21-07-14

DE GROTE ONVERSCHILLIGEN

KAFKA.jpeg

Ik wil al een tijdje over Israël en Palestina schrijven, want het is hier bij ons niet allemaal rozengeur en maneschijn, niet allemaal bellas artes en mooie muziekjes, ook niet in mijn hoofd. Maar mijn verontwaardiging over wat er in Gaza gebeurt verwoorden, dat valt me bijzonder moeilijk. Wat Israël - of toch de politieke leiders en het leger - bij de Palestijnse bevolking aanricht! De beelden die we te zien krijgen roepen bij mij herinneringen op aan de oorlog in Vietnam, aan wat de Amerikanen daar deden, het Amerikaanse leger, de soldaten, de opperbevelhebber, de president. Ik ben me ervan bewust dat dergelijke beelden niet altijd betrouwbaar zijn. Oorlog wordt in de media met propaganda gevoerd.  Zowel de Amerikanen als de Noord-Vietnamezen gebruikten ook al propaganda, al twijfelde niemand aan de waarheid van My Lai, zoals nu niemand twijfelt aan de oprechtheid van Gideon Levy’s opiniestukken in de Israëlische krant Haaretz. Het grote verschil in het protest tegen de twee ‘haviken’, de VS  en Israël, is het gevaar van zichtbaar én verdoken antisemitisme. Destijds werd er wel betoogd tegen Amerika - US Go Home stond op duizenden muren te lezen - maar niemand van de tegenstanders van de oorlog haatte het Amerikaanse volk. Nu kunnen antisemieten zich voordoen als vrienden van het Palestijnse volk, wat ongetwijfeld ook gebeurt en op die manier aan terechte beschuldiging en straf ontsnappen. Maar brengt dit de kritiek op de wreedheid van het Israëlische leger – de voorbije weken en nu - in diskrediet? Een vraag om diep over na te denken.


Mijn vader was een jaar lang krijgsgevangene van de nazi’s. Weer in België sloot hij zich bij het verzet aan. Naar mijn weten heeft hij nooit heldendaden verricht, maar zijn engagement, hoe klein ook, heeft zeker indruk op me gemaakt, ook al ben ik het pas als adolescent te weten gekomen. Zelf ben ik al van in de jaren zestig een bewonderaar van de Joodse cultuur. Franz Kafka, Marcel Proust, Bob Dylan, Allen Ginsberg, Lou Reed, Roman Polanski, Marc Chagall: allemaal grootmeesters in hun vak en op zowat elk gebied grote voorbeelden. Een echte opsomming is hier ongepast. Evenmin wil ik dieper ingaan op het wat en waarom van mijn bewondering.

De meest afschuwwekkende gebeurtenis in de (gekende) geschiedenis is ongetwijfeld de Shoa. Er wordt beweerd dat jongeren stilaan vergeten wat de nazi’s in de uitroeiingskampen hebben uitgevoerd. Niet alleen met de Joden overigens. Hoe is dit mogelijk? Faalt ons onderwijs dan? De planmatige vernietiging van bijna een heel volk, in Europa althans, mag nooit vergeten worden.

Zelf heb ik 11 jaar tussen voornamelijk Chassidische Joden in Antwerpen gewoond. Hoewel ik atheïst ben vond ik deze mensen toch, op een manier die ik nog altijd niet kan verklaren, fascinerend, boeiend: ze dwongen respect af. Waarschijnlijk hield mijn fascinatie verband met hun anders-zijn. Ik heb mezelf ook van toen ik nog jong was anders gevonden dan de meeste andere mensen, een zonderling, een individu, zeker geen massamens. Ze waren mijn buren maar ik had weinig contact met hen; hun gemeenschap was nogal gesloten. Soms vroegen ze mij op sabbat om ergens aan te bellen, of het gasvuur in de keuken uit te draaien… Bizar misschien, maar niets om die mensen te gaan misprijzen, om van haat nog maar te zwijgen. Op een dag ontplofte in de Lamorinièresraat, waar ik woonde, een bom. Het was een aanslag op een bus met Joodse kinderen. Een van de kinderen kwam om het leven. De aanslag gebeurde recht voor het huis waar vrienden van me woonden. Gaten in de gevel, bloed op het trottoir, angst, afschuw. Daarna, zeer terecht, veel politiepatrouilles.

