28-09-14

LA COUPOLE

IMG_0121.JPG

 

IMG_0124.JPG

 

IMG_0132.JPG

 

[Als ik in Parijs ben ga ik altijd een keer in La Coupole ontbijten. Voor twaalf euro - niet echt goedkoop - krijg je een kannetje echte koffie, een groot glas vers geperst sinaasappelsap, viennoiseries, een croissant, een broodje en confituur. En echte vorken en messen en glazen en kopjes en schoteltjes. In de goedkopere en vaak groezelige brasseries aan de stations kun je al ontbijten voor zeven of acht euro. Dan krijg je iets wat op sinaasappelsap lijkt, een kleine koffie en je hebt tevens de keuze tussen een croissant en een stukje brood met een klein potje smakeloze confituur. Geen bestek, of indien wel dan in plastiek. De herrie om je heen moet je er dan ook nog bijnemen. In La Coupole geniet ik bovendien van de vriendelijke, geciviliseerde sfeer. Er wordt nog gelezen en zelfs geschreven.]

Foto's: Martin Pulaski, Parijs, 23 september 2014.

16-09-14

ERWIN: HET BOEK

corman, brussel, mathieu corman, boekwinkel, filosofie, diploma, 1975, werk, loopbaan, radicaal, schrijven, revolutie, liefde, vriendschap, 27, roken, brian jones, blankenberge, schrijverschap, captagon, leopold flam, erwin, joyce & co, geerten meijsing, romantiek, decadentie, more, pink floyd, beat generation, stijl

In de zomer van 1975 nam mijn leven een nieuwe wending. Nog altijd vreesde ik dat ik jong zou sterven. Zes jaar eerder, in Blankenberge, had een jongeman uit Brussel me voorspeld dat ik niet ouder zou worden dan zevenentwintig: net als Brian Jones leed ik aan astma, zei hij, en net als hij was ik een kettingroker. En daar bovenop die joints (terwijl hij zelf voor onze bevoorrading zorgde) en een dieet van frieten en oudbakken brood… Ik herinner me nog hoe de dealer, als ik hem zo mag noemen, naast me op een – letterlijk - luizig bed lag, druk gesticulerend en schaterend als een tandloze kanunnik, op de platenspeler het pastorale ‘More’ van Pink Floyd.
corman, brussel, mathieu corman, boekwinkel, filosofie, diploma, 1975, werk, loopbaan, radicaal, schrijven, revolutie, liefde, vriendschap, 27, roken, brian jones, blankenberge, schrijverschap, captagon, leopold flam, erwin, joyce & co, geerten meijsing, romantiek, decadentie, more, pink floyd, beat generation, stijl

Nooit had ik goed geweten wat ik zou gaan doen met mijn leven of wat de toekomst mij zou brengen. Ondanks mijn pessimisme geloofde ik dat het lot voor mij aangename verrassingen in petto had. Die zomer, trotse bezitter van het diploma filosofie, besefte ik dat ik mij geheel op het schrijven moest gaan toeleggen. Het werken aan mijn thesis had mij enige discipline en wat zin voor structuur bijgebracht; de waardering die ik ervoor kreeg had me geholpen met het gedeeltelijk overwinnen van mijn aangeboren onzekerheid. Ja, ik ging mij op het schrijven toeleggen maar wilde in geen geval een commercieel auteur worden, net zomin als ik les wilde geven: de school was net als het burgerlijke gezin, het leger en de gevangenis een steunpilaar van een vermolmde maatschappij; het onderwijs maakte kinderen en jongeren onderdanig en plichtbewust. Mijn denkwereld, besef ik al enkele tientallen jaren, was revolutionair, negativistisch, bijna jakobijns (hoewel ik in tegenstelling tot de echte jakobijnen niets tegen ‘vreemde’ talen had). Ik geloofde alleen nog maar in abstracta (die gelukkig af en toe concrete vorm aannamen): liefde, vriendschap en revolutie.
corman, brussel, mathieu corman, boekwinkel, filosofie, diploma, 1975, werk, loopbaan, radicaal, schrijven, revolutie, liefde, vriendschap, 27, roken, brian jones, blankenberge, schrijverschap, captagon, leopold flam, erwin, joyce & co, geerten meijsing, romantiek, decadentie, more, pink floyd, beat generation, stijl


