31-12-12

2013

marlene-dumas-passion.jpg
Marlene Dumas, The Passion, 1994.

Ik wens alle lezers van hoochiekoochie een traag zinderend met passie en liefde gevuld 2013. 

22-12-12

NACHTGEDACHTEN

cyclopodilonredon.jpg
Odilon Redon, De cycloop, 1898-1900.

’s Nachts wervelen mijn gedachten, zwerven ze koortsig van de ene onbestemde plek naar de andere, altijd onbeheerst, altijd gehaast. Zoals Don Giovanni, met zijn boekje, van de ene vrouw naar de andere. Grillig, ongegrond, niet als tulpen of andere bloemen, ontworteld, zinloos, op zoek – misschien – naar een zin. De donkere nachten van december. Op de tast in de richting van een nieuw verhaal, een nieuwe liefde. In de verte, aan het voeteinde van het bed, de contouren van een muze, het kloppende hart van een syntaxis even streng als de Grondwet.

 

13-12-12

STEMMINGSWISSELINGEN: 20 ELPEES VOOR VANDAAG

Twintig elpees voor vandaag. En daaruit twintig liederen. Het is dertien december 2012, redelijk koud. Blauw licht buiten, binnenskamers wordt er gewacht op iets dat zou moeten voldoen. Op het raam zie ik sporen van een vogel, een duif wellicht, die er deze zomer zal tegen gevlogen zijn. Ik weet niet of het waar is wat Jim Morrison zingt, dat muziek je enige vriend is, tot het einde. Nee, ik geloof niet dat dat waar is. Ook al krijg je soms de indruk dat het einde in zicht is. Maar dat is niet meer dan een voorstelling, een ogenblik in de tijd. Na dat einde begin je aan een nieuw begin.

1. Paris 1919 – John Cale
2. Unknown Pleasures – Joy Division
3. Desertshore – Nico
4. Oar – Alexander Spence
5. Veedon Fleece – Van Morrison
6. Third / Sister Lovers – Big Star
7. Live At Town Hall 1962  – Ornette Coleman
8. The Velvet Underground – The Velvet Underground
9. Low - David Bowie
10. In My Own Time – Karen Dalton
11. Gene Clark (White Light) – Gene Clark
12. Apollo – Brian Eno
13. Someday My Prince Will Come – Miles Davis Sextet
14. Waltz For Debby – Bill Evans Trio
15. The Good Earth – The Feelies
16. I’ll Take Care Of You – Mark Lanegan
17. Blue Afternoon – Tim Buckley
18. All Is Dream – Mercury Rev
19. More – Pink Floyd
20. Trailer Park - Beth Orton

11-12-12

MELANCHOLISCHE WARMTE IN PORTO EN ELDERS

porto,vriendschap,gesprek,restaurant,eten,drinken,wijn,lezen,schrijven,nederlands,portugees,guimarães,taal,kafka,joyce,hölderlin,pessoa,horror,western,aki kaurismäki,tavern man,humanisme,zwarte humor,mededogen

Matti Pellonpää in 'La Vie de Bohème', Aki Kaurismäki.

Op een frisse novemberavond in Porto zat ik met mijn goede vriendin Cristina in restaurant Vitoria. Een rustige, aangename plek, die ik op mijn eentje nooit had gevonden. Ik had een immens bord vol lamskoteletten, waar ik niet bijzonder veel zin in had. Maar je kunt toch niet elke dag twee keer vis eten? Het was mij meer om de rode wijn te doen, een lekkere Dialogo – en nog veel meer om het gesprek. Een dialoog met Cristina is altijd een vrolijke gebeurtenis, zelfs al is de ondertoon melancholisch, soms bijna fatalistisch. Alleen al om dat te kunnen meemaken reis ik graag naar Porto. We houden van heel uiteenlopende dingen, maar zijn denk ik toch zielsverwanten. We praten graag over kwalen en ziektes, maar doen dat niet zonder zelfspot en bevrijdend lachen.
Onze gesprekken zijn associatief: zo heb ik ze het liefst. Zowel Cristina als ik lezen weinig auteurs van ‘eigen bodem’.  Welke Portugese auteurs moet ik lezen, vraagt ze zich af. Welke Nederlandstalige auteurs moet ik lezen, vraag ik me af? Wat hebben ze ons te vertellen? Maar verarmt onze woordenschat daardoor niet? En door zoveel Engels te lezen, want dat doen we beiden, ontspoort onze syntaxis misschien wel? Misschien wel, ja. Maar is een arme woordenschat een ramp? Ik heb altijd van de magere taal van iemand als Kafka gehouden. Zijn wereld spreekt me veel meer aan dan die van bijvoorbeeld James Joyce in ‘Finnegans Wake’. En Hölderlins ontspoorde syntaxis, wellicht te wijten aan zijn vertalingen uit het Grieks, maakt zijn poëzie net zo uitzonderlijk.

Door ons niet te verdiepen in de ‘eigen’ literatuur blijft onze taal authentiek; we worden niet beïnvloed door geografisch bepaalde trends en hypes, zielige opflakkeringen van bijna uitgedoofde geesten. Desondanks zullen we altijd beïnvloed worden door wat dieper stroomt, door filosofische ideeën, door globale ‘evenementen’, door gesprekken, door wat ons uit sociale netwerken tegemoet komt. Het zijn onvermijdelijke en misschien wel noodzakelijke invloeden. Tegelijk onderhevig aan de fenomenen die onze tijd bepalen en oneigentijds (“unzeitgemäss”, bij Nietzsche) zijn, daar is het ons om te doen, denk ik.

Tijdens ons lang, intens gesprek hadden we het over angstaanvallen, astma, paniek, horror (‘The Shining’, ‘Rosemary’s Baby’), poezen, hoe je een kat kunt oproken, allergieën, William Burroughs en de beat generation, mijn liefde voor westerns, het verschil tussen ‘linkse’ en ‘rechtse’ westerns (Fred Zinnemans ‘High Noon’ tegenover John Fords ‘The Searchers’: de revolutionaire Jean Luc Godard had een zwak voor de republikeinse, soms racistische John Ford), over geesten, werkelijke en onwerkelijke spoken, de vraag ‘wat is realiteit’, Paul Auster (zijn werk verschijnt eerder in het Nederlands dan in het Engels, zo ben ik gedwongen een meestal niet erg elegante Nederlandse vertaling te lezen), Haruki Murakami (‘Kafka On The Shore’, ‘Norwegian Wood’), ‘Le Rouge et le Noir’, vakanties, reizen, vliegangst, ziekenhuizen, hallucinaties, openbaringen, onthullingen, liefde en het verdriet dat daarmee gepaard gaat, mensen die zich willen dooddrinken (dachten we aan Fernando Pessoa?), hedendaagse kunst, onafhankelijke platenlabels, boeken aanschaffen via internet, de onbetrouwbaarheid van de Brusselse post en Guust Flater.

