28-01-14

MADAME BOVARY IN DE CAMARGUE

2012_09_ALGARVEpanasonic 080.JPG

Laten we een korte reis maken naar Les Saintes-Maries-de-la-Mer in de Camargue. In dat stadje bevindt zich de Zwarte Madonna, die Sara wordt genoemd. Het is een belangrijke bedevaartplaats voor zigeuners. Bob Dylan ontmoette er een zigeunerkoning, of zo leert ons toch de legende. Inderdaad, Bob Dylan bestaat niet echt: hij is een legendarische figuur, een mythische held. Uit een andere legende leren we dat hij er enkele maanden in een tent leefde samen met zijn vrouw Sara en hun kinderen, waaronder Jesse en Jakob. Voor de song & dance man was het een vruchtbare tijd.

Op het uitgestrekte grondgebied van Les Saintes-Maries-de-la-Mer, woont Emma Bovary met haar oudere echtgenoot in een riante villa. Zover het oog reikt niets dan moerassen en in de verte de Middellandse Zee. Madame Bovary leidt een eenzaam bestaan: vanwege zijn doktersberoep is haar echtgenoot vaak uithuizig. Haar enige gezelschap zijn dan haar zes witte paarden. Vaak, als ze een rit maakt om de flamingo’s te gaan begroeten, of gewoon maar voor het plezier, waant ze zich een edele vrouw uit de Middeleeuwen: Madame Bovary heeft veel historische romans gelezen.

Op een zomerdag komt de jonge reiziger Mathieu F. in het stadje aan. Op het terras van een café ontwaart hij Madame Bovary en wordt meteen smoorverliefd. Zij echter lijkt hem niet eens op te merken. Mathieu F. verneemt dat Emma Bovary niet alleen paardrijdt maar ook veel tijd doorbrengt op het strand. Het is daar, gezeten onder een parasol, dat ze haar romans verslindt. Mathieu F., hoewel een reiziger in hart en ziel, kan niet weg uit de streek: de vrouw, van een uitzonderlijke schoonheid, rode haren, vurige ogen, lange benen en sierlijk in al haar bewegingen, heeft hem betoverd. Hij moet en zal in haar buurt blijven.

Hoewel hij niet van het leven op het strand houdt brengt hij daar nu elke dag ettelijke uren door. Mathieu heeft het gevoel dat hij en Madame Bovary elkaar al eerder hebben gekend, misschien wel in een vorig leven. Later pas ontdekt hij dat ze sterk gelijkt op zijn jeugdliefde, toevallig een Sarah, die hij hartstochtelijk liefhad maar helaas in een kaartspel – tijdens een dronken nacht - verloor aan een andere man. Hij weet echter dat het niet het spel was dat hen heeft gescheiden, maar het noodlot.

Nu hij in Madame Bovary’s nabijheid vertoeft, heeft hij nog maar één wens: haar liefde te winnen en voor altijd zijn leven met haar te delen. Haar te beminnen zoals geen enkele andere sterveling dat kan. Wat kan hij doen opdat die wens, zelfs maar gedeeltelijk, in vervulling zou gaan?

Soms zit hij met zijn nieuwe vrienden kaart te spelen in een van de bars in het van hitte zinderende stadje. Zijn hoofd is echter elders, zelfs als hij nuchter is. Zo verliest hij een groot deel van zijn geld en zal hij al gauw zijn hotelkamer niet meer kunnen betalen.

Emma Bovary is niet zo wereldvreemd dat ze Mathieu nog niet heeft opgemerkt. Op straat wordt er over hem en over zijn smachtende liefde gepraat en velen vinden hem een sentimentele dwaas. De zigeuners hebben al enkele liedjes over zijn onbeantwoorde, tragische liefde geschreven.  Een van die liederen zal Bob Dylan inspireren voor zijn ballade ‘Sara’, terug te vinden op zijn meest liefdevolle, zijn enige van werkelijk mededogen getuigende elpee, ‘Desire’. Wel wat vreemd dat hij de song ‘Sara’ heeft genoemd en niet ‘Emma’, maar ongewoon is het nu ook weer niet.

Als Mathieu’s laatste avond in Les Saintes-Maries-de-la-Mer aanbreekt komt Madame Bovary hem opzoeken. Ze drinken champagne in de lobby van zijn hotel en vertellen elkaar over hun leven van eenzaamheid en verlangen. Emma’s begeerte, om niet te zeggen haar lustgevoelens, wint het al gauw van haar schuchtere gereserveerdheid. Ze valt voor de charmes van Mathieu, die in haar ogen iets heeft van de desperado’s waar ze al zoveel over heeft gelezen. Het verhaal van die nacht wordt bezongen door Gram Parsons en Emmylou Harris in We’ll Sweep Out The Ashes In The Morning’. Het is best mogelijk dat Parsons het verhaal heeft opgevangen toen hij in de villa van Keith Richards in Villefranche-sur-Mer verbleef, waar the Rolling Stones ‘Exile On Main Street’ opnamen.

Als Mathieu ontwaakt smeulen de assen nog na in de open haard, maar Emma Bovary is weg. In een korte brief schrijft ze, niet zonder passie, dat ze haar man niet aan zijn lot kan overlaten, dat hij haar meer nodig heeft dan Mathieu; Mathieu is nog jong, haar man is oud, maar dat ze hem, Mathieu, nooit zal vergeten, dat ze altijd van hem zal blijven houden. Maar nee, ze kan hem niet vergezellen naar het vreemde land dat zijn bestemming is. Ze moet in Les-Saintes-Maries blijven, bij haar man, haar zes witte paarden, de flamingo’s en bij Sara, de Zwarte Madonna.

...

Foto: Martin Pulaski, Santa Luzia, 18 september 2012.

27-01-14

SLAPELOZE NACHTEN

William Blake, The Angel of Revelation (1).jpg

De bewering, enkele dagen geleden, dat er geen leugens bestaan, dat er alleen maar waarheid is en niets dan de waarheid, heeft me slapeloze nachten bezorgd. Het was een bewering waarvan ik aannam dat ze geldig was… Geen speld tussen te krijgen, dacht ik. Want het is toch juist dat alles wat zich voordoet en niet voordoet waar is? De leugen doet zich voor, dus is ze waar? Een sofisme, natuurlijk. Je zet je met zulke absolute uitspraken vast, je raakt geen stap verder meer. Het mag dan absoluut waar zijn dat er alleen maar waarheid bestaat, dat het geen zin heeft een onderscheid te maken tussen waarheid en leugen (of tussen goed en kwaad), maar in het particuliere, in het gewone leven van alledag bedoel ik, kun je daar niets mee aanvangen. Want als iemand je beliegt en bedriegt, zoals bijvoorbeeld de banken doen (de bankiers), dan word je wel echt belogen en bedrogen. Om maar een voorbeeld te geven. Ik wil hier niet eens ingaan op logica, op ware en onware uitspraken (voorbeeld van een onware uitspraak, herinner ik me, is “de maan is een gele kaas”*).  Om weer wat beter te kunnen slapen – dat hoop ik althans – moet ik derhalve terugkomen op de bewering dat er geen leugens bestaan. Er bestaan wel degelijk leugens, maar in het grotere geheel maken ze deel uit van wat waar is, omdat ze bestaan. Niet alleen om beter te kunnen slapen natuurlijk moet ik mijn bewering relativeren: ik wil ook in de toekomst nog leugenaars kunnen ontmaskeren, en ik wil bovendien mijn eigen leugens onder ogen kunnen zien.

