30-11-13

DAT VREEMDE GEVOEL VAN VOLDOENING

 

thetexas chainsaw massacre1.jpg

De voorbije jaren, na zoveel bezinning en ervaring, wist ik bijna altijd wel zeker dat ik nooit een ramptoerist zou worden: het was er te laat voor, en ik wist met zekerheid dat genieten van het lijden van andere mensen en zelfs van dieren niet in mijn aard lag. Weet ik het met zekerheid? Neen, dat weet ik niet.

Ik ben al lang tijd gefascineerd door de aantrekkingskracht bij kunstenaars, muzikanten en vooral schrijvers voor het verschrikkelijke, het ziekelijke, de pijn en de dood. En door wat de dichter Novalis bestempelde als “het verband tussen genot, religie en wreedheid”. We weten uit het baanbrekende werk van Mario Praz, ‘Lust, dood en duivel in de literatuur van de Romantiek’ in welke mate het verschrikkelijke, het afschuwelijke en het morbide de thema’s bij uitstek waren van de romantische auteurs. Ik wil ze hier niet allemaal opsommen, ze zijn met velen. Ook later, als de romantiek al lang ten grave is gedragen, blijft die aantrekkingskracht voor wat nu over de hele wereld ‘horror’ heet doorwerken. Je hoeft daar niet lang over na te denken: zet de tv aan, ga een bibliotheek, boekwinkel of mediatheek binnen, ga naar een bioscoop, speel een game – je ontsnapt niet aan de horror, “the tempestuous loveliness of terror”, in de woorden van Shelley.

Het genieten van het lijden van andere mensen en zelfs van dieren lag niet in mijn aard, schreef ik. De fascinatie ging uit van een artificiële vorm van die aantrekkingskracht bij anderen, altijd bij anderen. Hoe zij die tegenstrijdige gevoelens verwoordden, in beeld brachten, er razend populaire films van maakten, en zo meer. Het ging mij om schrijvers als Edgar Allan Poe, Charles Baudelaire, (en in zekere zin dichter bij huis Geerten Meijsing alias Joyce & Co), kunstenaars als Cindy Sherman, Francis Bacon en Juan de Valdés Leal, singer-songwriters als Townes Van Zandt en filmregisseurs als Henri-Georges Clouzot, Tobe Hooper en David Cronenberg.

thetexas chainsaw massacre2.jpg


Maar als ik wat dieper nadenk over mezelf, en vooral wat eerlijker (hoewel eerlijkheid ook alweer een dubbelzinnig begrip is), moet ik toegeven dat ik net zo goed geniet van het lijden van andere mensen. Nu ja, genieten is misschien wat overdreven. Maar de fascinatie is er zeker, ook al geef ik dat niet graag toe; een bepaalde vorm van ‘lichtheid’ als andere mensen iets ergs overkomt. Ook al doe ik er niet aan mee en heb ik er nooit aan meegedaan: ik ben kennelijk net zo goed een ramptoerist als iedereen.

Dat morele superioriteitsgevoel van me is maar een dun laagje over de wreedheid en het sadisme dat in ons allen aanwezig is. Niet dat ik me voor mijn morele ingesteldheid schaam. Ik ben blij dat ik dat laagje heb. Maar heb ik, als ik dit weet, het recht om over anderen te oordelen, die die glimmende beschermlaag niet hebben? Misschien wel, omdat ik ervan uitga dat elke mens vrij kan kiezen om dit te doen of dat te doen. Maar ik ben er niet zeker van. Misschien heb ik alleen maar geluk gehad?

De voorbije dagen heb ik, geplaagd door koorts, zitten en liggen lezen in Dostojewski’s “Misdaad en straf”. Ik was er al vaak in begonnen, maar had het telkens weer terzijde gelegd, vooral vanwege de ingewikkelde Russische namen (maar ook omdat de editie die ik vroeger bezat nog in de spelling van voor de tweede wereldoorlog was, met als titel ‘Schuld en boete’). Nu niet. Ik ging helemaal op in die geniale roman. Op den duur werd ik zelf een beetje Raskolnikov, een jongeman die met een bijl twee vrouwen koelbloedig om het leven brengt.

