik ongeveer dertien was. Ik hield er niet van. Hendrik Conscience en Alexandre Dumas spraken veel meer tot mijn verbeelding. Dat waren tot mijn veertiende mijn twee literaire helden. Misschien had ik ook al verhalen van Edgar Allan Poe gelezen? Met zekerheid kan ik het niet zeggen. Zo jong hield ik geen dagboek bij. De dagen duurden lang, de tijd bestond niet, of was alleen maar toekomstig. Zeker op saaie momenten in de klas – bijna altijd dus – en in het internaat droomde ik voornamelijk van wat ik in de toekomst zou doen. Dat alles wat ik in die jaren deed zo kostbaar en vergankelijk was, vermoedde ik zelfs niet. Geen dagboek, en in de pocket ‘Verhalen van mysterie en fantasie', uitgegeven bij LJ Veen, staat geen datum. Wat maakt het uit: Poe is vanaf mijn vijftiende de schrijver die mijn verbeelding en dromen stimuleert. Andere schrijvers waar ik van hield waren Ian Fleming, Georges Simenon en, wat later, Dylan Thomas. Maar van hedendaagse Nederlandse literatuur kende ik haast niets. Het Koninklijk Atheneum in Tongeren, waar ik vijf jaar leerling en ‘geïnterneerde’ was, heeft me ook op dat gebied bijna niets bijgebracht.

Lange tijd heb ik graag catalogi gelezen. In 1967 ontstond in Vianen ECI, een boekenclub die, zo herinner ik mij, een aantrekkelijke catalogus had, waarin ik Hugo Claus, Simon Vinkenoog, Harry Mulisch, Louis Paul Boon en wonder boven wonder Remco Campert ontdekte. Van al die schrijvers bestelde ik boeken. Ik geloof dat er om de drie maanden een stapeltje bij mijn ouders aankwam. Een nieuwe, opwindende wereld ging open: (taal)spel, liefde en seks, wreedheid, huwelijk, dood, de echte wereld van echte mensen. Hugo Raes en Jerzy Kosinski vergat ik bijna. Maar vooral toch Remco Campert. Ik geloof dat ‘Een ellendige nietsnut’ het eerste boek was dat ik van hem las. Het was verschenen in 1960, maar in 1967 was het nog door en door modern. Wat vond ik er zo goed aan? Weet ik veel, na al die jaren… De speelsheid, nogmaals, de luchtigheid, maar ook de ernst, en zeker de eenvoud. Wat ironie was zal ik nog wel niet geweten hebben, hoewel we in de lessen Nederlands te horen kregen wat het verschil was tussen ironie, sarcasme en cynisme. Vervolgens las ik de prachtige verhalenbundel ‘De jongen met het mes’, die toen al bijna tien jaar oud was. ‘Liefdes schijnbewegingen’ en ‘Het gangstermeisje’ volgden. In 1968 verscheen ‘Tjeempie! Of Liesje in Luiletterland’, een grappige roman in ‘progressieve spelling’ en uitgegeven onder de naam Remko Kampurt. Er was verwantschap met ‘Candy’ van Terry Southern en ook wel een beetje met ‘Lolita’ van Vladimir Nabokov, maar die boeken waren toen nog buiten mijn bereik.
Van de ene dag op de andere werd ik zelf een Remko Kampurt. Niet uiterlijk, want daar had ik Brian Jones en Steve Marriott voor, en ook niet innerlijk, daar speelden mijn dagdromen en verlangensfantasieën zich af. Waar werd ik dan wel Remko? Ook dat weet ik niet met zekerheid. Wel weet ik dat hij zich meester maakte van mijn schrijfstijl en spelling. Voortaan schreef ik in de Tjeempie!-stijl. Of ik dat ook in mijn schoolopstellen deed kan ik niet achterhalen en evenmin hoe lang ik het volhield Ik vermoed tot mijn 21ste, toen ik filosofie ging studeren en wijs werd.

