29-09-13

LOVE IN VAIN

8924393335_58325eb3bd_b.jpg


When the train left the station
It had two lights on behind
Whoa, the blue light was my baby
And the red light was my mind
All my love was in vain
All my love's in vain 


...


Foto: Martin Pulaski, Taormina 20 mei 2013.

28-09-13

ELDERS, VANDAAG

IMG_3962.JPG

Ongeveer tien minuten lopen tot aan deze spoorweg die naar elders leidt, naar andere dromen, naar wonderlijke en nare avonturen, voor sommigen naar de dood* die ze willen ontvluchten.

Het ware leven is elders, las ik hier en daar, en als ik elders was - in Flagstaff, in Marrakech, in Salamanca, om het even waar - herinnerde ik mij meermaals die wrede woorden. En op al die plaatsen, in al dat elders,  was het ware leven toch ook weer elders. 

Zelden ben je waar je moet zijn, waar je hoort te zijn of waar het goed is voor je. In een hoek met een boek misschien, of in een rode kamer met een geheimzinnige, zinnelijke vrouw, of in een winters bos als het bar koud is en de lucht diepblauw.
Zeker keer je nooit naar 1972 terug, naar Watermaal-Bosvoorde, naar het huis waar je in woonde en gelukkig was. Nooit meer zal je de jasmijnen die je daar uit een van de voortuintjes plukte – ze groeiden overvloedig, je was arm, je richtte geen schade aan – opnieuw plukken, nooit meer die zelfde zoete geur opsnuiven, nooit meer de euforie voelen die je als je daar met je kind wandelen ging voelde.

Gisterochtend, nadat ik door de mist gelopen had en in de metro en in bus 13 gezeten, dacht ik aan die dagen terug, die gelukkige dagen. Ik zat met je te praten, vertelde je over hoe het was om zo jong al vader te zijn, om voor ons kind te zorgen, en over de verrukking die zich in mij voltrok, een jaar eerder, toen mijn vrouw zwanger was en straalde als het heilig meisje dat ze was, hoe aards en aan het dagelijks leven gebonden ook… Hoe verrukkelijk ze was!
En ik vertelde je over de straat die naar beneden liep, de straat met de jasmijnen, over de geur daar in de maand mei, de lucht zoet en zwaar en licht en vol van mogelijkheden en toekomst.  En ik begon te huilen** als het kind dat ik nooit geweest ben, maar wel nog altijd ben. En ik verlangde ernaar door jou getroost te worden, verlangde ernaar dat je even door mijn haren streelde, maar dat deed je niet, omdat het niet mag.

Ja, heel even was ik daar waar ik altijd had willen blijven, in die mooie dagen, in wat nooit lijkt te zijn geweest en misschien ook nooit was. Omdat ook daar en toen het ware leven elders was. En daarom loop ik naar de spoorweg en zie de treinen vertrekken of wandel tot aan de sluis van Anderlecht waar de schepen moeten wachten tot ze weer verder kunnen varen naar elders, waar ze nooit aan zullen komen. Want elders is altijd elders voor altijd en vandaag is altijd vandaag.

*   Ja, denk hierbij maar aan Isfahan, denk aan ‘De tuinman en de dood’ van Pieter Nicolaas van Eyck.
** "Un Ennui, désolé par les cruels espoirs, /Croit encore à l’adieu suprême des mouchoirs !" (Mallarmé, Brise Marine)

...
Foto: Martin Pulaski, 4 september 2013 

26-09-13

WAAROM IK SOMS LIEVER NIETS MEER SCHRIJF (2)

Giorgio-Morandi-La-strada-bianca-1939-olio-su-tela-36-x-43-cm-collezione-privata..jpg

Het zou me maar eens moeten overkomen dat ik het volgende zou beweren:

“De essentie van Morandi is dat er meer is dan wat het oog kan zien. Een verstilling die moeilijk te grijpen is.”

Of:

“Zelfs in tijden van oorlog, militarisme en nationalisme is het werk van Morandi boven alles menselijk en staat het boven elk conflict.”

