29-07-13

AFSCHEID

scarecrow.jpg

Al van in het begin kan ik geen afscheid nemen. Al van in het begin besef ik dat afscheid nemen erger is dan om het even wat ik me kan voorstellen. Afscheid nemen is doodgaan of, wat nog erger is, iemand van wie je houdt voor je ogen zien sterven. Je eigen angstschreeuw versmelt met die van hem of haar. Als ik afscheid moet nemen zink ik weg in mijn chaos, maar verdrinken doe ik niet. Als ik afscheid heb genomen kom ik altijd weer boven water.

Hoe is het toch mogelijk dat ik geen afscheid kan nemen, terwijl zoveel mensen daar zo goed in schijnen te zijn? Hoe doe je dat? Hoe komt het dat ik het niet kan?

Hoe neem je afscheid? Mijn personage Schwarz, dat al van in de jaren zeventig bestaat, begrijpt niets van de meedogenloosheid die bij een afscheid schijnt te horen. Afscheid nemen maakt hem tegelijk blind en extreem gevoelig. In de chaos die hem overrompelt begrijpt hij niets meer; niets heeft nog betekenis of zin. Hoe kan een mens wiens wereld instort iets begrijpen?

Een andere zaak is dit: sommige mensen zijn goed in afscheid nemen, uit ervaring, of omdat het in hun aard ligt. Misschien genieten sommigen er zelfs van. Afscheid als een vorm van ‘in de steek laten’, reddeloos achterlaten; sommigen noemen het dan: verraden.  Anderen, zoals Schwarz, kunnen het niet en leren het nooit.  In mijn geval misschien – paradoxaal genoeg - omdat ik zo vaak gedwongen ben geweest om afscheid te nemen. Van mijn ouders op het schip, van mijn broer als hij voor drie maanden naar het internaat vertrok en we niet meer samen konden spelen, van mijn grootmoeder en tantes in Merksem, van mijn vrienden in de dorpen en steden en havens en op school. Uit al die droevige en soms traumatiserende ervaringen heb ik niets geleerd. Waar ik aan 'lijd' wordt verlatingsangst of verlatingsneurose genoemd. De angst om in de steek gelaten te worden. Uitentreuren heb ik daarover geschreven - en gepraat met vrienden, drinkebroers en -zusters en therapeuten (van wie ik uiteindelijk ook altijd weer afscheid moest nemen). Misschien is het een van mijn belangrijkste thema’s. Ik kan geen afscheid nemen, hoewel het vaak niet anders kan.

Lang geleden – van 1975 tot 1991 - had ik een heel goede vriend. Ik beschouwde hem als een 'ander zelf'. Als wij op café gingen, zaten we daar twee dagen lang, tot we letterlijk omver vielen of op zijn minst op elkaars schoenen braakten. Hij is gestorven zonder dat ik afscheid van hem heb kunnen nemen. Ik liep op het strand van Cadiz toen hij zich het leven benam. Bij mijn terugkeer vernam ik het vreselijke nieuws van een wederzijdse kennis. Mijn vriend was toen al in rook opgegaan.

Wat ik nu doe, en dat is niet goed vermoed ik, is me isoleren;  ik vermijd ontmoetingen, zodat ik ook geen afscheid moet nemen. Zodat ik toch maar geen afscheid moet nemen. 

Meer hierover later, na deze hete zomer, waar ik ook weer afscheid van zal moeten nemen. Maar gelukkig komt er dan de herfst en daarna de lange winter.

...

Foto: Zelfportret, 7 februari 2006 

Commentaren

Wat is dit herkenbaar... ongelooflijk herkenbaar, elk woord, elke letter... Pakkend geschreven, Martin!

Gepost door: Ingrid Smaling | 29-07-13

Reageren op dit commentaar

Dank je, Ingrid.

Gepost door: martin pulaski | 29-07-13

Reageren op dit commentaar

Dag Martin,

'een professionele afscheidnemer"
zo kijk ik naar me.

Ik studeerde er vijf jaar voor in Het Klein Seminarie van Mechelen.
Summa cum laude.

Ik zag ooit gedurende vijf jaar mijn dochter en kleinkinderen niet.
En schrik telkens van die huilende toeristen. Drie weekjes van huis.
Och arme.

Jongetjes van na de oorlog
droomden van Athene en bewonderden Sparta.

Geloof me: Mechelen in '53 was stukken erger dan Leuven Centraal nu.

Tja, liefde in tijden van eenzaamheid, het vraagt soms expertise.