Daar ik mij aan de handel in letteren onttrok – een houding die mijn belangrijkste prof, Leopold Flam, aanzienlijk versterkt heeft – kon ik niet van de taal noch van de filosofie leven. Via een vriend vond ik werk als verkoper bij mijn geliefkoosde boekhandel Corman in de Ravensteinstraat te Brussel. Daar had ik als student menig uur doorgebracht; daar zou ik nu mijn brood verdienen. Ik dacht het schrijven en mijn eerste echte baan te kunnen combineren. Waarom ook niet: ik deed het werk graag, de klanten waren over het algemeen van het alternatieve type, en uiteraard zeer geïnteresseerd in literatuur, kunst en theater. Ik denk dat het de beste, meest veelzijdige boekwinkel van België was. Alleen al omdat hij viertalig was, was hij een unicum. Je vond er de nieuwste Nederlandse, Franse, Engelse en Duitse publicaties maar ook, zo verschillend van deze tijd, een behoorlijke stock. Je trof er bijvoorbeeld oude Gallimard-uitgaven van Apollinaire en Breton aan (spotgoedkoop omdat ze nog aan de oorspronkelijk prijs werden verkocht) én ongeveer alles van de geweldige City Lights-uitgeverij. Ik was in die dagen voornamelijk in Franse literatuur, Duitse romantiek en Beat Generation geïnteresseerd, maar was tevens goed op de hoogte van de Nederlands letteren. Ik bladerde elke dag in de nieuwe boeken die binnenkwamen, of toch in wat me interessant leek.

Op een zachte herfstdag viel mijn oog op de omslag van ‘Erwin’, de eerste roman van het schrijverscollectief Joyce & Co. Wat trok het meest mijn aandacht, de mooie decadente tekening of de naam ‘Erwin’? Ik herinner me dat ik in die dagen nog van Beardsley hield, maar niet meer met hart en ziel. Mijn vriend Erwin was ik verre van vergeten; ik dacht dagelijks aan hem. Met hem had ik zulke gelukkige, avontuurlijke en vooral dwaze uren beleefd; hem had ik altijd een beetje gezien als een personage in een undergroundfilm of in een Kerouac-achtige roman (hoewel we nooit samen ‘on the road’ waren geweest). Hoe het ook zij: ik voelde meteen aan dat de roman als het ware voor mij was geschreven, een absurde gedachte natuurlijk, maar op die manier kronkelden mijn hersens in die koortsachtige tijd. Het gebruik van Captagon om twee levens te kunnen leiden, één bij Corman overdag, één aan mijn schrijftafel tot diep in de nacht, zal mijn denken ook wel enigszins ontwricht hebben. Niet dat ik daar ooit spijt van heb gehad. De ontwrichting van de zintuigen en van het denken was, zeker in de jaren zeventig, een missie. En dat ik op die manier kennis heb gemaakt met de wereld van ‘Erwin’ en later met het overige, adembenemende werk van Geerten Meijsing betreur ik al helemaal niet, wel integendeel. Net zoals voor Gerrit Komrij blijft het boek “een romantisch-decadente gooi naar het allerhoogste”. Ik zal niet beweren dat ik 'Erwin' heb verslonden, daar was hij te vreemd, te grillig, te eigenzinnig, stilistisch te rijk voor. Ik heb hem, alsof het morfine of opium was, met kleine dosissen tot me genomen. Toen ik het boek uit had, was ik niet alleen geheel uit mijn evenwicht gebracht: ik was er verslaafd aan. Of was ik verslaafd aan Erwin, aan zijn wereld, aan zijn ondergang? 
corman, brussel, mathieu corman, boekwinkel, filosofie, diploma, 1975, werk, loopbaan, radicaal, schrijven, revolutie, liefde, vriendschap, 27, roken, brian jones, blankenberge, schrijverschap, captagon, leopold flam, erwin, joyce & co, geerten meijsing, romantiek, decadentie, more, pink floyd, beat generation, stijl

...

De geschiedenis van Mathieu Corman en zijn boekhandels verdient veel meer aandacht. Een uitstekend artikel is: ‘Brandbom tussen de boeken. Mathieu Corman, gedreven literator’ van Frank Okker.

Zie: 
http://www.dbnl.org/tekst/_par009200201_01/_par009200201_01_0004.php

Dit gebeurde kort voor ik bij Corman aan het werk ging:

"In december 1974 werd de inmiddels drieënzeventigjarige Corman aangehouden en ervan beschuldigd dat hij een twaalfjarig meisje een erotisch drukwerkje had verkocht. Hij zat ruim een maand opgesloten, voordat hij in januari 1975 voorlopig werd vrijgelaten. Of het kwam door de maand die hij in een cel had doorgebracht of dat hij zich niet meer tegen het proces opgewassen voelde, is niet zeker. Wél dat Corman op 15 februari 1975, precies op zijn verjaardag, een eind aan zijn leven maakte.