Cristina vertelde me dat Guimarães, de geboortestad van haar vriend José, culturele hoofdstad van Europa 2012 is. Ze zei dat ze nog niet zo lang geleden de kans had gehad om met Aki Kaurismäki, wiens werk we beiden bewonderen, te praten in een bar in Guimarães. Maar ze heeft het niet gedaan, wellicht uit schuchterheid. Of was het er te druk?
Samen met Manoel de Oliveira, Pedro Costa en Victor Erice was de Finse filmregisseur door de Stichting Cidade de Guimarães gevraagd om een film te maken over het collectieve, historische, geheugen van Portugal (onder de gemeenschappelijke noemer ‘Centro Historico’). Kaurismäki’s bijdrage, ‘Tavern Man’, vertelt het verhaal van een eenzame barman in het historische centrum van de stad. Een typisch onderwerp voor de zwarthumoristische Fin, lijkt me.
Ik heb de film nog niet gezien. Variety schrijft er dit over: “and humanity spreads to every corner of the frame with compassionate, melancholy warmth.” Meer verwacht ik van Kaurismäki niet. Evenmin verwacht ik meer van mijn vrienden, in Portugal, in België, waar dan ook.

 

10-12-12

AKI KAURISMÄKI: LE HAVRE

Le-Havre-by-Aki-Kaurismaki-.jpg
Le Havre, Aki Kaurismäki.

Hoe vaak zeg ik het je niet: ik heb de mooiste film van mijn leven gezien? Je bent de tel kwijt? Ik verloor het overzicht uit het oog evenals de zin voor structuur en context. Maar geloof me, gisteren zag ik de allermooiste film. En nu wil ik twee of drie dingen: naar Le Havre reizen, een goed mens worden en een poos goedgemutst door het leven gaan.

Bestaat er een mooiere, betere (zowel in de esthetische als ethische betekenis van het woord), dieper de mensenziel rakende film dan ‘Le Havre’ van Aki Kaurismäki? Een warmer en ‘grappiger’ sprookje? Een meer geslaagde aaneenschakeling van treffende beelden (elke shot een lust voor het oog). Een film over losers met een hart van honing, over ideale, wellicht onbestaande Fransen, over de ideale cinema (onrechtstreeks) en over de gouden jaren van de Franse Film (Marcel Carné, Jean Renoir, Jean Vigo, maar ook de 'nouvelle vague' via een cameo van Jean-Pierre Léaud), over liefde en toewijding,  over vluchtelingen, over de 'anderen'. Een film over ons, wij mensen op de dool, de tel kwijt geraakt, de zin voor structuur en context, de honing in het hart.

Zodra het beter met me gaat: meer over mijn liefde voor Aki Kaurismäki: fragmenten uit een gesprek met Cristina in Porto; een vlucht van Helsinki naar Kuopio (in 1993); the Leningrad Cowboys; Little Bob Story; Jean-Pierre Léaud; geheugenverlies; avonturen in havens; een sportcomplex in Algeciras; het spellen van namen; ongewone kapsels, Jim Jarmusch; en vele andere interessante onderwerpen.

ONGESCHREVEN

large_last_tango_in_paris_blu-ray_1.jpg
Marlon Brando en Maria Schneider in 'Laatste Tango In Parijs'.


Waar ik vorige week over wilde schrijven:

‘Profession: Reporter' van Michelangelo Antonioni – het landschap en de architectuur.
Maria Schneider in ‘Profession: Reporter’ en ‘Laatste Tango In Parijs’ (van Bernardo Bertolucci).
‘Laatste Tango In Parijs’: de eindscène.
Verraad en verlatingsneurose.
Paranoia.
‘The Panic In Needle Park’ van Jerry Schatzman.
De cameraman (director of photography) Laszlo Kovacs.
De romantiek van Mercury Rev.
Yo La Tengo: ‘This Is The Day’ en andere oorstrelende songs.
Stendhal en de romantische liefde.
Obessies bij Pascal Mercier.
Een vreemde leeservaring: Ian McEwan’s ‘Sweet Tooth’.

 

Ziekte (vooral een hinderlijke hoest, maar ook de nasleep van een operatie) heeft weer een keer roet in het eten gegooid. Maar er komen betere tijden.

 

800__last_tango_in_paris_blu-ray_subs_.jpg


03-12-12

HET WARE BEELD VAN DE HEER*

ware beeld.jpg
Martin Pulaski, Via Dolorosa, Guimarães, 12 november 2012. 
"Jezus wordt van zijn kleren beroofd."

Voorlopige stuur ik je gedachtensnippers, flarden van denkbeeldige gesprekken met jou. Je antwoordt me niet, wat ik begrijp: antwoorden is een kwestie van tijd en temperament. Om van die conversaties geen monologen te maken verzin ik je reacties. Waarom ben je het over alles wat ik beweer met me eens? Of vergis ik me in wat ik verzin?


Zo kort duurt mijn verblijf in Guimarães dat het lijkt op een droom die ik ergens tussen vijf voor zeven en zeven uur ’s ochtends had. Deze oorspronkelijke hoofdstad in het Noorden van Portugal is een mooie, relatief klein en proper, vergelijkbaar met Brugge maar dan op zijn Portugees. Geen Minnewater maar groene, glooiende heuvels rondom. Veel pleinen en terrassen waar bijna geen mens te zien is. Het is maandag, de musea en andere bezienswaardigheden zijn gesloten. Een ideale dag om hier te lanterfanten. 

Waarom lijkt alles veel duurder dan in Porto, dan in Lissabon? Waarschijnlijk omdat het de culturele hoofdstad van Europa is… Maar volgend jaar dan? Blijft alles dan net zo duur als nu? Gelukkig geldt dat niet voor de sardienen… Die zullen wel altijd goedkoop zijn.

’s Avonds, opnieuw aan tafel, in Porto, vroeg ik mijn vriend José of het normaal is dat er zoveel helder bloed in die vissen zit. Terwijl ik daar in dat oude Guimarães aan die sardienen zat te wriemelen vreesde ik even dat de kok mij wilde vergiftigen. Zulke dingen gebeuren in zulke stadjes. Misschien kwam die gedachte ook wel bij me op door de Vinho Verde die mij werd uitgeschonken. Ik houd van zowat alle Portugese wijnen, alleen de Vinho Verde smaakt me niet. Ja, zei José, dat heldere bloed wijst erop dat de sardienen vers waren. Prijs jezelf gelukkig, vriend.