Fijnbesnaarde uitspraken van Paul Dujardin, directeur-generaal van het Paleis voor Schone Kunsten, Brussel, in het voorwoord van de catalogus ‘Giorgio Morandi – Een retrospectieve’, uitgegeven naar aanleiding van de schitterende tentoonstelling in het genoemde Paleis, een anachronistisch labyrint van Baron Horta.

Wat beweert Paul Dujardin in feite? Misschien zijn z’n woorden enigszins overbodig? De essentie van Morandi… Is dat niet de essentie van ongeveer alles, in zoverre wij aannemen dat er een essentie is. Neil Young zong het al in 1979: ‘There’s more to the picture than meets the eye’, in ‘Hey Hey, My My’, een haast wanhopig lied over rock & roll, maar tegelijk ook bijna een manifest: dat zo door sommige intellectuelen verguisde muziekgenre – zeker in die dagen - is nog wel wat anders dan ‘Hey Hey, My My’, zegt Young, luister maar eens, er zit veel meer onder de oppervlakte dan je denkt.

Zelfs als we niet aannemen dat er een essentie is, is er toch nog altijd meer in alles om ons heen en in onszelf dan wat het oog kan zien.

Het werk van Morandi zou boven alles menselijk zijn. Maar wat is daar zo bijzonder aan? Ben ik geen mens, ben jij geen mens, zijn we niet allen menselijk? Het komt erop neer dat al het menselijke menselijk is, al te menselijk soms, zou je kunnen zeggen. Ook datgene wat onmenselijk wordt genoemd, moord en doodslag, martelingen, genocide, het is allemaal menselijk.

Bovendien kan ik moeilijk aannemen dat Morandi’s oeuvre, hoe vredig en tot stilte en contemplatie aansporend ook, boven elk conflict staat. Zelfs in Hollywood weet men dat conflict de mens bepaalt. Zonder conflict, contradictie, paradox, dialectiek, tegenstelling, ja, zelfs oorlog, bestaat er geen menselijke werkelijkheid, geen geschiedenis, geen cultuur. Het conflict in onszelf is zo sterk dat het ons kan verlammen, ons naar de dood kan doen verlangen of ons kan aanzetten tot het creëren van al dan niet grote kunstwerken. In sommige van die kunstwerken wordt het conflict opgeheven. Dat gebeurt in de beste werken van Morandi. Daarom spreken ze ons zo aan. Maar betekent dat dan dat de kunstenaar boven het conflict verheven is? Ik geloof het niet. De kunstenaar bevindt zich middenin het conflict, in een oorlogszone. De zone waar liefde en haat elkaar begroeten, oorlog en vrede, lust en afgrijzen, pijn en extase, materie en denken, genot en ontbering, honger en vraatzucht, vreugde en verdriet. En uit die zone komt hij dan tevoorschijn met een ‘landschap’ en een ‘stilleven’ dat ons, als we het tot ons laten doordringen, de adem beneemt. Maar zelfs dan bevinden wij ons ook nog altijd in diezelfde zone. Gelukkig weten we het niet steeds. Sommigen weten het nooit en leven er maar op los.

De catalogus is overigens bijna net zo aantrekkelijk en bevat bijna evenveel voedsel voor de ziel als de werken van Morandi zelf.

...

Afbeelding
Giorgio Morandi, La strada bianca, 1939, olio su tela, 36 x 43 cm, collezione privata.


WAAROM IK SOMS LIEVER NIETS MEER SCHRIJF (1)

muddy waters and james cotton.jpg

Het zou me maar eens moeten overkomen dat ik het volgende zou beweren:

“Dat de blues ontstond bij Afrikaanse slaven in de Amerikaanse katoenplantages klopt ook niet helemaal. In feite waren het de blanke pioniers – Engelsen, Schotten en Ieren – die hun volkse en religieuze muziek meebrachten toen ze de plantages oprichtten in het zuiden van de States. Nadien hebben de Afrikaanse slaven daar hun eigen draai aan gegeven. Om maar te zeggen: het is allemaal één grote mix!”

