27-08-14

KALIFAAT

oostfrontsoldaten.jpg

Als reactie op Bart De Wevers uitspraak: "Kalifaat heeft aantrekkingskracht op onze jongeren” schreef Jan Van den Eynden op 20 augustus op facebook het volgende:

“De burgemeester - zelf toegevend dat hij 'onze' jongeren' opgeeft en ze zelfs niet meer als Antwerpenaren beschouwt - verbaast zich erover dat het 'Kalifaat een magnetiserende invloed heeft op jongeren'. Jongeren - ik benadruk die term - die in zijn Vlaanderen en zijn Antwerpen zo goed als niks te verwachten hebben.

Jongeren die hij - spijts een 'de-radicaliseringsbeleid' waarvan men mij toch eens mag uitleggen waar dat precies uit bestaat, nu zijn partij in haar beleidsverantwoordelijkheden systematisch samenlevingsopbouwinitiatieven ondermijnt - alleen maar meer repressie en meer uitsluiting belooft.

Verbaast u er zich over dat zo'n jongere naar het Oosten trekt op vraag van een geestelijke, meneer De Wever?

Kunt u zich - Vlaams historicus zijnde - misschien in de plaats stellen van een jongere die Zin en Richting zoekt in een chaotische tijd, en die, daartoe aangespoord door charismatisch-radicale geestelijken, de wapens opneemt in vreemde dienst aan een of ander Front in het Oosten? Nee?”

kalifaat, jihadi's, oostfront, bart de wever, dostojewski, de idioot, IS, katholicisme, jezuïeten, rusland, syrië, irak, geloof, predikers, priesters, geloof, jan van den eynden

Ik vond deze analyse en zeker ook de vragen geestig en pertinent en wilde aan het fragment wat meer aandacht besteden, maar na een vijftal zo goed als slapeloze nachten was ik daar te moe voor. Die zelfde avond las ik in ‘De idioot’ van Dostojewski enkele paragrafen die me meteen deden terugdenken aan Jans stelling. Zelfs om die over te typen was ik te uitgeput.

Maar het is nooit te laat.

"En niet wij alleen, maar heel Europa staat verbaasd over onze Russische hartstocht; als iemand zich bij ons tot het katholicisme bekeert, dan wordt hij meteen jezuïet, en van het fanatiekste soort; als hij atheïst wordt, dan eist hij meteen dat het geloof in God met geweld wordt uitgeroeid, dat wil dus zeggen, met het zwaard! Waarom is dat, waarom meteen zo extreem? Weet u dat niet? Dat is omdat hij een vaderland heeft gevonden, dat hij hier heeft gemist, en waar hij dolblij mee is; hij heeft een oever, land gevonden en valt op zijn knieën om dat te kussen! Onze Russische atheïsten en Russische jezuïeten komen niet alleen maar uit ijdelheid, niet allen uit smerige ijdele gevoelens voort, maar uit geestelijke pijn, geestelijke dorst, uit het verlangen naar een hogere zaak, naar een vaste oever, een vaderland, waarin wij opgehouden zijn te geloven omdat we die nooit gekend hebben!”
Dostojewski, De idioot, Verzamelde Werken, 6, 588-589.

Ik schrijf dit hier niet alleen neer omdat ik het belangrijk vind, wat wel degelijk zo is, maar ook met de egoïstische hoop dat ik hiermee een soort van betovering verbreek en voortaan meer dan vier of vijf uur kan slapen. En, vooral, dat ik opnieuw kan gaan schrijven. Mijn reservoir was leeg, dat gebeurt wel vaker, maar nu zou het stilaan toch weer gevuld moeten zijn. Of ben ik nu te optimistisch?

pasolini-Fioremilleeunanotte-freccia.png

10-08-14

ARCHIPEL VAN HET VERDRIET

La-Comtesse-perverse-1974.jpg

Ik lag in bed, ernstig ziek. In een kleiner en lager bed naast het mijne mijn moeder, om over me te waken. Soms, in mijn koorts, verbeeldde ik me dat ze een agent was die me in de gaten hield. Dan voelde ik me meer een gevangene dan een zieke. Alleszins had ze altijd ten minste een oog wijd open, voortdurend op mij gericht, op mijn gezicht, mijn magere handen.