Ik was moe toen ik die uitspraken deed, ook die over de voorhoede. Dat mag weliswaar geen excuus zijn, maar het is wel waar dat je met je lichaam denkt en schrijft. Denken vergt veel van je, vreet je energie op. Je gedachten zo helder mogelijk proberen neer te schrijven is ook zwaar werk. Een vermoeid lichaam is hetzelfde als een vermoeide geest; het zijn andere spieren en organen die je voor denken en schrijven gebruikt, maar ze maken deel uit van wie en wat je bent, van je lijfelijkheid – er is, zoals iedereen weet, niet echt een onderscheid tussen het geestelijke en het lichamelijke, tussen wat soms nog het hogere en het lagere wordt genoemd. Vermoeidheid van lichaam (en geest) ligt vaak aan de basis van vermoeide en verwarde ideeën. Die vaak wel interessant kunnen zijn, omdat ze ongewone, afwijkende, tegenstrijdige inzichten, emoties, obsessies, dwangvoorstellingen, et cetera, aan het licht kunnen brengen.

En gelukkig mogen we onszelf tegenspreken, alleen al omdat we gisteren anderen waren dan we vandaag zijn. Al mogen we dat argument niet gebruiken om vals te spelen, om er maar wat op los te leuteren of om bewust leugens te vertellen. We moeten altijd te goeder trouw zijn, om het eens met Sartre te zeggen.

...

 

*Waar ik het als student filosofie niet mee eens was: in poëtische zin kon “de maan is een gele kaas” wel een ware uitspraak zijn.

Afbeelding: William Blake, The Angel Of Revelation Giving the Truth

25-01-14

ZERO DE CONDUITE: AARDE

ALLEN GINSBERG.jpg

Vandaag is er van zes tot acht uitzonderlijk een uitzending van zéro de conduite. Zéro de conduite is een POPprogramma op Radio Centraal in Antwerpen. In normale omstandigheden elke eerste zaterdag van de maand (nu dus niet), van 6 tot 8 ’s avonds. Heerlijk als je druk bezig bent in de keuken, of bij het aperitief, en later aan tafel bij de zeeduivel! Stem af op 106.7 FM. Je kunt het programma eveneens via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over de radio.
Volgende zaterdag, 1 februari, is er geen uitzending.

Vanavond worden het liederen over de aarde,” third stone from the sun”, aldus Jimi Hendrix. Al is de aarde niet altijd het onderwerp, soms alleen maar decor, achtergrond, iets groots om iets kleins mee te vergelijken. Liederen over ecologie, geschreven vanuit het besef dat onze planeet wordt vernietigd, wat al in de jaren zestig bij de hippies sterk aanwezig was, denk maar aan hun slogans, “back to the country, “back to the garden”, “back to mother earth”, besef dat nu nog veel acuter is geworden.
Deze songs zijn echter niet allemaal klaagzangen of aanklachten; vaak wordt de aarde, wordt de natuur bezongen en bejubeld. Soms is de aarde een eenzame bol, even eenzaam als de cabine in het ruimteschip van David Bowie. Een enkele keer is ‘onze’ planeet een metafoor voor de dagelijkse sleur, zoals in the Daily Planet van Arthur Lee en Love.

Vreemd genoeg zijn – naar mijn bevinding – de popsongs over de aarde vrij schaars, zeker als je hun aantal vergelijkt met dat van die over de veiligheid van huis en thuis. Bestaat er bij veel songschrijvers dan toch een soort atavistische schrik voor moeder aarde, die misschien ook wel een angst is voor de oermoeder, bron van alle leven?

Hoe het ook zij: ik denk dat mijn selectie een mooi en soms ook ontluisterend sfeerbeeld geeft van het leven hier op aarde, de aarde op mensenmaat. Ja, dit is inderdaad weer een programma in de reeks ‘sferen’.

Veel luisterplezier.

TAPESTRY.jpg

Welcome To Earth - Robyn Hitchcock - Spooked

My Last Days On Earth - Bill Monroe & His Blue Grass Boys – Anthology

Space Oddity - David Bowie - Space Oddity

“Planet earth is blue
And there’s nothing I can do…”

Back To Earth - Ravi Shankar - Chappaqua

Turn Into Earth - The Yardbirds - Roger The Engineer

The Earth Is Broken - Tim Buckley - Dream Letter (Live In London 1968)

Not To Touch The Earth - The Doors - Waiting For The Sun

Earth Blues - Jimi Hendrix - First Rays Of The New Rising Sun

You Make Your Own Heaven And Hell Right Here On Earth - The Temptations - Psychedelic Shack

Mercy Mercy Me (The Ecology) - Marvin Gaye - What's Going On

“Oh mercy, mercy me

Ah things ain't what they used to be

What about this overcrowded land

How much more abuse from man can she stand?”

Earth And Water Song - Humble Pie - Humble Pie

Ol' Mother Earth - Tony Joe White - Homemade Ice Cream

Falling Off The Face Of The Earth - Neil Young - Prairie Wind

I Feel The Earth Move - Carole King - Tapestry

Earth Angel (Will You Be Mine) - The Penguins - Golden Age Of American Rock & Roll  Vol 1

Mother Earth - Memphis Slim – Memphis Slim (Chess, 1961)

Earthwords - John Hartford - Earthwords And Music

Paradise  - John Prine - John Prine

Garden Of Eden - New Riders Of The Purple Sage - New Riders Of The Purple Sage

California Earthquake - Mama Cass Elliot - Dream A Little Dream Of Me: The Music Of Mama Cass Elliot

Hungry Planet - The Byrds - (Untitled)


“I'm a hungry planet

I had the bluest seas

Oh, the people kept choppin' down

All my finest trees

Poisonin' my oxygen

Diggin' into my skin

Takin' more out of my good earth

Than they'll ever put back in”

 

Salt Of The Earth - The Rolling Stones - Beggars Banquet

The Daily Planet – Love - Forever Changes

Never Turn Your Back On Mother Earth - Neko Case - Middle Cyclone

Earth Died Screaming - Tom Waits - Bone Machine

Petrified Forest - Captain Beefheart - Lick My Decals Off, Baby

Greatest Show On Earth - The Felice Brothers - The Felice Brothers

Same Brown Earth - Latin Playboys - El Cancionero: Mas Y Mas (1992 - 1996)

Ends Of The Earth -  Lord Huron - Lonsome Dreams

The Good Earth - The Feelies - The Good Earth

The Earth Is In The Sky - Tom Verlaine - Songs And Other Things

Mother Of Earth - The Gun Club - Miami

Humans From Earth - T-Bone Burnett - The Criminal Under My Own Hat (1992)

The Garden Of Earthly Delights - The United States Of America - The United States Of America

Earth Same Breath - Kendra Smith - The Guild of Temporal Adventurers

The Colour Of The Earth - PJ Harvey - Let England Shake

 

lick-my-decals-off-baby.jpg

Research & presentatie: Martin Pulaski

23-01-14

LEUGEN, WAARHEID, MELANCHOLIE

MelencoliaDurer.jpg

1.
Er zijn geen leugens onder de zon. Ga ze ook maar niet zoeken in een ander vuur of onder een steen, in de schaduw van een olm, een belfort. Ga ze zeker niet zoeken in de doolhoven van industriezones noch in een kluis in een huis aan een donker meer in een buitenland. Dat is tijdverlies, zelfs als je ervan uitgaat dat de tijd niet bestaat, dat hij alleen maar een concept is, een manier van denken, deel van een wereldbeeld.