Op pagina 210 in Atheneum-uitgave uit 2009 las ik het volgende:
“…de huurders weken één voor één terug naar de deur met inwendig dat vreemde gevoel van voldoening dat men altijd, zelfs bij diegenen die hem het naast staan, kan constateren wanneer hun naaste door een onverwacht ongeluk getroffen wordt, een gevoel waar geen mens, niet één uitgezonderd, zelfs ondanks de waarachtigste gevoelens van medelijden en deelneming vrij van is.”

Ik geloof dat het waar is, dat elkeen van ons zulke gevoelens heeft. Maar ik vind het vreemd dat Dostojewski dit met absolute zekerheid wist, terwijl hij toch een eenzame enkeling was: hoe kon hij weten wat er in de ziel en het hart van, laten we zeggen, een aboriginal in Australië omging?

En toch geloof ik dat het waar is: omdat gelijkaardige gevoelens ook nu, 166 jaar na het verschijnen van ‘Misdaad en straf’,  nog omgaan in mijn eigen hart en ziel. In mijn eigen geest zal ik maar zeggen. Want ‘hart en ziel’, dat klinkt zo romantisch.

Crash-Cronenberg.jpg

(Een gelijkaardig fenomeen is de aantrekkingskracht van de afgrond, het ‘ziekelijke’ verlangen om onder een metro of trein te springen, of in het koude, donkere water van een rivier – zoals beschreven in Edgar Allan Poe’s ‘The Imp Of the Perverse’. ”If there be no friendly arm to check us, or if we fail in a sudden effort to prostrate ourselves backward from the abyss, we plunge, and are destroyed”.)

 

Charlotte_Rampling_-The_Night_Porter-3.JPG

Afbeeldingen:

1. The Texas Chainsaw Massacre (1974), Tobe Hooper.
2. The Texas Chainsaw Massacre (1974), Tobe Hooper.
3. Crash (1996), David Cronenberg.
4. Il portiere di notte (1974), Liliana Cavani. 

28-11-13

JASON ISBELL & AMANDA SHIRES

amandashires & jason isbell.jpg

Ik had al een tijdje het gevoel dat Americana dood was. Maar ik zal me vergist hebben. Gisteren zag ik de toekomst van Americana, en tegelijk veel meer dan dat – want zelfs al mocht Americana dood zijn, dan zou Jason Isbell nog altijd een van de beste songschrijvers van zijn generatie zijn. Dat bewees hij gisteren met zijn no-nonsense concert in de ongezellige Witloof Bar van de Botanique, waar de helft van het publiek tegen bakstenen zuilen moet opkijken. Isbells Texaanse vriendin (of echtgenote, mocht je dat liever horen) Amanda Shires speelde het mooie openingsconcertje, zichzelf begeleidend op ukulele en viool. In de metro naar huis las ik haar teksten: helemaal anders dan die van haar vriend, minder verhalend, maar erg goed geschreven. Het poëtische en prozaïsche vullen elkaar hier uitstekend aan. Dat hoor je ook in het felle gitaarspel van Jason Isbell en de lyrische viool van Amanda Shires. Ik ben voor altijd gewonnen.

 

amanda shires,jason isbell,americana,country,pop,folk,singer-songwriter,verhalen,poëzie

26-11-13

NO MAN'S LAND

2013fuckbook 001.jpg

Tijdens het klasseren van heel die massa boeken hier in mijn kamer vind ik soms vreemde drukwerken. Vreemd omdat ik ze vergeten was, vreemd omdat ik vergeten was hoeveel uren ik doorbracht met Crumb en Willem en Marcel Van Maele en vele andere dichters, tekenaars, muzikanten, nachtraven, mislukkelingen, werkschuwen, zieke geesten en zo meer. Het moet allemaal gebeurd zijn in een ander leven, het echte leven misschien, het leven dat al geruime tijd voorgoed voorbij is. Maar dan denk ik meteen dat elk leven echt is, ook dit leven vandaag, met Dostojewski en Tift Merritt en groene thee en het scannen van enkele memorabilia.

marcel 001.jpg

billythekid 001.jpg

 

24-11-13

HET LEVEN EEN FILM: PAPER FLOWERS

waheeda rehman.jpg

In mijn jeugd was ik vaak vrolijk, of toch opgewekt en avontuurlijk, ondanks een zwakke gezondheid en soms erge pijn. Zoals heden kende ik echter ook dagen van melancholie, maar die waren zeldzaam en duurden niet lang. Bovendien wist ik helemaal niet wat melancholie was. Soms is het beter de dingen niet te kennen, er weinig over te weten. Vooral kan het onrust voorkomen de woorden die bij dingen en verschijnselen horen niet te kennen. Waar komt die zucht naar woorden vandaan en het ongelukzalige verlangen naar kennis en weten?