Dat is een diepzinnige gedachte van Ronald Verhaegen, presentator van het radioprogramma ‘Sonar’, vorige week geopperd in het tijdschrift Humo. Er staat evenwel heel duidelijk ‘in feite’. Voor mij betekent ‘in feite’ dat het een feit is. De blues is er dank zij de blanke pioniers en slavenhandelaren, zegt de man. Er is inderdaad wel een verband tussen beide muziekvormen: het zijn muziekvormen. Er is ook een verband tussen de grotschilderingen in Lascaux en het werk van, om maar iemand te noemen, Picasso: het zijn ‘afbeeldingen’. En er is ook een verband tussen Shakespeare en mezelf: niemand weet wie wij in feite zijn.

 

Wat ik echter wil zeggen: het is heel goed mogelijk dat ik zelf soms ook zulke onzin neerschrijf, of me aan onzinnige replieken als hierboven bezondig. Daarom schrijf ik soms liever helemaal niets meer.

...

Foto: James Cotton en Muddy Waters

24-09-13

KLEUREN VAN SAUL LEITER

saul leiter - taxi.jpg

Het onvolprezen museum Fotografiska in Stockholm heeft een uitstekende bookshop. Na een wat vermoeiend bezoek aan de drie tentoonstellingen die er liepen bleef ik er nog enkele uren rondhangen. Prachtige fotoboeken van heel bekende en minder bekende kunstfotografen, de meeste werken voor mij onbetaalbaar. Bovenal in verleiding bracht mij een fraai uitgegeven boek over Saul Leiter, de geweldige Amerikaanse fotograaf die zich vooral onderscheidt door zijn gebruik van kleur en zijn stadsbeelden – het boek was echter niet alleen duur maar ook zwaar. Met pijn in het hart heb ik het weer op de toonbank gelegd tussen Robert Frank en Gary Winogrand. Om mezelf en hopelijk ook de lezers van hoochiekoochie wat troost te bieden staan hier enkele reproducties van Leiters foto's.

saul leiter harlem.jpg

Twee van de drie tentoonstellingen in Fotografiska konden mij maar matig boeien. Ik ben nooit gek geweest op Helmut Newtons werk (en evenmin op zijn 'wereld' van luxe en schijndecadentie); de foto’s van Hakan Elofson over Bombay gaven wel een beeld van het straatleven in die immense stad, maar ook niet meer dan dat. De tentoonstelling ‘Time Tomb’, werk van Motohiko Odani, was echter wel een revelatie. Hoe hij de Tohoku-catastrofe van 2011 in beeld brengt gaat door merg en been. Zijn beelden van brandende vinyl-elpees van onder meer Abba en Dolly Parton (‘Jolene’) zijn enigszins grappig maar vooral verontrustend.

 

saul leiter haircut.jpg

Foto's: Saul Leiter, Taxi (1957), Harlem (1960) en Haircut (1957).

19-09-13

14:23

IMG_4157.JPG

Een man verlaat het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel na een bezoek aan de Giorgio Morandi-retrospectieve. Op 19 september 2013, net voor het begin van de herfst, dag van de volle maan.

GRAM PARSONS IN NEERHAREN EN ELDERS

anita-pallenberg-gram-parsons-keith-richards.jpg

Op 19 november 1973, vandaag veertig jaar geleden, overleed Cecil Ingram Connor III, nu ook in deze streken beter bekend als Gram Parsons.

De grondlegger van de countryrock en van wat soms Americana wordt genoemd was en is een van mijn muzikale helden. Zijn breekbare stem hoorde ik voor het eerst in 1968 op de elpee ‘Sweetheart Of The Rodeo’ van The Byrds. Een jaar later wist hij me samen met zijn kompanen van The Flying Burrito Brothers helemaal voor zich te winnen.

Hun elpee ‘The Gilded Palace Of Sin’, een juwelenkist zo groot als ‘The Gilded Palace Of Sin’ (er is geen vergelijking mogelijk), heeft mij en sommige van mijn vrienden de weg gewezen naar het Amerikaanse platteland, naar de weidse landschappen die ik hier onlangs al noemde, en vooral naar het muziekgenre dat daar ontstaan is, country.