Zoals vaak ging het na de dood van de eigenaar bergafwaarts met de boekhandels van Corman. In 1986 werden het filiaal aan de Ravensteinstraat in Brussel en de hoofdvestiging in Oostende gesloten. Alleen de winkel aan de Kustlaan in Knokke-Het Zoute bleef behouden. In december 1996 echter keerde boekhandel Corman terug in Oostende, nu aan de Witte Nonnenstraat. De schrijversportretten van Labisse verhuisden helaas niet mee. De panelen waren al eerder in Antwerpen geveild. Een aantal van de portretten werd aangekocht door boekhandel De Markies van Carrabas in Hasselt. Maar het herkenbaarste kunstwerk van Labisse zit nog altijd om de boeken van Corman."
Frank Okker

14-09-14

ERWIN: DE NAAM

1973-holsbeek24.JPG

In 1969 kwam ik als filmstudent in Brussel terecht. Na enkele eenzame weken trok mijn nieuwe vriend Erwin bij me in. Die jongeman wilde dringend van huis weg; hij dreigde daar te verstikken. Zijn vader was een overtuigd nazi, zo vertelde Erwin me, een man die ’s ochtends met genoegen zijn SS-laarzen aantrok en zijn kinderen bevelen toesnauwde. Ik heb de vader een keer ontmoet. Erwins woorden waren niet overdreven geweest. De man droomde nog steeds van de Endlösung; alle ellende in de wereld was de schuld van de joden.

In mijn gezelschap leek Erwin gelukkig. Vaak zaten we op mijn kamer in de Karmelietenstraat muziek te beluisteren van Led Zeppelin, Soft Machine, the Velvet Underground en vooral ‘Let It Bleed’ van the Rolling Stones. Een andere liefhebberij was film. Op het Ritcs (de toenmalige film- en toneelschool, waar we beiden ingeschreven waren) konden we elke dinsdagmiddag twee speelfilms zien. Soms gingen we ook naar de bioscoop, en zagen we films als ‘Easy Rider’, ‘Hell In The Pacific’ en ‘Yellow Submarine’. Meestal rookten we eerst een joint. Op weg naar huis herhaalden we hele stukken dialoog. It’s all in the mind, man! was onze geliefde uitspraak.

Erwin was pas hélemaal gelukkig als zijn Hollands liefje Josefien erbij was en zij zich in Breda van voldoende rode Libanon hadden voorzien. Hij kon buitensporig genieten van de boeken van Jan Wolkers en Henry Miller. Tegen het einde van het jaar begon ik een relatie met het mysterieuze meisje dat mijn eerste vrouw zou worden. Voor Erwin was er vanaf dan geen plaats meer op mijn kamer. Nog een paar dagen mocht hij op de sofa logeren, maar we vonden het niet prettig hem erbij te hebben als we vrijden.

Erwin heeft die laatste dagen toch nog gauw de dichtbundel ‘De val van de tandloze kanunnik’ geschreven, waarna hij naar Gent is verhuisd, waar hij in de gevangenis werd opgesloten vanwege een dagboeknotitie over hasjiesj. Nog later is Erwin in psychiatrische instellingen verder geestelijk verwoest.

Vijf jaar later belde hij onverwachts aan. Ik woonde toen in een appartementje in de buurt van de Leuvensesteenweg. Erwin zag er geestelijk verward uit en was van oordeel dat ik verantwoordelijk was voor zijn ‘schizofrenie’ (een ziekte waar ik niet in geloofde). Hij was eveneens van mening dat de mensheid in twee soorten kon ingedeeld worden, de ene soort had blauwe ogen en blonde haren, de andere bruine ogen en donkere haren. Het zal wel geen verbazing wekken dat de eerste soort uit louter goedheid was opgetrokken, de tweede was destructief, satanisch. Nog een geluk dat ik blauwe ogen en lichtbruine haren heb. Toch was Erwin niet echt boos op me. We gingen samen naar het Vossenplein, waar Erwin in een platenwinkel ‘Metal Machine Music’ beluisterde. Geweldig, zei hij, zijn ogen fonkelden. Ik luisterde ook even en vond er niets aan. Misschien is het een geniale plaat, ik heb ze nooit willen horen.