In 1970, in mijn kleine kamer in de Karmelietenstraat te Brussel, las ik 'Tjeempie!' opnieuw en opnieuw. Al mijn oude en nieuwe vrienden verplichtte ik ertoe het eveneens te lezen, zoniet ging ik ze als idioten beschouwen. Ook in 1970 kocht ik de verhalenbundel ‘hoe ik mijn verjaardag vierde’, met Remco - in rode blazer en bloemenstropdas - omringd door halfblote vrouwen, ongetwijfeld een wensdroom (ook van mij). Het werd een jaar lang de gids bij mijn reis door de dagen van films, wierook, hasjies en liefde.
remcocampert-het-leven-is-vurrukkulluk.jpg

Op de een of andere manier was ‘Het leven is vurrukkulluk’ aan mij voorbijgegaan. Dat las ik ook in 1970, maar het was al te laat. Het leven was lang niet meer zo vreugdevol en luchtig als het voor Remco Campert en zijn vrienden en vriendinnen in 1961 zal geweest zijn. Misschien vond ik het boek ook minder magisch omdat het zo’n goedkope herdruk met geel omslag was. (De tekening van Wout Muller was echter wel erg mooi, dat zie ik nu pas.) Bovendien was het niet in progressieve spelling.

Inmiddels had mijn missionariswerk vruchten afgeworpen. De meesten van mijn toenmalige vrienden hadden op z’n minst één werk van Remco gelezen.  Boeken uitlenen deed ik met enige tegenzin. Maar voor de werken van mijn lichtvoetige held maakte ik een uitzondering. Zo raakte ik eerst ‘Tjeempie!’ kwijt. Erwin, aan wie ik het uitleende, belandde in een gevangenis en later in een psychiatrische instelling. In een van die twee lugubere oorden zal Liesje wel op de brandstapel zijn beland. Ik ben niet vergeten hoe Erwin en ik en als we weer een keer stoned waren zaten te schaterlachen als we elkaar een stukje voorlazen uit ‘Het paard van Ome Loeks’. Mijn vriend Jos D. stapte in 1991 uit het leven. Het stapeltje boeken dat hij nog van me had zag ik nooit meer terug. Maar dat geeft niet. Hij gaf me tientallen kostbare boeken, die ik nog altijd koester.

Nu het leven niet langer verrukkelijk was kon ik Remco Campert voorlopig de rug toekeren en me met ernstiger dingen gaan bezig houden: huwelijk, Hegel en bluegrass. De rest is niet om over naar huis te schrijven.
tjeempie1.jpg

 

09-10-15

ONTWERP VOOR EEN DOGMA-GEDICHT, MET HET AANWEZIGE LICHT

ontwerp, gedicht, dogma, aanwezig licht, juliette lewis


Pisgeur, gebroken witte straathonden,
straat verlaten vanwege verzengende zon,
jukebox met twee wat oudere hoeren -
vaal ondanks veel lipstick en make-up,
de stem van Juliette Lewis
of van een andere would-be actrice en would-be zangeres,
James Ellroys pulp staccato zwart op wit,
nietszeggende avonturen in Laredo,
goedkope drugs en tequila,
een onvervuld verlangen naar vrouwen,
ja, een onvervuld verlangen naar vrouwen,
blond en met kleine tieten, harde tepels.
Meer niet.

 

29 12 2002

...

