30-04-15

DE CARIBISCHE DRUMMERS

saul-leiter-barbara-or-margaret-1955.png

Hoe het verhaal begon kan ik me niet herinneren. Vorige vrijdag lag Annabelle hier lui op de chaise longue met alleen nog haar zwarte Suède laarsjes aan. Ik zat aan mijn oude kersenhouten tafel, net niet helemaal met mijn rug naar haar toegekeerd. Waarschijnlijk probeerde ik neer te schrijven wat ik zag als ik, bijna tersluiks, naar haar keek. Hoe zij daar lag, haar lange benen, de kleur van haar huid, de lome blik in haar ogen. Op een computerscherm, links van me, begon een drumband te spelen. De muzikanten marcheerden door een Caribisch stadje, hun getrommel even kleurrijk als de gevels van de oude huizen. Als de klank luider werd leek wat ze speelden een kakofonie, maar altijd hoorde je toch ook structuur in hun opwindende muziek. Wat je hoorde en onderging was een combinatie van emotie, woede, verleidingstechniek en wiskunde. Soms, als het volume afnam, vreesde ik dat de muzikanten al gauw uit het gezichtsveld zouden verdwijnen.

Onze postbode kwam de kamer binnen met een pakje. “Uit Amerika”, zei hij. Hij wierp een nieuwsgierige blik op Annabelle, haar ogen nu op het computerscherm gericht, maar haar lichaam nog altijd in volstrekte rust. Heel even maar bekeek de postbode haar en dan werd zijn aandacht getrokken door de straatdrummers. Natuurlijk moest hij zijn ronde doen, maar ik zag dat hij het moeilijk had om zich uit de uitgelaten sfeer van de muziek los te rukken. Tenslotte zei hij “geweldig” en vertrok. Mij leek het alsof hij op die paar minuten een andere mens was geworden. Wat later moest Annabelle ook de deur uit, ik geloof naar haar werk.

Een paar dagen nadien liep ik met mijn vrouw naar de winkel. We passeerden de postbode. “Wat was dat toch magisch, dat uitzinnig getrommel dat ik daar bij jou hoorde,” zei hij. Ik wist niet wat te antwoorden. Ik knikte en maakte me zo gauw mogelijk uit de voeten. Mijn vrouw vond dat maar vreemd. Wat was er aan de hand? En pas nu zag ik dat ze niet langer blond was: ze had haar haren zwart laten verven.

Eergisteren lag ik in bed met een zwartharig meisje, dat ik vaag van ergens kende. Een actrice misschien. Ik herinner me haar naam niet. Ze was omstreeks elf uur komen aanbellen en vroeg meteen, de voordeur was nog niet toe, of ze bij me mocht komen liggen. Om vier uur kwam mijn vrouw thuis, nu weer met blonde haren. Het zwartharige meisje vertrok, ik viel opnieuw in slaap. ’s Avonds zag ik een in cadeaupapier ingepakte fles op mijn nachtkastje staan. In de lege whiskyfles zat een brief van mijn vrouw. Harde woorden van afscheid. Ze nam mijn gedrag niet langer, ze was voorgoed vertrokken. Ik kwam uit bed, mijn hart gebroken. In de keuken, waar het nu donker was, zag ik haar silhouet, niet meer dan een vage schim was het – ik wist dat ze weg was.

muziek, drummers, caribische trommelaars, meisjes, vrouwen, lust, visite, erotiek, verlangen, wellust, genot, kijken, annabelle, bed, luiheid, cadeau, jaloezie, huwelijk, verlaten, alleen, eenzaamheid, postbode, "the postman always rings twice"

...

Foto: Saul Leiter, 'Barbara or Margret',  1955; Tay Garnet, 'The Postman Always Rings Twice', 1946.

29-04-15

AARDBEVING IN NEPAL

triomf van de dood.jpg

Heb je veel meer tijd nodig om een ramp als die in Nepal tot je door te laten dringen dan bijvoorbeeld het overlijden van een muzikant die je bewonderde? Is zo’n catastrofe zo overweldigend dat ze in plaats van je zinnen te verbijsteren je sprakeloos maakt en stil? Dat je lange tijd niet reageert. Dat je er geen woorden voor vindt. Dat je je gaat schamen, want ben je wel een mens – als je zo veel mensen naar de plek van het onheil ziet vertrekken om hulp te gaan bieden?