Je bracht me een bezoek. Het viel me op dat je anders was dan anders, afstandelijker, ziellozer, je huid kleurlozer; je ogen hadden weinig van hun gebruikelijke schittering. Ik lag in bed met alleen een T-shirt en onderbroek aan en schaamde me daar voor, want zeker voor jou wilde ik mooi gekleed zijn. Mijn kleren, zelfs mijn pyjama, lagen onder mijn matras, een vochtige warboel.
Je maakte aanstalten om te vertrekken, wat me, ondanks je teleurstellende verschijning, erg bedroefde. Ik vreesde dat ik gauw zou sterven, of dat je nooit meer zou terugkeren. Van mijn moeder mocht ik niet uit bed komen, je niet omhelzen, geen afscheid van je nemen. Waar vond ik de kracht om zo lang en heftig bij haar aan te dringen? Uiteindelijk stond ze toch een vluchtig afscheid toe, als ik maar niet te dicht bij je kwam. Vliegensvlug haalde ik mijn pyjama onder de matras uit en trok hem aan, zij het met het jasje verkeerd toegeknoopt. Ik was nog niet helemaal aangekleed en schaamde me ook daar weer voor, toen jij al voor de deur stond, met je rug naar me toegekeerd. Je wilde me niet omhelzen, volgens jou omdat het niet mocht. Plotseling zei ik, tegen moeders verbod in (of was het dat van de agent?), met een moed die alleen maar kan voortvloeien uit teugelloze liefde, dat ik met je mee zou gaan tot aan de Oude Bareel. Maar je was al bijna buiten. Wellicht had je mijn woorden, vol verlangen uitgesproken, niet eens gehoord. De droefheid die me daarop overviel was immens. Ik geloof niet dat ik me ooit triester heb gevoeld, niet in een droom en niet in het wakend leven. Toch keek je, net voor je de deur achter je toetrok, nog even om, met tederheid en liefde in je ogen. Die droefheid, omdat je vertrok en omdat je omkeek, was zo ondraaglijk dat ik huilend wakker werd.

Eens wakker besefte ik dat Bob  Dylan het helemaal verkeerd had: “She’s an artist, she don’t look back…” Het is net omgekeerd. Als je een kunstenaar bent, een kunstenaar die liefheeft, kijk je gedurig terug, denk maar aan Orpheus.

Ik viel opnieuw in slaap. Nog dezelfde droefheid  torsend kwam ik op een eiland aan dat deel uitmaakte van een grijze en bloedrode, geërodeerde archipel. Na een half uur op het eerste eiland wilde ik naar het tweede, en zo verder. Maar het was moeilijk om van het ene naar het andere eiland te reizen. Er voer slechts één ferry per dag uit, op een onduidelijk uur. In het huis waar ik voorlopig verbleef, mijn kaartje voor de overtocht steeds binnen handbereik, gebeurden allerlei bizarre dingen. Zo was het op sommige dagen een komen en gaan van bedelaars, goochelaars en beschimmelde figuren. Er werd gehoest, gerocheld, gefloten, maar niemand zei een verstaanbaar woord. Troost kon je van geen levende noch van een dode ziel verwachten. Grote aarden potten waren gevuld met oude suikerklontjes en graan dat een muffe geur had. Elke kamer had op zijn minst zes deuren die met zes verschillende sleutels moesten worden geopend en gesloten.

Ondanks de waanzin wilde ik in die droom niet in slaap vallen, omdat ik bij jou wilde zijn, jij die je nu op een van de andere eilanden van de archipel bevond. Als dat niet ging zou ik wachten tot jij bij mij zou komen. Daarom slikte ik pillen, pillen tegen de slaap. De dagen en nachten vlogen voorbij. Mijn voorraad pillen en water om ze mee in te slikken slonk. Ik hoopte, maar tegelijk voelde ik wanhoop: nooit zou er een ferry voor me komen, nooit zou er een ferry voor jou komen. En als we elkaar dan toch zouden vinden, zou onze ontmoeting maar kortstondig zijn, een oogwenk, niet langer.

