31-07-13

STORM*

POIX 107.JPG

Op 25 januari 199. zat ik tijdens een treinrit tegenover mijn oude vriend Kowalski. We waren elkaar in het Centraal Station toevallig tegen het lijf gelopen. Bijna onmiddellijk hadden we vastgesteld dat er tussen ons nauwelijks iets was veranderd.

Buiten huilde de wind, donkere regen op de huizen en op de zwarte velden. Ergens onderweg stapten we uit de vuile trein; een klein, bijna vergeten station waar geen levende ziel te zien was. Wat verder een dorpscafé uit een oude Franse film, van Marcel Carné of Jean Renoir.

Kowalski en ik zijn van hetzelfde jaar. Nooit eerder hadden we zo’n hevige storm meegemaakt. Het leek wel de Toorn Gods. Of wilde een tellurisch opperwezen een historische ontmoeting bekrachtigen?

We zaten alleen in de kroeg en keken zwijgend toe hoe ingelijste reproducties van late werken van Van Gogh naar buiten vlogen. Wij observeerden hun grillige vlucht, tot er niets meer te zien was dan de schemerige dorpsstraat. Onwillekeurig greep ik me met beide handen vast aan de rand van de tafel opdat ik toch maar niet zelf ook naar buiten zou waaien, dokter Gachet en Joseph Roulin achterna.


Op één avond overbrugden we bijna vijftien verloren jaren van onze vriendschap. Toch kun je elkaar niet alles vertellen, ook al wil je dat wel; het is in de praktijk niet haalbaar. Er is geen tijd. Er is nooit tijd. ‘L'Atalante’, ‘Zéro de conduite’, ‘La maman et la putain’, ‘La Salamandre’ en ‘The French Connection’ bleken voor ons beiden nog steeds favoriete films. Dat wees voor mij, ondanks de verwijdering, op een diepe zielsverwantschap die was blijven bestaan. Films en popmuziek vormen de basis van een vriendschap, niet afkomst, milieu, maatschappelijk succes of gebrek daaraan.

Mijn oude vriend had plannen voor een roman die ‘Gewond’ zou gaan heten. Hij zei dat ‘gewond zijn’ voor hem een metafoor was voor een eeuwig leven, maar dat begreep ik niet meteen. In ‘Gewond’ zou hij de tragiek van zijn familie (waanzin, zelfmoord, alcoholisme) fictionaliseren. Wat leek wat hij me over zijn familie vertelde op mijn eigen geschiedenis! Zoveel had hij me vijftien jaar tevoren nooit toevertrouwd. Alsof we allemaal personages in een roman van Ken Kesey zijn, dacht ik. Later zou hij het boek verfilmen, zei Kowalski. Ik vroeg hem of ik dan een figurant mocht zijn. Op zijn minst, Schwarz. En je krijgt je eigen chauffeur. Ik zei, zonder enige aanleiding, dat Wim Wenders, Tarkovski en Truffaut engelen zijn. Ik ben zelden origineel in mijn vereringen en ook niet in mijn verwensingen. Ja, zei hij, en als je cocaïne gebruikt is iedereen een engel. Zolang die fase duurt, zei ik, daarna worden ze duivels.

Terwijl we nog steeds op de trein wachtten, die misschien niet eens meer zou komen, spraken we ons verlangen uit naar een vaste woonplaats hier op aarde. In Italië of een ander kortstondig paradijs. Een vestiging. Een verlangen dat je overvalt wanneer de vergankelijkheid van alles wat je koestert of veracht je maar al te duidelijk wordt. Huiskamergeluk was ook iets waar mijn oude vriend, in zekere zin tegen mijn verwachtingen in, behoefte aan bleek te hebben.

Later, omstreeks middernacht, zat het treinverkeer nog helemaal in de knoop. Op de perrons van het kleine station stonden de reizigers elkaar nu in de weg. Ze zagen er tegelijk gelaten en rusteloos en ongeduldig uit. Niemand had veel zin om op een bank te gaan zitten, want dan gaf je misschien de indruk dat je niet naar huis wilde, dat het daar in Weerde eigenlijk ook wel goed was. 
...