Nu, na vijf dagen, dringt de verschrikking tot me door. Nu pas kan ik me enigszins een beeld vormen van wat mijn soortgenoten daar nu moeten doorstaan. Nu voel ik hun verlies en hun lijden in mijn hart.

28-04-15

EEN GEVECHT


Kleine schermutseling van je gedachten met cijfers

Op de dag dat je verdacht bent
Van wat met stomheid werd geslagen.

Bedacht een ijdeltuit daar iets nieuws voor het nieuws?

Verwacht het water een vuur aan de hemel
Als de varens groen opengaan en geel de gulzige vogels
Hun dorst lessen?

Een groot gevecht lijkt het al gauw en niet eens begonnen.
Er is niets nieuws onder de sterren.
In je gedachten is iedereen al onderweg naar de maan.

22-04-15

VERSLAG VAN EEN WANDELING

herman claeys 001.jpg

Om wat gemoedsrust te vinden besluit ik een wandeling te maken. Links van mij de drukke steenweg, aan mijn rechterhand groene velden achter een prikkeldraadomheining. Een vriendelijke blonde jongen, echt het outdoor type, is mijn gids. Hij zal me tot aan een verkoelende veldweg leiden en nog een eindje verder. Onderweg vertelt hij me een en ander over zichzelf. Hij toont me zijn armen – allebei zijn ze gebroken geweest, aan de polsen. Nog niet helemaal geheeld. Een brutale medeleerling van hem heeft dat gedaan. Die had de jongen gewoon even krachtig bij de polsen gegrepen. In een oogwenk was het gebeurd. Eerst had hij geen pijn gevoeld, maar daarna, een minuut of vijf later!
“Gebruld dat ik heb!”
“Die gast moet zich dan wel schuldig gevoeld hebben, zeker?” vraag ik.
“Helemaal niet” zegt de jongen lachend, “die was er zelfs trots op…”
Zo’n echt fascistisch mannetje, denk ik bij mezelf en ik vermoed dat de jongen er net zo over denkt.
“Zie je daar recht voor je dat bordje. ‘Aurora’ staat er in Pruisisch blauwe letters op. Wel, daar moeten we rechts afslaan. Daar wordt het bijzonder fijn om te wandelen.”

We slenteren door zomerse velden. Idyllisch op het eerste zicht, maar er hangt iets dreigends in de lucht. Het verhaal van de jongeman laat me maar niet met rust. Een half uur laten komen we in een dorp aan. Was dit niet het doel van mijn korte reis? We nemen afscheid en ik begeef me naar de grote dorpsgelagzaal waar ‘Just A Gigolo’, een film van David Hemmings, wordt vertoond. Ik heb het gevoel dat ik binnenstap in een mij uit mijn kinderjaren vertrouwde omgeving. In de zaal doven de lichten.
De film begint.

In de eerste sequens zien we een ogenschijnlijk gewone misdadiger een trappenhal van een Berlijns herenhuis binnenkomen. Wij – of is het de camera? – bevinden ons op de eerste verdieping van het huis. We zien de wenteltrap met grillige Jugendstilleuning in metaal. Vervolgens beneden de man, die omhoog kijkt. Zijn gezicht is nog in schaduw gehuld. Daarna een close-up van zijn gezicht. Het is Hitler. Zijn ogen zwart omrand, een priemende, boosaardige blik. Een zwarte lok over zijn voorhoofd. Ik hoor een stem die ik van ergens ken vragen:
“Zou Hitler er zo uitgezien hebben?”
Zelf vraag ik me af hoe een acteur zo sterk op Hitler kan lijken.
Nu ben ik niet langer toeschouwer: ik ben in de ruimte van de film, van het verhaal zelf… Maar passief, niemand van de anderen kan me zien.
David Bowie, die de hoofdrol speelt, richt zich rechtstreeks tot het publiek.
“Wat je nu ziet,” zegt hij, “zijn mijn 32 Elvis Presley-films in één keer”.