Er is alleen maar waarheid en niets dan de waarheid. Of ik je dat nu zweer of niet verandert niets aan de situatie. Wat je om je heen ziet - verlaten en drukke straten, pleinen, vogelnesten, bijenkorven, flatgebouwen, metrostations -, dat is niemandsland. Een land zonder koning, zonder onderdanen, zonder zonde, zonder genade, een land vooral zonder schaamte. Waar zelfs de strengste wetten in het onbekende ontstaan en er weer terugkeren - het nog niet bekende dat even waar is als het bekende, alleen weet niemand in het niemandsland het al. Of daar lijkt het toch op, maar het is ook waar dat er altijd bevoorrechten zijn, dat er altijd een voorhoede is. Aan wat die hoede voorafgaat weet ik ook weer niet en ik ken ook geen mens die het wel zou kunnen weten. Wat ik wel denk te weten is dat allen, zoals dieren, aan die wervelwind van wetten onderworpen zijn, dat niets door hun mazen kan glippen. Ook degenen die niet uit de boot vallen raken in hun netten verstrikt.

Alles wat zich voordoet en niet voordoet is waar. Elke citroenschil, elke schimmel, elke dromedaris, elke droom, elke splitsing, elke wonde is waar. Er is alleen maar waarheid. Er zijn geen leugens onder de zon. Zo is het en zo zal het worden. Zet nu maar een punt achter al dat zoeken en nauwgezet en goedbedoeld onderzoeken. Je nieuwsgierigheid zal wel ergens anders, in een ander niemandsland, wortel schieten.

2.
Vorige nacht werd ik wakker en raakte maar moeilijk weer in slaap. Terwijl mijn vrouw lindethee voor me maakte sloeg ik nog even ‘Het boek der rusteloosheid’* van Pessoa open, een bijna ideaal slaapmiddel. Daar las ik dit:

“Waarom schrijf ik tegenstrijdige en niet met elkaar te verenigen processen van dromen en dromen leren? Waarschijnlijk omdat ik er zozeer de gewoonte van heb gemaakt het verkeerde als het ware te ervaren en wat ik droom even duidelijk waar te nemen als wat ik zie, dat ik het menselijke en volgens mij valse onderscheidingsvermogen tussen waarheid en leugens heb verloren.”

De eerste zin begreep ik niet. Het zal wel aan mijn slaapkop liggen, dacht ik, maar nu ben ik wakker en ik begrijp hem nog niet. Het is me echter om de tweede zin te doen. Nu heb ik die, geruime tijd geleden, al meermaals gelezen en is de gedachte mij misschien bijgebleven. Maar alleszins heb ik er bij het neerschrijven van het bovenstaande niet aan gedacht. De trigger voor de tekst was Martin Scorsese’s film ‘The Wolf Of Wall Street’: die gaat in zekere zin ook over de waarheid. Alles wat je in zijn film ziet is waar, hoe overdreven het soms ook lijkt.

Kirsten-Dunst-in-Melancholia.jpg

3.
Mijn blog bestaat nu bijna acht jaar. Waarom heb ik hem ‘hoochiekoochie’ genoemd? Had ik een slaapkop, was ik beneveld of was het een kater? Niet dat ik het een slechte naam vind, maar ik besef nu heel goed dat hij de lading niet dekt. Melencolia, de gravure uit 1514 van Dürer indachtig, zou veel beter geweest zijn. Maar wellicht bestaan er duizenden blogs die ‘melencolia’ heten. Zelfs hoochiecoochie bestond in 2006 al, vandaar de afschuwelijke maar gelukkig ook kafkaiaanse K. Overigens zou ‘melencolia’ nooit kunnen aanzetten tot dansen terwijl hoochiekoochie, in weerwil van de occasionele zwartgalligheid, bijna niets anders beoogt te doen. 
Totentanz_blockbook3.jpg

...

*Zoals ongeveer alles van Fernando Pessoa een boek dat niet af is, wat een modern kunstwerk betaamt. Een boek, een kunstwerk, dat pretendeert af te zijn, voltooid, is volgens Adorno een leugen. Ook dat is waarheid.

Beelden: Melencolia, Albrecht Dürer, 1514; Kirsten Dunst in 'Melancholia', Lars Von Trier, 2011; Totentanz, Blockbuch, Heidelberg, 1455-1458.

...

Een fragment uit mijn dagboek: "
Strijd tegen de leugens zeg ik, maar wat is dan de waarheid? Hoe vind ik de waarheid? Berusten in de inertie, is dat de waarheid aanvaarden? Toegeven dat alles voor niets is geweest… Dat mijn leven (en tegelijk zoveel andere levens) overbodig is… Ik neem aan dat dàt niet de waarheid is." (5 mei 1980).

Dat was toen, dit is nu. Want ja, ook dat is waarheid.

 

22-01-14

GEDACHTESTREPEN

cy twombly3.jpg

Zou iemand gedachtestrepen al ooit vergeleken hebben met trapezes? Erwin Mortier deed het in zijn ‘Gestameld liedboek’, niet bepaald een opmonterend verslag van de fysieke en mentale aftakeling van zijn moeder. Maar de schoonheid van de woorden, de taal, de zinsbouw, overstijgt alle verdriet, zonder het onder een laag rococo te bedelven – zo slaagt Mortier erin om, als een alchimist, uit een rouwproces een onvergetelijk portret van een moeder te distilleren.

Dit is de zin: “Alleen al om aan gedachtestrepen – de trapezes van de syntaxis – heel even gewichtloos in de nok van een zin te kunnen hangen, laat ik deze woorden los.”

...

Beeld: Cy Twombly.

21-01-14

JEAN SEBERG: EEN AMERIKAANSE TRAGEDIE

jean-seberg-breathless4.jpg

 

Gisteravond zag ik een magnifieke documentaire over Jean Seberg, ‘Eternelle Jean Seberg’ van Anne Andreu. Hoewel ik haar levensverhaal ken was ik opnieuw verontwaardigd. Een geweldige actrice, een voorvechtster voor gelijke rechten, voor individuele en artistieke vrijheid, een idealistische vrouw die iedereen zou moeten bewonderen – kapot gemaakt door de paranoïde J. Edgar Hoover en zijn FBI-agenten en, ook dat verhaal klinkt vertrouwd, de gewillige media. Een vrouw die voor ons allen een voorbeeld had kunnen zijn, de ‘heldin’ van ‘A bout de souffle’, het eerste meesterwerk van Jean-Luc Godard, werd door hypocriete moraalridders zo lang opgejaagd en geïntimideerd dat er voor haar maar een uitweg meer bleef: zelfmoord. (Als het al zelfmoord was, want de mogelijkheid dat ze vermoord werd is nog altijd niet uitgesloten.)

jeanseberg2.jpg

Ik wil haar levensverhaal hier niet nog eens herhalen. Probeer de documentaire te zien, en zeker een aantal van haar films. Hieronder een kort stuk uit Wikipedia over de methodes van de FBI om iemand te ‘neutraliseren’.