*
"Miranda: Het is ver,
en eerder als een droom dan zekerheid
wat mijn herinnering staaft. Maar had ik niet 
vier vrouwen, vijf, die mij verzorgden toen?

Prospero: Zeker, en meer, Miranda. Hoe kan het zijn,
dat dit nog voortleeft in je geest? Wat meer
zie je in de duistere diepte van de tijd?
Als je nog iets weet voor je hierheen kwam,
dan weet je ook hoe misschien.

Miranda: Dat weet ik niet."

Shakespeare, Storm

...

Foto: Martin Pulaski, 2013. 

29-07-13

AFSCHEID

scarecrow.jpg

Al van in het begin kan ik geen afscheid nemen. Al van in het begin besef ik dat afscheid nemen erger is dan om het even wat ik me kan voorstellen. Afscheid nemen is doodgaan of, wat nog erger is, iemand van wie je houdt voor je ogen zien sterven. Je eigen angstschreeuw versmelt met die van hem of haar. Als ik afscheid moet nemen zink ik weg in mijn chaos, maar verdrinken doe ik niet. Als ik afscheid heb genomen kom ik altijd weer boven water.

Hoe is het toch mogelijk dat ik geen afscheid kan nemen, terwijl zoveel mensen daar zo goed in schijnen te zijn? Hoe doe je dat? Hoe komt het dat ik het niet kan?

Hoe neem je afscheid? Mijn personage Schwarz, dat al van in de jaren zeventig bestaat, begrijpt niets van de meedogenloosheid die bij een afscheid schijnt te horen. Afscheid nemen maakt hem tegelijk blind en extreem gevoelig. In de chaos die hem overrompelt begrijpt hij niets meer; niets heeft nog betekenis of zin. Hoe kan een mens wiens wereld instort iets begrijpen?

Een andere zaak is dit: sommige mensen zijn goed in afscheid nemen, uit ervaring, of omdat het in hun aard ligt. Misschien genieten sommigen er zelfs van. Afscheid als een vorm van ‘in de steek laten’, reddeloos achterlaten; sommigen noemen het dan: verraden.  Anderen, zoals Schwarz, kunnen het niet en leren het nooit.  In mijn geval misschien – paradoxaal genoeg - omdat ik zo vaak gedwongen ben geweest om afscheid te nemen. Van mijn ouders op het schip, van mijn broer als hij voor drie maanden naar het internaat vertrok en we niet meer samen konden spelen, van mijn grootmoeder en tantes in Merksem, van mijn vrienden in de dorpen en steden en havens en op school. Uit al die droevige en soms traumatiserende ervaringen heb ik niets geleerd. Waar ik aan 'lijd' wordt verlatingsangst of verlatingsneurose genoemd. De angst om in de steek gelaten te worden. Uitentreuren heb ik daarover geschreven - en gepraat met vrienden, drinkebroers en -zusters en therapeuten (van wie ik uiteindelijk ook altijd weer afscheid moest nemen). Misschien is het een van mijn belangrijkste thema’s. Ik kan geen afscheid nemen, hoewel het vaak niet anders kan.

Lang geleden – van 1975 tot 1991 - had ik een heel goede vriend. Ik beschouwde hem als een 'ander zelf'. Als wij op café gingen, zaten we daar twee dagen lang, tot we letterlijk omver vielen of op zijn minst op elkaars schoenen braakten. Hij is gestorven zonder dat ik afscheid van hem heb kunnen nemen. Ik liep op het strand van Cadiz toen hij zich het leven benam. Bij mijn terugkeer vernam ik het vreselijke nieuws van een wederzijdse kennis. Mijn vriend was toen al in rook opgegaan.

Wat ik nu doe, en dat is niet goed vermoed ik, is me isoleren;  ik vermijd ontmoetingen, zodat ik ook geen afscheid moet nemen. Zodat ik toch maar geen afscheid moet nemen. 

Meer hierover later, na deze hete zomer, waar ik ook weer afscheid van zal moeten nemen. Maar gelukkig komt er dan de herfst en daarna de lange winter.

...

Foto: Zelfportret, 7 februari 2006 

BASILIEK

POIX 028 (2).jpg

"But what goes on?
What to do there,
Better pray there."