De jongen die mijn gids was heeft zich in een klaslokaal van een naburige school teruggetrokken. Niet op zijn gemak, schichtig om zich heen kijkend, alleen. In een gebroken wit geverfde wand van het lokaal zie ik grote openingen die toegang geven tot een tweede klaslokaal. In het klaslokaal aan mijn linkerkant zitten de Nationalisten. Deze jongeren zien eruit als brave smeerlapjes: ze spreken en zingen in de Duitse taal, zoals die in de jaren dertig klonk. Ze verdedigen de fascistische ideologie van het Vaderland. In het andere lokaal zitten de Socialisten, die Italiaans spreken en zingen. Straatjochies, zo lijkt het wel. Duidelijk minder ernstig dan de Duitstaligen. In hun ogen blikkert dezelfde humor als die van de oude film ‘Zéro de conduite’. De jongen die mijn gids was moet kiezen tussen een van de twee klassen maar zou zich veel liever afzijdig houden. Wat gebeurt er daarna met de lieve jongen?

Af en toe steekt iemand van de ene klas zijn hoofd door een van de gaten in de gebroken wit geschilderde wand om met de andere klas mee te doen, ja, om zogenaamd te sympathiseren met het andere kamp. Ik span me in om te verstaan wat de Socialisten zeggen. Maar eenvoudig is dat niet – deze potpourri van klanken. En toch geeft het een mooi effect, al die talen door elkaar. Ik onderscheid nu zelfs Nederlandse woorden. Een oudere man houdt een aanvankelijk onverstaanbare redevoering. Geleidelijk aan gebruikt hij meer Nederlandse woorden. Na een poos hoor ik geen enkele andere taal meer.

Nu heb ik het door. Dankzij een of andere truc heb ik de ruimte van de film kunnen verlaten en ben ik weer een gewoon toeschouwer. Woedend wend ik me tot de uitbater.
“Dit is een groot bedrog. Wat hier vertoond wordt is een gedubde versie, er zijn immers geen ondertitels.”
"..."
“Ik wil mijn geld terug” zeg ik.
De man bekijkt me onderzoekend en weigert.
“U had buiten moeten aankondigen dat het geen oorspronkelijke versie is,” zeg ik.
“Ga dan maar eens kijken buiten” zegt hij.
Uitzinnig van woede loop ik naar de bar, waar een aantal dorpelingen staan te praten en te drinken.
“David Bowie heeft een prachtige stem!” roep ik uit.
Dit herhaal ik een keer of drie.
Niets dan apathie. Toch blijf ik hopen op de solidariteit van de aanwezigen. Waar is mijn jonge gids dan gebleven? Ik bestel een dubbele bourbon en drink hem snel leeg.
“Nog veel nationalistisch genot!” brul ik voor ik de deur van de grote dorpsgelagzaal achter me dichtsmak.

Enkele straten met niets dan verweerde huisjes en ik ben weg uit de dorpskom. Daarna terug langs de veldweg. De mist hangt dicht boven de velden.

17-04-15

JUDITH MALINA IS DOOD

JMJB-photo-74.jpg

Judith Malina, een van de heldinnen uit de lange en mooie dagen van mijn adolescentie, overleed een week geleden. Ik verneem het nu pas - terwijl ik een film van Mike Leigh programmeer om later te bekijken. Het valt me moeilijk om over haar te schrijven. Wat kun je vertellen over iemand die je nooit hebt gekend maar die desondanks je enigszins starre en zelfingenomen wereldbeeld mede heeft verbrijzeld? Want dat heeft ze samen met haar partner Julian Beck en hun radicaal en experimenteel theatergezelschap Living Theatre gedaan. Hun voorstellingen, als je ze zo mag noemen, van ‘Paradise Now’ in Théâtre 140 in Brussel in 1969 hebben mijn leven voor altijd veranderd, hoezeer de utopie die Judith Malina en Julian Beck - een droom van liefde en geweldloosheid - ook is mislukt. In ‘Paradise Now’ herkende ik mezelf zoals ik nooit geweest was en zoals ik dacht nooit te zullen worden: bevrijd van de ketens van religie, gezin en onderwijs; open voor het stichten van een paradijs op aarde, een paradijs zoals John Lennon het bezingt in ‘Imagine’.