En nu dit, dit geweld tegen Hamas, misschien gerechtvaardigd vanuit Israëlisch standpunt, maar – veel erger - het geweld tegen de Palestijnse bevolking, die in de val zit. Vrouwen, kinderen, mannen, honden, kippen… Alles wat leeft is bedreigd. Wie kan dat rechtvaardigen? Hoe kan ik me daar niet tegen verzetten? Het is onmogelijk. Ik hoop met hart en ziel dat mijn weinige Joodse vrienden en kennissen en de mensen die ik bewonder mijn verontwaardiging kunnen begrijpen. Dat ik woedend ben op gewelddadige mensen, niet op inwoners van een land, niet op een volk, niet op individuen die verkiezen te geloven in een moreel en intellectueel waardevolle religie. Dat ik woedend ben op de mensen achter de schermen, degenen die we nooit te zien krijgen, de mannen (en misschien zelfs vrouwen) met Geld en Macht, de grote onverschilligen.

 

israël,palestina,hamas,gaza,geweld,verontwaardiging,bewondering,vietnam,soldaten,leger,legerleiding,macht,geld,vs,antisemitisme,vader,woii,verzet,nazi's,concentratiekampen,vernietiging,endlösung,shoa,wreedheid,antwerpen,buren,chassidische joden,religie,bijbel,joodse cultuur,boeken,gemeenschap,onzichtbaar,onverschilligen


...

Tekening: Franz Kafka.
Foto: Het bloedbad in My Lay.

15-07-14

REGIONEN VAN DE VERBEELDING

IMG_7951.JPG

In jouw Londen zwerf je rond in een boek, in meerdere boeken, in een hele bibliotheek. De ene wijk is een roman van Virginia Woolf, de andere een gedicht van Keats, wat verderop houden Ian McEwan en Martin Amis de wacht. In de vuile lucht die je inademt zitten, nauwelijks zichtbaar, letters van Shakespeare, het gras op Primrose Hill groeit uit de buik van William Blake. In je Londen bestaat het reële niet. Je wandelt door straten van the Beatles, the Rolling Stones, David Bowie, the Clash en Marianne Faithfull. De meisjes en jongens in Soho, Chelsea, in Brick Lane en Camden Town zijn figuranten in een lange, coole film van een Antonioni-adept. De gevels zijn schilderijen van Peter Blake en Richard Hamilton, de interieurs en de figuren die je je achter de ramen voorstelt creaties van Francis Bacon, Lucian Freud, RB Kitaj en David Hockney. 

Na zo’n dérive begeef je je naar the Dog & Duck waar Hanif Kureishi achter de toog staat. Hoe lekker, dat Spaanse bier!

IMG_8100.JPG

Peter Ackroyd houdt het allemaal bij elkaar, geeft er betekenis en zin aan.

IMG_8646 baillementshysteriques2.jpg

Als je thuiskomt moet je je, zoals Zizek schrijft, weer laten neerploffen in le réel, wat wel eens een moeilijke opgave zou kunnen zijn. Echt, meen je dat? Ja, want ook in je eigen stad slenter je graag dagdromend door de straten en in de parken, met de stemmen van schrijvers en de beelden van fotografen en kunstenaars in je hoofd. Een estheticus, een schone ziel, een aanhanger van l’art pour l’art dan toch nog altijd? De teleurstelling als je thuiskomt is echter groot. Hoezeer je je ook verzet tegen de val: de zuigkracht van het reële is te sterk. Er zijn niet alleen de grijze, verloederde straten van Anderlecht en de lelijke*, slecht geklede mensen (waar jij deel van uitmaakt). Er zijn ook het WK, de Ronde van Frankrijk, de honderden popfestivals, waar namaakmuziek een alibi is voor het consumeren van slecht bier en zielloze seks; bovenal zijn er de verschrikkingen die Israël in zijn bezette gebieden tegen de bevolking begaat. Je stort onherroepelijk en noodzakelijkerwijs neer in de dagelijkse miserie. En terwijl je neerstort kom je al opnieuw in opstand, of verzin je een nieuwe vlucht in andere regio’s van de verbeelding.IMG_8952.JPG

... 

 

*In ‘De ringen van Saturnus’ schrijft W.G. Sebald dat de Belgen, en met name de Brusselaars, zo lelijk en zo misvormd zijn ten gevolge van de ongeremde uitbuiting van de Kongolese kolonie. “In elke geval herinner ik mij heel goed dat ik bij mijn eerste bezoek aan Brussel in december 1964 meer gebochelden en gekken ben tegengekomen dan anders in een heel jaar.”, lees ik op pagina 129. In Sint-Genesius Rode ziet Sebald een scheefgegroeide, spastische biljartspeler “met onfeilbare zekerheid de moeilijkste caramboles maken.”