“During the late 1960s, Seberg provided financial support to various groups supporting civil rights, such as the NAACP and Native American school groups such as the Meskwaki Bucks at the Tama settlement near her home town of Marshalltown, for whom she purchased US$500 worth of basketball uniforms. The FBI was upset about several gifts to the Black Panther Party, totalling US$10,500 (estimated) in contributions; these were noted among a list of other celebrities in FBI internal documents later declassified and released to the public under FOIA requests. The financial support and alleged interracial love affairs or friendships are thought to have been triggers to a large-scale FBI program deployment in her direction.

The FBI operation against Seberg used COINTELPRO program techniques to harass, intimidate, defame, and discredit Seberg.The FBI's stated goal was an unspecified "neutralization" of Seberg with a subsidiary objective to "cause her embarrassment and serve to cheapen her image with the public", while taking the "usual precautions to avoid identification of the Bureau". FBI strategy and modalities can be found in FBI inter-office memos.
Jean_Seberg_Bonjour_Tristesse_Preminger.jpg

In 1970, the FBI created the false story, from a San Francisco-based informant, that the child Seberg was carrying was not fathered by her husband Romain Gary but by Raymond Hewitt, a member of the Black Panther Party.The story was reported by gossip columnist Joyce Haber of The Los Angeles Times and was also printed by Newsweek magazine. Seberg went into premature labor and, on August 23, 1970, gave birth to a 1.8 kg baby girl. The child died two days later. She held a funeral in her hometown with an open-casket that allowed reporters to see the infant's white skin which disproved the rumors. Seberg and Gary later sued Newsweek for libel and defamation and asked for US$200,000 in damages. Seberg contended she became so upset after reading the story, that she went into premature labor, which resulted in the death of her daughter. A Paris court ordered Newsweek to pay the couple US$10,800 in damages and also ordered Newsweek to print the judgement in their publication plus eight other newspapers.

The investigation of Seberg went far beyond the publishing of defamatory articles. According to her friends interviewed after her death, Seberg experienced years of aggressive in-person surveillance (constant stalking), as well as break-ins and other intimidation-oriented activity. These newspaper reports make clear, that Seberg was well aware of the surveillance. FBI files show that she was wiretapped, and in 1980, The Los Angeles Times published logs of her Swiss wiretapped phone calls. U.S. surveillance was deployed while she was residing in France and while travelling in Switzerland and Italy. Per FBI files the FBI cross-contacted the "FBI Legat" (legal attachés) in U.S. Embassies in Paris and Rome and provided files on Seberg to the CIA, U.S. Secret Service and U.S. Military intelligence to assist monitoring while she was abroad.

FBI records show that J. Edgar Hoover kept U.S. President Richard Nixon informed of FBI activities related to the Jean Seberg case via President Nixon's domestic affairs chief John Ehrlichman. John Mitchell, then Attorney General, and Deputy Attorney General Richard Kleindienst were also kept informed of FBI activities related to Jean Seberg.”

jeanseberg1.jpg

Jean Seberg was een unieke en moedige, maar soms ook wanhopige en rusteloze vrouw; over haar zou ongeveer hetzelfde kunnen geschreven worden als wat Antonin Artaud opmerkte in zijn 'Van Gogh le suicidé de la société': "Il y a dans tout dément un génie incompris dont l'idée qui luisait dans sa tête fit peur, et qui n'a pu trouver que dans le délire une issue aux étranglements que lui avait préparés la vie."

17-01-14

HER EYES ARE A BLUE MILLION MILES ii

Trout-Mask-Replica.jpg

Voor Captain Beefheart / Don Van Vliet

Uit haar ogen van algebra en zandkorrels raak je nooit weg.
Je gaat nergens heen, niet naar de bergen, niet naar het strand.
Een platenspeler onder het stof, vinylgroeven ondergesneeuwd:
Het anderwereldse gekraak van Clear Spot over haar ogen
Die je niet mogen zien in hun roodomrand verschiet – het dal
van Belladonna, waar ze je verliet. Genade van radbraken komt
niet ongelegen in een tijd van kommer en klacht. Een regen
van kwellingen, gesels. En wat mooi bovendien het magenta
van geheugenverlies onder grootmoeders paraplu in de lente!

Ken je de weg naar zijn paarden, zijn ezels, zijn kippen gefokt
Alsof het allemaal niets is, na een zo luidruchtig ‘Drop Out’
En veel voornamere vloeken, verwensingen, heiligverklaringen –
Op nochtans dagen als andere, brandende zon, kille regen
En zo tussendoor een ezelsoor of een kus op haar lippen geboekt
In het grote handelsregister van schijn en wezen en wartaal?
Onder andere letters en cijfers: daar blijf je, volhard je, daar
Ben je tussen elke hoefslag, seconde, genadeslag onvindbaar
Als schaduwen in Plato’s grot - die nooit een wens uitspraken.

...

Afbeelding van 'Trout Mask Replica', een van de meesterwerken van Captain Beefheart & His Magic Band. 'Her Eyes Are A Blue Million Miles' vind je terug op 'Clear Spot', verschenen in 1972.

15-01-14

TESTAMENT

philbloomhoeplatv1967.jpg

“Vreemd is het leven toch, die geheimzinnige, genadeloos logische opeenvolging van gebeurtenissen, die nergens toe leiden. Het beste dat ervan te hopen valt, is dat je iets over jezelf leert – en dat komt dan te laat; je houdt er alleen een flinke dosis onuitwisbare spijtgevoelens aan over.”
Joseph Conrad, Hart der duisternis.

Begin negentienzevenenzestig richtte ik samen met enkele vrienden (Jan De Pooter, Henry Janssen, Guy Bleus, Luc Verjans) een alternatief schooltijdschrift op. De naam, Testament, had ik van Boudewijn De Groot/Lennart Nijgh, de vorm vonden we bij Nederlandse provotijdschriften, met hun typische afmetingen van 13,75 op 10,5 cm. Qua stijl was het een megelmoes van pop, pulp, jeugdpuistjespoëzie en flauwe humor. Inhoudelijk stelde het tijdschrift niet erg veel voor. Niemand van ons was een groot literator of een diep denker. Dat kon moeilijk anders, jong en naïef als we waren kenden we ternauwernood Rimbaud; van Baudelaire hadden we een beetje een afkeer omdat we zijn ‘Les aveugles’ – “Ils sont vraiment affreux… et cetera” - uit het hoofd moesten kennen. Nogal wat teksten schreven we over uit poptijdschriften als teenbeat, muziek express en tiq, waarin de dichteres Elly De Waard debuteerde.
als een jonge hond 001 (2).jpg

Toch zat er ook iets van onszelf in het blad, onze hoop, onze verwachtingen, onze dagdromen, ons geloof in een betere wereld, in wereldvrede, en bovenal onze liefde voor (alternatieve) popmuziek. Als onvoorwaardelijke bewonderaar van Bob Dylan was ik Dylan Thomas gaan lezen. Hugo Claus had zijn verhalenbundel ‘Als een jonge hond’ (‘Portrait Of The Artist As A Young Dog’) vertaald. Ik heb het mooi uitgegeven Zwarte Beertje hier nu voor me liggen, evenals alle exemplaren van Testament, met uitzondering van het eerste. Is dat wel verschenen, vraag ik me nu af? Zijn we niet meteen met nummer twee begonnen? Overigens veranderde het tijdschrift net zo snel als de tijdsgeest en als wij. Ook de titel veranderde meermaals. In 1968 heette het al Subterranean, nog wat later Sunshine World Magazine. In 1969, toen ik de middelbare school verliet en in Brussel film ging studeren, hield ik het voor bekeken. Mijn vriend Guy Bleus heeft op z’n minst nog een aflevering (Subterranean 2) uitgegeven.
1967a 001.jpg