Wellicht omdat de ervaring die wij – langharig werkschuw tuig - toen deelden zo intens was valt het nu zo moeilijk om er iets over te zeggen. De barrières die worden opgeworpen door de ‘helden van deze tijd’, mannen en vrouwen die een reële dystopie willen installeren, een maatschappij van beschuldiging, vernedering, racisme, geweld, wild kapitalisme en permanente oorlog, zijn te groot. Van de utopische schoonheid die uitging van het werk van Judith Malina en Julian Beck blijft zo te zien niets meer over. Het radicale theater, gebaseerd op de ideeën van Erwin Piscator en een hele reeks anarchistische denkers, is al lang ten grave gedragen. Fijnzinnig tijdverdrijf voor belezen mensen, wonend in ruime lofts of in groene zones gelegen woningen met grote ramen waar veel oogverblindend licht binnenvalt, is ervoor in de plaats gekomen. Of zou er op aarde toch nog een Pasolini, een Pierre Clementi, rondlopen?

En teruggaan in de tijd, zoals hij in 1969 voor mij was, is onmogelijk. Of anders gezegd: ik ben er te moe, te zwak voor, mijn herinneringen zijn door zwaarmoedigheid zo aan banden gelegd dat ik er onmogelijk nog woorden voor kan vinden. Tenzij ik ze zou kunnen uitschreeuwen op een groot plein, niets dan woede, razernij… Maar dat zou niet in overeenstemming zijn met de woorden van Judith Malina, woorden waarmee ze haar dagboek ‘The Diaries of Judith Malina. 1947-1957’ besluit:

Where there is love
There is only love.

Judith Malina is dood. Nu is het tijd voor nieuwe woorden en nieuw leven. Laat het dan komen.

judith-malina-julian-beck-prison-1971.jpg

13-04-15

AGNES MATZERATH

blechtrommel_szenenfoto_16_5_4_01_020_1024.jpg

Zuchtend sloeg Zwart de krant open, hierbij enige hinder ondervindend van de windvlagen. Op pagina 2 stond een foto van Françoise Villers afgedrukt, die hij met een onverklaarbaar gevoel van welbehagen aan een onderzoek onderwierp. Ze heeft behalve een mooie naam (Zwart las Villiers in plaats van Villers) ook nog een lief gezicht. Snoet is een afschuwelijk woord. Beledigend. Waarom dan? Ze heeft iets van een actrice. Bulle Ogier. De salamander. Nou. Ik zit vandaag wel met actrices in mijn hoofd. Stijl heeft ze vast, met die lange zwarte sjaal. Of zou het een andere kleur zijn? Niets is wat het lijkt. Bevallige hals en arm. Zwart bladerde door tot hij de Filmagenda vond. Niet één film die de moeite loonde. Of toch wel één, maar die had hij al een keer gezien.

Zodra de lichten waren gedoofd werd hij weer ondergedompeld in het afschuwelijke. Angst kneep hem de keel toe, zijn hart sloeg op hol. Hij vreesde dat hij zou verstikken. Zo onopvallend mogelijk slikte hij een valium. Elke beweging leek gevaarlijk; je zo stil mogelijk houden was de boodschap. Daar hij evenwel wist dat hij aan de duisternis zou wennen, werd hij al gauw rustiger en ging regelmatiger ademhalen. De filmische ruimte had ook een aandeel in deze herwonnen rust: het licht dat van het witte doek afstraalde werkte op hem in als een hypnoticum. Alleen zijn vochtige handpalmen rukten hem af en toe weg uit die zweverige toestand en stopten hem dan telkens gedurende enkele seconden weer in zijn sterfelijke, van angst verstarde, lichaam.

De naam Angela Winkler verbergt en onthult, ook voor wie de actrice niet kent, een bijna tastbare schoonheid. Voor Zwart was de film ‘De blikken trommel’ vooral het verhaal van Agnes Matzerath. Haar zachte, felle zinnelijkheid overrompelde hem. Hij betreurde het dat zij al halverwege het verhaal sterven moest. Maar dat was haar noodlot. De dood stond in al haar gebaren geschreven.