Niet alleen in Porto is iedereen vriendelijk tegen me, ook in Guimarães is dat het geval. Zelfs de garçon die me Vinho Verde brengt is vriendelijk. En nog ongewoner: het meisje in het toeristisch informatiecentrum is vriendelijk. Ze is vriendelijk en schuchter en lijkt op een Portugese heilige – een bevallige combinatie, hoewel ik een voorkeur heb voor zondaars. Een vriend van me, overleden in 1991, schreef me ooit uit Lissabon – in de zomer van de grote brand - dat de Portugezen een ‘onbeschoft volkje’ waren. Onzin, maar dat wist ik toen niet. Ik ben al vaak in Portugal geweest en heb nog maar een onbeschofte Portugees ontmoet. Dat was in het toeristisch informatiecentrum van Sagres, van god en bijna alle mensen verlaten stadje.  Mocht er toch een god bestaan, hij zou die man streng straffen. Ja, zijn lijden zou misschien vergelijkbaar zijn met wat ik zag op afbeeldingen van de veertien staties van de via dolorosa, in de buurt van Lagos.

Wat later, mijn glas rode wijn was leeg, vertelde ik José, nogal enthousiast denk ik, over de staties die ik in Guimarães aandachtig bekeken had, in het bijzonder over statie zes, “Veronica droogt het aangezicht van Jezus af”. Maar wie is toch die Veronica, ik heb al zoveel over haar gehoord, zei hij. Veronica, zei ik, is het ware beeld van de heer, Vera Icona… Moest ik nu echter die hele geschiedenis weer uit de doeken doen, vroeg ik me af. Ach nee, vervolgde ik, Veronica, dat was mijn eerste liefje. Mijn Portugese vriend lachten hartelijk, wat waarschijnlijk mijn bedoeling was; toch was ik zelden zo ernstig geweest.

Meer snippers volgen later misschien. Als ik minder overhoop lig met de tijd en met mijn temperament. Als je het in mijn monologen met jou wat minder met me eens bent. En zeker als ik snippers van jou ontvang. Snippers van je dagelijks geluk en je dagelijks afzien. Snippers van je denkbeeldige gesprekken.


*Bewerking van een notie van 30 november 2012. Gepubliceerd op 3-12-2012.

ZERO DE CONDUITE: ZWART

zwart1.jpg

Zéro de conduite is een programma op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 ’s avonds. Heerlijk als je druk bezig bent in de keuken, of bij het aperitief, en later aan tafel! Stem af op 106.7 FM. Je kunt het programma eveneens via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over de radio.

Is zwart een kleur? Of is het de afwezigheid van kleur en licht? Als het van mij afhangt is zwart een zeker een kleur – zoniet zou ik vandaag geen thema hebben voor zéro de conduite. Mijn radiogramma heeft niet bijster veel eigenschappen op basis waarvan het onderscheiden kan worden van duizenden andere popprogramma’s. Als ik naar de radio luister hoor ik echter weinig kleur – ik kan alleen maar hopen dat zéro daar een uitzondering op vormt. Kleur, goede smaak en stijl. (En ik lees net dat alleen zwarte gaten echt zwart zijn.)

Dus de kleur zwart is het thema, de lievelingskleur van decadenten, goths, van hogere en lagere priesters en grafschenners. Van gelovigen en bastaards. Niet mijn lievelingskleur, dat is rood. Maar zwart is er een veelzeggende tegenhanger van, zoals in het meesterwerk van Stendhal.

Vanavond gaat de aandacht niet in de eerste plaats naar wat ‘zwarte muziek’ wordt genoemd (blues, soul, hiphop en dergelijke). Zwarte muziek is helemaal niet overwegend zwart – toch niet als we het over de kleur van het geluid hebben. Zwarte muziek kan net zo goed rood zijn, of wit, of oranje, rainbow road, weet je wel. Nee, het is me om het thema ‘zwart’ te doen. Vaak gaat het om een betekenisvol adjectief, de zwarte limousine van Elvis Presley, de zwarte kleren van the Shangri-Las, het zwarte oog van Uncle Tupelo, de zwarte long van David Eugene Edwards, et cetera.

Eerst dacht ik dat het een nogal somber, donker lijstje zou worden, zwart is immers de kleur van de dood en de rouw. Maar nu heb ik de indruk dat het meevalt. ‘Sweet Black Angel’ is alvast geen treurlied. Nee, met zwart kun je net zo goed naar een uitvaart als naar een swingend feest. En zo is alles altijd goed.

zwart2.jpg

Back To Black -  Amy Winehouse - Back To Black - Amy Winehouse/Mark Ronson

Dressed In Black -The Shangri-Las - Myrmidons Of Melodrama – Shadow Morton

Black Pearl - Sonny Charles & Checkmates Ltd. - Phil Spector: Back To Mono (1958-1969) -Irwin Levine, Phil Spector, Toni Wine

Sweet Black Angel - The Rolling Stones - Exile On Main Street -Keith Richards/Mick Jagger

Black Widow Spider- Dr. John – Babylon – Mac Rebennack           

Black Cat Blues - John Lee Hooker - Blues From the Motor City - B. Besman/John Lee Hooker

Black Gypsy Blues - Furry Lewis - Memphis "That's All Right! From Blues To Rock'n'Roll"     - Unknown

Black Betty - John Koerner, Tony Glover & Dave Ray - Blues Rags And Hollers – Trad.         

I'm Gonna Dress In Black - Version 2 – Them - The Story of Them Featuring Van Morrison - Van Morrison

Black Crow Blues - Bob Dylan - Another Side Of Bob Dylan (2010 Mono Version) – Bob Dylan

Black Jack David - The Carter Family - Can the Circle Be Unbroken - A. P. Carter

Black Lung - 16 Horsepower - Low Estate -16 Horsepower/David Eugene Edwards

Black Eye - Uncle Tupelo - March 16-20 1992 - Jeff Tweedy

Black Queen - Stephen Stills 1st - Stephen Stills - Stephen Stills

Long Black Limousine - Elvis Presley - From Elvis In Memphis - Stovall, George

Black Maria - Todd Rundgren - Something/Anything? - Todd Rundgren

Black Country Rock - David Bowie - The Man Who Sold The World - David Bowie

Big Black Car - Big Star - Third/Sister Lovers - Alex Chilton

Black Sheep Boy - Okkervil River - Black Sheep Boy – Tim Hardin / Will Sheff

My My, Hey Hey (Out Of The Blue) - Neil Young - Rust Never Sleeps - Neil Young

Black River - Green On Red - Gas Food Lodging – Prophet, Stuart

Deep Black Vanishing Train - Mark Lanegan Band - Blues Funeral - Mark Lanegan

Black Hearted Love - PJ Harvey & John Parish - A Woman A Man Walked By - PJ Harvey/John Parish

