28-05-14

MANUSCRIPT GEVONDEN IN EEN WANDKAST

mods.jpg

Korte tijd geleden vond ik in een wandkast de chronologie die hieronder staat terug. Het lijkt me interessant om daar de volgende weken wat dieper op in te gaan. Mocht ik er de energie voor vinden, want de voorbije dagen hebben me zo uitgeput, ook al heb ik niets gedaan, werkelijk niets, zo weinig dat ik alleen nog maar zin heb om ergens, om het even waar, te gaan liggen en te slapen. Of eerst verschillende soorten bier, Gordon’s Finest Gold, Krusovice, gele Chimay, Cruzcampo, et cetera,  te drinken en dan te gaan liggen, ook al heb ik nog een dak boven het hoofd en dergelijke. Dus hier thuis kijken wat er nog in de koelkast zit en dat dan uitdrinken tot ik er bij neerval, wat ik in ‘normale omstandigheden’ nooit doe. Ik ga altijd liggen. En als ik niet kan gaan liggen dan speel ik drie akkoorden op m’n gitaar, slik een bromazepam en ga dan liggen. Dat lukt meestal wel. Maar een mens wordt altijd weer wakker. Soms zegt hij dan helaas, soms, hé wat goed, weer een nieuwe dag.

Als ik er iets mee ga doen, met die notities, dan zal het in muzikale zin zijn. Hoe ben ik doorheen de jaren tot de muziek gekomen waar ik nu van houd, of waarvoor ik nog uit mijn zetel kom om een of andere geluidsdrager in gang te zetten, en voldoende luid, zonder enige rekening te houden met de buren, zodat ik er al bij al nog enig plezier aan kan beleven?

Mijn terugblik zal dan, anders dan het teruggevonden overzichtje, naar voor 1965 moeten gaan. Ik geloof dat ik min of meer bewust naar muziek ben gaan luisteren toen ik zes was, in 1956. Niet dat ik zo snel was: mijn broer François is zeven jaar ouder. Door hem ben ik in aanraking gekomen met rock & roll. Daarna zijn we vijanden geworden: hij had een afkeer van the Beatles, the Rolling Stones en vooral van lange haren. Heel belangrijk om wat ik de volgende dagen over mijn ‘muzikale ontwikkeling’ al dan niet ga schrijven te begrijpen. Of niet? Want het was een broederschap, maar tegelijk was het al een generatieclash, veel meer dan met mijn ouders.

De teruggevonden chronologie (dat is toch al een begin):

1965
Zomer: door scholen georganiseerde reis naar Zwitserland (Broc, Vevey, Lausanne). Eenzaam, gepest. Wegens allergie niet mee naar Le dent de Broc. Salut les copains. Bob Dylan, Barry McGuire. The Byrds. Jasjes en hemden.

1966
Parijs (schoolreis). Flipperkasten, the Rolling Stones, Michel Polnareff, Françoise Hardy, the Troggs, Jacques Dutronc. Gestreepte broeken.

1967
Londen (schoolreis). Sgt. Pepper’s in de etalages. Dronken van bier en gin. Jan De Pooter. Jimi Hendrix Experience. The Outsiders. Fluwelen jas, sjaaltjes, zonnebrillen, Roger McGuinn. John Lennon.

1968
Jazz Bilzen, Barbarella, Pink Floyd in het Pannenhuis, liefde. Garelli brommer. Gitaren. Antwerpen.

1969
Films, Henry Miller, Easy Rider, nieuwe vrienden, Brussel, Pink Floyd, Yes, Buck Owens, blote voeten. Incredible String Band, Fred Neil, John Hartford, Tim Hardin.

1970
Aken (popfestival). De politie tegen mijn meisje V. in microjurk, “haben sie eine Hose?” In slaap gevallen bij Pink Floyd. Een halve kilo shit onder onze slaapzak gevonden. Amsterdam. Neil Young. Gram Parsons.

1971 en 1972 ontbreken (huiselijk geluk).

1973
Geelzucht in augustus. ‘A la recherche’ gelezen.  Geen muziek, behalve Steely Dan’s ‘Countdown to Ecstasy’.
September: Hele maand in Villa den Uil in Oostduinkerke, met mijn vrouw, mijn zoon Jesse, Flor, Leo en Vera. We luisteren alleen maar naar ‘Pat Garrett & Billy the Kid’ en roken joints. Gesprekken over astrologie en politiek. Het verlangen naar een commune en seks met iedereen die ons bevalt.

 

rollingstones1.jpg

De commentaren zijn gesloten.