Roxy Music, In Every Dream Home A Heartache 

24-07-13

AMY WINEHOUSE, BREIVIK EN IK

amy-winehouse.jpg

"... fallen in the valley of the rock and roll dead."
Will Sheff (Okkervil River) 

Twee jaar geleden lag ik nu in een ziekenhuisbed in het UZ in Jette. Ik had nog koorts, kon nauwelijks bewegen, maar het ging al beter met me. Twee maanden eerder, op 24 mei 2011, had mijn vrouw een taxi gebeld en was ze met mij naar de spoedafdeling gegaan. Dat heeft mijn leven gered, besef ik nu, hoewel ik me tijdens de weken die volgden nog zeker drie keer op de rand van de dood heb bevonden. Het einde van alles was in zicht en ik wist het niet eens. Veertien dagen in coma, een maand in intensive care. Geperforeerde dunne darm. Algemene vergiftiging, dubbele longontsteking, tracheotomie, buikvliesontsteking, shock, noem maar op.


Mijn vrouw, mijn vriendinnen en vrienden, de dokters en het verplegend personeel hebben voor mijn leven gevochten – en ze hebben het gehaald. En ik heb het gehaald.  Waar ik het langst last van heb gehad was wat ‘critical illness syndrome’ wordt genoemd. Mijn lichaam was bijna geheel verlamd, ten gevolge van die shock. Alleen mijn rechterarm was nog bruikbaar; mijn hersenen werkten ook nog min of meer, al kende ik bijvoorbeeld niet eens het eenvoudige beveiligingsnummer van mijn mobiele telefoon. Ik wist zelfs niet dat ik een mobiele telefoon bezat. Van dat hele syndroom is niet veel meer te merken, alleen mijn linkerarm is niet langer wat hij geweest is. Een combinatie van veel liefde, gekregen, en veel inspanningen, geleverd, heeft me opnieuw voldoende kracht gegeven. 


Op een mooie dag schrijf ik alle hallucinaties neer die ik in die periode heb gehad. Ze zitten in mijn geheugen gegrift, helemaal anders dan dromen, die je bijna meteen na het ontwaken vergeet. Sommige hallucinaties waren vrolijk, andere hilarisch, weer andere waren wreder dan om het even wat ik ooit had gevoeld of gezien. Ik zong liederen met Stephen Stills en Neil Young, was bevriend met the Rolling Stones, werd gefolterd in een kelder of bunker in Triëste.

Twee jaar geleden lag ik nu in een ziekenhuisbed en begon stilaan mijn bezoekers te herkennen en te begrijpen wat ze me vertelden. En ik kon al wat samenhangends terugzeggen. Hoewel ik soms nog dacht dat mijn bibliotheek zich achter de wand aan het hoofdeinde van mijn bed bevond. Of dat de vrienden er waren omdat ze in de kamer ernaast gingen vergaderen. Ik kon ook al televisiekijken, met een afstandsbedienaar waar ik niet veel van begreep. Ik had de laatste ritten van de Ronde van Frankrijk gezien, in hun geheel. Hallucinant. Nog veel hallucinanter was de toestand in Noorwegen. Pas weken later heb ik me gerealiseerd hoe erg het was geweest en pas vorig jaar, een jaar na de feiten, heb ik zitten huilen bij het lezen van getuigenissen. Toen ik zag dat Amy Winehouse gestorven was wist ik echter meteen dat ze echt dood was. Ik twijfelde niet langer. Maar ik huilde niet. Ik aanvaardde het: Amy Winehouse was dood.
Ja, Amy Winehouse was dood en ik leefde en zou weer gezond worden en wijn kunnen drinken. Wat ik vanavond ga doen, en ik breng dan een toast uit op jouw gezondheid en op die van mij en op die van iedereen die we kennen. Maar er zijn grenzen.