The Black Angel's Death Song- The Velvet Underground   & Nico - Lou Reed-John Cale

Black Mask - Cabaret Voltaire - Red Mecca – Kirk, Mallinder, Watson

Black Heart – Calexico - Feast Of Wire – Burns, Convertino           

Black Acres - Elysian Fields - Queen Of The Meadow - Bloedow/Charles

Black Market Baby - Tom Waits - Mule Variations - Kathleen Brennan

Black Flowers  - Yo La Tengo - I Am Not Afraid Of You And I Will Beat Your Ass - Ira Kaplan, Georgia Hubley, James McNew

Black Moon – Wilco - The Whole Love - Jeff Tweedy

zwart3.jpg

Research & Presentatie: Martin Pulaski 

~~~

Oorspronkelijk gepubliceerd op 1-12-2012. 

MISLUKKING EN SUCCES ii

mislukking en succes.jpg
Familiefeest Laken, 2005. Foto: Martin Pulaski.

MISLUKKING EN SUCCES

adjani5.jpg

Isabelle Adjani in 'Possession', Andrzej Zulawski.

Is het geen vorm van zelfbehoud om over je teleurstellingen en vooral over je mislukkingen te schrijven? Anderzijds vraag je je soms af of je ooit wel echt teleurgesteld bent geweest: verwachtte je dan zoveel van het leven, van de dingen, van de andere mensen? Was je uitgangspunt niet al heel vroeg de ontnuchtering en de teleurstelling? En hoe kun je mislukken als je nooit – diep in je hart – succes hebt nagestreefd, als je succes meestal, tenzij in momenten van verblinding en zelfbedrog, als een valkuil hebt beschouwd?

 

Toch waren er die andere, belangrijke momenten. Plotse opflakkeringen van een diep vertrouwen in het goede dat in elke mens op zijn minst potentieel aanwezig is, in zijn aangeboren zin voor rechtvaardigheid en broederlijkheid. Als je heel eerlijk met jezelf bent moet je ook toegeven dat je niet alleen maar behoefte aan succes, aan erkenning hebt gehad in momenten van zwakheid, van koorts, van algemene negativiteit. Dat er ook zulke verlangens de kop opstaken op heldere dagen, als je je goed voelde. De vraag is zelfs of niet elke mens succes en zeker erkenning nastreeft, op welk gebied dan ook. Het is niet eens een vraag.

Je moet over je teleurstellingen en mislukkingen schrijven.  Maar doe je wel iets anders? Verraadt niet elk woord dat je neerschrijft je falen, je ontgoocheling – en, als gevolg daarvan, je verbittering en je eenzaamheid?

Wat beteken dat, falen, mislukken,  een succesvol leven leiden? Misschien moet je andere mislukte levens onder de loep nemen? Maar als die mislukkelingen – je bondgenoten - bestudeerd kunnen worden, zijn ze dan wel mislukt? Wellicht hebben ze buiten hun wil om toch erkenning gekregen, zij het in veel gevallen na hun dood, zoals onder meer Fernando Pessoa. In de jaren zeventig kende nog bijna niemand hem, ook jij niet. Enkele jaren later stond hij al afgebeeld op een bankbiljet van 100 escudo’s. Nu zie je hem, in wapperende regenjas en met hoed op, zich door de straten van alle middelgrote en grote Portugese steden spoeden – waarheen zal altijd een raadsel blijven.

Ja, je schrijft over die bondgenoten om jezelf te behoeden, te behouden, om niet aan eenzaamheid ten onder te gaan, om je niet dood te drinken, of een te hoge dosis morfine te nemen. Om te kunnen volharden in je dagelijks bestaan. Jij hebt je mislukkelingen nodig, richt er schrijnen voor op, zoals de jonge Antoine Doinel* dat voor zijn literaire helden doet. Het is een vorm van broederschap. De mislukkelingen zijn de goede mensen. Degenen die hen niet hebben erkend zijn de slechten. En wat daarna komt is collectief schuldbesef. Waarom hebben we niet eerder ingezien wie er onder ons heeft geleefd? Waarom hebben we hen niet bedankt voor wat ze ons hebben gegeven, waarom hebben we hen niet hartstochtelijk omhelsd, waarom hebben we hen niet onze onvoorwaardelijke liefde gegeven?


*Met name in 'Les quatre cents coups' van François Truffaut uit 1959. Antoine Doinels grote held in dit meesterwerk van de nouvelle vague is Honoré de Balzac. Dat de jonge Doinel een schrijfmachine steelt is ook niet zomaar een trouvaille van de regisseur.

400Balzac.jpg

Jean-Pierre Léaud als Antoine Doinel in 'Les quatre cents coups', François Truffaut.

~~~

Oorspronkelijk gepubliceerd op 29-11-2012. 

LIEFDEVOLLE OVERGAVE

liefdevolle overgave.jpg
Martin Pulaski, Porto 2009.

"She knows there's no success like failure
And that failure's no success at all."

Bob Dylan, Love Minus Zero / No Limits


Schwarz stond zonder het houvast van een gedachte of een vooruitzicht op een hoek van de Anspachlaan. Irina Vega stak de straat over in de richting van de Beurs. Voor altijd op die plaats, in het schemerachtige licht van eind september, keerde ze hem de rug toe, of zo leek het toch. Het leek op een droom waar je niet uit kunt ontwaken toen hij haar gehaast het zebrapad zag oversteken en veilig de overkant bereiken. Ze keek niet om. Zou het iets hebben veranderd aan de pijnlijke en kennelijk voor goed vastgelopen situatie?

Irina’s tred leek vastberaden, vond hij, maar hij zag er toch op een wat verdoken wijze iets aarzelends in, sporen van verdriet zelfs, van het besef van de onnodige wreedheid die ze beging. De manier waarop ze haar hoofd wat schuin hield wees op mededogen. Ze keek niet om, maar hij besefte dat het niet uit onverschilligheid met zijn lot was. Sporen van iets goeds, maar die mocht je niet tonen bij een afscheid – dat was een ongeschreven wet: afscheid nemen moest meedogenloos zijn of daar alleszins op lijken. Waarom dat zo moest zijn begreep hij niet. Hoe zou hij: hij kon niet denken. Eerst had hij verondersteld dat het een vorm van wreedheid was dat ze haar minst flatterende kleren had aangetrokken, zodat ze er in haar tenue al wat verder verwijderd van hem uitzag, uren voor de laatste koude omhelzing. Maar ook die lelijke kledingstukken waren symbolen van mededogen, want hoe kun je afscheid nemen als je aantrekkelijk bent als een vrouw van Amedeo Modigliani?

