28-08-13

OUDE MISERIE

henri van straten de pessimist.gif


BRIEF AAN EEN VRIEND (1984)

 

Antwerpen, 14 november 1984

Beste J.,

Het spijt me werkelijk dat het zo lang geduurd heeft voor ik iets van me liet horen. Het probleem is dat ik niet of bijna niet meer kan schrijven. En dat is slechts een facet van de algemene geestelijke apathie of impotentie. Niet meer kunnen creëren, voortbrengen, produceren… Geen enthousiasme, geen geestdrift en vooral geen werklust. En waarschijnlijk weet je wel dat schrijven het enige was (en is) wat mijn leven zin gaf. Vooruitzien betekende voor mij altijd de hunkering naar het voltooien van een gedicht, een verhaal. Dat is weggevallen. Wat kan ik dan nog van het leven verwachten? Alleen maar dit, dat er aan deze psychosomatische stoornis een eind komt. Dat ik terug over mijn intellectuele vermogens kan beschikken, dat ik mijn gave kan opgraven vanonder het puin van mijn vroegere ego (aan de instorting waarvan ik zelf heb meegewerkt – wie anders?).
’t Schijnt dat een psychiater me uit deze impasse zou kunnen helpen. Maar primo vertrouw ik geen psychiaters, of toch niet helemaal, en secundo zijn ze erg duur. Want ja, financieel zit ik nu ook helemaal aan de grond: ik krijg nog 10.000 frank uitkering – het minimum.

Het verbaast me nu dat ik de vorige paragraaf zo vlug en vlot heb kunnen neerschrijven. ’t Is echt meer dan een jaar geleden dat ik nog een behoorlijke zin op papier heb gezet. Maar ja, het gaat hier ook maar om een opsomming van feiten (zij het van een niet te noemen somberheid – onder elk woord zit een kreet verscholen).

’t Word tijd dat we nog eens lachen. Ik denk dat ik maandenlang zou moeten lachen om mij boven alle doorstane ellende te kunnen plaatsen. Ook denk ik aan lange wandelingen in de sneeuw, in de allerstilste bossen. Of in de winter op het strand slenteren, nauwelijks een mens te zien. O dat prachtige lied van Bob Dylan, “It Takes A Lot To Laugh, It Takes A Train To Cry”!
Of terugkeren naar vroeger, toen ik gelukkig was, van ’75 tot ’77, toen ik een poète maudit was en alles uit liefde deed. Toen ik dacht dat ik onkwetsbaar was en ouder worden niet mogelijk was.  Alles was juist in die tijd. Vanaf ’77 ben ik te snel gaan leven, ’t was de dooi van de onschuld, ik aanvaardde mezelf niet zoals ik was. Ik wou niet volwassen worden en verantwoordelijk. Leven moest bewegen zijn, dansen: een productieve inspirerende waanzin. Wat een illusie! Nu is alles stilgevallen.

Wel heb ik nog lief, maar hoe moeilijk is dat als je niets hebt en niets kunt geven? En als je eindelijk weet wat voor schoften de meeste mensen zijn.

Ik kijk televisie en probeer te vergeten. Denk je dat ik daar in slaag? Natuurlijk niet; omdat ik niet echt wil vergeten. In het verleden zit alles vervat, in de toekomst niets (tenzij net het verleden). En ik ben niet de enige die er zo over denkt. Kijk maar naar Proust, Fellini, Beckett, Pavese, John Lennon (“When I was a boy, everything was right….”)

Op de achtergrond (en soms op de voorgrond) een plaat van The Gun Club: ‘Black Train’, ‘Cool Drink Of Water’… Muziek als deze kan me soms nog ontroeren. De stem van de gewonde wolf, eenvoudige akkoorden, een bijtende gitaar. Integere rock & roll, zonder veel compromissen. Ook R.E.M., Jason & The Scorchers, The Long RydersEen hele Byrds-fanclub, die heeft geleerd gitaar te spelen als Roger McGuinn en te zingen als Gene Clark of Gram Parsons. Ook hoor ik nog graag het wat meer gesofisticeerde geluid van Rickie Lee Jones, Tom Waits en Randy Newman, met hun sterke, expressieve teksten.

Van de jongere literaire schrijvers is er zo goed als niemand die ik waardeer, zeker van de Nederlandstalige niet. ’t Zijn allemaal bedriegers, showmensen, ze hebben geen hart, geen ziel. Mochten ze dat wel hebben dan zou geen enkele ‘belangrijke’ uitgever ze willen uitgeven. Zo’n uitgever moet immers aan het profijt denken, niet aan het hart of de ziel. Natuurlijk zijn er uitzonderingen maar die zijn dan weer vaak katholiek, in navolging van Graham Greene (toch een groot schrijver, hoewel soms ook een zeur) en Huysmans.

Nu moet ik gaan doppen; opletten dat ik niet in de stront trap. De Provinciestraat is een groot hondenschijthuis.

Een dag later. Veel heb ik aan het bovenstaande niet toe te voegen. Mijn contact met de anderen is zeer beperkt. Uitgaan behoort tot het verleden. Concerten zijn te duur voor me en organisatoren behandelen het publiek als vee (tenzij dat veranderd zou zijn, wat ik durf betwijfelen). Wel heb ik nog een heel mooie en oprechte film gezien: ‘Paris, Texas’ van Wim Wenders. Dat A. werk heeft gevonden heb ik je waarschijnlijk al gezegd. ’t Wordt niet goed betaald (3de arbeidscircuit), maar ze doet het graag en de collega’s zijn sympathiek. En dat is natuurlijk een belangrijk punt.

Nu is het aan jou om je hart uit te storten, in zoverre dat in een brief mogelijk is. In elk geval hoop ik dat we elkaar voortaan regelmatig zullen schrijven. Want de tijd staat niet stil.


Hartelijke groeten van je vriend,
M.

...

Beeld: Henri Van Straten, De pessimist 

De commentaren zijn gesloten.