Hoe zou ik evenveel kracht kunnen leggen in mijn woorden als in deze kleuren? Dood proza. Onnodig te zoeken naar een equivalent voor dat zo erotische bloedwarme rood, voor het bruin van verdorde velden, puinen. Voor de kinderlijke alwetende ogen van Oskar Matzerath. Voor de stemmen van Bebra en Roswitha Raguna. Hier schiet elke vergelijking, elke metafoor tekort. Onnodig, inderdaad. De kritiek van Menno ter Braak op de tachtigers zou ik nooit mogen vergeten. Geen schilderijen, geen films maken met woorden.

Toen hij uit de bioscoop kwam trof hem het verblindende licht en de zachte, lichtzoete geur die in de straat hing. Tijdens de begrafenis van Agnes Matzerath was de zon door de wolken gebroken en onmiddellijk daarna was de wind gaan liggen. Mannen droegen hun regenjas onder de arm; sommigen floten een wijsje. Vrouwen, die net zo gewichtloos leken als in reclameclips, zweefden over de brede trottoirs. Nog half versuft keek Zwart om zich heen, hopend in een van de voorbijgangsters de vitale en melancholische trekken van Agnes Matzerath te ontdekken. Een ontroostbare jonge vrouw die rondzwierf in deze stad, op zoek naar hem.

AGNESMATZERATH.jpg

Fragment uit de onafgewerkte roman ‘De weg naar het centrum’ (1987-1990). Gedeeltelijk gepubliceerd in het tijdschrift Letters, 6de jaargang, nr. 4, december 1990.

11-04-15

DE RODE KAMER

STOCKHOLM 053.JPG

Tussen mijn boeken zag ik August Strindbergs ‘De Rode Kamer’ (1879) staan, een autobiografische roman, die ik lang geleden met, zo meende ik mij te herinneren, veel aandacht en bewondering had gelezen. Het kon niet anders of ik had er destijds iets over geschreven.

In mijn dagboek uit 1980 vond ik enkele notities terug. Ik was toen inderdaad zeer onder de indruk van deze bijtende roman van een verbitterde schrijver. Ja, ik voelde me in een aantal opzichten – van innerlijke aard - zelfs verwant met het personage Olle Montanus. Strindberg introduceert hem als volgt:

“De ander was een geciviliseerd boerentype, met een gebroken maar corpulent lichaam, hangende oogleden, een mongolensnor; hij was uitermate slecht gekleed en leek op Joost mag weten wat – sjouwer ambachtsman of artiest – op een bepaalde manier zag hij er verwaarloosd uit.”

Olle Montanus is kunstenaar, bohemien en anarchist. Hij heeft zijn hele jeugd zwaar lichamelijk werk verricht, als landarbeider. Voor de boeren bestaat de natuur alleen als iets nuttigs – ze bezit, in hun ogen, geen ‘schoonheid’, geen ‘ziel’, wat ze voor veel kunstenaars en filosofen als Rousseau juist wel bezit of zeker in die tijd bezat.

Montanus onttrekt zich aan de nuttige arbeid, “de vloek van de zondeval”, en wordt artiest: hij gaat nutteloze arbeid verrichten. Hij geeft gehoor aan zijn vrijheidsbegeerte, en aan die andere drijfveer die iemand ertoe aanzet kunstenaar te worden, met name de hoogmoed. De kunstenaar wil herscheppen, beter maken, mooier maken, als het ware voor god spelen.

Nu ontstaat al gauw de behoefte aan erkenning van zijn nutteloze arbeid – zonder deze erkenning ziet hij onvermijdelijk zijn eigen nietigheid voor ogen, “dan houdt zijn scheppingsvermogen dikwijls op en gaat hij ten onder, want om weer te keren tot zijn juk, als hij eenmaal de vrijheid geproefd heeft, kan alleen de godsdienstige”. Montanus verliest nu het geloof aan de zin (“het hogere”) van zijn kunst, probeert zich weer “in de slavernij te begeven” maar dat is onmogelijk: de enige uitweg uit deze onhoudbare toestand is zelfmoord.

