01-12-13

GEZELLIG SAMENZIJN

polanski Carnage.jpg

In de zomer van 1975 beëindigde ik mijn licentiaatsverhandeling, een vanwege familiale omstandigheden moeizaam tot stand gekomen kritische studie van het gezin, met vooral veel aandacht voor het werk over dat thema van Friedrich Engels en Deleuze-Guattari, voor Hegels rechtsfilosofie en zijn beschouwingen over Antigone, en vooral voor de toen erg populaire anti-psychiatrie, met als boegbeelden Ronald Laing en David Cooper. Van het klassieke (en burgerlijke) gezin, het gezin als steunpilaar van een ontwrichte maatschappij,  liet ik geen spaander heel: mijn filosofische en literaire bronnen en de tijdsgeest gaven me daar alle gelegenheid toe. Tot mijn grote verbazing studeerde ik af met grote onderscheiding. Verbazing omdat ik vermoedde dat de meeste van onze professoren zelf in zo’n ‘burgerlijk’ gezin leefden. Ze zullen ruimdenkend geweest zijn. Enigszins onder dwang zette ik op dat ogenblik ook een punt achter mijn huwelijk, een beslissing die ik soms betreur, maar waar ik anderzijds ook een beetje trots op ben. ‘Practise what you preach’, was in die dagen immers een van de betere slogans. Maar treurnis noch trots zijn hier gepast: wat gebeurd is is gebeurd, er kan niets meer aan worden veranderd.

Graag zou ik mijn thesis nog eens herlezen, maar dat durf ik niet: stel je voor dat ik weer tot dezelfde conclusies kom. Wel zie ik dat een aantal van de kritische uitspraken die ik toen deed nog altijd kloppen. Ik twijfel er nog altijd niet aan dat kinderen en jongeren vaak de dupe zijn van ondoordachte uitspraken en handelingen van hun ouders, grootouders en andere familieleden. De gezinsmoraal – of het gebrek daaraan – is naast een in gebreke blijvend onderwijs meer dan eens de oorzaak van de wat de ontsporing van jonge mensen wordt genoemd. Zonder factoren als armoede en uitsluiting uit het oog te willen verliezen.

Nu wilde ik op deze mooie zondagochtend geen kort sociologisch essay schrijven. Eigenlijk zou ik het – in de reeks ‘genealogie’ - over Francis Bacon hebben, die me in dezelfde periode, het midden van de jaren zeventig, enkele flinke mokerslagen toediende, ja, die me aan het wankelen bracht – en vandaag wankel ik nog steeds. Maar eer ik het over een van de grootste schilders* van de twintigste eeuw kon hebben moest ik eerst even de toestand schetsen waarin ik me bevond toen ik helemaal open stond om hem in mijn wereld te ontvangen. Er was zeker een verband tussen die bliksemflits die Bacons werk was en wat ik hierboven geschreven heb over het gezin en over het einde van mijn huwelijk.

Voor ik aan een tekst begin zit ik meestal wat tijd te verknoeien met boeken te klasseren of wat orde te brengen in de bestanden op mijn harde schijven. Zo stootte ik op bovenstaande foto uit ‘Carnage’ van Roman Polanski, een mooi voorbeeld van een ontwricht gezin als steunpilaar van een ontwrichte samenleving. Waarmee nogmaals bewezen is dat het toeval mijn leven bepaalt. Maar wat is toeval?

flam vub.jpg

...

*samen met Nicholas de Staël, Max Beckmann, Giorgio Morandi, Lucian Freud en Anselm Kiefer.

Afbeeldingen: 

1. Carnage (2011), Roman Polanski
2. Leopold Flam aan de VUB, ik zit links op de tweede rij, met het hoofd in de handen. 

De commentaren zijn gesloten.