Dag Martin!

Gepost door: Uvi | 30-07-13

Reageren op dit commentaar

Een professionele afscheidnemer? Dat zou een goed beroep voor me geweest zijn. Maar helaas, die kans is me nooit geboden. Ik was er nochtans voor in de wieg gelegd: professioneel afscheid nemen.

Niet kunnen afscheid nemen is in werkelijkheid een afschuwelijke pijn in de ziel, een diepe wonde die nooit geneest. Het is de ziekte die talloze dichters en rock & rollers veel te vroeg in het graf legt. Altijd maar bij elkaar blijven, want anders is er alleen het lege ik en zijn spiegelbeeld. Niet kunnen afscheid nemen is het tegenovergestelde van een professie of van een rondvaart. Het is stilstaan terwijl de anderen naar hun bedrijvigheden snellen en aan hun rondvaarten beginnen of ze hervatten. Het is bijna catatonisch stilstaan. Stasis.

Het niet kunnen afscheid nemen is de eenzaamheid van de existentie. De stasis van het bestaan. Die kent geen tijd en zeker geen tijdperken, geen voor of na. Alleen een nu van het altijd alleen zijn of op zijn minst de dreiging van achter gelaten te worden of te worden vergeten of verraden.

Ik weet niet hoe Mechelen er in '53 uitzag, nu ziet het er een troosteloze stad uit waar Vlaamse leeuwen wapperen, geen stad om met veel goesting uit de trein te stappen. Wat ik daarom ook nooit doe. Leuven daarentegen lijkt me jong en dwaas en vol genoegens en dromen van toekomst.

Gepost door: martin pulaski | 30-07-13

Reageren op dit commentaar

"Het niet kunnen afscheid nemen is de eenzaamheid van de existentie."

Ach, Martin,
loopt daar nu écht de grens van eenzaamheid.
Ook mensen die afscheid nemen zijn existentieel eenzaam. Misschien nog meer.

En Mechelen als stad?
Wij leefden enkel intra muros. Een stad wat is dat?

De plekken waar we als galeiboeven doortrokken in rijen van drie?
En waar we niet naar links (cinema) mochten kijken of rechts (putti).
Want overal lag de zonde op de loer.

En dan moesten we weer naar de biechtstoel ... bijna elke ochtend
was er wel iets om vergeving voor te vragen ...

eenzaamheid, zei je, Martin?

Gepost door: Uvi | 31-07-13

Reageren op dit commentaar

Ik begrijp je maar al te goed, Uvi, of dat denk ik toch. Ik heb zelf ook in zulke rijen gelopen, in katholieke scholen en in wat toen nog staatsscholen heette - er was niet echt veel verschil. Zelfs in de staatsscholen hingen kruisbeelden en werd je als een outsider beschouwd als je zedenleer wilde volgen (wat ik pas de laatste jaren van de middelbare school heb gedurfd). Mijn eerste vier jaar in een katholiek internaat, het kinderdorp Molenberg, was ook een beetje een inferno. Elke ochtend de mis, bidden, biechten (zelden wist ik niet wat te zeggen, want ik zondigde weinig, toen). In alle scholen die ik heb 'bezocht' werd ik gepest en getreiterd. Ze kiezen altijd degenen van wie ze denken dat het zwakkeren zijn (ik had astma en was mager, wat toen een taboe was, mager zijn). Maar de idioten hebben zich vergist: ik was helemaal niet zo zwak als ze wel dachten.

Denk je niet dat ik je goed begrijp?

Die Vlaamse leeuwen heb ik daar in Mechelen onlangs echt zien wapperen, zonder een Belgische vlag in de buurt. Dat zoiets me nog kan schokken. Ik heb nooit van die stad gehouden, waarom weet ik ook niet, want ik ken ze helemaal niet. Ben er maar een keer geweest, enkele uren. Ik heb daar Leuven tegenovergesteld omdat ik er vaker kom en het er luchtig vind, ondanks de Katholieke Universiteit. De sfeer is er goed. Maar ook dat is subjectief.

En dan die eenzaamheid. Natuurlijk zijn mensen die afscheid kunnen nemen ook vaak eenzaam. Mensen die geen afscheid kunnen nemen, of het moeilijk vinden, moeten uiteraard ook afscheid nemen. Denk je echt niet dat het dan nog erger is? Maar grenzen, neen, die zijn er niet.

Gepost door: martin pulaski | 31-07-13

Reageren op dit commentaar

De commentaren zijn gesloten.