Het belangrijkste is uiteraard dat de kunstenaar het geloof in de zin van zijn werk niet mag verliezen. Maar beslist hij daar zelf over? Is daar inderdaad niet een zekere erkenning voor nodig? En wat als hij die erkenning uit de weg gaat of onmogelijk maakt? Betekent dit dat een kunstenaar of schrijver die voor de miskenning kiest ook voor de zelfmoord kiest?

STOCKHOLM 032.JPG

...

Foto's: Martin Pulaski, Stockholm, 18 8 2013, Strindbergs werkkamer; enkele van zijn publicaties.

06-04-15

HET GEHEIME LEVEN

pasqal quiqnard,james salter,schrijven,visioen,worry doll,wit blad,tafel,pagina,kunst


Vie Secrète’ van Pascal Quignard wordt wellicht, zoals ‘Het boek der rusteloosheid’ van Fernando Pessoa / Bernardo Soares, een boek om te koesteren, een boek dat wil blijven.

Mozart vertelde Röchlitz dat bij het componeren alles in gehelen komt, opeens, niet beetje bij beetje zich ontvouwend. Neen: opeens, als een panorama dat plots opduikt. Dat vermoeit op een bijna onvoorstelbare manier de geest en het lichaam. De componist moet over veel moed en wilskracht beschikken om dat ‘geheel’ te noteren.

Het visioen ondergaan is niet de essentie van kunst, schrijft Pascal Quignard: je moet de moed hebben om terug te keren naar het visioen, en om het neer te schrijven. Je aandacht mag niet verslappen: je moet in een keer het panorama dat je zag te boek stellen.

De pagina’s die elkaar opvolgen openen een ruimte die degene die noteert niet kan zien. Een componist, een schrijver ziet nooit het blad waarop hij schrijft. Noch ziet hij ooit al schrijvend zijn geschrift. Nooit is er voor de schrijver een wit blad, schrijft Pascal Quignard. Het zijn alleen maar professoren en journalisten die het over een ‘wit blad’ hebben. Ik heb mijn hand nog nooit zien schrijven, schrijft hij.

En of het niet waar is. Als je schrijft bevind je je altijd in een andere wereld. Het is de wereld waar je naar terugkeert: daar waar het visioen zich voltrokken heeft, zich voltrekt. Heel moeilijk voor sommigen, zoals ik, gemakkelijker voor anderen, die ’s ochtends aan hun tafel gaan zitten en vertrekken. Ik geloof dat het bij mij met de plaats te maken heeft. Als ik aan mijn tafel ga zitten geraak ik er ternauwernood weg, ik zit vast in wat mij omringt en in routines. Pas als ik op straat loop kan ik de stap zetten naar de andere wereld, die ik zo nodig heb – om hem te kunnen neerschrijven. Gelukkig zijn er dagen dat het wel lukt, zoals toen ik ‘Worry Doll’ schreef, een tekst die als het ware uit de lucht kwam vallen.

In ‘Burning the Days’ schrijft James Salter – in verband met William Faulkner - over hetzelfde onderwerp dit: A writer cannot really grasp what he has written. It is not like a building or a sculpture; it cannot be seen whole. It is only a kind of smoke seized and printed on a page.

04-04-15

ZERO DE CONDUITE: STIJL

thecramps.jpg

Zéro de conduite is een POPprogramma op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 ’s avonds. Heerlijk als je druk bezig bent in de keuken, of bij het aperitief, en later aan tafel bij de antipasti, de zeeduivel en wat nog meer, het mysterieuze dessert. Stem af op 106.7 FM. Je kunt het programma eveneens via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over de radio.