Vanaf mijn twintigste ongeveer raakte ik gefascineerd door zelfmoordenaars. Is daar een verklaring voor te vinden? Ik ken er maar een: de zelfmoord van mijn tante Georgette, die door iedereen tante Jos werd genoemd. Het is echter een fenomeen dat nogal veel voorkomt. ‘The imp of the perverse’, de fascinatie die uitgaat van het verschrikkelijke, van de horror. Jeroen Brouwers lijkt wat dat betreft op mij. Hij heeft veel en mooi over zelfmoordenaars geschreven, ik denk dan in de eerste plaats aan ‘De laatste deur’. Veel heb ik over het onderwerp geleerd van A. Alvarez, auteur van ‘The Savage God’ en vriend van Sylvia Plath. Overigens is Sylvia Plath wellicht de beroemdste bewoonster van de zevende kring in Dante’s Hel.

Op 2 juni 1987 – mijn verjaardag – zag ik een eerste keer het Indische meesterwerk ‘Kaagaz ke phoo’ (‘Paper Flowers’), een film uit 1959 van de legendarische Guru Dutt. Ik had nooit eerder van de regisseur gehoord, wist hoegenaamd niet dat hij enkele jaren na het beëindigen van dit werk, destijds een flop, zelfmoord zou plegen. Toch had ik het kunnen, had ik het moeten weten: er bestaan maar weinig films die zo naar de strot grijpen als ‘Paper Flowers’. Het is een van de triestigste liefdesverhalen die ik ken. Alles straalt daar diepe melancholie uit. Nee, niet alles, gelukkig maar, anders zou je als kijker bij het verlaten van de cinemazaal meteen onder een tram of bus springen. Als je nog zit te huilen begint er alweer een grappige scène of wordt er een geestig lied gezongen: een lach en een traan, maar de traan is van lood, de lach lichter dan een papieren bloem.

guru dutt,paper flowers,kaagaz ke phoo,waheeda rehman,geeta dutt,india,cinematiek,liefde,melancholie,verdriet,ondergang,vergetelheid,troost,schoonheid

Gisteren had ik het genoegen de film eindelijk op een groot scherm te zien, in het Filmmuseum (Cinematek) in Brussel. Opnieuw een openbaring, opnieuw die melancholie, opnieuw die door merg en been gaande muziek van S.D. Burman, gezongen door Geeta Dutt en Mohammad Rafi, opnieuw die adembenemende fotografie. Een nogal geschonden kopie die desondanks een even hoge kwaliteit laat zien als die van het werk van regisseurs als Orson Welles. ‘Paper Flowers’ is uitgesproken autobiografisch. Guru Dutt speelt de hoofdrol, de trotse filmregisseur Sinha, die gescheiden leeft van zijn vrouw en dochter en zich aangetrokken voelt tot de verbluffend mooie actrice Shanti (gespeeld door Waheeda Rehman, een jonge actrice die op z’n minst even aantrekkelijk en sensueel is als Hope Sandoval). Guru Dutt had in werkelijkheid ook een liefdesverhouding met Waheeda Rehman. Hij leefde gescheiden van zijn vrouw Geeta Dutt en zijn drie kinderen. De protagonist wordt verscheurd door de liefde voor Shanti en voor zijn dochter Pammi. Als Shanti de regisseur laat vallen wordt het gezin misschien herenigd: dat is wat Pammi heel sterk verlangt en waar Shanti, uit liefde voor Sinha, aan toegeeft. Overigens speelt het geroddel in de boulevardpers over haar vaders affaire  een belangrijke rol in de beslissing van Pammi om Shanti te verzoeken haar minnaar te verlaten. De moeder zal echter beletten dat Pammi haar vader nog te zien krijgt. Sinha, de regisseur, blijft alleen achter, een nog steeds trotse maar desondanks gebroken man. Hij geraakt aan lager wal, drank wordt zijn enige toevlucht. Zijn roem was van korte duur. Na de val keren al zijn vrienden hem de rug toe. Binnen de kortste keren is iedereen hem vergeten.

