06-10-14

ECHOLALIA: ANA TORFS

IMG_9952.JPG

Ja, ik ben verslingerd aan echolalie. Aan het woord en aan wat het woord betekent. Sinds ik de tentoonstelling  ‘Echolalia’ van Ana Torfs in Wiels heb gezien is de ziekte nog erger geworden, als het al een ziekte is. Indien wel dan smaakt ze eerder zoet, zoals de jaloezie bij Patricia Highsmith. Freud schrijft dat de neurose verdwijnt als de neuroticus zich bewust wordt van wat tevoren onbewust was. In mijn geval van die echolalie; maar ik ben niet genezen, en dat vind ik een goede zaak.

‘Echolalia’ van Ana Torfs is werkelijk interessant als je er je tijd voor neemt. Vanuit het Zuidstation ga je best te voet naar Wiels, via de industriezone in Anderlecht. Onderweg kun je een blik werpen op de Zenne, een rivier die een nogal schimmig bestaan leidt. Als je niet van woorden en van taal houdt blijf je beter thuis.

IMG_9934.JPG

Eén afdeling van de tentoonstelling heet ‘TXT (Engine Of Wandering Words)’. Het gaat om zes prachtige wandtapijten waarin telkens vijfentwintig beelden verwerkt zijn die verband houden met gember, saffraan, suiker, koffie, tabak en chocolade. Wat de zes wandtapijten met elkaar verbindt is een fragment uit Swift’s ‘Gulliver’s Travels’, dat verbluffend geestige boek (waarvan nog vaak wordt verondersteld dat het voor kinderen werd geschreven); met name een paragraaf uit ‘A Voyage To Laputa’ waarin onder meer deze merkwaardige zin voorkomt: “The first project was to shorten discourse by cutting polysyllables into one, and leaving out verbs and particles, because in reality all things imaginable are but nouns.” Maar, hoe kan het anders, ook deze zin: “The other project was a scheme for entirely abolishing all words whatsoever; and this was urged as a great advantage in point of health as well as brevity.” Omdat woorden slechts benamingen zijn voor dingen, is het beter voor de gezondheid en de communicatie dat mensen rechtstreeks gebruik maken van de dingen om met elkaar te ‘praten’. Personen die over diverse dingen willen praten moeten natuurlijk een veel zwaarder gewicht torsen dan degenen die maar weinig te vertellen hebben. Maar enkele slaven lossen dat dan wel op. Een van de (honderdvijftig) illustraties op een tapijt van Ana Torfs is trouwens een advertentie voor een slavenverkoop. Ondanks hun vele verwijzingen naar lang vervlogen tijden en gebruiken zien de tapijten er hedendaags uit: de honderdvijftig prenten lijken op icoontjes op internet. Dat je er niet op kunt klikken is een bijkomend voordeel: het zet je tot denken en lezen aan, de beelden maken je nieuwsgierig. Als je thuiskomt neem je toch zeker al ‘Gulliver’s Travels’ uit het boekenrek. En dat is slechts het begin van een nieuwe aanval van echolalie.

Een tweede deel, ‘Family Plot’ is al net zo boeiend. Het gaat ook weer over classificaties, met als lichtend voorbeeld Carl Linnaeus, de Zweedse natuuronderzoeker en taxonoom. ‘Family Plot’ is een imaginaire stamboom, een grillige maar tegelijk zeer ordelijke encyclopedie van ontdekkingsreizigers, botanici, bloemen, vruchten, wereldkaarten, gebieden. Dit gedeelte is wellicht het vermoeiendste. Je hebt er goede ogen voor nodig.

Het meest oogstrelende deel draagt de titel ‘Stain’. Dit is een echolalie-encyclopedie van bijzondere kleuren: mauve, Bismarckbruin, Pruisisch blauw, Bengaals roze, malachietgroen, Aurantia (een kleur die ik niet kende; in de Webster vond ik dit: “a poisonous red-brown crystalline alcohol-soluble dye C12H8N8O12 used in biological staining, in desensitizing photographic plates, and in colored photographic filters —the ammonium salt of hexanitrodiphenylamine”); Indisch geel. Over ‘Stain’ kan het moeilijkst worden gepraat of geschreven, je moet het zien en horen. Bij Mauve hoor je bijvoorbeeld een vrouwenstem iets uit Oscar Wilde’s ‘The Picture Of Oscar Wilde’ citeren: “Never trust a woman who wears mauve, whatever her age may be, or a woman over thirty-five who is fond of pink ribbons. It always means they have a history”.

 oscar1-wilde.jpg

Een voor mij wat minder boeiend gedeelte, ‘Legend’, behandelt de geschiedenis van het Canarisch eiland La Gomera. Het eiland kent voor mij nog maar weinig geheimen: ik heb vier keer als het hier koud was vrij lang rondgehangen, vooral in het idyllische hippiedorp Valle Gran Rey. Geen spoor van de generalissimo daar.

Bij ‘Displacement’ schrok ik toch wel even. De beelden riepen herinneringen op aan een film van Chantal Akerman. Dezelfde leegte en zinloosheid, veel ongemakkelijke stiltes, verveling, vervreemding. Maar het verhaal dat erbij verteld wordt... Opeens wist ik het: het was dat van het meesterwerk van Roberto Rosselini, ‘Viaggio in Italia’. De film spreekt me meer aan, de beelden van Rosselini doen me meer. En je hebt de geweldige rol van Ingrid Bergman.

viaggio-in-italia_2.jpg

Voor het laatste gedeelte, ‘The Parrot & The Nightingale, a Phantasmagoria’ was ik te moe. Zeker, het is een vermoeiende tentoonstelling. Maar je wordt er als gezegd op een prettige manier ziek van. De echo’s brengen andere echo’s voort, die op hun beurt voor weer nieuwe echo’s zorgen: mijn kamer is een volmaakte echokamer geworden; uit al mijn boeken stijgen stemmen op. Ik heb me voorgenomen voor lange tijd niet meer buiten te komen, zelfs niet om een reis naar La Puta of La Gomera te maken.

De commentaren zijn gesloten.