Toen de eerste elpee van The Flying Burrito Brothers verscheen bracht ik mijn weekends en vakanties nog door op het binnenvaartschip van mijn ouders, meestal in Neerharen aangemeerd. Ik draaide de plaat daar op mijn kleine gele platenspeler, die ik buiten op het voordek had geplaatst.  Het valt onmogelijk te beschrijven hoe ik me voelde bij het horen van de hemelse samenzang van Gram Parsons en Chris Hillman en van de bijna onwerelds klinkende steelgitaar van ‘Sneaky’ Pete Kleinow. Hoe die klanken over het veld golfden, waar zelfs de paarden verwonderd leken te staan luisteren, en tegen de brug botsten en daarna bij me terugkeerden. Magie die mijn kleine wereld voor altijd verruimde. De rest is mooie en bijzonder droeve geschiedenis.

Weinigen hadden in die dagen gedacht dat Gram Parsons de erkenning zou krijgen die hij zo verdiende. Wat is het dan ook geweldig dat hij hier nu zomaar op de vaderlandse radio wordt herdacht en geëerd.

 

gram parsons,1973,1968,1969,2013,legende,held,country,country rock,americana,roots,neerharen,flying burrito brothers,byrds,muziek,landschap,ruimte,tijd


...

Foto'sAnita Pallenberg, Keith Richards en Gram Parsons in Joshua Tree © MICHAEL COOPER; Gram Parsons in Joshua Tree © MICHAEL COOPER

WALKING THE DOG

STOCKHOLM 034.JPG

Stockholm (Södermalm), 16 augustus 2013.


17-09-13

MONOLOOG OVER TIJD EN RUIMTE

searchers.jpg

De Palestijnse dansers en danseressen in Badke… Sensueel, opwindend, vurig… Mooie en krachtige meisjes, aan wie later het bloedige land zal toebehoren. De eerste minuten waande ik mij, door de muziek en vooral de ‘zangstem’ op de Brusselse kermis in een oude futuristische attractie en ook wel in een circus aan het einde van de wereld. Daarna wende ik toch wat aan de opdringerige dreun, het opzwepende tempo. Waarom ervaar ik het Arabisch van de zanger als bevelend, als agressief, en waarom hoor ik alleen mannenstemmen? Omdat ik niets begrijp van de Palestijnse cultuur? Kunnen vrouwen daar niet zingen? Maar wat is de dans overweldigend, een roes waar je je moet aan overgeven, je ziel en je lijf. En daarna het lange, dankbare applaus en de zonnebloemen.

Tijdens de receptie, na menig glas witte wijn, vertel ik je over de landschappen in de westerns van John Ford. Monument Valley en de andere archetypische landschappen in het Westen. Hoe ik me nu soms nog schaam omdat ik als kind op naïeve en romantische wijze, en later me baserend op artistieke en intellectuele argumentatie, zoveel van de film van John Ford ‘The Searchers’ hield en houd, ondanks de racistische held, John Wayne’s personage Ethan Edwards. Ja, ik schaamde me soms voor die macho-heldhaftigheid, zo vreemd aan mijn wezen, en ik schaamde me nog meer voor het racisme, dacht zelfs lange tijd dat de hele film als zodanig racistisch was.

Vanwaar dan de bewondering van regisseurs als Wim Wenders en Jean Luc Godard voor John Ford? Godards fascinatie zal te maken hebben met de picturale schoonheid, met de filmkunst, maar ook met het – ongewild – blootleggen van de Amerikaanse geschiedenis en de veroverings- en oorlogseconomie, van de op bloedvergieten gestoelde politiek van dat immense land. Bij Wenders gaat het bijna zeker om de fotografie, en nog meer om het eindeloze landschap. De nietigheid van de kortstondige helden in dat landschap dat er omzeggens voor altijd is. De grandioze nietigheid van John Wayne bijvoorbeeld, of van zijn antipode in ‘Paris, Texas’, Harry Dean Stanton, de antiheld par excellence. De weidse vlaktes, de woestijnen en rotsformaties hebben zelfs zijn geheugen opgezogen. Het landschap relativeert in sterke mate de kleine gebaren van de helden, hoe verwerpelijk of triest ze ook mogen wezen. Wat heeft het menselijke nog te betekenen in die gigantische en oeroude setting, dat zielige figuurtje op zijn paard, dat niet veel meer te zeggen heeft dan ‘That’ll be the day!’ en de voortstrompelende, hongerige man zonder verleden en zonder stem? Het zal wel geen toeval zijn dat Buddy Holly zich in een lied de geest van Ethan Edwards eigen heeft gemaakt en Ry Cooder Travis Hendersons stilzwijgen in een muzikaal kunstwerk omgesmeed (ingebed in de zwarte gospel en blues van Blind Willie Johnson).