Foto: Anicée Alvina in 'Glissements progressifs du plaisir', Alain Robbe-Grillet, 1974

08-10-15

DE WEERBARSTIGE SCHOONHEID VAN LES RENDEZ-VOUS D’ANNA

rendezvous-anna5.jpg

Gisteravond, twee dagen na het overlijden van Chantal Akerman, “uit het leven gestapt”, zag ik na vele jaren opnieuw ‘Les rendez-vous d’Anna’, met Aurore Clément in de titelrol. Anna is het alter ego van Chantal Akerman. In de film is iedereen ongelukkig, de zwijgzame maar alles observerende en aanvoelende Anna misschien nog het meest van allemaal. De film is adembenemend mooi, op elk gebied: fotografie, acteursprestaties, licht, locaties, dialogen en monologen, geluid. Hoewel ‘Les rendez-vous d’Anna’ al in 1978 uitkwam, Chantal Akerman was toen 28, is er niets verouderd of gedateerd aan. De locaties zijn veranderd, maar dat heeft geen belang. Of toch wel: het maakt de droefheid die van de beelden uitgaat nog intenser. Wie heeft beslist om het schitterende gebouw dat het Brusselse Zuidstation was zo te verminken? Ik was vergeten hoe mooi het was. De lokettenzaal, de prachtige art-deco cafetaria… En de sfeervolle cafés als je buitenkwam… Allemaal weg. Nu staan er aan beide zijden van het station niets dan 21ste-eeuwse misbaksels. Wat verderop lijkt het alsof er een burgeroorlog heeft gewoed. Verwoesting, braakland wachtend op wild ondernemerschap, ontwikkelaars die er vluchtige bunkers neer zullen zetten, zeer tijdelijke ruimtes voor financiële transacties, het verkopen van niets aan niemand. “De bouw van bedrijfsruimten en winkels neemt de komende jaren fors toe.”

Er gaat veel droefheid uit van de film, zeker, maar de beelden bieden ook troost, omdat ze zo mooi zijn. Waarom zijn ze zo mooi? Wat maakt ze zo mooi? Dat valt moeilijk uit te leggen. Je kunt het alleen maar zo verwoorden: kijk zelf een keer, twee keer, drie keer. De beelden spreken hun eigen taal, die traag is, aandachtig, goed gearticuleerd, zonder opsmuk. Onder de beelden zit niets, een station is een station, een telefooncel een telefooncel, een hotelkamer een hotelkamer. Onder de beelden zit niets, zoals er onder de pullover en de rok van Aurore Clément ook niets zit. Ze draagt geen ondergoed, dat is nergens voor nodig in een vluchtig bestaan, onderweg van de ene kamer naar de andere, nergens thuis. Een man zou zeggen: waar ik mijn hoed leg ben ik thuis. Maar die man is natuurlijk ook nergens thuis.

Chantal Akermans beelden zijn essenties. In de werkelijkheid zien een station  en een hotelkamer er net zo uit als in ‘Les rendez-vous d’ Anna’, maar toch anders, aangetast door de dagen, geschonden door voetstappen en blikken, door huid, zweet, urine, sperma. In de film zijn die sporen net zo goed aanwezig, maar je hoeft ze niet te zien, je kunt je bijvoorbeeld concentreren op de ogen van Aurore Clément, hoe ze wegkijkt van iemand, of hoe ze iemand aankijkt, met tristesse, geconcentreerd, geïnteresseerd, wegdromend, nooit met afschuw of boosheid. Aan haar ogen zie je dat Anna alles hoort, ook als ze lijkt te dagdromen. Anna luistert. Ze neemt de waarheid waar. Dat is wat Chantal Akerman zelf ook doet: de waarheid waarnemen en die in beelden omzetten, beelden van een sublieme, weerbarstige schoonheid. Zo weerbarstig dat je er twee uur lang geen seconde naast kunt kijken.
rendezvous-anna7.jpg

 

03-10-15

ZERO DE CONDUITE: AMERICANA

008-william-eggleston-theredlist.jpg


Zéro de conduite is een POPprogramma op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 ’s avonds. Een muzikaal evenement voor allen en voor niemand. Uniek in de kosmos. Stem af op 106.7 FM. Je kunt Zéro eveneens via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over de radio.


Opgedragen aan Joost Zwagerman.