Het was een heel eind tot de aanmeerkade en het was donker en alles was grijs, de lucht, de zee, de aarde, de wegen, de kamers. Op een dag belde mijn broer aan, dronken, met een nieuwe voorraad capsules, hun houdbaarheidsdatum lang overschreden. Hij zei dat ik me aanstelde en lachte me uit. Onze liefde bevuilde hij met een resem schunnige uitspraken. Ik bleef ernstig, zal er heel boos hebben uitgezien. Hij begreep niets van onze liefde, zei ik.

Later, op een van de kleinste eilanden, in een vertrek vol grillige schaduwen, zei je me dat je zwanger was. Ik wilde je vragen of het van mij was, maar realiseerde me dan dat we al weken niet meer gevrijd hadden en zei niets. Ik wist meteen dat het van een andere man was. Toch nam ik het je niet kwalijk, omdat ik zo blij was dat we even samen waren. Ik vond je buik zo mooi, mooier nog dan in de dagen van onze warmste liefde. Wat was ik triest! Meest van al nog omdat ik wist dat we maar een poos samen zouden zijn en elkaar nu ook weer niet zouden omhelzen. Moest ik ook niet vechten tegen de slaap en waren de antislaappillen niet op? En was mijn broer niet aan het grinniken en ons in ons gezicht aan het uitlachen? En moesten we ons niet haasten vanwege het nakende vertrek van de ferry? En verbood mijn moeder me niet ten strengste om ook maar één woord met jou te wisselen?

De kamers waarin we elkaar zo vluchtig zagen veranderden gedurig van vorm. Soms waren ze opgetrokken uit bamboe, soms uit drijfhout, soms uit beton. Nooit waren ze weelderig, nooit licht en luchtig. Meermaals werd ik midden in een scène - want hoe kan ik deze situaties anders noemen? – wakker, altijd als een romantische, sentimentele vrouw met tranen in de ogen, moeizaam ademhalend. Vreemd was dat ik toch meteen weer wilde slapen, om verder te kunnen dromen, hoe triest het ook allemaal was. Alleen maar, denk ik, omdat ik dan af en toe toch bij je was. Onze toestand, zoals ik hem beleefde, was ondraaglijk, die wirwar van moeilijk bereikbare eilanden - in het azuur in het wilde weg gespatte donkerbruine verfvlekken, drip drip drip - en hoe jij daar en ik hier was, en dat er dan plotseling op een landkaart toch autosnelwegen zichtbaar werden die de eilanden met elkaar verbonden. Op luchtfoto’s kon je ze duidelijk ontwaren. Lange bruggen, een beetje zoals de Seven Miles Bridge in Florida of de Rio–Niterói Brug in Brazilië. Maar geen van die bruggen bracht ons weer bij elkaar. De pillen die mij geholpen hadden om wakker te blijven en, vooral, om de hoop niet op te geven, waren op. Van de toekomst viel niets meer te verwachten, geen geluk, geen ongeluk, geen pijn, geen verdriet, niets. Er viel niets meer te verwachten in deze archipel van het verdriet.

oude barreel3.jpg

02-08-14

ZERO DE CONDUITE: SONGS

rickieleejones1.jpg

Zéro de conduite is een POPprogramma op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 ’s avonds. Heerlijk als je druk bezig bent in de keuken, of bij het aperitief, en later aan tafel bij de antipasti, de vissoep, de Roma-tomaten! Stem af op 106.7 FM. Je kunt het programma eveneens via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over de radio.

 

Wegens al dat reizen van mij ben ik niet aan een thema toegekomen. Het reizen zelf heb ik al te vaak gebruikt, en in elk programma duikt er wel een spoor van op, ook vandaag. In deze aflevering van Zéro de conduite gaat het opnieuw om de sfeer, om wat ontstaat door de opeenvolging van muziekjes en teksten. De nadruk ligt op wat singer-songwriters wordt genoemd, hoewel ik niet zo van die term houd. Maar hoe noem je hen dan wel? 