Eens Irina Vega uit het gezicht was verdwenen stortte Schwarz’ wereld in. Er was helemaal niets meer. De straat had geen naam, in de gebouwen om hem heen gebeurden zinloze handelingen, de woorden van passanten waren wartaal. Alleen een engel of een god had hem kunnen beletten in de afgrond te storten, maar er was god noch engel. Hij was nu helemaal alleen en hij kon nergens meer naartoe. Niet naar topless bars, casino’s, bibliotheken, exotische steden: nergens. Zelfs de troost van vreemden, waar hij sinds hij er de eerste keer over had gelezen zo hoog mee had opgelopen, was niet langer mogelijk.

Veel later zat Schwarz aan een tafel met een glas al wat lauw geworden pils. Hij vroeg zich af of hij haar met zijn liefde had vergiftigd. Waren zijn amoureuze pijlen werkelijk giftig geweest? Ach, in zijn verblinding had hij zelfs niet aan die pijlensymboliek gedacht; de boogschutter was voor hem altijd een sterrenbeeld geweest, het enige dat hij ooit had kunnen thuisbrengen.
Zo lang al doe ik je pijn, dacht hij. Hij voelde zich nog dieper wegzinken in de donkere wereld waar niemand ooit van teruggekeerd is. Misschien is het voor jou beter zo, dacht hij, met al de pijn en verdriet die mijn bezeten liefde bij jou al teweeggebracht heeft. Misschien heb je mijn verliefde woorden wel als geweld ervaren, zag je mij in je nachtmerries opdagen als een gevaarlijke meester en was jij mijn machteloze slavin. Mijn afhankelijkheid van jou is infantiel, dacht hij. Elk uur van de dag moet je me troosten. Je kind, en dat op mijn leeftijd. Ja, beter voor jou, dacht hij.

Toch kon hij alles – ook al betekende het op dat ogenblik niets - niet zomaar loslaten, kon hij zich niet geheel en al overgeven aan het absoluut donkere getij. Er zijn nog zoveel dingen die ik moet doen, dacht hij. Zijn harde ego en zijn wat absurde hang naar erkenning bestreden zijn doodsdrift. Een liefdevolle overgave aan de dood was die avond nog niet binnen bereik. Maar spoedig misschien, dacht hij. Spoedig, als de zomer weer voorbij zal zijn. Spoedig, als de herfst je haar laatste kleuren heeft geschonken. 

~~~

Oorspronkelijk gepubliceerd op 28-11-2012. 

ZONDER MEER

zondermeer.jpg
Brussel, 2005.

"Altijd wekte hij de indruk dat hij nergens bijhoorde maar wel ergens bij zou willen horen."

Pascal Mercier, De pianostemmer. 

Deze foto van mezelf op een Brusselse tram, in het najaar van 2005, met een communistische pin op de rever van mijn jas – bovendien had ik een rood hemd aan  - vond ik passen bij het citaat van Pascal Mercier. Die pin ben ik kwijt, het was slecht materiaal, uit de Sovjet-Unie. Gekocht op een rommelmarkt in Berlijn in 1998.

Waarom droeg ik die dag - en ik geloof alleen die dag - die pin? Waarschijnlijk om andere tramgebruikers op stang te jagen. Ik denk namelijk dat veel inwoners van deze en andere Belgische steden zich meer ergeren aan zo'n onbenullig symbool dan aan bijvoorbeeld een gewelddaad in de publieke ruimte of waar dan ook. Ik weet het niet met zekerheid. In juni 1997 hebben crapuleuze types mij op een zonnige avond in elkaar geklopt; ik was bijna dood (heb er foto's van, polaroids die mijn gezellin gemaakt heeft als bewijsmateriaal voor de verzekering - die laat ik niemand zien, voorlopig toch niet, het is werkelijk een horrorshow): auto's reden voorbij, zelfs voetgangers liepen door alsof er niets aan de hand was. Maar ik dwaal af...

Ik ben nooit lid geweest van een communistische partij; heb een ambiguë 'verhouding' met het communisme. Er is zo'n kloof tussen de praktijk (Sovjet-Unie, DDR) en de vaak heel goede ideeën van Marx, Gramsci, Sartre, Zizek en anderen. Tegen wil en dank ben ik een individualist (maar nog steeds op zoek naar een gemeenschap). Zoals Mercier schrijft: ik wek de indruk dat ik nergens bijhoor, maar zou zeker wel ergens bij willen horen. Wat ik heel goed weet is waar ik niet bij wil horen. Ik vermoed dat lezers van hoochiekoochie dat net zo goed weten. Maar wat ik niet weet is waar ik wel bij wil horen. 

~~~

Oorspronkelijk gepubliceerd op 27-11-2012 

DOMHEID EN DENKEN

P1030307.JPG
Lissabon, 2009.
Foto: Agnes A.

Je zou lang moeten nadenken over wat domheid is. In een documentaire hoorde ik een meisje zeggen: vroeger las ik de hele New Yorker uit, nu gaat dat niet meer, vanwege Facebook. Is dat dom, of getuigt het van aanpassingsvermogen en inzicht? Mij blijft veel meer bij van wat ik in de New Yorker lees, dan van van wat ik op Facebook aantref. Maar de New Yorker lees ik alleen maar als ik vlieg. Het is het enige tijdschrift dat me mijn vliegangst kan doen vergeten. Terwijl ik van Facebook soms vliegangst krijg, of het gevoel dat ik in een afgrond ga storten. Soms is dat een prettig gevoel (dat ik overigens met veel mensen deel).

Domme vragen zijn minder dom dan domme antwoorden. Een niet-weten met de perceptiedeuren open valt te verkiezen boven een weten dat voltooid is. Meningen beletten het ontstaan van gedachten. Wat je in de pers leest zijn doorgaans meningen. Je wordt daar helaas door beïnvloed, of je het nu wilt of niet. Alles wat je omgeeft beïnvloedt je. Moet je je daar dan tegen wapenen? (Geen nieuws meer beluisteren en bekijken, geen kranten meer lezen, geen pulptijdschriften bij de arts?). Maar als je ‘gewapend’ bent, bang, verkrampt, geharnast – kun je dan nog wel denken? Nogmaals: er is voor alles openheid nodig. In gesloten kamers versterven we.