De term ‘Americana’ heeft meerdere betekenissen. Deze vond ik in de Wikipedia:

“Americana refers to artifacts, or a collection of artifacts, related to the history, geography, folklore and cultural heritage of the United States. Many kinds of material fall within the definition of Americana: paintings, prints and drawings; license plates or entire vehicles, household objects, tools and weapons; flags, plaques and statues, and so on. Patriotism and nostalgia play defining roles in the subject. The things involved need not be old, but need to have the appropriate associations. The Atlantic described the term as "slang for the comforting, middle-class ephemera at your average antique store -- things like needle-pointed pillows, Civil War daguerreotypes, and engraved silverware sets." The term may be used to describe the theme of a museum or collection, or of goods for sale.

The term can also be used to describe studies of American culture, especially studies based in other countries. Americana music is contemporary music that incorporates elements of various American roots music styles, including country, roots-rock, folk, bluegrass and blues, resulting in a distinctive roots-oriented sound.”

In Zéro de conduite hanteren we de tweede betekenis, maar niet op een orthodoxe manier. Voor ons is Americana namelijk niet alleen maar hedendaagse muziek die elementen uit Amerikaanse rootsmuziek overneemt. Waarom zouden we ons daartoe beperken als die rootsmuziek zelf ook door en door Amerikaans is? Waarbij we er altijd rekening mee houden dat Amerikaanse cultuurfenomenen altijd onzuiver zijn, een mengelmoes van diverse culturen en stijlen. Wanda Jackson, David Bowie, the Rolling Stones, the United States of America, Frank Zappa en Furry Lewis zijn net zo goed Americana, maar niet altijd. Het hangt in de eerste plaats af van de songs, hun thema, hun stijl, hun geschiedenis. Voor ons is Americana geenszins begonnen met de band Uncle Tupelo, zoals vaak wordt beweerd. Americana is niet hetzelfde als alt.country en No Depression. Het is een veel rijkere vorm en sluit wat dat betreft meer aan bij pop art en de geschriften van onder meer Cormac McCarty, Flannery O’Connor, Gilles Leroy (een Fransman) en – uiteraard – Jack Kerouac, William Burroughs en Allen Ginsberg. De grootste Americana-kunstenaar is Bob Dylan, maar hij is veel meer dan dat. Terwijl Merle Haggard, Ry Cooder en Van Dyke Parks bijna samenvallen met het genre.
robert-frank-_drive-in-movie-detroit-1955_-.jpg

De lijst hieronder is niet zomaar een playlist. Het is een voorzichtig experiment. Ongevaarlijk grensoverschrijdend gedrag. Het is mogelijk dat niet alles wordt gedraaid, of in een enigszins gewijzigde volgorde. Onder aan de lijst staan enkele titels voor jullie eigen gebruik. Twee uur zendtijd is weinig, maar het zou moeten volstaan. De lijst lees je als volgt: titel, artiest, titel elpee of cd, componist.

Veel luisterplezier!

Once Upon A Time In America - Ennio Morricone - Movie Masterpieces – Ennio Morricone

Only In America - Jay & The Americans - The Leiber & Stoller Story - Volume 3 - Leiber & Stoller

Born A Woman - Sandy Posey - A Single Girl: The Very Best of the MGM Recordings - Martha Sharp

U.S. Male - Elvis Presley - Tomorrow Is A Long Time - Jerry Reed

Tupelo Blues - John Lee Hooker - The Country Blues Of John Lee Hooker - John Lee Hooker

Casey Jones - Furry Lewis - Fourth And Beale - Traditional

Strange Fruit - Nina Simone - Pastel Blues - Lewis Allan

March! For Martin Luther King - John Fahey - Best Of The Vanguard Years - John Fahey

Huntsville - Merle Haggard - Down Every Road 1962-1994 - Merle Haggard, Red Simpson

Dixie [Bob Dylan] - Bob Dylan - Masked & Anonymous [OST] - Traditional

Small Town Heroes - Hurray For The Riff Raff - Small Town Heroes - Alynda Lee Segarra

Guitar Town - Emmylou Harris - At The Ryman - Steve Earle

Born In The U.S.A. - Bruce Springsteen - 18 Tracks - Bruce Springsteen

Fourth Of July - Dave Alvin - Romeo's Escape - Dave Alvin

Highway 61 - The Blasters - Testament: The Complete Slash Recordings - Traditional

Back In The USA (Single Version) - Chuck Berry - Gold: Chuck Berry - Chuck Berry

Route 66 - The Rolling Stones - England's Newest Hit Makers - Robert William Troup Jr.