De wijn blijft rijkelijk vloeien en maakt me, voor een keer, spraakzaam. Door aan de ruimte van de John Fordwesterns te denken beland ik nu in de Tijd. Ik heb net het boek van Ian Bell over Bob Dylan gelezen, ‘Time Out Of Mind - The Lives Of Bob Dylan’, waarin de schrijver onder meer dieper ingaat op Dylans preoccupatie met de tijd. In zekere zin in het voetspoor van Augustinus en Marcel Proust en zeker ook van F. Scott Fitzgerald, wiens woorden uit ‘The Great Gatsby’ hij bijna letterlijk heeft overgenomen in ‘Summer Days’, een compositie uit ‘‘Love And Theft’’.

“’I wouldn’t ask too much of her’, I ventured. ‘You can’t repeat the past’. ‘Can’t repeat the past?’ He cried incredulously. ‘Why of course you can!’”

In ‘Summer Days’:

She looking into my eyes, she’s holding my hand,
She says, “You can’t repeat the past,” I say, “You can’t?
What do you mean, you can’t? Of course you can.””

Herinner je je die geweldige slotzin van ‘The Great Gatsby’: “So we beat on, boats against the current, borne back ceaselessly into the past” vraag ik en halfdronken wijs ik er nog op dat Marcel Proust in ‘A la recherche du temps perdu’ de tijd ontkent en bijgevolg ook de dood. De tijd kan worden achterhaald, herbeleefd, als er geen tijd is. Of is dat een paradox? Dan gaat de bel, last call for alcohol.

Later in het metrostation Sint-Katelijne zit ik wat voorafgaat in een klein notitieboekje neer te schrijven. Een man van omstreeks veertig komt op me af. Ik schrik niet omdat ik hem meteen herken. Wat ziet hij er nog goed uit, denk ik onwillekeurig. Het spijt me, zegt hij, maar ik herinner me je naam niet meer, heel vervelend. Voor mij een geruststelling want ik herinner me bijna nooit namen en gezichten al evenmin. Wat herinner ik me eigenlijk nog wel? Maar de naam van mijn oude compañero ben ik niet vergeten. Hoe zou ik kunnen, we hebben in 2002 samen een week in Barcelona doorgebracht. En een avond daar, in het voetbalstadion Camp Nou, het grootste van Europa, zal ik nooit vergeten: het was de koudste avond van mijn leven. Maar dat is een ander verhaal. De metro komt eraan.

paris-texas-1984.jpg

...

Foto's: 'The Searchers', John Ford en 'Paris, Texas', Wim Wenders.

16-09-13

1111 FOLLOWERS

eva-losey-moreau.jpg

Gisteren voelde ik me een beetje als een goeroe, meer Meher Baba dan Baghwan, meer bijdegronds dan beurs-, meer pop dan fashion, minder radicaal dan kritisch, minder gehoorzaam dan schuchter, minder actueel dan verbeten, minder Gabriel/Bono dan Dylan/Waters, minder Brigitte Bardot dan Jeanne Moreau – maar een goeroe desalniettemin. Een beetje.

Een goeroe die al zijn 1111 followers wil danken voor hun aanhankelijkheid en trouw. Die trots is als een rots en tevreden als een rozijn in de zon. Die veel wil geven met veel wol en weinig geblaat, maar toch ook weer niet wollig of geitenwollig, veeleer vurig als een luchtmens of spontaan en snel als een zondronken hagedis. 

Vandaag is dat gevoel voorbij: het magische getal is weg, en alle goden zijn weer dood zoals het hoort en altijd was. Tijd voor nieuwe sentimenten en emoties, voor andere woorden en andere beelden. Voor nieuwe dankgebeden. Voor nieuwe zwerftochten door de wereld, de taal en alle ruimtes die de tijd mij biedt.

...

Foto: Jeanne Moreau in 'Eva' (1962) van Joseph Losey. 