guru_dutt_.jpg

Ik vertel de film ogenschijnlijk na, maar eigenlijk doe ik dat helemaal niet. Het kan niet. Je moet hem zien, ondergaan, ervaren, je moet er bij zitten lachen, huilen, alle emoties moeten zich gedurende bijna drie uur van je meester maken, tot je uitgeput en aan zinsverbijstering ten prooi het licht in de zaal ziet aangaan. Het verhaal van de liefde en de val gaat ook niet alleen maar over Sinha, Shanti, Pammi en hun entourage. Het gaat over de wereld en het leven. Niets duurt hier lang, geluk is kortstondig, liefde duurt slechts een ogenblik, aan alles komt een einde, vrienden laten elkaar in de steek, geliefden gaan hun eigen weg. De tuin vol wonderlijke bloemen wordt een woestenij. Het enige wat overblijft is de herinnering aan de glinstering in de ogen van een bekoorlijke en lieve vrouw, en het zachte en troostende treuren in de stem van een zanger en een zangeres. De herinnering. 

...

Afbeeldingen: Waheeda Rehman, Geeta Dutt, Guru Dutt.

FUCKING HELL

IMG_1644.JPG

Fucking Hell, Martin Pulaski, Brussel, 18 september 2005.

18-11-13

JE HUID

gedicht,1977,2013,18 november 2013,huid,lichaam,nu


Je huid trilt en schittert als de zilverwilg.

Berglucht omhult je voeten, je kuiten, je heupen,
je borsten, je hals, als je je neervlijt in het gras,
verzadigd, weggerukt uit de tijd van deze vlakte,
onkwetsbaar en hoog in je hunkerend nu.


...

Afbeelding: Henri Matisse

17-11-13

AVALANCHE

Nu het nog kan kun je me beter versieren als levende ziel

Zonder zwarte kater op mijn schouder op een zondag

Als ik met gitaar en krant te goochelen zit. In wit licht

 

Ver weg als een countryzanger de dood nabij

Maar toch heel levendig, met veel geel en groen.

Heb je me al in de ogen gekeken als ik onnozel doe

 

En blij ben omdat je bij me bent als een dagdroom

Die je niet vergeet, ook op de trottoirs tussen mensen

Die overal heen snellen, als blinden stoten ze tegen je aan?

 

Dat jij me niet vergeten bent hoor ik in elk lied

Als ik nuchter luisterend op signalen van liefde wacht

En opeens zit iemand op een viool te krassen en zingt:

 

Ma chérie je veux danser avec toi, toute la nuit.

Chagrin, pitié, faut oublier tout ça, mal à la tête,

Oui, je te veux, je te veux, comme une avalanche.


...

 

Een vroegere versie van dit gedicht verscheen hier op 7 mei 2009

16-11-13

DE SLECHTE ONEINDIGHEID 3

IMG_4779.JPG

Ik krijg geen woord meer over mijn lippen, geen woord meer uit mijn pen, geen woord meer uit mijn klavier. Heb geen noten meer op mijn zang. Al mijn beelden staan stil. Aan bibberen en beven is een einde gekomen. Aan alle kleuren, aan wit en aan zwart. Aan fictie en aan politiek. Aan gedichten en slachtingen. Aan de Franse Revolutie en de kleine Johannes en vulkaanminnaars en Tristia en andere ballingschapsgedichten. Aan William Blake, Oscar Wilde en Van Morrison. Aan nachtwouden, maanbergen, het dak van de wereld, zenuwoorlog, misdaad en straf, toezicht en kamers met uitzicht, de seksuele revolutie en de geschiedenis van de waanzin. Aan het theater van de wreedheid, de grammatologie en al te intieme zonsopgangen. Aan drie mannen op weg naar een huwelijk of begrafenis. Aan het dagboek van een gek en de verkoop van dode zielen. De bloemen van het kwaad en het verloren paradijs. Aan kreten en gefluister, seizoenen in de hel, de liederen van de nachttripper, Liesje in Luiletterland, Rob Roy, Jimmie Reed, de Evangeliën, la vie de Jésus, een Spion in het huis van de liefde, de toekomst van een illusie, de fenomenologie van de geest en veel overwoekerde paden. Aan Hölderlin, Trakl en Celan. Aan talloos veel miljoenen. Aan Mozart, Beethoven en Phil Ochs. Aan de feesten van angst en pijn, aan diepe blues, rembetika, zydeco (les haricots sont pas salés), aan Paths of Glory en Fun in Acapulco. Aan het leven van Malcolm Lowry, Neal Casady en Arnold Schönberg. Aan the Beatles en het kapsel van de duivel op de heuvel. Aan de jacht op de walvis en de bende van de Stronk. Aan Daphne en Euridyke en Anna Domino. Aan al het ondermaanse, het vergankelijke en onvergankelijke. Aan verzamelingen, collecties, compilaties, naslagwerken, woordenboeken, grammatica, encyclopedieën, de Zohar, Zorba de Griek en de Apologie van Socrates. Aan Apocalypse Now en le Bonheur. Nee, geen woord meer, geen letter, geen noot, geen beeld: ik ben moe.