Er schijnen maar weinig mensen te bestaan die kunnen denken. Zelf behoor ik ook niet echt tot die categorie. Ik probeer het wel, maar stel vaak tot mijn schaamte vast dat ik het niet kan. Het is echter mogelijk dat je van jezelf niet weet dat je kunt denken. En zelfs al zou ik niet kunnen denken, dan weet ik toch met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid dat ik niet dom ben. Alleen al omdat ik nergens een mening over heb. En als ik toch doe alsof ik een mening over iets heb, bijvoorbeeld over ‘wat zijn de vijftig beste songs van the Rolling Stones’ of ‘wat is de meest beklijvende roman van Cesare Pavese’ dan is dat maar om te spelen. Domme vragen stellen, (net niet) in afgronden storten en spelen – that must be what it’s all about.

~~~

Oospronkelijk gepubliceerd op 26-11-2012 

AURORA - EEN VERGETEN RUIMTE?

aurora.jpg
Onze kinderen in Ruimte Aurora, Antwerpen 1980.
Foto: Martin Pulaski.

Ik vind het nog altijd vreemd en onterecht dat je via google of andere zoekmachines zo weinig aan de weet komt over het in veel opzichten baanbrekende tijdschrift Aurora, van de gelijknamige filosofische kring. Aan een min of meer objectief artikel daarover waag ik mij niet: het is allemaal te lang geleden en ik ben maar een viertal jaar lid geweest van de redactie. Aurora zag het daglicht in 1976 aan de VUB, toen die universiteit nog geen eigen campus had, wat ik heerlijk vond. De stichter van het tijdschrift was de enigszins controversiële filosoof Leopold Flam, schrijver van talloze filosofische werken, die nog altijd zeer het lezen waard zijn. Stuwende kracht was de eigenzinnige schilder en schrijver Paul Rigaumont. Mijn vrienden en ik zijn Leopold Flam altijd als een mentor blijven beschouwen. 

Het secretariaat van ‘Aurora’ bevond zich niet in Brussel maar in Antwerpen. Spoedig werden in het pand aan de Lange Leemstraat allerlei boeiende activiteiten georganiseerd. Voor mij was dat een aansporing om na het behalen van mijn filosofiediploma en enkele mislukte experimenten met door Antonin Artaud geïnspireerd theater – in ons appartement in Sint-Joost-Ten-Node en in ‘Doorndal’ – naar mijn geboortestad terug te keren. In Ruimte Aurora werd werk tentoongesteld van toen nog onbekende kunstenaars (onder meer Ria Pacquée*, Guillaume Bijl, Guy Rombouts), er werden lezingen gehouden over poëzie, literatuur en uiteraard filosofie; er werden poëzienamiddagen georganiseerd, soms werd er zelfs gedanst.
Wat evenmin zou mogen vergeten worden zijn de talloze gesprekken, vaak een dialoog van kunst en filosofie. Naast het driemaandelijks tijdschrift publiceerde Aurora werk van Leopold Flam, Annie Reniers, Eldert Willems, Eric Min en anderen.


In het tijdschrift verschenen essays, beschouwingen, gedichten, experimentele teksten van bekende en minder bekende auteurs. Ik heb een sterk vermoeden dat er tussen decenniaoud kaf nog heel veel koren aan te treffen valt. Het is de hoogste tijd dat dit werk wordt ontsloten. Het is tevens de hoogste tijd dat Aurora als unieke experimentele ruimte de aandacht krijgt die ze verdient in de cultuurgeschiedenis van dat deel van België dat zich Vlaanderen noemt en zo begaan is met zijn cultureel erfgoed.


*”Na zelf enkele performances te hebben geïnitieerd, solo of in groep, stelt ze in 1977 samen met Guillaume Bijl tentoon in de Filosofische Kring Aurora in Antwerpen. Pacquée presenteert er assemblages met goedkope spulletjes die ze in een supermarkt had gestolen.” Koen Brams, Dirk Püttau, in: De Witte Raaf.
~~~
Oorspronkelijk gepubliceerd op 24-11-2012. 

VERONICA SATORY (ANASTASIS)

veronicasatory.jpg
Kinderdorp Molenberg, Rekem.(Hier zat ik vier jaar opgesloten.Van 1958 tot 1962. De hel van mijn kinderjaren. Ik heb er niet een mooie herinnering aan.)

Have you ever loved the Body of a woman?
Have you ever loved the Body of a man?
Your father—where is your father?
Your mother—is she living? have you been much with her? and has she been much with you?
—Do you not see that these are exactly the same to all, in all nations and times, all over the earth??

Walt Whitman, I Sing The Body Electric


La symptomatologie est toujours affaire d’art.

Gilles Deleuze, Présentation de Sacher-Masoch

***

‘Anastatasis’ is de titel van een lange semi-autobiografische tekst die ik in 1976 schreef voor het tijdschrift voor filosofie, Aurora. Hoewel ik niet gelovig ben – onder meer over hoe ik mijn geloof verloor gaat die tekst – blijft dat woord ‘anastasis’ me fascineren. Wederopstanding, herrijzenis, nieuwe geboorte, zelfs renaissance – meer bepaald de herrijzenis van Jezus Christus. Maar ook ziek zijn en genezen.

Die tekst kan ik onmogelijk nauwkeurig en in zijn geheel herlezen. Vanwege mijn fascinatie voor surrealisten als André Breton en Francis Picabia is hij geschreven in een stijl die ‘écriture automatique’ wordt genoemd. Daarnaast is de invloed van beatschrijvers als  Jack Kerouac en William Burroughs merkbaar. Beide stijlen gaan met slordigheid, onnauwkeurigheid gepaard. In zekere zin schrijf je er maar op los. Toch zit zo’n tekst vol waardevolle vondsten en nog interessanter zijn de herinneringen die erin voorkomen. Wat waren mijn herinneringen nog levendig en helder. Mijn ideeën over ziekte, geneeskunde, farmaceutica waren merkwaardig, verontrustend en niet bepaald origineel. Ik was wat dat betreft ongetwijfeld nog sterk onder de indruk van mijn lectuur van ‘L’anti-Oedipe’ van Gilles Deleuze en Félix Guattari.

Vanwege die vondsten en duidelijke herinneringen zou ik ‘Anastasis’ heel graag uit de dood opwekken, zou ik van dode woorden weer levende willen maken. De vervuilde taal van toen keurig oppoetsen, voorzichtig, zoals je dat met oud vinyl of met breekbaar porselein en kristallen glazen doet. Zo graag dat ik er misschien ooit eens aan begin. Maar meteen volgt dan de gedachte: er gebeurt zoveel in deze tijd, laat het verleden het verleden, een wederopstanding is – voorlopig - niet nodig.