15-09-13

GELUKSKLAVER

Ga maar, ik ben niet jaloers, niet langer.
Ik houd het sober, ben niet in luxe gekleed,
zo past het een balling, in Brussel en ver weg.

Ik wacht het wenden van de seizoenen af,
de terugkeer en het weer verdwijnen van licht,
in dit huis dat grijs van de dagen, vochtig wordt.


Bijvoorbeeld in de zomer. Dan wandel ik naar de
supermarkt en naar de apotheek en kom thuis
met een grote pot geluksklaver voor het terras.

Of later, als het veel regent, je geluksklaver
door de rupsen opgevreten, denk ik aan dichters,
hun kleine avonturen, kortstondige liefdes.


Ga maar, in vrede of in oorlog, ik rust hier,
weiger tijd en toeval aan banden te leggen,
alsof het altijd in deze woning zo is was.

...

Noot: de eerste twee versregels zijn gedeeltelijk ontleend aan Ovidius' 'Tristia', vertaald door W.A.M. Peers. 

07-09-13

ZERO DE CONDUITE: SOUNDS OF MUSIC

remedies.jpg

 

Zéro de conduite is een trendy belevingsprogramma (!) op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 ’s avonds. Heerlijk als je druk bezig bent in de keuken, of bij het aperitief, en later aan tafel bij de staartvis! Stem af op 106.7 FM. Je kunt het programma eveneens via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over de radio.

Vandaag geen themaprogramma, en misschien ook nooit meer. De vraag is: hoe lang kun je met thema’s werken, hoe lang kun je herhalen zonder er ziek van te worden, om het met de gevleugelde woorden van Bob Dylan te zeggen, nog zo iemand die een radioprogramma heeft gemaakt aan de hand van thema’s.  Hij heeft het alvast niet bijster lang volgehouden. Voortaan en tot nader order ga ik op zoek naar sferen… Ik gebruik het woord sfeer in de betekenis van “gedachten en gevoelens die de gemoederen bezighouden”, wat toch heel wat mogelijkheden geeft. Sfeer als een stemming; gestemde muziekinstrumenten en stemmen die een stemming scheppen, die de luisteraar in stemming brengen.

Een sfeer (sphaira) is ook “een bolvormig volume rond een centraal punt”. Dat kan ik ook gebruiken. Zo zou elke song in dit programma een centraal punt van zijn eigen sfeer kunnen zijn, maar ook van het hele programma, alle punten samen vormen met hun eigen sferen de algemene sfeer, die toch voor elke luisteraar weer anders zal zijn. Het fijne van zo’n sfeer is dat ik van een punt kan vertrekken en er op het einde ook weer uit kan komen: het einde is het begin. Dat is goed, want eigenlijk weet ik niet van ophouden. Ook een beetje zoals Dylan, met zijn zogenaamde never-ending-tour. Op die manier kan ik het programma beëindigen zonder er daadwerkelijk mee op te houden. Ik onthoud het begin dat het einde is, blijf er trouw aan en kom er in volgend programma op terug, om dan een andere sfeer te scheppen.

Wat denk je, is dit een goed idee, een goed (nieuw) vertrekpunt? Zelf denk ik van wel. Maar ik weet het niet zeker en moet het ook allemaal nog leren, zelfs al ben ik al meer dan dertig jaar bezig met dit gekkenwerk. Is het trouwens niet altijd zo, dat je altijd, of op z’n minst elke ochtend, alles opnieuw moet leren?

yuseflateef.jpg


Song for Che (Charlie Haden) - Robert Wyatt - Ruth Is Stranger Than Richard (1971)

I'll Always Be In Love With You - Yusef Lateef – Psychicemotus (Impulse, 1965)

Am I Blue - Ray Charles - The Genius Of Ray Charles

He Cheated  - Del Shannon - Home And Away ( 1967, een productie van Andrew Loog Oldham)

Look At That Woman - Lee Hazlewood -Trouble Is A Lonesome Town (eerste LH-elpee, 1963)

Watching The Trains Go By - Tony Joe White - Sweet Inspirations: The Songs Of Dan Penn & Spooner Oldham