...

Foto: Martin Pulaski, 13 november 2013.

DE SLECHTE ONEINDIGHEID 2

IMG_4762.JPG

IMG_4770.JPG

IMG_4771.JPG

Foto's: Martin Pulaski

DE SLECHTE ONEINDIGHEID 1

IMG_4743.JPG

IMG_4754.JPG

IMG_4761.JPG

Foto's: Martin Pulaski

05-11-13

SANTA FE

santa fe 003.jpg

Voetnoot bij ‘Winter In Antwerpen’.

Ja, die Santa Fe Railway staat daar niet zomaar. Begin jaren negentig, ongeveer tien jaar na de periode waarin ‘Winter In Antwerpen’ gesitueerd is, zag ik die legendarische trein voor het eerst, ik geloof in Flagstaff. In die stad, niet ver van de Grand Canyon, bevindt zich een knap treinstation, dat in nogal wat films voorkomt, onder meer in ‘The Getaway’ van Sam Peckinpah. De treinen in de VS zijn vaak traag, ik vermoed ook de Santa Fe. Precies vanwege die dubbelzinnigheid (traag-snel) heb ik  ervoor gekozen. De snelheid van de nacht is ook zo dubbelzinnig. Als je in zo'n roesachtige toestand zit zoals de personages in mijn verhaal gaat alles snel en traag tegelijk. Maar Santa Fe heeft ook iets onvatbaars, zoals een winternacht. En tegelijk is het een verwijzing naar Americana, zoals bijna alles in het verhaal. 'Winter in Antwerpen' is mijn poging om een Amerikaans verhaal te schrijven, maar dan wel op z'n Antwerps. Al gaat het over Limburgse immigranten die in Brussel bevriend zijn geraakt.


...

Foto: Martin Pulaski - Santa Fe-treinen, Flagstaff, Arizona, 14 september 1993.  

04-11-13

WINTER IN ANTWERPEN

brassai8.jpg

Januari 1980.

Vrijdagnacht bij J. op visite. Nu hij niet meer alleen is zien we elkaar niet meer zo vaak. Toch geloof ik niet dat onze vriendschap zal bekoelen. Althans: ik kan het me niet voorstellen. IJskoude straten; een diep donker lijkt alle voorwerpen, mensen en dieren de grond in te willen drukken. Maar ik laat me niet ontmoedigen: ik kijk uit naar weer een vurig gesprek met mijn boezemvriend.

J. neemt zich al een tijdje voor niet meer te drinken – maar hij houdt het niet uit. Zenuwkoorts, existentiële angst. We lopen naar de kroeg op de hoek, een van zijn stamcafés. De waard kent hem, hij kan er op zijn pantoffels naartoe. Zijn vriendin is thuis gebleven.
Soms ontgaat het mij hoe snel hij zijn eerste en tweede glas bier leegdrinkt… En ik, hoewel drie jaar ouder, lijk wel zijn spiegelbeeld, al is hij een veel mooiere man. We praten over prettige dingen, films die we hebben gezien (Bertolucci, Herzog), boeken die we hebben gelezen (Schopenhauer, Musil, Knut Hamsun, Noa Noa, Patrizio Canaponi, Bukowski) en muziek die we graag horen (Tom Petty, George Jones, Kevin Coyne, en altijd weer Neil Young), maar ook over de miserie die onze levens zo kan vergallen, familieproblemen, frustraties, schuldgevoelens. J. zegt dat hij nooit een echte vader heeft gehad, hij leek altijd zo afwezig. Opnieuw elkaars spiegelbeeld, elkaars dubbelganger. Waarom, bijvoorbeeld, heeft mijn vader me nooit geleerd met de auto te rijden, dat zou toch het minste zijn geweest, niet?