In de vergeelde tijdschriften, met covers van Guy Bleus en Jan De Pooter, durf ik ternauwernood bladeren. De gedichten die ik schreef waren in weerwil van mijn ‘omgang’ met Dylan Thomas en Hugo Claus beneden alle peil. In die dagen dacht ik echter dat ze geniaal waren. Hoe naïef kun je zijn! Mijn platenbesprekingen waren aaneenschakelingen van clichés, en ga zo maar door. We kopieerden ook zomaar fragmenten uit boeken van pulpschrijvers als Leslie Charteris (“The Saint”). Over de grappen van occasionele medewerkers wil ik het al helemaal niet hebben. Gelukkig was ik zelf helemaal niet grappig, integendeel: ik had een grondige afkeer van ‘moppen tappen’. Het leven was dan wel mooi en groovy en pow wow wow, maar tegelijk ook door en door ernstig.

testament 001.jpgNaast de schaamte is er ook trots. Ik schreef gedichten en proza geïnspireerd door Edgar Allan Poe en Louis Paul Boon, mijn vrienden en ik bewonderden de nieuwe stromingen in de popmuziek, de underground. We luisterden naar Radio London en Superclean Dream Machine, we keken naar televisieprogramma's op VPRO (wie herinnert zich niet de mooie blote Phil Bloom) en zeker ook naar het bijzonder hippe Duitse Beat-Club, we lazen provotijdschriften, we lazen de boeken waar in de klas niet over gesproken werd, werken van Simon Vinkenoog, Hugo Raes, Jan Wolkers, Henry Miller, Louis Paul Boon en Franz Kafka. Onze bijbel was evenwel het Nederlandse tijdschrift Hitweek/Witheek/Aloha. Al die dingen waren nieuw en ongewoon in het brave Limburg, Vlaanderen, België.

Er waren, dachten we, weinig gelijkgezinde zielen, tenzij hier en daar aan de universiteiten, maar daar hadden we helaas geen contact mee. Ons tijdschrift zat in dezelfde stroming als Jazz Bilzen, vooral de editie van 1968, die helemaal in het teken stond van underground en progressieve rock. Ja, hoe naïef en stuntelig ook, we waren voorlopers van wat later de ‘swinging sixties’ en ‘mei ‘68’ zou worden genoemd. Voor ons, een vijftal vrienden, waren die sixties wel swingend, maar de meeste andere leerlingen waren al druk bezig met zich voor te bereiden op een carrière als tandarts, ingenieur, leraar aardrijkskunde of wiskunde. Een beetje zoals in Bob Dylan's 'Tangled Up In Blue'. Wij droomden van een leven als zwervers, als schooiers, als kunstenaars, als dichters, als verlichte nietsnutten. Een droom die gedoemd was te mislukken. Of toch niet?

 ...

 

De elpeehitparade uit Testament nummer vijf, november 1967:

1. The Piper At The Gates Of Dawn – Pink Floyd
2. Procol Harum – Procol Harum
3. The Doors – The Doors
4. Absolutely Free – The Mothers Of Invention
5. Surrealistic Pillow – Jefferson Airplane
6. Bee Geest 1st – Bee Gees
7. Love-In – Wally Tax
8. Are You Experienced? – Jimi Hendrix Experience
9. Da Capo – Love
10.Small Faces – Small Faces

smallfaces album.jpeg

Beelden: Phil Bloom in Hoepla (VPRO) met onder meer Simon Vinkenoog en Johnny The Selfkicker; 'Als een jonge hond' van Dylan Thomas vertaald door Hugo Claus; mijn vrienden en ik na de voorstelling van mijn toneelstuk 'De droom'; Testament nummer drie, maart 1967; The Small Faces op Immediate.

14-01-14

RETORICA EN UTOPIE

Hitler-Youth-Nuremberg-Rally-1935.jpg

“Neem het me niet kwalijk dat ik dat zo zeg, maar jullie declamatoren zijn de hoofdschuldigen die de welsprekendheid bedorven hebben. Door met jullie zweverige klankorgieën allerlei drogbeelden voor te toveren, hebben jullie gemaakt dat het levende organisme van de taal ontkracht werd en afstierf.”*

Petronius, Satyricon.
 

Deze gezwollen stijl vind ik in onze tijd terug in de Vlaamse letteren (er zijn uitzonderingen, zoals dat altijd het geval is) en veel meer nog in de politieke retorica, vooral in die van de Vlaamse en andere nationalisten. Kenmerken voor nationalistische utopieën is dat ze tegelijk simplistisch en hoogdravend zijn. Een ander belangrijk element, even hoogdravend en zweverig, want nergens op gegrond, is de negativiteit. Alles wat niet tot de enge wereld van de nationalisten behoort, wat niet in hun wereldvreemde schema’s past, is problematisch, storend, is ronduit slecht.

Paul De Grauwe, toch een gerenommeerde econoom, en niet bepaald links, toont in een onderzoek aan dat Vlaanderen er ondanks zes staatshervormingen en massa’s meer ‘bevoegdheden’ economisch en bijgevolg ook sociaal op achteruit gaat. In zekere zin rechtevenredig met die ingewikkelde hervormingen, zo ingewikkeld dat geen mens er nog zijn weg in vindt, zeker niet een buitenlander die gewoon was met België handel te drijven. Iemand die ervan overtuigd was dat bijvoorbeeld bier een uitstekend Belgisch product was en nu moet proberen te begrijpen dat er helemaal geen Belgisch product bestaat, dat het om Vlaams bier gaat. Hij moet ook begrijpen dat de Belgische luchthaven Brussel-Nationaal heet en niet anders. Zodra hij per trein Brussel verlaat, op weg naar Antwerpen of Gent, moet hij Vlaams verstaan (Nederlands wordt hier al lang niet meer gesproken); met Engels, Frans of Spaans komt hij nergens. Deze twee eenvoudige voorbeelden maken meteen duidelijk waarom het niet goed gaat met de Vlaamse economie, of niet soms?

Het antwoord van de Vlaamse nationalisten op de vragen die het onderzoek van Paul De Grauwe stelt is zoals te voorzien en te verwachten was: de zes vorige staatshervormingen waren niets waard, ze gingen niet ver genoeg. De volgende staatshervorming, die fundamenteel moet zijn (hoewel ze dat woord uiteraard vermijden), zal de oplossing brengen. De nationalisten zullen daar voor zorgen. Eens die definitieve, radicale, revolutionaire en fundamentele oplossing er is gaat alles goed in Vlaanderen. Alle bedrijven zullen floreren, aan de werkloosheid komt een einde, elke Vlaming kan naar hartenlust beleggen via betrouwbare, transparante banken, de cultuur bloeit als nooit tevoren omdat vanaf nu de volkseigen traditie niet langer wordt verloochend en door het volk aanbeden iconen aan jongeren het voorbeeld geven, iedereen zal zes dagen per week een tiental uur werken en tevreden zijn met zijn salaris, voldoende om datgene te consumeren wat de florerende bedrijven hem tegen een spotprijs aanbieden. Wie toch eens over de schreef gaat en bijvoorbeeld een kersenpit op straat uitspuwt of een broodje aan een bedelaar geeft (hoewel die er niet meer zullen zijn) betaalt met een glimlach zijn GAS-boete.