In 1977 heeft Erwin me nog geholpen bij mijn verhuizing naar Antwerpen. In die stad heb ik mijn banden met Brussel grotendeels verbroken, een stommiteit die ik nog altijd betreur. Van Erwin heb ik nooit meer iets gehoord. Het was een korte, intense, en tot mislukken gedoemde vriendschap. Zeer waarschijnlijk heb ik aan de dagen met Erwin wel mijn fascinatie voor het werk van Geerten Meijsing overgehouden. 
1970-vossenplein14b.jpg

...

Foto's uit mijn archief: Erwin, in Holsbeek, circa 1973; Vossenplein, Brussel, circa 1971. 

12-09-14

ZOALS OP EEN ZONDAGOCHTEND

Zoals op een zondagochtend een landbouwer zijn veld aanschouwt
na een nacht van bliksem en verkoelende regen
terwijl in de verte de donder nog rommelt en de stroom
weer in zijn oevers treedt en fris is nu de groene aarde
En de wijnstok glanst van de regendruppels
en de bomen in het woud stil wachten onder de roerloze zon

Zo staan zij onder gunstig gesternte
zij die geen Meester kennen
zij die zich innig omhelzen laten
door het wezen van de natuur - die alles bevat.

Daarom is het dat als zij soms lijkt te slapen
als zij zich niet laat zien aan de hemel of bij de mensen
en de planten en de dieren – ja, daarom is het dat de dichters
zo droef kijken naar de wereld en het gebeuren.
Zij lijken dan eenzaam en verdrietig, maar dat is niet zo,
het zijn voorgevoelens die in hun ziel omgaan,
en zij wachten rustig op wat gaat komen,
zoals de natuur ook voorgevoelens heeft, als zij zich
terugtrekt en onzichtbaar lijkt, als zij rustig afwacht.

...

Vrij naar 'Wie wenn am Feiertage' van Friedrich Hölderlin

10-09-14

GEERTEN MEIJSING, SCHRIJVER EN VRIEND

GEERTENMEIJSING5 001.jpg

“Tenslotte schuilt de schoonheid geenszins in de roem of het succes, maar in de verheven pracht van ons werk en zijn onontkoombare resultaten.”
Geerten Meijsing, Haarlem, 11 april 1975.

 

Eergisteren had ik het hier bijna terloops over Geerten Meijsing, over mijn bewondering voor de schrijver, mijn vriendschap voor de man. Gisteren stond hij, tot mijn verbazing, in Humo. Het is zelfs een goed en leesbaar interview. Wat er staat is waar: het is een schandaal dat niet één boekwinkel nog een werk van Geerten in aanbieding heeft, toch niet in België. Hoe is zoiets mogelijk?

Mijn eigen herinneringen aan onze ontmoeting in Syracuse wil ik al lang neerschrijven, al van de dag erna, 17 mei 2013; bescheidenheid en schroom hielden me tegen. Ik had het gevoel dat het nog te vroeg was, dat het ongepast was, ja, zelfs dat een verslag mijn vriend schade zou kunnen berokkenen. Hoe kortzichtig was dat. Nu besef ik dat elk woord aan hem gewijd hem goed doet, de schrijver en de mens. Nu besef ik dat ik veel eerder over hem had moeten schrijven, niet alleen over die historische ontmoeting maar ook over zijn boeken, die ik allemaal gelezen heb, behalve ‘De ongeschreven leer’ (het beste bewaar ik altijd tot al de rest op is), over zijn vertalingen, over zijn belang voor onze cultuur.

Over onze ontmoeting heb ik destijds niets neergeschreven, omdat ik net toen hoge koorts en een ernstige luchtwegeninfectie had. Toch staat bijna alles me nog helder voor de geest. Het zal dan ook niet heel moeilijk zijn om een reconstructie te maken van die feestelijke nacht. Daar ga ik me de volgende dagen over ontfermen. Want je moet weten dat de woorden nog maar heel traag tot me komen. Voor één geslaagde zin heb ik soms een dag, soms zelfs een week nodig.