We drinken meer Duvel, slikken een pilletje, de nacht raast voorbij als een trein van de Santa Fe-lijn. De klandizie in J.’s stamcafé bestaat voornamelijk uit doofstommen. Tussen twee songs in – er staat een Wurlitzer - is het erg stil, een stilte die geaccentueerd wordt door het opeens luide geratel van de flipperkasten. Dan weer luidruchtige consumptiepop, ‘We Belong To the Night’ van Ellen Foley maar toch ook af en toe een parel als ‘Way Back Home’ van Junior Walker & the All Stars.
De cafébaas wordt moe, we krijgen nog een laatste Duvel en dan is het ophoepelen. We kopen nog maar wat flesjes, die in een bruine papieren zak worden gestopt, zoals bij de schooiers in de boeken van Jack Kerouac en Bukowski en de songs van Tom Waits. Bij J. thuis gaan we door met drinken en luisteren naar Derek & the Dominos, Bobby ‘Blue’ Bland, Neil Young en the Flying Burrito Brothers. Staan we er wat zielig bij te dansen? Helemaal niet. Muziek maakt ons altijd euforisch.

J’.s vriendin ligt in bed, en kijkt toe en glimlacht om ons jongensachtig gedoe. Nu wordt J. zomaar opeens heel erg moe. Hij wil in bed en zegt dat ik bij hem en zijn vriendin moet komen liggen want buiten is het aan het vriezen. Onmogelijk dat ik me door die kou waag, dat overleef ik niet. Na een kwartier - ik had het werkelijk koud, ik was dronken en zelf ook moe - sta ik weer op. Zulke situaties lopen altijd uit de hand. Ik trek mijn te dunne jas aan en ga de ijzige, donkere ochtend in op weg naar mijn woning, waar mijn geliefde ligt te rusten.


...

Foto: Brassaï 

02-11-13

ZERO DE CONDUITE: MAANLIEDEREN

 

Nilsson-Schmilsson.jpg

Zéro de conduite is een POPprogramma op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 ’s avonds. Heerlijk als je druk bezig bent in de keuken, of bij het aperitief, en later aan tafel bij de mosselen! Stem af op 106.7 FM. Je kunt het programma eveneens via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over de radio.

Vandaag Allerzielen, het feest van de doden of “een dag van gebed voor allen die uit dit leven zijn heengegaan en nog niet voor altijd bij de Heer zijn”. Aangezien ik ervan uitga dat van allen die zijn heengegaan er nog steeds niemand bij de Heer is, zal ik in deze aflevering van Zéro de conduite dan ook geen gebeden aan bod laten komen, of indien wel dan toch alleen maar aardse. Bijvoorbeeld gebeden voor de vrouw, de maangodin, aldus Robert Graves in zijn boek “The White Goddess”. Het toeval wil immers dat de liederen vanavond allemaal over de maan gaan. Een dankbaar thema, maar zoals wel vaker met ‘rijke’ thema’s is het vreselijk moeilijk om een selectie te maken. Er bestaan duizenden songs over de maan, die voor het nuchtere oog weinig opzienbarende rond de aarde draaiende bol. En zoals ook wel vaker heb ik me voor deze keuze, die eigenlijk geen keuze is, laten leiden door mijn gevoel, mijn intuïtie. De maan zal me daar zeer waarschijnlijk bij geholpen hebben.