Ik was bij geen van beide spektakels, maar wat ik las over het nieuwjaarsfeest van de Vlaams-nationalisten in Flanders Expo doet me enigszins denken aan beelden die ik zag van een congres van de nazipartij in Neurenberg in 1934. De bejubelde en verguisde regisseur Leni Riefenstahl maakte er het angstaanjagende meesterwerk, ‘Triumph des Willens’ van. Naar mijn weten heeft de NVA voorlopig nog niet zo’n getalenteerde regisseur in dienst, maar de partij heeft alvast veel steun in de Vlaamse media, vooral bij mediafiguren die bang zijn hun baantje te verliezen of hopen na de verkiezingen van dit jaar eindelijk tot de top door te dringen. Net zoals de nationaal-socialisten destijds in Duitsland worden de rechtsliberale nationalisten in ons land volop gesteund door grote bedrijven. Dit mag echter niet geschreven worden, er mogen geen vergelijkingen gemaakt worden met de jaren twintig en dertig, met de opkomst van het nazisme, dat wordt reductio ad hitlerum genoemd, een drogreden zegt men, dat mag niet. Waarom zou het niet mogen? Het is immers geen drogreden, de overeenkomsten zijn overduidelijk.
IMG_3965.JPG

Noem hen ‘Empire’ – in navolging van J.M.  Coetzee, Antonio Negri en Michael Hardt - of de één procent, noem hen de grote globale bedrijven, de bankiers, et cetera…, zij zijn het die ons, arbeiders, burgers, werkers, werklozen, zieken, gepensioneerden, studenten, jongeren, uitzuigen, die ons uitpersen, die onze arbeid stelen (of hem tot slaven- en kinderarbeid herleiden), die ons onze rechten afnemen, onze al zo onaanzienlijke macht, die profiteren van onze kracht tot er niets meer van overblijft. Voor de macht, voor de winst, voor de absurde triomf van het geld, die eigenlijk de triomf van de dood is.
Niet meer dan logisch dat ze dat willen blijven doen en dat ze daarom een partij steunen die zelf niets wil dan macht en een tamme, lamme, blind berustende massa. Wat echter onbegrijpelijk is, en almaar onbegrijpelijker wordt is dat wij, als massa, als enkelingen, nog niet helemaal lam en blind en machteloos, dat goedkeuren, dat velen onder ons binnenkort zelfs hun stem gaan uitbrengen voor een partij die ons alles af wil nemen. Hebben wij dan zoveel te verliezen? Zijn we dan zo bang? Staat er voor ons zoveel op het spel? Is onze verbeelding zo erg aan banden gelegd dat we niet meer in staat zijn om een reële utopie te ontwerpen, een utopie die niet alleen maar in dromen mogelijk is, maar in het dagelijks leven kan gedijen. Ik denk dat het mogelijk is. Het moet mogelijk zijn.

 

*Petronius, of liever het personage Encolpius, stelt die gezwollen stijl aan de kaak in precies dezeflde gezwollen stijl van zo’n declamatie.

waiting-for-the-barbarians-by-j-m-coetzee 0.jpg

...

Foto's: Triumph des Willens, Leni Riefenstahl, Arbeiders, Martin Pulaski (2013), Waiting For The Barbarians, J.M. Coetzee. 

12-01-14

DE TINGELTANGELZANGERES

degas singers-on-stage.jpg

Een koude januariochtend in 1983. Bij Gina, de tingeltangelzangeres, zijn juwelen gestolen.

Ik lig in diepe slaap, nog maar een uur of twee in bed, dronken van het vele bier en de sigarettenrook in café De Kat. Elke woensdagnacht vanaf elf uur zit ik er samen met mijn vriend Sint Guido. Het is een ritueel. We praten over Elvis Presley, the Byrds, Gram Parsons, Guitar Slim en alle muzikanten, zangers en zangeressen die ons bijwijlen nog het gevoel geven dat we niet alleen maar ellendige nietsnutten zijn. Na voldoende bier van De Koninck praat ik met Nicky, en Kicky en Iskander, die nu al lang dood is. En soms met Leonard Nolens, die de kunst verstaat stevig te drinken zonder ooit van zijn barkruk te vallen.

Opeens staat de politie in de slaapkamer.
“Wat nu? Wat gebeurt er?”
“Ze zijn met een huiszoeking bezig,” zegt Laura, “de keuken en de salon hebben ze al gedaan.”
“Huiszoeking? Hoezo huiszoeking?”
“Ze verdenken mij, vanwege mijn contacten met G.”
“Maar je hebt toch niets gestolen van die tingeltangelzangeres?”
“Natuurlijk niet. Trouwens, ze heeft alleen maar nepjuwelen.”

Misselijk stap ik uit bed, maar toch ook al wat ontnuchterd. De politie die een huiszoeking komt doen bij een brave jongen, dat is niet niets. Ik ben er niet helemaal gerust in: in de slaapkamer staan bijna al mijn boeken, rekken vol Schone Letteren, Misdaad en Filosofie. In een van mijn boeken bewaar* ik al jaren wat hasjiesj. Ik rook dat spul al een eeuwigheid niet meer, maar je moet weten dat ik niets kan weggooien, ik ben een hamster.

De twee agenten kijken wat rond, neuzen in de lingerie, in de vuile was, ik weet niet waar nog allemaal. Ontnuchterd en tegelijk nog dronken voel ik me al gauw boos worden. Er is niets aan te doen, zo ben ik nu eenmaal. Op een van de rekken liggen drie plastieken doosjes waarin, slapend op gele kussentjes, min of meer versleten naalden van mijn platenspeler. Van het merk Shure, als je het toch wilt weten, met van die mooie smaragdgroene naalddragers. Ook die werp ik niet weg. In een kast in de hal staat nog een blikken koekendoos met massa’s van die naalden in.

“Hier,” roep ik, “hier zijn de juwelen, pure diamant!”
De agenten bekijken me alsof ik een ongevaarlijke gek ben, wat misschien ook wel zo is, en vertrekken. Ze hebben hun plicht gedaan. Bij ons ziet het er netjes uit. Geen kakkerlakken, geen ratten, geen afwas van drie weken. Wel boeken, platen, tijdschriften, de vertrouwde geur van tabak en alcohol.

Een uur of wat later loop ik via de Provinciestraat al kotsend naar het stempellokaal. Enigszins trots op mijn branie. Gina. Die tinteltangelzangeres met haar nepjuwelen, hoe is het mogelijk.

...

*
Hoe ik dat deed zal ik later wel eens vertellen. Als de tijd er rijp voor is.

De afbeelding is een danseres van Edgar Degas. 

LISSABON, UIT DE COLLECTIE VAN BERARDO

IMG_5072.JPG

IMG_5075.JPG

IMG_5080.JPG

Tijdens de jaarwisseling in Lissabon, 2013-2014.
Museu Berardo. 

LISSABON, INTERIEURS

IMG_5141.JPG

IMG_5176.JPG

IMG_5088.JPG

Lissabon tijdens de jaarwisseling, 2013-2014.