Een maar zeer gedeeltelijk schoongemaakt fragment:

“Toen kozen wij voor rock & roll. Met een gretigheid en een genoegen die we tevoren nooit hadden gekend namen we dat nieuwe geluid in ons op, eigenden het ons toe.
Ik volgde het vijfde leerjaar°. Op een dag zat ik bang en verlegen naast mijn vriendinnetje, Veronica Satory°°. Juffrouw Bakkers was even de klas uit. Wat kon ik doen? Van satori zouden we pas later horen, ook lustgevoelens herkenden we niet, mochten we niet eens kennen. Er was alleen een vreemd, intens verlangen om dicht bij elkaar te zijn. Aanrakingen waren niet nodig. Nee, we deden helemaal niets en waren, denk ik, toch heel even heel innig verenigd.
Wat een mooie naam was dat toch, Veronica Satory. Die zal ik wel nooit vergeten. Ik zal tien of elf geweest zijn, onschuldig, een hart van boter, ogen als korenbloemen… Een vlugge blik op haar perfect Grieks gelaat deed niet alleen mijn hart smelten, ik werd er helemaal week van. Haar magere benen zaten in ruwe wollen kousen, hier en daar gestopt, waar zij zich helemaal niet voor schaamde. Altijd zag ik om haar lippen het begin van een glimlach spelen.”

Daarna volgt een fragment over hoe ik me omstreeks 1962 rock & roll toe-eigende. Tot dan had ik er alleen maar met de oren van mijn zeven jaar oudere broer naar geluisterd. Naar zijn helden Elvis Presley, Gene Vincent en altijd Fats Domino. Die reuzen onder ons werden - tot ik voor het eerst the Beatles en the Rolling Stones op de radio hoorde – ook mijn helden. Daartoe moest ik me echter losweken van mijn broer. Ik moest een eigen schrijn oprichten voor die ogenschijnlijk bovennatuurlijke wezens. En ik moest leren dansen op hun wild en duivels ritme. En zo, al dansend voor mijn duivels, vond ik mezelf uit, zo was ik niet langer eenzaam, zelfs niet toen Veronica Satory al lang uit mijn leven was verdwenen.

***

°
In het Kinderdorp Molenberg in de bossen van Opgrimbie.


°°
Met een goedkope boxcamera heb ik in die dagen een foto van Veronica Satory gemaakt. Klein, zwartwit; ik zie haar nog altijd met die mysterieuze glimlach. Nergens vind ik hem terug. Zelfs vandaag, uitgeput en hoestend, heb ik er uren naar gezocht, om hem hier boven te kunnen plaatsen. Nergens vind ik de foto van Veronica Satory terug.

~~~

Oorspronkelijk gepubliceerd op 24-11-2012

DIVERTIMENTO

divertimento.jpg
Good cop or bad cop?

Maandag was ik in het UZ Brussel voor een niet al te zware operatie (divertikel van Zenker) – er werd me desondanks algemene anesthesie toegediend. Over de chaos en de slechte communicatie in het ziekenhuis schrijf ik later misschien. Dinsdag mocht ik, na een slapeloze nacht vanwege het oorverdovend, zenuwslopend gesnurk en gehoest – elke hoestbui leek op een bombardement - van mijn buurman, alweer naar huis. De man was gehandicapt, hem kon natuurlijk niets kwalijk worden genomen. Bij het verlaten van de ziekenfabriek voelde ik me nog wat zwak en beverig, maar ik was blij dat ik weer in de taxi kon stappen. 

Die dinsdagavond kreeg ik spierpijn en hoofdpijn, ’s nachts koorts. Woensdag voelde ik me erg ziek: hoesten, keelpijn, nog hogere koorts – niets wat verband leek te houden met de ingreep. Mijn huisarts vermoedde dat de meeste pijn een gevolg was van de operatie, met daarbij mogelijk een virus. Hij schreef me niet meer voor dan veel rust en pijnstillers. We voerden geen gesprek. De volgende dag - donderdag - kwam mijn tweede huisarts (ze vormen een team). Hij hoorde dat ik een ernstige longinfectie had en geschikte medicatie nodig had. Wat ik prettig vond was dat hij me liet vertellen over mijn ‘avonturen’ in het ziekenhuis. Je zou daar een roman over moeten schrijven, zei hij. Dat zou je heel goed kunnen. Misschien wel, zei ik, maar ik begin er niet aan. En ik wil ook nooit meer naar zo’n huis terug waar de mensen aan de lopende band ziek worden gemaakt. Zelfs als de technische ingrepen, als bij machines, perfect worden uitgevoerd.

Mijn twee huisartsen doen me soms denken aan the good cop en the bad cop in niet al te originele misdaadverhalen.

*** 

Het voorgaande stond al gedeeltelijk op facebook, maar ik vermoed dat ik vrienden en misschien zelfs lezers heb die geen gebruik maken van dat netwerk. Daarom even een herhaling, om de hele wereld in te lichten hoe geweldig ik me voel!

In het ziekenhuis las ik ondanks alles een meeslepende misdaadroman, 'Tuinier van de nacht' van George Pelecanos, een auteur met een bijzonder goed inzicht in de menselijke psyche en intermenselijke relaties. Maar wat een gruwelijke vertaling! Gelukkig buig ik me alleen nog over misdaad en geweld in ziekenhuizen.

~~~ 


Oorspronkelijk gepubliceerd op 24-11-2012 

DE JONGEN VERDRINKT IN ZICHZELF

jongenverdrinkt.jpg
Foto François Brouns.

De jongen zinkt als het ware weg in zichzelf, je zou bijna willen zeggen: hij verdrinkt in zichzelf. Het is de aangrijpendste uitdrukking van teleurstelling die ik ken." 