GEERTENMEIJSING2 001.jpg

08-09-14

NAAKTE LUNCH

goya- saturn_1000.jpg

‘Saturnus verzwelgt een van zijn zonen’, een beeld van Goya als illustere voetnoot bij mijn tekst over het kannibalisme in Canto XXXIII van Dante’s ‘Inferno’. Een reproductie van dit werk siert ook de kaft van de eerste Nederlandse uitgave van William Burroughs’ ‘Naakte Lunch’. Een roman, als je dat werk zo kunt noemen, die destijds veel indruk op me heeft gemaakt, en nog altijd blijft nazinderen, zij het meer en meer latent. De voortreffelijke vertaling was van Joyce & Co., een groepje verfijnde literatuurminnaars dat bestond uit Erwin Garden en Keith Snell. In 1972, toen die vertaling verscheen, had ik geen idee wie die heren waren.

Drie jaar later, ik werkte toen in Boekhandel / Librairie Corman te Brussel, kwam daar verandering in. Zoals Saturnus zijn zoon verzwelgt, verslond ik elk woord waaruit de roman ‘Erwin’ van het schrijverscollectief was opgetrokken. Net als de naakte lunch was het een trage maaltijd, vanwege de moeilijkheidsgraad, met name de taalregisters waar ik als niet-classicus weinig of niet vertrouwd mee was. En net als ‘Naked Lunch’ zou ‘Erwin’ me bijblijven; samen met ‘The Romantic Agony’ van Mario Praz gold het als een introductie tot de zwarte romantiek.

Niet veel later bleek dat ‘Erwin’ vooral het geesteskind was van Geerten Meijsing. Tot op vandaag blijft hij voor mij een van de grootste Nederlandstalige schrijvers. Ooit wilde ik worden als hij, wat me niet is gelukt – uiteindelijk een goede zaak, want in deze Lage Landen is maar plaats voor één prins. Een van de volgende dagen (of weken, met mij ben je nooit zeker) vertel ik over onze ‘historische ontmoeting’ (zijn woorden) in Syracuse in mei 2013. Geerten Meijsing zal in mijn relaas verschijnen als een hedendaagse Charles Baudelaire – Geerten heeft ‘Pauvre Belgique vertaald - in ballingschap, ikzelf als een hoestende, naar liefde hunkerende Edgar Allan Poe. Een fototoestel had ik niet bij me, gelukkig: zo zie ik Geerten Meijsing nu weer helder voor me als hij zegt “ik ga hier niets drinken, ik wil alleen maar even naar dat meisje kijken...” of als hij zich luidop afvraagt wanneer ik eindelijk eens wat dichtersbloed ga ophoesten. Ja, en zoveel andere dingen herinner ik me, hier in mijn eigen House Of Usher.

 

“Toen wij in de winter van ’67 op ’68  met een koffertje vol boeken naar Calci (Pisa) liften om in de boekbinderij van het kartuizerklooster aldaar onze lievelingsboeken, in navolging van Des Esseintes uit A Rebours, in leren bandjes met gouden lettertjes te binden, was Naked Lunch één van die boeken.” (Uit het nawoord van Geerten Meijsing en Kees Snell bij de vertaling van ‘Naked Lunch’)

saturnus, goya, william burroughs, naked lunch, naakte lunch, voetnoot, dante, inferno, vertaling, joyce & co, geerten meijsing, erwin, italië, sicilië, syracuse, ontmoeting, charles baudelaire, edgar allen poe

07-09-14

INFERNO, CANTO XXXIII

ugolino-2.jpg

Ruggieri degli Ubaldi, aartsbisschop van Pisa en leider van de Ghibellijnen in die stad, bracht graaf Ugolino della Gherardesca, uit dezelfde stad, verraderlijk ten val. In 1288 liet de aartsbisschop Ugolino met zijn twee zoons, Gaddo en Uguccione, en zijn twee kleinzoons, Brigata en Anselmo, opsluiten in de klokkentoren van het Palazzo dell’Orologio. Daar kwamen alle vijf van honger om. Deze tragische geschiedenis vertelt ons Dante in de drieëndertigste zang van ‘de hel’ in zijn ‘Goddelijke Komedie’. Kunnen we ons de eeuwigheid voorstellen? Zo lang kauwt in de tweede regio van de negende kring Ugolino aan de schedel en de nek van aartsbisschop Ruggieri:

Dante en zijn gids Vergilius 

… gingen heen en zagen met ontzetting
twee schimmen, in een bijt zo vastgevroren,
dat de een z’n hoofd tot hoed voor ’t andere strekte.
En evenals men brood verslindt bij honger,
zo beet die boven lag gestaag in de andere,
waar nek en hersenpan zich samenvoegen.