22-07-13

ENKELE AVONTUREN VAN SAINT-HUBERT

elizabeth berkley.jpgOp Goede Vrijdag 683 verliet Saint-Hubert om halftien zijn kasteel in Andage om wat te gaan jagen op everzwijnen en herten. In die dagen werd Andage en de hele streek die nu de Ardennen heet – en in ‘As You Like It’ ‘Forest Of Arden’ – bijna het hele jaar door geteisterd door hitte. Op weg naar de bosrijke streek van Poix passeerde Saint-Hubert een taverne. Buiten op een eikenhouten bank zaten twee vrolijke, blonde meisjes Chimay Bleue te drinken. Saint-Hubert hoorde meteen dat ze uit het Noordelijke laagland kwamen, waar de zeden heel wat wilder waren dan in zijn bosrijke streek. Een van de schaarsgeklede meisjes zat met de benen schrijlings over de houten bank, waardoor Saint-Huberts blik meteen op haar kruis viel. Ze was helemaal het type van de geile meiden in films van Paul Verhoeven, genre Elizabeth Berkley in ‘Showgirls’. Haar blik, recht in zijn ogen, sprak geen boekdelen. En dat was op dat moment ook het enige waar Saint-Hubert aan dacht. Maar die griet zal daar straks ook nog wel zitten, dacht hij. Eerst een hert schieten, of een ander beest, zowaar ik Saint-Hubert heet.

Een half uur later ging zijn wens bijna in vervulling. Er verscheen een mooi, gezond hert in zijn vizier. Saint-Hubert maakte zich klaar voor het genadeschot. Maar dan zag hij in het gewei van het dier een kruis oplichten, zo fel dat hij er even door verblind werd. En meteen daarna hoorde hij de stem van het hert, met heel veel echo, zoals in ‘Be My Baby’ van The Ronettes. “Saint-Hubert”, zei het hert, “je moet je leven veranderen. Zet Elizabeth Berkley uit je hoofd, bekeer je, en ga de heidenen in Luik en Limburg bekeren.” Sindsdien dragen alle kerken in Luik en Limburg de naam van de eens zo hitsige jager. 


Op 18 juli 2013 nam Mathieu, samen met zijn vrouw, de bus van Saint-Hubert naar Poix. In de basiliek van Saint-Hubert hadden zij zoals zovelen voor hen de heilige man verzocht om hen te beschermen tegen waanzin en dwanggedachten. Daarna had Mathieus vrouw in de plaatselijke Carrefour zeven pakjes Camel en drie flessen Jägermeister gekocht.
De buschauffeur koos voor een ongewoon traject. In plaats van over asfalt reed hij over grindwegen en smalle, overwoekerde paden. Zo pittoresk, dacht Mathieu, het lijkt wel een andere tijd.
In normale omstandigheden is het een rit van een kwartier. Maar wat zijn normale omstandigheden?
“Ik heb alle tijd van de wereld”, zei de buschauffeur.
“Wij ook”, antwoordden Mathieu en zijn vrouw unisono.

Enkele uren later bereikten zij hun bestemming. Mathieu bedankte de chauffeur voor het mooie avontuur en vroeg hem naar zijn naam.
“Saint-Hubert”, zei hij, “en jij?”
“Mathieu”, zei Mathieu.
“Magnesium”, zei Magnesium.

Omdat ze maar moeilijk afscheid konden nemen ging het drietal een Chimay Bleue drinken bij Mamy.
“Zijn dit verse cacahouètes” vroeg Saint-Hubert aan de ober, die ook de eigenaar van Mamy bleek te zijn.
“Natuulijk”, zei de ober. “Je zou eens moeten weten wat er allemaal aan de klanten hun vingers kleeft… Hier dus altijd verse cacahouètes, en verse gruyèrekaas ook trouwens.”
“Dan is het goed”, zei Saint-Hubert.
“Is het hier altijd zo heet”, vroeg Magnesium.
“Niet altijd,” zei de ober, “soms is het heet, maar soms ook niet.”
“Zo zie je maar weer”, zei Magnesium, “niets is wat het lijkt”.
“Too much of a good thing”, zei Saint-Hubert, die een Shakespearekenner bleek te zijn.

Vervolgens nam iedereen van iedereen afscheid, waardoor dit Ardense avontuur tenslotte een oude geschiedenis werd.

...


Foto: Elizabeth Berkley in 'Showgirls' van Paul Verhoeven

20-07-13

BEELDEN UIT POIX-SAINT-HUBERT

POIX 033.JPG

POIX 085.JPG

POIX 022.JPG

Foto's: Martin Pulaski.