Heel wat oude bekenden passeren de revue, maar ook wat minder voor de hand liggende namen, zoals Gene Parsons en Michael Chapman. Voor sommige muzikanten schijn ik een beetje doof te zijn, of is het vergeetachtigheid? Een grote popdiva als Joni Mitchell komt in mijn programma maar weinig aan bod, denk ik. Geen idee wat de reden daarvoor is. Alleszins probeer ik nooit wie populair is moedwillig, vanwege snobistische of elitaire overwegingen, te vermijden. Het zal een combinatie zijn van blinde vlekken en voorkeuren.

Omdat het zowel in de wereld als in mijn hoofd onrustig is, doe ik een poging om aan de hand van deze selectie mooie liederen wat rust te brengen, ook al gaan ze daar niet per sé over. Ik wil echt niet dat Zéro de conduite een behangpapierprogramma wordt.

De hommage aan Bobby Womack, een van de groten uit de soulmuziek, is veel te kort. Misschien moet ik opnieuw zoals in de jaren tachtig en negentig – met Shangri-La - een wekelijks programma van drie uur gaan maken, zodat ik meer aandacht kan geven aan allen die er toe doen in de populaire muziek en elders.

Veel luisterplezier.

bobbiewomack1.jpg

Paths of Victory - Cat Power - The Covers Record - Bob Dylan      

Ring Them Bells - Bob Dylan - Oh Mercy  - Bob Dylan       

Berlin - Lou Reed - Lou Reed  - Lou Reed

Blue in Green - Miles Davis - Kind Of Blue - Bill Evans        

Drunk On The Moon - Tom Waits - The Heart Of Saturday Night - Tom Waits     

Beat Angels - Rickie Lee Jones - Duchess of Coolsville - Rickie Lee Jones  

For Free - Joni Mitchell - Ladies Of The Canyon – Joni Mitchell     

Blackbird Chain – Beck - Morning Phase – Beck Hansen

A Swallow In The Sun – Eels - The Cautionary Tales Of Mark Oliver Everett             

Burnin' Summer - Ronnie Lane - Ooh La La: An Island Harvest - Ronnie Lane                      

Six Days On The Road - Taj Mahal - Giant Step & De Ole Folks At Home - Carl Montgomery/Earl Green

I'm Comin' Home - Arthur Alexander - Rainbow Road: The Warner Brothers Recordings - Dennis Linde

California Dreamin' - Bobby Womack - The Minit Records Story - Michelle Gilliam/John Phillips     

Trust Me - Janis Joplin – Pearl - Bobby Womack  

In A Station - Karen Dalton - In My Own Time - Richard Manuel    

Brides Of Jesus - Little Feat - Little Feat - Lowell George/Bill Payne

Cowboy Of Dreams - Crosby & Nash - Wind On The Water                           

Banjo Dog - Gene Parsons - Kindling                       

For Me Again - Gene Clark – Echoes - Gene Clark

Why [Single Version] - The Byrds - David Crosby/Roger McGuinn 

With Me Tonight - The Beach Boys - Smiley Smile - Brian Wilson  

Forever - American Spring - American Spring - Dennis Wilson/G. Jakobsen

As I Wander Lonely - Harry Nilsson - Nilsson Sessions: 1967-1968 - Harry Nilsson

Please Be With Me – Cowboy - Skydog: The Duane Allman Retrospective - Boyer

Rainbows All Over Your Blues - John Sebastian - John B. Sebastian - Sebastian

Something In The Way She Moves - Ian Matthews & Matthews' Southern Comfort - Second Spring - James Taylor