Foto's: Martin Pulaski, London, juni 2014. Een vrouw in Chinatown; de bibliotheek van John Keats in Keats House; "bouillements hystériques" in Whitechapel Gallery; een meisje in Baker Street Station.

11-07-14

TIJD OM TE LEZEN?

IMG_8491.JPG

Zou ik nu ik schijnbaar over meer tijd beschik dan vroeger minder lezen? Ik neem aan dat ik minder boeken lees – maar daartegenover staat al het vluchtige dat ik online tracht te ontcijferen. Nog altijd heb ik het gevoel dat die laatste manier van lezen minderwaardig is. Bovendien maakt ze mij onrustig en ontevreden, vaak voel ik het aan als ‘tijdverlies’, weer minder tijd om klassieke romans, gedichten en filosofische werken te lezen. Hoe lang ben ik nu al niet met ‘De idioot’ van Dostojewski aan het worstelen! Niet met de idioot zelf, en het is ook helemaal geen worstelen, want het is een enorm genoegen (ook al is het geen voortreffelijke vertaling), maar het duurt wel lang.

Waar ik helemaal zeker van ben is dat ik veel minder boeken dan nog niet zo lang geleden van mijn reizen en reisjes meebreng. Ik herinner me dat ik voor ik in september 1991 uit New York terugkeerde een extra reistas moest aanschaffen voor alle boeken die ik in The Strand en kleinere winkels had gekocht. Dat zal me nu niet meer overkomen. Van Valle Gran Rey, in februari, bracht ik helemaal niets mee, van Praag alleen wat reproducties van Tsjechische filmaffiches (op klein formaat) en nu uit Londen al wat meer, maar toch bijna uitsluitend dunne boekjes. Dat laatste is nu wel een trend, maar ik ben er zeker mee opgezet. Van wat ik uit Londen meebracht e
en lijstje dan maar:


On The Pleasure Of Hating – William Hazlitt
Politics And The English Language – George Orwell
An Apology For Idlers – Robert Louis Stevenson
One Way Street And Other Writings – Walter Benjamin
Dylan On Dylan – Edited by Jonathan Cott
Cash. The Autobiography Of Johnny Cash – Johnny Cash with Patrick Carr
Young Adam – Alexander Trocchi
Artful – Ali Smith
Junky – William S. Burroughs
The Subterraneans – Jack Kerouac
Event.
Philosophy In Transit – Slavoj Zizek


Dat lijkt misschien veel, maar het zijn niet veel pagina’s. Bovendien zijn er boeken bij die ik al bezit en al heb gelezen. Waarom koop ik boeken die ik al heb? Ik weet het niet goed; wel heb ik de indruk dat ik dat almaar meer begin te doen, ook met muziek. Zo kocht ik gisteren alle cd’s van Nick Drake - die ik al allemaal op vinyl heb en dan ook nog eens de eerste editie op cd. Geldverspilling, terwijl ik het helemaal niet breed heb? Misschien gaat het om een vlucht in het verleden, naar mijn vertrouwde wereld, misschien maakt het nieuwe, het onbekende me bang. Dat zou ik erg vinden: ik heb altijd van mezelf gedacht dat ik erg nieuwsgierig was, open voor het andere, een voorloper zelfs, iemand met een oog en oor voor wat aanvankelijk aan de aandacht van de meeste mensen ontsnapt. Ben ik dan zo veranderd? Of heb ik me in mezelf vergist?

Ik ben echter wel blij dat ik überhaupt nog lees en ik vind het altijd een genoegen dat ik andere mensen zie lezen. In Londen in de tube, waar ik gretig gebruik van maak, is het mij opgevallen hoeveel de passagiers daar lezen. Een lust voor het oog. Gisteren in de metro hier in Brussel heb ik even rondgekeken en wat ik in Londen al vermoedde kwam uit: ik zag niet één reiziger met een krant, boek of tijdschrift in de handen. Wat zegt dat over deze stad? En wat zeggen de in de Underground lezende mensen over Londen?

IMG_8567.JPG

Foto's, Martin Pulaski, London, juni 2014.