Dit zijn beelden die weinig uitleg nodig hebben. Andere woorden dienen zich aan. Onder meer een verhaal over de bizarre avonturen van Saint-Hubert, in de 9de en in de 21ste eeuw.

16-07-13

EEN MIDDAG IN HET TER KAMERENBOS

IMG_0686.JPG

Ze is nog eens op visite geweest. De muze. Ik weet niet hoe dat met vrouwen zit, maar voor mij is de muze altijd een vrouw. De muze hing aan een stevige tak, die zich over het donkere water in de grote vijver van het Ter Kamerenbos boog. Zo leek het alleszins, want goed kon ik haar niet zien; misschien zat ze er wel op, als een amazone. Want aan een tak hangen lijkt me wat ongewoon voor een muze. Verliefde stellen in roeibootjes konden hem moeilijk ontwijken. Sommigen, kussend en ver weg van deze wereld, raakten verstrikt in de kleinere, groenere takjes, maar gaven daar niet om.


Dat zij de muze zagen of hoorden betwijfel ik. Ik wel, ik zag haar en hoorde haar fluisteren. Was ze er niet voor mij verschenen? Maar ik dwaalde af. Misschien verlangde ik ernaar om ook in zo’n bootje te zitten, verstrengeld met een geliefde; ik weet het niet. Zomaar, zonder reden, dacht ik opeens dat ze moe was. Ze moest dringend gaan rusten. Neen, ze was al in slaap gevallen. Daarom keerde ik haar de rug toe, en de verliefde stelletjes in de boten keerde ik ook de rug toe.


Ik geloof nu dat ik dat niet had mogen doen. Ze had me stellig nog wat rudimentaire, maar rijkgeschakeerde woorden toegefluisterd. Vruchtbare grondstof voor stevige bloemen – noem ze bloemen van het kwaad, of wat je maar wilt. Het is echter moeilijk om lang bij de muze te blijven – en afstand te houden, want zoals ik al zei: ze is altijd een vrouw, en ik heb haar nooit in een andere gedaante gezien dan in die van een buitengewoon aantrekkelijke vrouw. Sommigen beweren echter dat zij vaak, of bijna altijd, een belle dame sans merci is, of een femme fatale. Dat is heel goed mogelijk. Maar elke regel kent uitzonderingen. En als het hier dag is, is het ergens anders nacht.


Die nacht, nadat ik als een prairieroos na een hete dag, in slaap was gevallen vertelde een oude vriend uit Baarle-Nassau me dat een dichter die me zeer dierbaar is, iemand die ik al sinds 1975 bewonder en als een voorbeeld zie, in zijn jeugd antisemitische pamfletten heeft geschreven. Ik was geneigd hem te geloven. In zijn stem klonk overtuigingskracht en hij beweerde dat hij het kon bewijzen. Hoe kon ik zijn laster, want ik voelde meteen aan dat het ook dat was,  verzoenen met het verheven beeld dat ik al zo lang van hem heb? Ik nam me voor die aantijging uit mijn memorie te bannen. Nooit zou ik die vriendschap met jou – door wat dan ook – laten aantasten Wat later vroeg iemand me wie mijn favoriete vrouwelijk dichter is. Ik wilde meteen het antwoord geven, maar haar naam ontsnapte me. Iedereen weet dat je schuldig bent als je geen antwoord geeft… De naam Emily Dickinson.


Wat had ik die droom zo graag niet gedroomd! Ik geloof dat ik nooit van die laster zou hebben gehoord als ik de muze daar in het idyllische Ter Kamerenbos niet de rug had toegekeerd.


...

Foto: Martin Pulaski, 20 juli 2005. 

14-07-13

EEN MEI

back (2).jpg

Antwerpen, 1968.

 

Op één mei stichtte je een stad van bloed, van nachtmerries. Drassige bodem waarop je sliep. In je glazen doolhof razend met het rode hoofd van een nabij gevaar.

Wat je gewaarwordt is niet de waarheid. Is maar een boze droom, en slechts een wanhopige aap die hem droomt. Neen, wie hem droomt weet hij zelf niet. Wel dit: het was op één mei, in de stad van angst en feest en pijn.