WINTER IN LISSABON

IMG_5023.JPG

IMG_5044.JPG

IMG_5094.JPG

Lissabon tijdens de jaarwisseling, 2013-2014.
Foto's: Martin Pulaski 

11-01-14

AFWEZIG, AANWEZIG

IMG_5236.JPG

Kun je vergeten dat je bestaat? Dat er tijd is en dat die vliegt, zoals het leven? Alleszins was ik enkele weken in een bepaald opzicht afwezig. Sinds 18 december vorig jaar om precies te zijn. Ik was wel in mijn kamer en deed een aantal dingen zonder er met mijn hoofd bij te zijn. Door de straten van Lissabon liep ik meer als mijn schaduw dan als mezelf, iemand van vlees en bloed. Conversaties waren soms heftig, maar het leek of een andere man gebruik maakte van mijn stem. Er kwamen woorden uit mijn mond die ik niet wilde uitspreken, omdat ik niet echt nadacht, omdat ik er niet eens naar verlangde om te spreken.

Ik zal niet ontkennen dat er ook dan momenten waren waarop ik samenviel met mezelf, of wat ik soms mezelf durf noemen. Dan was bijna alles goed. Ik voelde geen verdriet, vond niet dat mijn leven grotendeels een mislukking was, dacht niet aan vluchtelingen in wankele bootjes, niet aan de terreur in Syrië en elders. Het was als ik de zon zag, de rode daken van Lissabon, het vuurwerk boven de Taag (vreemd, omdat ik niet van vuurwerk noch van massamanifestaties houd), de wolken hier thuis, of als een kunstwerk mij om mijn aandacht en overgave vroeg, iets van Morandi, van Nicholas de Staël, het was toen ik overweldigd werd door de schoonheid en de veelheid van stijlen van de jonggestorven Amadeo de Sousa Cardoso, in zekere zin een dubbelganger van Fernando Pessoa, maar heel wat minder beroemd.

Nu, denk ik, is die periode van zelfverlies weer achter de rug. Maar voor hoe lang? Hoe lang tot alles weer wit wordt of aardedonker, eer ik opnieuw nauwelijks weet waar ik ben en afzie van verwachtingen, niet langer lust heb in de woorden of de huid van anderen en ook mijn eigen stem laat zwijgen en mijn handen op mijn eigen huid laat rusten (en zelfs die zal ik niet voelen)?

Toch ben ik geen pessimist. Of liever: ik ben een ‘leugenachtige’ pessimist. Ergens in mij is er altijd een beweging werkzaam, een kracht, of hoe zal ik het noemen, die mij ook in de donkerste periodes naar de toekomst drijft; een metgezel lijkt het wel, die me zegt, morgen wordt het beter, je echte leven moet nog beginnen. De metgezel die ik zelf ben zal altijd utopisch blijven denken, tegen alle waarschijnlijkheid in.

...

Foto: Martin Pulaski, Lissabon, 1 januari 2014.

09-01-14

WOLKEN

IMG_0073.JPG

Een blik door het raam deed mij de woorden waar ik naar op zoek was nog voor ik ze vond al vergeten. Is dat mogelijk? Dat moeilijk te begrijpen ogenblik tussen ontstaan en er zijn, hoe vat je dat? Ik weet het niet. Maar wat ik zag waren wolken, gewoon maar wat wolken, dichtbij heel donker, verder weg helder, wit als mijn scherm, maar zachter van licht, en recht voor me het begin van een zon, of het einde, want het was bijna vijf uur, dat wist ik zonder op de klok te kijken (ik was net beneden in de keuken een glas water gaan halen). In de dakgoot in het huis aan de overkant zag ik de reflectie van het wit in die lucht in het regenwater; ja, in die kleine spiegel, of eerder een bijna volmaakte scherf, ontwaarde ik een spiegelbeeld van iets groots. En dat grootse was toch ook weer heel klein in vergelijking met het nog veel grotere daarachter, daarboven, daaronder, overal (of bijna overal waar je kon denken als je nog kon denken in een situatie als deze, aangeraakt als je was door Apollo, zoals Hölderlin zegt).

Misschien was ‘ontwaren’ het woord dat ik zocht, want waarom schreef ik dat hier nu neer? Dat gebruikt toch geen mens meer, het is zo verheven, zo zweverig, zo helemaal niet van deze tijd vol ijverzucht en eigenbelang.

Kijk nu, rechts voor me staat een gebouw van de Anderlechtse Haard in brand, van de zon is dat, ook al is de zon niet meer zichtbaar. Een felle oranje gloed, bijna van menselijke makelij, maar zelfs Rothko zou dit niet kunnen en niet willen overtreffen, en daarboven een heel stuk aangetast wit. 

Geen winterse wolken zie ik. Het zijn stormwolken, het is een storm die voor mijn ogen vorm krijgt. Ik hoor echter geen enkel geluid. Sam Cooke heb ik het zwijgen opgelegd; ik geloof dat ik dat nooit eerder heb gedaan. ‘Touch the Hem Of His Garment’, zong hij. Was het een teken? Nee, dat denk ik niet, het is gewoon een lied. Mocht god bestaan had niemand Sam Cooke doodgeschoten in een ranzige motelkamer, mocht god bestaan zou ik ook niet verlangen naar jou maar naar hem. Nee, hij bestaat niet. Maar wel de wolken, nu stilaan een donkere, wat dreigende massa geworden.

...

Foto: Martin Pulaski, 21 april 2013 

08-01-14

ALLE LUST WIL EEUWIGHEID: LARS VON TRIER EN JIMI HENDRIX

nymphomaniac-appetizer-chapter-5_-the-little-organ-school.jpg

Eergisteren zag ik eerst, in de bioscoop, deel 1 van ‘Nymphomaniac’ van Lars von Trier en daarna, op  televisie, de documentaire ‘Hear My Train’ (2013) over Jimi Hendrix. Beide films gaan over verlangen, lust, seks, eenzaamheid en muziek. Dat moest ik toch wel even laten bezinken. Een halve nacht met Jonathan Littell’s* ‘Triptych’, een meesterlijk boekje over Francis Bacon, heeft voor wat afleiding gezorgd, hoewel zeker lust, seks en eenzaamheid ook bijna altijd aanwezig zijn in Bacon’s werk.

‘Nymphomaniac’ is een soort van voorlichtingsfilm, in hoge mate educatief. Althans: ik heb er veel van opgestoken. Onder meer, maar niet alleen, over muziek. Over natuurkunde, fauna en flora. Over Edgar Allan Poe, zijn ‘The Fall Of The House Of Usher’, alcoholisme, delirum tremens. Over vliegvissen (en het gedrag van de vis in het algemeen). Over getallenmystiek en wiskunde. Over jaloezie. Over het eten van taartjes met of zonder vork en het belang hiervan in de klassenstrijd. Over verslavingen. Over verdriet. Over doodgaan.

De Middeleeuwse polyfonisten introduceerden de hoge en lage contratenor, een tweede en derde stem, naast de bestaande melodielijn van de gregoriaanse tenor, de cantus firmus. Vaak zingen de contratenoren in de eigen taal, terwijl de cantus firmus in het Latijn zingt.

In ‘Nymphomaniac’ legt Seligman (Stellan Skarsgård) dit compositorisch principe -  zoals Bach het heeft toegepast in zijn Orgelbüchlein  - uit aan Joe (Charlotte Gainsbourg), die er op haar beurt drie voorbeelden van vindt in haar drukke seksleven. Terwijl in het katholicisme en in de meeste andere religies het seksuele en het lichamelijke meestal als zondig en vuil worden beschouwd, ziet von Trier het lichaam en de verstrengelingen en penetraties net als sacraal en muzikaal. Bestaat er voor de mens iets mooiers, iets intensers, iets verheveners dan erotische gebaren en handelingen? Ach voor vissers is het misschien weer helemaal anders. Je mag nooit absoluut zijn, en dat is von Trier ook niet. Humor, relativeringsvermogen, ironie zijn zeer geschikte middelen om de metafysica van ballast te ontdoen.