05-07-14

BLUE

blue 2.jpg

Vorige week zag ik in Tate Modern in Londen Derek Jarman’s laatste film, 'Blue' (1993). Jarman beëindigde de film kort voor zijn dood; hij was toen al grotendeels blind. De titel ‘Blue’ dekt helemaal de lading: de hele film is een enkel shot van de kleur blauw, ongeveer hetzelfde blauw als dat van Yves Klein. Helemaal? Niet echt, want het is hem zeker ook om de soundtrack te doen, die op mij een diepe indruk maakte, ook al begreep ik niet alles van de tekst. ‘Blue’ is de aangrijpende en zeer intieme getuigenis van iemand die gaat sterven: Derek Jarman zelf. “The virus rages fierce. I have no friends now who are not dead or dying. Like a blue frost it caught them. At work, at the cinema, on marches and beaches. In churches on their knees, running, flying, silent or shouting protest.” Droevig, melancholisch, sereen, en subliem in de ware zin van het woord. De verbluffende soundtrack laat geluiden, muziek, stemmen horen van Brian Eno, Danny Hyde, Gini Ball, Hugh Webb, James Mackay, Jan Latham Koenig, John Balance, Kate St. John, Marden Hill, Markus Dravius, Marvin Black, Miranda Sex Garden, Momus, Peter Christopherson, Richard Watson, Simon Fisher-Turner, Tony Hinnigan, Vini Reilly, Derek Jarman, John Quentin, Nigel Terry en Tilda Swinton.

blue12-yves-klein-theredlist.jpg

Op het terras, met uitzicht op de Theems en de Londense skyline, uitgeput door zoveel opwindende en saaie kunst in die grote fabriek, opperde ik, wat onnadenkend en met weinig respect voor de kunstenaar, dat alles al gedaan is. Met weinig respect omdat ik nog maar eens een keer aan mezelf dacht. Toen ik er enkele jaren geleden aan dacht om al mijn foto’s van blauwe luchten – het waren en zijn er heel wat - in een serie onder te brengen en er teksten bij te schrijven wist ik waarschijnlijk al wel dat dat niet zo’n origineel idee was, zoniet had ik er wel iets mee gedaan. Nu ik ‘Blue’ gezien had vond ik mijn voornemen van toen ronduit bespottelijk.

Wat later ging ik in de boekwinkel van Tate op zoek naar een boek met kleurfoto’s van William Eggleston. Op de immense tafels vond ik alleen zijn zwart-witfoto’s. Na wat zoeken in de rekken trof ik echter een mijn onbekend werk met de fascinerende titel ‘At Zenith’ aan. Ik had het kunnen en moet weten, maar ik wist het niet: ‘At Zenith’ bevatte niets anders dan foto’s van de wolken en de blauwe lucht.

“During a 1978 road trip from Georgia to Tennessee, Eggleston photographed the sky from the car window using an early instant camera. The resulting images evoked small fragments of classical frescoes. The following day, he lay on the ground and continued to shoot the sky above. “At Zenith” brings together fifteen pigment prints from the Wedgwood Blue cloud series, in which Eggleston takes celestial zenith--the point of sky directly overhead—as his exclusive subject. These meditative images of wispy clouds interspersed with cerulean blue are painterly variations on a universal theme that has inspired artists from John Constable to Gerhard Richter. The photographs represent a broadening of Eggleston’s quotidian subjects—an exploratory, sky-gazing caesura within the lush panorama of his oeuvre.”*

Ondanks deze wijze en juiste woorden en mijn obsessie voor toevallige gebeurtenissen was ik teleurgesteld. Waar ik felkleurige Americana-foto’s verwachte trof ik bijna monochrome blauwe luchten aan – hoe saai, hoe vervelend! Het is alsof je de bioscoop binnenstapt om ‘Singing In The Rain’ te zien, en dan ‘Touch Of Evil’ te zien krijgt.
blue - william eggleston at zenith 14.jpg

Alles is al gedaan, er is niets nieuws onder de zon. Toch kan het misschien geen kwaad om alles, of misschien niet alles maar datgene wat goed (agathos) was en is, nog eens over te doen? Zeker loont het de moeite om wat goed is te zien, terug te zien en om het allemaal goed te bekijken en niet te snel een oordeel te vellen, zoals ik daar uitkijkend over Londen met de blauwe foto’s van William Eggleston deed.

...

*Uit de inleiding bij een tentoonstelling van deze werken in de Gagosian Gallery in New York in 2013.