 

parallelograms_linda_perhacs_large.jpg

Moon River (Johnny Mercer-Henry Mancini) - Victoria Williams -  Sings Some Ol' Songs – 2002

The Moon's A Harsh Mistress - The Walker Brothers - If You Could Hear Me Now – 1975

The Moonbeam Song - Harry Nilsson - Nilsson Schmilsson – 1971

I Wish I Was The Moon - Neko Case – Blacklisted - 2002

Child Of The Moon - The Rolling Stones      - Single B-side - 1968

The Moon Is Rising (Jimmie Reed) - The Pretty Things -The Pretty Things - 1965

Moonlight Drive - The Doors - Strange Days - 1967

Full Moon Hot Sun - Captain Beefheart - Unconditionally Guaranteed - 1974

Bad Moon Rising - Creedence Clearwater Revival - Green River - 1969

Spanish Moon -  Little Feat - Feats Don't Fail Me Now - 1974

Moon, Turn The Tides...Gently, Gently - The Jimi Hendrix Experience - Electric Ladyland - 1968

The Moon Struck One - The Band – Cahoots - 1972

Kiko And The Lavender Moon - Los Lobos – Kiko  - 1992

Drunk On The Moon - Tom Waits - The Heart Of Saturday Night - 1974

Waiting For The Moon – Tindersticks - Waiting For The Moon  - 2003

Coral Moon - John Cale - The Island Years - 1996

Fly Me To The Moon - Astrud Gilberto - The Shadow Of Your Smile - 1965

Moons And Cattails - Linda Perhacs – Parallelograms - 1970

Moondance - Van Morrison – Moondance - 1970

The Moon - Cat Power - The Greatest - 2006

Cowboy On The Moon – Lambchop - I Hope You're Sitting Down - 1994

Shadow On A Harvest Moon - Everything But The Girl – Idlewild - 1988

Old Yellow Moon - Emmylou Harris & Rodney Crowell - Old Yellow Moon - 2013

Runways Of The Moon – Muleskinner - A Potpourri of Bluegrass Jam - 1974

Silver Moon - Michael Nesmith - Loose Salute - 1970

Full Moon Full Of Love - k.d. lang - Absolute Torch And Twang - 1989

Howlin' At The Moon - George Jones - George Jones Salutes Hank Williams - 1960

Southern Moon - The Louvin Brothers - A Tribute To The Delmore Brothers - 1960

Blue Moon Of Kentucky  - Bill Monroe - Bill Monroe Anthology - 1947

Dark Moon - Bonnie Guitar - Early Girls, Vol. 1: Popsicles & Icicles – 1957

When My Blue Moon Turns To Gold Again - Elvis Presley - Elvis The Complete 50’s Masters - 1956

Blue Moon Revisited (A Song For Elvis) - Cowboy Junkies - Studio. - 1996

Eisenhower Moon - Jesse Sykes & The Sweet Hereafter Like, Love, Lust & The Open Halls Of The Soul - 2007

Moonshiner - Uncle Tupelo - March 16-20 1992 - 2003

Sister Moon - Gene Clark - Two Sides  To Every Story - 1977

doors strange days.jpg

Research & presentatie: Martin Pulaski

01-11-13

MIJN NAAM IS NIET MIJN NAAM

2013MATTI_JAC 001.jpg

 Tekening: Jan Van den Eynden 

Tijd voor echte genealogie, heel wat moeilijker en delicater om over te schrijven dan over ‘geestelijke verwantschappen’. Mijn naam is mijn naam niet. Ik heb het daar al eerder over gehad, niet in de zin van Rimbaud dat ik een ander(e) ben, of van Fernando Pessoa met zijn vele heteroniemen. Wat ik bedoel is dat ik - vaak - niet de naam van de ‘vader’ draag.  Voor een deel is mijn reële afstamming matrilineair: mijn vaders naam was niet de naam van zijn vader maar van zijn moeder. Mijn vader heette Mathieu Brouns, met zoals in Russische romans veel variaties op zijn voornaam. Brouns was de familienaam van zijn ongehuwde moeder. Ondanks veel navragen en opzoeken heb ik nooit kunnen achterhalen wie zijn vader - en mijn grootvader - was. Misschien een boer, misschien een soldaat, misschien een baron. Dat laatste is zeker een mogelijkheid omdat mijn grootmoeder – die al overleden was toen ik geboren ben – als dienstbode op een kasteel heeft gewerkt. Maar het kan net zo goed een stalknecht zijn geweest. Dat een man nooit weet of hij wel de echte vader van zijn kinderen is, was al een belangrijk thema in de toneelstukken van August Strindberg. Sindsdien is er inzake vaderschap wel een en ander veranderd.  