Je zag er zo onheilspellend blauw uit en ietwat gespleten. De bliksem sloeg niet op het veld in, die uit je ogen, die schichtige ogen van jou. Niet op het veld buiten de stad, waar mijn paarden stilaan gek worden en misselijk van de donkere wolken uit het Westen.

Wie is de keizer van die nieuwe stad? En is een kroon een kledingstuk?




Brussel, 8 juni 2012.

10-07-13

TRAGE ESCAPADE

Sap van appels zijn je oude woorden

als de appels in de boom van je buren

rijp voor de oogst in opgespaarde zomer,

ongeplukt, geur en smaak in de lucht

als huid van onbegrepen vrouwen.

Na zonnige Europese doem in oktober

rotten ze op steeds te weinig bezongen gras,

elke zondag zo zorgvuldig gemaaid.

 

Aan David Lynch denk je,  als een havik,

zijn trage escapade, een laat weerzien

met broer: wat woorden over vader,

moeder, stoppen met roken, dit en dat.

Omdat ver verwant wat familie volhardt.

 

Je ziet een gedicht: maak ik terzines,

binnenrijm, tel ik afgunstig voeten

als waren het Dante's of van m'n zestien?

 

Wat essentie beweert men zou blijven,

niet van appels, van vrouwen niet. Nee,

van duidelijke woorden. Essentie

van de essentie, mocht het toch lukken:

op goede voet te staan als gewervelde

met het vruchtbare sap van de wereld.

Dan blijven die kleine druppels nog even

tegen slecht spijsverteren, bloedbaden,

tegen schrik en beven, tegen vergeten.


Een eerdere versie van dit gedicht verscheen onder de titel 'Het vruchtbare sap van de wereld'.

08-07-13

VERFRAAIDE HERINNERINGEN

ny-onthebeach.jpg

Te warm om te denken, zong David McComb. Te warm om te schrijven. Maar dat is geen reden om te gaan klagen: we kunnen nog bier en koude wijn drinken en we kunnen nog lezen, zeker van die volstrekt gekke en enigszins geniale boeken, zoals ‘Waging Heavy Peace’ van Neil Young. Je moet er niet veel inspanning voor doen; alleen maar bewonderen, heel vaak in de lach schieten en doorlezen.  Het helpt ook dat Neil Young geen moeilijke woorden gebruikt, maar eenvoudige. Zijn eenvoud is echter niet banaal en wijkt sterk af van de onnozele ‘eenvoud’ van ondingen als ‘FC De Kampioenen’. Neil Young’s eenvoud is niet beledigend maar respectvol en dwingt daarom ook respect af.

Tussen twee korte slaapsessies in – even niet doorgelezen - las ik dit:

“Old memories are wonderful things and should be held on to as long as possible, shared with others, and embellished if need be.”

Heel eenvoudig, inderdaad. Maar er staat wel: “and embellished if need be”. Dat is minder simpel dan het lijkt. Er zit een ander levensverhaal achter, het verhaal – of een van de vele verhalen – die onze held niet vertelt. Onze herinneringen zijn altijd verfraaiingen, verdraaiingen, verzinsels, maar ze zijn dat (we maken ze zo) altijd of toch bijna altijd met de beste bedoelingen. Wij willen niemand kwetsen en voor onszelf willen wij ons de mensen die we hebben gekend (en vaak nog kennen) op de best mogelijke manier herinneren. 

06-07-13

ZERO DE CONDUITE: WATER

irma-thomas_rickoliver.jpg

Irma Thomas

Zéro de conduite is een programma op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 ’s avonds. Heerlijk als je druk bezig bent in de keuken, of bij het aperitief, en later aan tafel bij de linzensoep! Stem af op 106.7 FM. Je kunt het programma eveneens via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over de radio.