Ik weet niet waar ik het vandaan haalde, maar vroeger dacht ik dat Ugolino van het levend vlees van zijn kinderen en kleinkinderen had gegeten. Waarom zat de graaf anders zo diep in de hel; was dat dan slechts de straf voor zijn wraakzucht?

Bij Dante vraagt een van de kinderen zelf om de vader tot voedsel te dienen:


‘O, vader, minder, minder werd ons lijden,
als ge at van ons; hebt gij ons eens omhangen
met dit armzalig vlees, neem gij ’t ook weder.’

De vader weigert daar uiteraard op in te gaan en ziet de kinderen vervolgens de een na de ander sterven. Daarna gebeurt dan toch het onuitsprekelijke, dat Dante desondanks onder woorden brengt:

En blind reeds, zocht ik ze één voor één te strelen
en riep ze nog drie dagen na hun scheiden.
En sterker dan de smart bleek toen de honger.

Kennelijk was mijn verbeelding gruwelijker dan de werkelijkheid, of toch zeker gruwelijker dan de verbeelding van Dante. Ruggieri had wel van het vlees van zijn kinderen en kleinkinderen gegeten, maar pas na hun dood en na dagen van diepe smart. Is dood vlees van je kinderen eten minder erg dan als het nog levend is? Wie zal daarover oordelen? Het is kannibalisme van de ergste soort, de overschrijding van een grens die niet eens zou mogen bestaan, het doorbreken van een taboe dat zwaarder weegt dan wat Oedipus deed.

In zijn gedicht ‘The Tower Of Famine’ verwijst Percy Bysshe Shelley, die samen met zijn vrouw Mary Godwin en Claire Clairmont enige tijd in Pisa woonde, zijdelings naar de gruwelen. In een voetnoot van Shelley (of van Mary, dat is onduidelijk) lezen we het volgende: “At Pisa there still exists the prison of Ugolino, which goes by the name of ‘La Torre della Fame’; in the adjoining building the galley-slaves are confined. It is situated near the Ponte al Mare on the Arno.”

De Shelleys en Claire Clairmont woonden aan de Lung'Arno Galileo Galilei op de bovenste verdieping van  wat Tre Palazzi di Chiesa heette, met uitzicht op de Ponte Fortezza. Door hun ramen konden ze Lord Byrons Palazzo Lanfranchi zien, aan de overkant van de Arno. Maar op die romantische geschiedenis, hoewel heel wat boeiender dan Witse, ga ik hier niet dieper in. Later misschien. Ik heb er veel notities over. In de jaren zeventig was ik verslingerd aan de romantische beweging en de vrije liefde. Meermaals ben ik in die dagen naar Pisa en Firenze gelift.


Dat is allemaal lang geleden, nu lijken alle minuten, alle dagen op elkaar. Borges echter, of zijn personage Villari, beweert in het verhaal ‘Het wachten’ “dat er geen dag is, zelfs niet in de gevangenis of het ziekenhuis, die geen verrassing brengt, die tegen het licht gehouden geen netwerk vol piepkleine verrassingen vormt.” Niet toevallig speelt ook in dat verhaal de ‘Divina Commedia’ een rol. Villari, die aan hevige tandpijn lijdt, begint “stelselmatig in dat kapitale werk te lezen; voor het eten las hij een canto en vervolgens, in strikte volgorde de noten. Hij achtte de helse pijnen niet onwaarschijnlijk of buitensporig en dacht niet dat Dante hem zou hebben veroordeeld tot de laatste kring, waar Ugolino’s tanden onophoudelijk knagen in Ruggieri’s nek.”

ugolino-doré.jpg

En zo blijkt weer dat alles met alles samenhangt en vooral dat het aantal verhalen eindeloos is. Maar de werkelijkheid? Net zoals er nog resten bestaan van Ugolini en zijn kinderen – ze werden opgegraven - bestaan er nog resten van de Gherardesca-familie. In 2002 voerde de paleoantropoloog Francesco Mallegni DNA-testen uit op de dode resten en vergeleek ze met het levende DNA van de nazaten. Het onderzoek leverde geen enkel bewijs voor kannibalisme. Het toont zelfs aan dat Ugolino in de maanden voor zijn dood helemaal geen vlees at. Bovendien was hij stokoud: hoe kon hij langer in leven blijven dan zijn kinderen en kleinkinderen?

...