Op het orgel zie je de stemmen van de voet en de twee handen, als gaat het om these, antithese en synthese in de Hegeliaanse dialectiek. De derde stem, fluisterend, geheimzinnig, de stem van de liefde. Cunnilingus en fellatio, penetratie, kussen (of klopt die volgorde niet?)

jimi-hendrix_2.jpg

De Jimi Hendrix-documentaire zag ik daarna geheel toevallig. ‘Nymphomaniac’ had veel indruk op me gemaakt. Weer thuis wist ik niet goed wat te doen. Lenin lezen leek me geen goed idee. Even kijken dan maar wat ik de voorbije maanden van televisie heb opgenomen, iets over muziek misschien? Voilà, daar heb je hem al: man van gitaren en alle vrouwen van de regenboog.

Klankingenieur en producer Eddie Kramer, die nagenoeg alle materiaal van Jimi Hendrix geremasterd heeft, komt in ‘Hear My Train’ uitgebreid aan het woord. Zo laat hij ook de gitaarpartijen uit ‘Little Wing’ horen, een kleine parel op ‘Axis: Bold As Love’; het zijn drie lijnen, of drie stemmen, afkomstig van drie afzonderlijk opgenomen gitaarpartijen, de eerste zuiver, de tweede lichtjes vervormd, de derde met veel effecten. Die worden dan samengevoegd en zo krijg je dat muzikale hoogtepunt. Geheim ontsluierd? Toch niet. Want bij Jimi weet je niet welke klank de liefde heeft. Of liever: het is allemaal liefde, cunnilingus, fellatio, penetratie, excuse me while I kiss the sky. Een immens maar veel te kort orgasme.

film, muziek, erotiek, seks, lust, verlangen, eezaamheid, orgasme, filosofie, religie, ethica, dialectiek, lars von trier, jimi hendrix, eddie kramer, bach, orgelbüchlein, wiskunde, theorie

...

*Bij de genitief gebruik ik veel liever de apostrof dan aaneen te schrijven.

 

07-01-14

IK HERINNER ME PHIL EVERLY

everlybrothers.jpg

Herinner ik me Phil Everly? Eigenlijk niet. Hoewel hij enkele mooie langspeelplaten heeft gemaakt, waaronder ‘Star Spangled Springer’ uit 1973, kan ik hem maar met moeite los zien of horen van zijn oudere broer Don. Vaak hebben journalisten het over de vele ruzies tussen de broers, zelfs Paul Simon kan het niet laten in zijn artikel in Rolling Stone. Maar vormen die ruzies niet de noodzakelijke keerzijde van de onmogelijke harmonie van de broers? Zijn ze er bovendien niet helemaal aan ondergeschikt? Voor mij wel; ik heb er zelden aan gedacht, waarschijnlijk omdat ik me die niet kon voorstellen, betoverd als ik was door hun hemelse stemmen.

Wat dat laatste betreft. Ik geloof dat het Georges Bataille was die het betreurde dat we zo vaak moeten terugvallen op religieuze concepten om het over schoonheid te hebben. Dat is zo en ik betreur het zelf ook. Misschien zou het beter zijn mocht ik er het zwijgen toe doen.

1961. Ik zal ongeveer tien zijn geweest, misschien ook wat ouder. Een van de eerste singles die mijn vader voor me meebracht, grijsgedraaid op de jukebox van zijn stamcafé de Metropole, was "Lucille / So Sad (To Watch Good Love Go Bad)" van the Everly Brothers. Hoewel ik hem al lang niet meer in mijn bezit heb herinner ik mij het vuurrode Warner Brothers-label nog. Dat plaatje was het begin van een levenslange liefdesgeschiedenis. In die periode begon ik meer en meer naar de radio te luisteren, gefascineerd, vaak met sneller kloppend hart. Zoals mijn oudere broer hield ik van Elvis, Eddie Cochran, Fats Domino, Connie Francis en nu ook The Everly Brothers. In de vroege jaren zestig zat ik iedere zondagmiddag bij de radio als Guus Janssen Jr. zijn “Tiener Topper Tijd" presenteerde. Veel Duitse kitsch maar ook uitstekende rock & roll; sommige liedjes zijn me bijgebleven, zeker die van Don en Phil, met als uitschieters uit die periode ‘Since You Broke My Heart’, een droef en tegelijk opzwepend nummer, ‘Crying In The Rain’ en ‘Temptation. Zelfs het sentimentele ‘Let It Be Me’ oversteeg de zoeterigheid van andere versies.

Vanaf 1964, door toedoen van onder meer the Beatles, the Rolling Stones en the Kinks, vergat ik de broers een beetje. Maar soms doken ze nog wel eens op, zoals met ‘Gone, Gone, Gone’, ‘The Price Of Love’ en ‘Love is Strange’. Pas veel later zou ik van dat laatste de geweldige originele versie – pure seks - door Mickey & Sylvia horen.

De broers kregen eindelijk weer enige erkenning – tot dan werden ze samen met the Beach Boys in het nostalgiehoekje gestopt - toen Simon & Garfunkel hun ‘Bye Bye Love’ coverden voor ‘Bridge Over Troubled Water’, verschenen in januari 1970. Net zoals Rick Nelson en Carole King werden ze daarna ook omarmd door de Love Generation en het 'langharig werkschuw tuig'.

 
Everly-Brothers-boudleaux.jpg

De Everly Brothers maakten niet alleen uitstekende singles, sommige van hun elpees zijn voor mij werkelijk onmisbaar geworden, al heb ik die pas jaren na hun verschijnen in hun geheel kunnen beluisteren. Ik denk vooral aan 'Songs Our Daddy Taught Us' (1958), ‘The Everly Brothers Sing Great Country Hits’ (1963), ‘Gone Gone Gone’ (1965), ‘Two Yanks In England’ (1966, met enkele nummers die the Hollies, altijd al grote fans, voor hen schreven), ‘Stories We Can Tell’ (1972) en vooral ‘Roots’ (1968). Ja, 'Roots' is hun hoogtepunt, een album dat mee aan de basis lag van wat al gauw country-rock zou worden genoemd. Ik ga er hier niet dieper op in: elders op hoochiekoochie vind je er meer over.

everly-brothers.jpg

Don en Phil Everly zijn voor mij altijd de beste broers geweest, hun samenzang de mooiste samenzang. Harmonieuzer nog dan die van de andere zingende broers, de Louvins, de Stanleys, en intenser dan de  harmonie van the Hollies en the Beatles (zij het dat hun songs wat minder ingenieus zijn dan die van Lennon en McCartney, hoewel hun reguliere songschrijversduo Felice en Boudleaux Bryant ook niet mag onderschat worden). Nu ja, hun invloed op zowat iedereen die van enige muzikale (en vocale) betekenis is in de geschiedenis van de popmuziek is gekend.

En nu is Phil Everly dood... Het jaar is nog maar net begonnen. Goodbye baby boy Phil.

02-01-14

PASSIE

IMG_5238.JPG
Veel passie, liefde en speelsheid gewenst.

...

Foto: Lissabon, 1 januari 2014, Martin Pulaski