Psycho - The Sonics - Here Are the Sonics - Gerry Roslie

Riot In Cell Block #9 - Wanda Jackson - Queen Of Rockabilly - Jerry Leiber, Mike Stoller

The All American Boy - Bobby Bare - Essential Bobby Bare – Bobby Bare

Amusement Parks U.S.A. - The Beach Boys - Summer Days (And Summer Nights!!) - Brian Wilson/Mike Love

Rockin' Shopping Center - Jonathan Richman & The Modern Lovers - Home Of The Hits: The Best Of Jonathan Richman & The Modern Lovers - Jonathan Richman

House Un-American Blues Activity Dream - Richard & Mimi Fariña - Reflections in a Crystal Wind - Richard Fariña

Living In The U.S.A. - The Steve Miller Band - Sailor - Steve Miller

Bing Crosby - Van Dyke Parks - Discover America - Van Dyke Parks

The American Metaphysical Circus - The United States Of America - The United States Of America - Joseph Byrd

American Is Waiting - Brian Eno & David Byrne - My Life In The Bush Of Ghosts - Brian Eno, David Byrne

The Message - Grandmaster Flash & Melle Mel - A Retrospective Garage: Volume 2 -  J. Chase, E. Fletcher, M. Glover, S. Robinson

Young Americans - David Bowie - Young Americans - David Bowie

Ashes Of American Flags - Wilco - Yankee Hotel Foxtrot – Jay Bennett

Flint (For The Unemployed And Underpaid) - Sufjan Stevens - Greetings From Michigan: The Great Lake State - Sufjan Stevens

Trucker's Atlas - Sun Kil Moon - Tiny Cities - Modest Mouse

On the Banks of the Old Kishwaukee - Ryley Walker - Primrose Green - Ryley Walker

Thrice All American - Neko Case & Her Boyfriends - Furnace Room Lullabye -  B. Connelly, J. Trueblood, N. Case, S. Betts

I'm So Lonesome I Could Cry - Yo La Tengo - Stuff Like That There - Hank Williams

Lost Highway - Hank Williams - Lost Highway December 1948 - March 1949 - Leon Payne

I'm A Honky Tonk Girl - Loretta Lynn - Gold - Loretta Lynn

This Land Is Your Land - Woody Guthrie - Smithsonian Folkways: American Roots Collection - Woody Guthrie

Days Before Custer - Link Wray - Mordicai Jones - Link Wray, Steve Verroca

Checkout Time In Vegas - Drive-By Truckers - Brighter Than Creation's Dark - Drive-By Truckers

America! - Bill Callahan - Apocalypse - Bill Callahan

America Drinks And Goes Home - Frank Zappa & The Mothers Of Invention - Absolutely Free - Frank Zappa

Jack & Neal/California Here I Come - Tom Waits - Foreign Affairs - Tom Waits

Camptown Races - Ry Cooder - Primary Colors - Stephen Foster/Ry Cooder 

An American Trilogy (An American Trilogy - Frisco Mabel Joy 1971) - Mickey Newbury - Frisco Mabel Joy – Traditional

American Without Tears – Elvis Costello – The King Of America – Elvis Costello

stephen-shore-elpaso-large.jpg


Research & presentatie: Martin Pulaski
DJ: Sofie Sap

Foto's:  William Eggleston, Robert Frank, Stephen Shore.