11-01-14

AFWEZIG, AANWEZIG

IMG_5236.JPG

Kun je vergeten dat je bestaat? Dat er tijd is en dat die vliegt, zoals het leven? Alleszins was ik enkele weken in een bepaald opzicht afwezig. Sinds 18 december vorig jaar om precies te zijn. Ik was wel in mijn kamer en deed een aantal dingen zonder er met mijn hoofd bij te zijn. Door de straten van Lissabon liep ik meer als mijn schaduw dan als mezelf, iemand van vlees en bloed. Conversaties waren soms heftig, maar het leek of een andere man gebruik maakte van mijn stem. Er kwamen woorden uit mijn mond die ik niet wilde uitspreken, omdat ik niet echt nadacht, omdat ik er niet eens naar verlangde om te spreken.

Ik zal niet ontkennen dat er ook dan momenten waren waarop ik samenviel met mezelf, of wat ik soms mezelf durf noemen. Dan was bijna alles goed. Ik voelde geen verdriet, vond niet dat mijn leven grotendeels een mislukking was, dacht niet aan vluchtelingen in wankele bootjes, niet aan de terreur in Syrië en elders. Het was als ik de zon zag, de rode daken van Lissabon, het vuurwerk boven de Taag (vreemd, omdat ik niet van vuurwerk noch van massamanifestaties houd), de wolken hier thuis, of als een kunstwerk mij om mijn aandacht en overgave vroeg, iets van Morandi, van Nicholas de Staël, het was toen ik overweldigd werd door de schoonheid en de veelheid van stijlen van de jonggestorven Amadeo de Sousa Cardoso, in zekere zin een dubbelganger van Fernando Pessoa, maar heel wat minder beroemd.

Nu, denk ik, is die periode van zelfverlies weer achter de rug. Maar voor hoe lang? Hoe lang tot alles weer wit wordt of aardedonker, eer ik opnieuw nauwelijks weet waar ik ben en afzie van verwachtingen, niet langer lust heb in de woorden of de huid van anderen en ook mijn eigen stem laat zwijgen en mijn handen op mijn eigen huid laat rusten (en zelfs die zal ik niet voelen)?

Toch ben ik geen pessimist. Of liever: ik ben een ‘leugenachtige’ pessimist. Ergens in mij is er altijd een beweging werkzaam, een kracht, of hoe zal ik het noemen, die mij ook in de donkerste periodes naar de toekomst drijft; een metgezel lijkt het wel, die me zegt, morgen wordt het beter, je echte leven moet nog beginnen. De metgezel die ik zelf ben zal altijd utopisch blijven denken, tegen alle waarschijnlijkheid in.

...

Foto: Martin Pulaski, Lissabon, 1 januari 2014.

De commentaren zijn gesloten.