vdp-discover.jpg

Vanavond eindelijk weer eens een thema, en dan nog wel een dat in mijn leven – en eigenlijk in ieders leven – een bijzondere rol speelt: water. Want ik stam langs moederskant af van een schippersgeslacht. Tot mijn achtste heb ik op het water geleefd, aan boord van een binnenvaartschip, op de kanalen en soms ook de rivieren, de Schelde, de Maas en de Samber. Nu is het thema ‘water’ hier al wel vaker onrechtstreeks aan bod gekomen, in ‘oceanen’ en ‘rivieren’ en in nog andere programma’s. Maar dit is bijna helemaal water, al zijn er ook wat rivieren ingeslopen. Daar kon ik niet aan weerstaan. De rivier is mijn uitverkoren thema. En ook in werkelijkheid is er voor mij bijna niets wat me dieper raakt dan een rivier of een stroom. Vandaar misschien dat Hölderlin mijn uitverkoren dichter is: hij heeft zoveel onvergetelijke gedichten over rivieren geschreven. Zoals dit:


“Will einer wohnen,
So sei es an Treppen,
Und wo ein Häuslein hinabhängt
Am Wasser halte dich auf.”
Hölderlin, Der Adler (fragment)

(In het gedicht The ‘Waste Land’ van T.S. Eliot echter trekt de helderziende Madame Sosostris de tarotkaart ‘De Gehangene’ en zegt: “Fear death by water.” En deel IV van het gedicht gaat helemaal over de verdrinkingsdood. Het eindigt aldus: “Consider Phlebas, who was once handsome and tall as you.”)
 

Ik had een heel programma aan the Beach Boys kunnen wijden. Het zou ongetwijfeld erg mooi geweest zijn, ook al houden hipsters niet van deze baanbrekende groep. Dat hebben ze nooit gedaan, zoals ze bijvoorbeeld ook niet van Bruce Springsteen houden. Ik denk dat het een probleem is van de hipsters en niet van die muzikanten. Toch heb ik aan de verleiding van the Beach Boys kunnen weerstaan en gehoorzaamd aan wat toch mijn uitgangspunt is bij het samenstellen van de playlist voor Zéro de Conduite: variété, in de letterlijke betekenis van het woord. Je zal dan ook pop, blues, rhyhtm & blues, country, cowboymuziek, jazz, folk en gospel horen – en niets dan water, water, water. En een scheutje whisky.

Veel luisterplezier.
 

Still Water - Daniel Lanois - Acadie

Blue Water Blue- Tommy Flanders - The Moonstone

Find A River - Lowell George - Thanks I'll Eat It Here

And It Stoned Me - Van Morrison - Moondance

Water Music - Albert Ayler - The Last Album (1971)

Odyssey - Bill Laswell - Film Tracks 2000

In The Time Of Water - Roy Harper - Folkjokeopus

The Water Song - Incredible String Band - The Hangman's Beautiful Daughter

Walk Upon The Water - The Move – Move

Underwater - Kevin Ayers - Shooting At The Moon

Let's Make the Water Turn Black - The Mothers of Invention - We're Only In It for the Money

Cool, Cool Water - The Beach Boys – Sunflower

Riverboat - Van Dyke Parks - Discover America

Backwash - Blodwyn Pig - Ahead Rings Out

Troubled Waters - Cat Power - The Covers Record

Wade In The Water - Bob Dylan - Live 1961-2000

I Asked For Water - Howlin' Wolf - The Genuine Article

Cold Water - Tom Waits - Mule Variations

Back Water Blues - Irma Thomas - Our New Orleans

Dirty Water - The Standells - Nuggets: Original Artyfacts From The First Psychedelic Era

Walking on the Water - Richard Hell & The Voidoids - Spurts: The Richard Hell Story

Whiskey & Water – Tindersticks - Tindersticks

Walk into the Sea – Low - The Great Destroyer

Louisiana 1927 - Randy Newman - Good Old Boys

Rock Me On The Water - Jackson Browne - Saturate Before Using

Lazy Waters - The Byrds - Farther Along

Song To The Siren - Tim Buckley – Starsailor (1970)

Walk To The Water - John Martyn - Bless The Weather

Silver Ships Of Andilar - Townes Van Zandt - The Late Great Townes Van Zandt

The Storms Are On The Ocean - The Carter Family - Can the Circle Be Unbroken

Cool Water - The Sons Of The Pioneers - Theme Time Radio Hour with Your Host Bob Dylan

Living By The Water - Anne Briggs - Anne Briggs

incredible-string-band-and-shirley-collins.jpg

 

Research en presentatie: Martin Pulaski