Geraadpleegde werken:

Dante, De goddelijke komedie (vertalingen van Christinus Kops en Frans van Dooren), De Nederlandsche Boekhandel, Ambo Olympus

Dante, La divine comédie. Index. Avec une introduction à la Bibliographie Dantesque, par Alexandre Masseron, Editions Albin Michel

Shelley, Poetical Works, Oxford University Press

Richard Holmes, Footsteps: Adventures of a Romantic Biographer, Hodder and Stoughton

Jorge Luis Borges, ‘De Aleph en andere verhalen’, De bezige bij


Tekeningen: Gustave Doré

Foto Pisa, Piazza dei Cavalieri, 
Palazzo dell’Orologio: Martin Pulaski, juli 2014

 

IMG_9724.JPG

 

06-09-14

ZÉRO DE CONDUITE: TEARS A GO-GO

mf 8.jpg

Zéro de conduite is een POPprogramma op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 ’s avonds. Heerlijk als je druk bezig bent in de keuken, of bij het aperitief, en later aan tafel bij de antipasti, de vissoep, de Roma-tomaten! Stem af op 106.7 FM. Je kunt het programma eveneens via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over de radio.

"1. Daarna wende ik mij, en zag aan al de onderdrukkingen, die onder de zon geschieden; en ziet, er waren de tranen der verdrukten, en dergenen, die geen trooster hadden; en aan de zijde hunner verdrukkers was macht, zij daarentegen hadden geen vertrooster. 
2. Dies prees ik de doden, die alrede gestorven waren, boven de levenden, die tot nog toe levend zijn. 

3. Ja, hij is beter dan die beiden, die nog niet geweest is, die niet gezien heeft het boze werk, dat onder de zon geschiedt." (1)

De aarde is altijd al een tranendal geweest. Vaak vergeet je hoe erg het gesteld is met de mens, met wat hij de anderen, zichzelf, de dieren, de natuur aandoet, vaak vergeet je zijn wreedheid en zijn bloeddorstigheid en zijn hebzucht. Maar er zijn van die dagen dat je er niet aan kunt ontsnappen dat de aarde, of wat wij ervan hebben gemaakt, een tranendal is. En dan zit je daar, sprakeloos en zonder tranen, want die zijn al lang allemaal opgebruikt, in je kindertijd, opgesloten in de bossen, ver weg van je geliefden. En je herinnert je hoe heerlijk het soms was te kunnen huilen, de smaak van je tranen te proeven, de druk op je borst te voelen verdwijnen.


Wat kan die gevoelens, wat kan die echte tranen vervangen? Muziek natuurlijk, de beste remedie tegen pijn en verdriet, en songs over tranen moeten dan wel de ultieme remedie zijn voor degenen die niet meer kunnen huilen. Vandaar deze tears a go-go: geen zwelgen in droefenis en ellende, maar een lange lofzang op die heerlijke tranen. Gezongen tranen, melodieën, ritmes en stemmen die je helpen vergeten wat voor tranendal onze wereld is.

V
eel luisterplezier en laat die tranen maar komen!

 

irma-thomas_by rick oliver.jpg

As Tears Roll By - Daniel Lanois – Shine - Daniel Lanois

Tiny Tears – Tindersticks - Tindersticks [II] - Alistair McAuley, David Boulter, Dickon Hinchliffe, Mark Colwill, Neil Fraser, Stuart A. Staples / Tindersticks

Dog Of Tears - Elysian Fields - Dreams That Breathe Your Name - Glenn Patscha

Tears Inside - Ornette Coleman - Tomorrow Is The Question! – Ornette Coleman

Tears Dry On Their Own - Amy Winehouse - Back To Black - Amy Winehouse, Nickolas Ashford, Valerie Simpson

96 Tears - Aretha Franklin - Aretha Arrives – Roberto Martinez (Alias Question Mark)

The Tracks Of My Tears - Smokey Robinson & The Miracles – Going To A Go Go - Tarplin, Robinson, Moore

Tears Of Joy - Etta James - Leiber & Stoller Story Volume 1: Hard Times – Leiber, Stoller

Ocean Of Tears - Big Maybelle - The OKeh Rhythm & Blues Story 1949-1957 – Writer unknown

River Of Tears - Ben E. King - Seven Letters - Washington          

I Count The Tears - The Drifters - Save The Last Dance For Me - Doc Pomus, Mort Shuman

Teardrops Till Dawn - Timi Yuro - Hard Workin' Man: The Jack Nitzsche Story 2 - Baker Night

As Tears Go By - Marianne Faithfull – Single - Mick Jagger, Keith Richards, Andrew Loog Oldham