Aanvankelijk heette ik net zoals mijn vader Mathieu Brouns. Sinds de jaren des onderscheids heb ik het bijna altijd moeilijk gehad met zowel de voornaam als de familienaam. Waarom toch had ik dezelfde naam? Toen ik ontdekte dat mijn vader een ‘natuurlijk’ kind was, werd het voor mij nog ingewikkelder. Toch is er ook een korte periode geweest dat ik trots was op die afstamming, en wel in de periode dat ik een voorstander was van het matriarchaat, een feminist zo je wilt.

2013vader 001 (3).jpg
Kaart van krijgsgevangene van mijn vader, Mathieu Brouns.

De familienaam kon ik niet zomaar verwerpen; voor alles wat officieel is gebruik ik hem nog altijd. Mijn voornaam pasten mijn ouders zelf aan: al gauw gingen ze mij Mathi noemen in plaats van Mathieu, om toch een onderscheid te maken. Waarom hadden ze me dan niet meteen bij mijn geboorte een andere voornaam gegeven? Marcel, Arthur of Gustave, of iets dergelijks?
Ik was als kind wel al tevreden met die ‘nieuwe’ voornaam, maar omstreeks mijn vijftiende veranderde dat. Eerst ging ik me Matty noemen, omdat dat Engelser klonk – Engels, de taal waar ik verliefd op geworden was door de popmuziek, vooral door de teksten van Neil Sedaka en Bob Dylan. Later veranderde ik hem om mij nu onbekende redenen in Matti. Ik vermoed dat ik de y achteraan meer bij een hond vond passen – of hield het verband met mijn toenemende afkeer van wiskunde met de eeuwige x en y?  Maar Matti… Wat een originele voornaam, vond ik! De familienaam liet ik zoveel als mogelijk achterwege. Toen ik ongeveer twintig was ontmoette ik een Fin die ook Matti heette. In Finland heten alle mannen Matti, zei hij. Ik was een beetje teleurgesteld, maar treurde niet want in dezelfde periode ontdekte ik het stuk van Brecht, ‘Herr Puntilla und sein Knecht Matti’. Fijn dat ik een ‘held’ was, maar ik was nog liever een heer geweest dan een knecht. Later, op reis in Finland, stelde ik vast dat maar de helft van de mannelijke bevolking Matti heette. Er waren ook nogal wat Aki’s e Henri’s en dergelijke. Matti had me maar de halve waarheid verteld.

In 1995 na heel veel twijfel aan mezelf en zelfhaat (vervlochten met de afkeer van die vreselijke naam) koos ik resoluut voor een pseudoniem: Martin Pulaski. Het probleem was echter dat al mijn vrienden, kennissen en collega’s me als Matti Brouns kenden. Hoe kon ik hen ertoe brengen me voortaan als Martin Pulaski te begroeten? Onbegonnen werk.
Zo komt het dat ik sindsdien twee namen heb, een officiële en een ondergrondse – de eerste zoals ik al schreef toebehorend aan de bureaucratie, de tweede aan mijn verbeelding en aan alles wat artistiek is in mijn bestaan. Sinds internet en vooral de sociale netwerken, mijn blog, flickr, myspace, facebook en zo meer, is Martin Pulaski een openbaar bestaan gaan leiden, terwijl Brouns alleen nog maar voorkomt op allerlei documenten (belastingbrief, rekeninguittreksels, et cetera). Matti zonder meer ben ik voor mijn vrienden en dat zal nu wel nog een tijd zo blijven.

Ongetwijfeld is dit bijzonder interessant materiaal voor psychoanalytici en wellicht nog veel meer voor mensen die overal op zoek gaan naar onthullingen. Aangezien heel mijn leven in mist gehuld is en het - zoals vandaag in deze streken - altijd stormt om mij heen en overal waar ik kom de bliksem inslaat, aangezien ik overal waar ik vertrek verschroeide aarde achterlaat, aangezien ik toch ook meestal onzichtbaar ben, en aangezien zeker wat en wie ik ben voor velen een raadsel is, betekenen deze woorden weinig, en is er nog steeds even weinig onthuld. Of heb jij, lezer, geen geheimen dan?

long live the king 2.jpg