Steamboat Row - Stealers Wheel -Ferguslie Park – Gerry Rafferty

Anyway The Wind Blows - J.J. Cale – Okie – J.J. Cale         

The Way I Feel - Gordon Lightfoot - The Way I Feel - Gordon Lightfoot

It Didn't Work Out - Michael Chapman – Rainmaker

Mississippi You're On My Mind - Jesse Winchester – Anthology – Jesse Winchester

The Times You've Come - Jackson Browne - For Everyman – Jackson Browne        

Saturday Sun - Nick Drake - Five Leaves Left - Nick Drake      

My Sweet Love Ain't Around - Steve Young - Rock, Salt and Nails - Hank Williams

My Town - Paul Siebel - Woodsmoke & Oranges - Paul Siebel

Tell Me Mama - Leo Kottke - Circle 'round The Sun

Single Girl - Haden Triplets - The Haden Triplets - A. P. Carter

Sping_with_Brian_Wilson.jpg


...

Volgorde playlist: songtitel, uitvoerder, album, componist.
Presentatie en research: Martin Pulaski

01-08-14

CAT POWER EN DAVID CROSBY IN LUCCA

 IMG_9110.JPG

In Lucca zag ik in de straten en op pleinen affiches van onder meer David Crosby en Cat Power, aankondigingen voor optredens van deze muzikanten in het Teatro del Giglio. Dat deed wat vreemd aan: het beeld dat ik van Italië, van Toscane, van Lucca heb is er een dat voorbijgestreefd is. Lucca is in mijn verbeelding nog altijd een stad van Romaanse gebouwen, kerken, torens, palazzo’s, stijlvolle winkels, lekkere trattoria’s en osteria’s, een oord waar romantische dichters als Percy Shelley, Lord Byron en Elizabeth Barrett Browning thuis zijn. Rock & roll vloekt daarmee. Of vloekte ermee in mijn hoofd. Maar de wereld in mijn hoofd en de echte wereld verwijderen zich vliegensvlug van elkaar. In de echte wereld is popmuziek een vulgaire koopwaar geworden, een massaconsumptiemiddel, al lang geen voedsel meer voor de ziel en de geest; men gaat naar popconcerten voor de decibels, voor de seks, voor de sensatie, voor alles wat hype en hyper is, men gaat er naartoe omdat men denkt dat het zo hoort. In mijn hoofd is popmuziek (of rock & roll) nog steeds revolutionair, opwindend, erotisch, in mijn hoofd behoort de muziek van artiesten als David Crosby en Chan Marshall aan het ritme van de ziel. Ik weet dat dat enigszins romantisch klinkt en wereldvreemd is. Maar ik verkies als een vreemde in de wereld rond te dwalen, liever dan als iemand die toebehoort aan een wereld die van zichzelf vervreemd is, die uit zijn as is, liever romantisch dan realistisch als de realiteit zo ziek en de toestand zo hopeloos is.
IMG_9108.JPG

Als ik naar de foto’s op de posters kijk zie ik de artiesten al op het podium staan. David Crosby met zijn twaalfsnarige gitaar; ik zie zijn oude ogen die veel hebben gezien, op zee, en in de steden, ik hoor zijn harmonieuze stem, ik hoor zijn songs weerklinken in de concertzaal, oude van the Byrds, van Crosby, Stills, Nash & Young, solowerk van vroeger en nu. Ik verlies mezelf in een droom als ik hem het wonderlijke ‘Laughing’ hoor zingen.
Ook zie ik de lieftallige, stijlvolle, wat spastisch bewegende Cat Power voor me, haar niet zo toonvaste maar sensuele en expressieve stem raakt me meteen diep, ik hoor haar eigen liederen, die van Bob Dylan, van al haar helden en heldinnen… Ik besef dat zij zich daar op het podium in haar eigen wereld bevindt en dat ze mij daar ook even aantreft. Ja, David Crosby en Cat Power geven vonkjes van hun ziel door aan die van mij. All in a dream… Het is niet nodig dat ik hen nog in werkelijkheid zie performen. Het beeld dat ik me van hun kunst vorm volstaat voor mij, denk ik nu.  Hun concerten daar in Lucca waren voortreffelijk, ook al vindt dat van Crosby pas in december plaats.

...

Foto's: Martin Pulaski, Lucca, juli 2014.