Hobo Bill's Last Ride - Iris Dement - The Songs Of Jimmie Rodgers: A Tribute

Crying Eyes - J.J. Cale – Naturally (eerste elpee, met onder meer Karl Himmel, Carl Radle)

What Comes Around (Goes Around) (LP Version) - Dr. John - Remedies

The Smithsonian Institute Blues- Captain Beefheart & The Magic Band - Lick My Decals Off, Baby

Borrowed Wings - Jim White - Drill A Hole In That Substrate And Tell Me What You See

Poor Me - Rainer & Das Combo - Barefoot Rock With ... [Collectors Series]

Alabama Blues - Ramblin' Jeffrey Lee - With Cypress Grove & Willie Love

Can You Get To That - Mavis Staples - One True Vine (nieuwe elpee, geproduceerd door Jeff Tweedy)

Devil's In The Jukebox - Ray LaMontagne & The Pariah Dogs - God Willin' & The Creek Don't Rise

River Song - Meg Baird (singer in Espers) - Dear Companion

Sleep A Million Years (ft. Vashti Bunyan) – Vetiver - A Thing Of The Past

Pale Skinny Girl - American Music Club - California

Factory Girls – Tindersticks - Falling Down A Mountain

Medication - Damien Jurado - Ghost Of David

Doorbell - Leo Kottke - My Father's Face (1989, een productie van T-Bone Burnett)

Baby Come Home (Ft Bridget St John) - Kevin Ayers – The Unfairground (laatste elpee, 2007)

Riding Tigers - Slapp Happy - Desperate Straights (Anthony Moore, Peter Blegvad, Dagmar Krause)

Darkness Darkness (Jesse Colin Young) - Cowboy Junkies -'neath Your Covers, Part 1

Servant Of Our Vision - Jesse Sykes & The Sweet Hereafter - Marble Son

Little Dance-  Tom Verlaine- Warm And Cool (Expanded Edition)

Wonderful (The Way I Feel) - My Morning Jacket – Circuital

Hold Back Time - Van Dyke Parks - Songs Cycled

Eighteen Is Over The Hill - West Coast Pop Art Experimental Band - A Child's Guide To Good And Evil

Tumbling – Tumbleweed -Curt Boettcher - Misty Mirage 



Research & presentatie: Martin Pulaski

damien jurado.jpg

Damien Jurado

06-09-13

DUIZELIG IN STOCKHOLM

STOCKHOLM 002.JPG

Spiral staircase
Stockholm, 18 augustus 2013. 

02-09-13

TERUG, BLIK

STOCKHOLM 048.JPG

Stockholm, 17 augustus 2013.

01-09-13

MELANCHOLIE VAN HET GEMIS

IMG_6294.JPG


Eind mei hadden we, al liftend, onze bestemming bereikt: een vredig dorp in een wondermooi en geurig landschap in de omgeving van Arles. Een dag later, zonnig en zacht, onze zintuigen als herboren, fietsten we langs een kanaaltje en lachten zomaar wat voor ons uit, om niets, om alles. Zelfs de krekels vervulden me met een diep gevoel van geluk en voldaanheid.

Ik herinner me nu ook weer de vriendelijke, joviale buschauffeur die grapjes maakte die we niet begrepen evenals de manier waarop hij jouw sensuele aantrekkelijkheid in zich opnam. Hij reed met ons naar je school in een ander dorp, een vijftal kilometer verderop. Je zou er een gesprek hebben met je nieuwe directeur, een sympathisant van een rechts-nationalistische partij. De man bekeek me minachtend en eiste je meteen helemaal op. Hij gaf ons zelfs niet de gelegenheid om afscheid te nemen. Ik keek nog om, maar je liep al van me weg, je rug donker in het felle zonlicht. Ik droeg een boekentas vol zware stenen, en mijn schoenen waren van lood. Zo verliet ik het schoolgebouw: ik wist dat ik nooit iemand zou ontmoeten met wie ik dit verdriet zou kunnen delen.

Toen ik de fietsen, roestig en vuil, naar het fietsenkerkhof bracht lag het landschap van de Provence er laf en kleurloos bij. Mijn zintuigen hadden geen zin meer.

...

Foto: © Martin Pulaski