the-who-0.jpg

Vanavond hebben we het over Stijl. Voor elkeen wat, maar toch vooral rock & roll-stijl. Een stijl die geen stijl is en tegelijk alle bestaande stijlen omvat of impliceert. 'Stijl' gaat niet alleen over mode en ook niet alleen over wat zichtbaar is: deze aflevering van zéro de conduite gaat net zo goed over bijvoorbeeld muziek en - zijdelings - literatuur en filosofie. In dit programma alleen al komen een vijftal muziekstijlen aan bod. Wat nog iets anders is dan hokjes of genres en sub-genres. Het thema van vanavond is vooral gekozen omdat het morgen Pasen is. Het is lichtvoetig, dansbaar, en soms zelfs vrolijk, zoals veel mensen dat zijn op zo’n mooie feestdag. Qua statement trekt vooral Sly Stone’s ‘Everyday People’ de aandacht:  Sometimes I'm right and I can be wrong / My own beliefs are in my song / The butcher, the banker, the drummer and then / Makes no difference what group I'm in / I am everyday people, yeah, yeah. Misschien moeten we toch weer wat meer naar die ‘idealistische hippie stuff’ gaan luisteren. Het wordt tijd om een punt te zetten achter veel nodeloze tragiek. Moedig en met stijl door het leven gaan, goede mensen van goede wil.

Veel luistergenot en vergeet niet te dansen!
Elvis1.jpg

 

Sweetest Smile and the Funkiest Style - Aretha Franklin - ['Hey Now Hey (The Other Side of the Sky)' Outtake]

Everyday People - Sly & The Family Stone - Stand

Hot Pants - James Brown - Star Time

Mini-Skirt Minnie - Sir Mack Rice - The Complete Stax/Volt Singles: 1959-1968

Soulful Dress - Sugar Pie DeSanto - Chess Chartbusters Vol. 1

Shoppin' For Clothes - The Coasters - Yakety Yak

Devil With The Blue Dress - Shorty Long - Hitsville U.S.A., The Motown Singles Collection 1959-1971

Pink Shoe Laces - Dodie Stevens - Early Girls, Vol. 1: Popsicles & Icicles

Levi Jacket (& A Long Tail Shirt) - Carl Perkins - Restless: The Columbia Recordings

Blue Suede Shoes - Elvis Presley - The King Of Rock 'n' Roll: The Complete 50s Masters

Betty Lou Got A New Pair Of Shoes - Bobby Freeman - Golden Age Of American Rock & Roll - The Follow-Up Hits

The Way I Walk - Cramps - Off The Bone

Leopard-Skin Pill-Box Hat - Bob Dylan - Blonde On Blonde

Hi-Heel Sneakers - Tommy Tucker - Chess Chartbusters Vol. 6

Fancy - Bobbie Gentry - The Fame Studio Story 1961-1973 - Home Of The Muscle Shoals

High Fashion Queen - The Flying Burrito Brothers - Burrito De Luxe

Wedding Dress - Alice Gerrard - Follow the Music

Little Red Shoes - The Monroe Brothers - What Would You Give In Exchange For Your Soul?

Famous Blue Raincoat - Leonard Cohen - Songs Of Love And Hate

Style It Takes - Lou Reed & John Cale - Songs For Drella

Esquivel: Mini Skirt - Kronos Quartet, Luanne Warner - Nuevo

Big Shot - Bonzo Dog Doo-Dah Band - Gorilla

I Love My Shirt – Donovan - Barabajagal

Indian Style  - Asylum Choir - Look Inside The Asylum Choir

I'm A Boy - The Who - Thirty Years Of Maximum R&B

Dedicated Follower Of Fashion - The Kinks - The Kink Kontroversy

Pretty Flamingo - The Everly Brothers - Two Yanks In England

Pretty Ballerina - The Left Banke - There's Gonna Be A Storm: The Complete Recordings 1966-1969

Funky Pretty - The Beach Boys - Holland

Fashion - David Bowie - Scary Monsters (And Super Creeps)

The Model - Kraftwerk - The Man Machine

Diamonds, Fur Coat, Champagne - Suicide / The Second Album

Posed By Models - Young Marble Giants - Colossal Youth

Improperly Dressed - The Slits - Return of the Giant Slits

My Hat - Pere Ubu - Datapanik in the Year Zero (1980-1982)

This Year's Girl - Elvis Costello & The Attractions - This Year's Model

Cadillac Walk - Mink De Ville - Cabretta

Rick James Style - The Lemonheads - Come On Feel The Lemonheads

Dress - PJ Harvey - Dry

The Dress Looks Nice On You - Sufjan Stevens - Seven Swans

young marble giants.jpg


Research & presentatie: Martin Pulaski