I'm Gonna Cry Till My Tears Run Dry - Irma Thomas - Time Is On My Side - Doc Pomus, Mort Shuman,Fagin

Tears On My Pillow - Little Anthony & The Imperials - Golden Age Of American Rock & Roll: Vol 4 -Lewis, Bradford

Valley Of Tears - Buddy Holly – The Complete Buddy Holly - Dave Bartholomew, Antoine Domino

Tear Drop - Santo & Johnny - Golden Age Of American Rock & Roll: The Follow-Up Hits - Ann Fariña, John Fariña, Santo Fariña

I Cried A Tear - Lavern Baker – Blues Ballads – Writer Unknown              

Memories In Tears - The Louvin Brothers – Country Love Ballads – Writer Unknown    

I'll Never Shed Another Tear - Lester Flatt & Earl Scruggs & The Foggy Mountain Boys - Complete Mercury Sessions - L. Flatt

Endless Stream Of Tears - Dolly Parton - The Grass Is Blue - Dolly Parton

Let The Teardrops Fall - Patsy Cline - Patsy Cline's 50 Golden Greats: Complete Early Years - C.C. Beam, C.L. Jiles, W.S. Stevenson

Lonesome Tears In My Eyes - Johnny Burnette - Johnny Burnette And The Rock 'n' Roll Trio - A. Mortimer, D. Burnette, J. Burnette, P. Burlison

Tears A Go-Go - Charlie Rich - The Complete Smash Sessions - Donnie Fritts

Tear Stained Letter - Johnny Cash - American Recordings  IV: The Man Comes Around - Cash, John R.

All My Tears - Emmylou Harris - Wrecking Ball - Julie Miller

Tears Of Joy - Lucinda Williams - Little Honey - Lucinda Williams

No More Tears - John Mayall & The Bluesbreakers - A Hard Road - John Mayall

Tears Of Rage - Bob Dylan & The Band - The Basement Tapes - R. Manuel, B. Dylan

Tears Before Bedtime - Elvis Costello & The Attractions - Almost Blue - Elvis Costello

Teardrops Must Fall - Mink De Ville - Coup De Grâce – W. DeVille          

No Tears To Cry - Paul Weller - Wake Up The Nation - Paul Weller

Teardrops Will Fall - Ry Cooder - Into The Purple Valley - Dickey Doo, Marion Smith

Don't Cry No Tears - Neil Young - Zuma - Neil Young

Lonesome Tears – Beck - Sea Change – Beck Hansen    

Tears Are In Your Eyes - Yo La Tengo - Prisoners Of Love - Ira Kaplan, Georgia Hubley, James McNew

Elysian39_ZE_5517.jpg

Research & presentatie: Martin Pulaski

De playlist lees je zo: titel, uitvoerder, LP- of CD-titel, componist (indien gekend).

Foto Marianne Faithfull: fotograaf onbekend; foto Irma Thomas: fotograaf onbekend; foto Elysian Fields: Yvo Zels.

...

1. Prediker 4:1-3. Statenvertaling.
De Nieuwe-Wereldvertaling (Jehova's Getuigen) luidt als volgt:
1 En ik voor mij wendde mij om alle daden van onderdrukking te kunnen zien die onder de zon worden bedreven, en zie! de tranen der onderdrukten, maar zij hadden geen trooster; en aan de zijde van hun onderdrukkers was macht, zodat zij geen trooster hadden. 2  En ik prees de doden, die reeds gestorven waren, gelukkig boven de levenden, die nog in leven waren. 3  Dus beter af dan die beiden [is] degene die nog niet tot bestaan is gekomen, die het rampspoedige werk dat onder de zon wordt gedaan, niet heeft gezien.
De vertaling die mij het meest kan bekoren is de King Jamesversie:
1 So I returned, and considered all the oppressions that are done under the sun: and behold the tears of such as were oppressed, and they had no comforter; and on the side of their oppressors there was power; but they had no comforter.
2 Wherefore I praised the dead which are already dead more than the living which are yet alive.
3 Yea, better is he than both they, which hath not yet been, who hath not seen the evil work that is done under the sun.

Maar ik besef dat ik nu popmuziek en bijbelstudie aan het combineren ben, misschien niet zo'n goed idee.

02-09-14

WOESTIJN

 

De woestijn is niet leeg.
Er heerst chaos, verderf.
Hier en daar een oase van bloed.

In lijf en leden
En in mijn hoofd stilte.
Geen wapenstilstand.