Pascal Mercier, De pianostemmer.

~~~


Oorspronkelijk gepubliceerd op 23-11-2012.

VIJFTIG x ROLLING STONES

rollingstones1.jpg

Ik heb er geen idee van waarom ik meedoe aan dit Rolling Stones-spektakel. Ben ik dan niet langer tegendraads? Ik zou kunnen beweren dat het toeval is, want ik kocht geheel toevallig ‘Some Girls’ tijdens een kort maar uiterst aangenaam verblijf in Porto, omdat ik me hoe dan ook iets wilde aanschaffen (en niet voldoende kapitaalkrachtig was voor een brilmontuur van Marc Jacobs en zeker niet voor een Leica X2-fototoestel), maar in dat geval zou ik de realiteit veel meer geweld aandoen dan nodig is. Hoezeer we ons ook inspannen om ons niet te laten beïnvloeden door trends, hypes en allerlei door de media opgeklopte ‘evenementen’ – het lukt ons nooit om eraan te ontsnappen: interiorisering van het ons omgevende spektakel is onvermijdelijk. In het geval van the Rolling Stones vind ik dat niet eens zo erg. Tenslotte ben ik met de muziek van deze heren opgegroeid en heb ik er als puber en adolescent misschien wel meer plezier aan beleefd dan aan masturbatie. Misschien, want het is te lang geleden om nog te kunnen achterhalen hoe intens beide ervaringen waren, om de ene vorm van plezier met de andere te kunnen vergelijken. Zelfs een lange psychoanalyse zou wat dit betreft geen vruchten afwerpen. Maar gewoon al deze lijst samenstellen ging met genot gepaard, hoewel nu meer van cerebrale dan erotische aard, maar toch nog altijd voldoende sensueel. En ja, cerebraal genot bestaat.

Dit zijn vandaag, op 17 november 2012, in min of meer chronologische volgorde, vijftig van mijn uitverkoren Rolling Stones-songs.  Mijn selectie houdt op met ‘Heaven’ uit de elpee ‘Tattoo You’, die in 1981 verscheen. Waarschijnlijk was dat het jaar waarop aan mijn adolescentie een eind kwam. Vanaf dan was het voor mij keep on walking and don’t look back, om een door Mick Jagger en Peter Tosh gecoverde song van The Temptations te citeren. Een stelregel waar ik me nooit aan heb gehouden en die ik ook nu weer overtreed. Je kunt nooit voldoende in tegenspraak met jezelf leven.

rollingstones2.jpg
Tell Me
I Need You Baby (Mona)
Honest I Do
Confessin’ The Blues
It's All Over Now
Good Times Bad Times
If You Need Me
Pain In My Heart
Heart Of Stone
The Last Time

rollingstones3.jpg

Play With Fire
Oh Baby (We Got A Good Thing Going)
The Under Assistant West Coast Promotion Man
I’m Free
Gotta Get Away
Out Of Time
Stupid Girl
Think
Get Off My Cloud
Please Go Home
rollingstones4.jpg
My Obsession
Dandelion
Child Of The Moon
Citadel
She’s A Rainbow
Sympathy For The Devil
Street Fighting Man
Factory Girl
Stray Cat Blues
Parachute Woman

rolling sones5.jpg

Gimme Shelter
You Got The Silver
Monkey Man
Love In Vain
Dead Flowers
Moonlight Mile
Wild Horses
Happy
Torn And Frayed
Sweet Virginia

rollingstones6.jpg
Sweet Black Angel
Rip This Joint
Coming Down Again
Winter
Miss You
Some Girls
Imagination
Before They Make Me Run
Tops
Heaven

rollingstones7.jpg

~~~

Oorspronkelijk gepubliceerd op 17-11-12.

SEKS, BLUES EN THE ROLLING STONES

seksbluesrollingstones.jpg

Uit Porto bracht ik ‘Some Girls’ van The Rolling Stones mee, de editie uit 2011 met bonustracks. Zonder een duidelijke reden, zeker niet vanwege de tien toegevoegde songs. Wellicht om toch iets te kopen, je kunt niet met lege handen naar huis. Daags na mijn thuiskomst verraste de muziek mij met haar levendigheid en levenslust. Ik werd meteen teruggeslingerd in de tijd, naar 1978, toen ik nog maar net in Antwerpen woonde, waar ik leefde van filosofie, zwarte inkt en amfetamine. Joggen deed ik niet, veel te gevaarlijk, dan veel liever elke vrijdag en zaterdag de hele nacht gaan dansen. Punk en disco waren in die periode heerlijke en uiterst eenvoudige vormen van popmuziek. ‘Some Girls’ is een combinatie van beide genres, en van seks. Ik stelde vast dat ‘Imagination’, een cover van een Temptations-hit, mij na al die jaren het meest zin gaf om mij opnieuw op de dansvloer te wagen (in de salon van ons appartement). De manier waarop Mick Jagger het woord ‘rhapsody’ uitspreekt roept de geest van Laurence Olivier op, of die van Mick Jagger zelf, als hij in 1969 in Hyde Park een fragment uit Shelley’s ‘Adonais’ voorleest, voor Brian Jones, die enkele dagen eerder gestorven is. Mick Jagger als Percy Shelley, Brian Jones als John Keats.

In mijn enthousiasme plaatste ik een video van ‘Imagination’ op Facebook, in de hoop dat de song op veel vrienden aanstekelijk zou werken. Vreemd genoeg was dat niet het geval. Maar ik ontdekte dat een facebook-vriendin, Greet van Hecke, een dag eerder – in verband met ‘Some Girls’ het concept ‘sex blues’ had gelanceerd, een mooi toeval en bovendien een term die uitstekend past bij een aantal songs van the Rolling Stones, zeer zeker bij ‘Stray Cat Blues’ en ‘Parachute Woman’.  ‘Sex Blues’ dekt echter een ruimere lading dan alleen maar enkele nummers van the Rolling Stones. Ik vind ‘Manish Boy’ van Muddy Waters, om maar een voorbeeld te geven, ‘sex blues’ bij uitstek. Blues heeft overigens vaker met seks te maken dan met droefheid en melancholie. En ook bij the Rolling Stones draait ongeveer alles om seks, zelfs misogyne nummers als ‘Under My Thumb’, ‘Yesterday’s Papers’ en ‘Stupid Girl’.   

De voorbije nacht lag ik er nog altijd wakker van, van die duivelse Rolling Stones. Ik herinnerde me dat ik in 1964 voor het eerst ‘Tell Me’ op de radio hoorde. Ik had kort voordien van mijn vader een draagbare bandopnemer cadeau gekregen. ‘Tell Me’ klonk als een opwindend mysterie, ik had nooit tevoren zoiets gehoord, ik werd meegezogen in die sound, in de stem, in de hele sfeer van het lied. Toch lukte het mij om ongeveer de helft op te nemen. Dagenlang luisterde ik naar dat tweede gedeelte van die single. Tot mijn broer, die zeven jaar ouder is dan ik, het mysterie uitwiste, omdat hij zonodig Elvis en Fats Domino moest openemen. Op mijn bandopnemer! Een vreselijke ruzie was het gevolg. Het is nooit meer goed gekomen tussen ons.

Anekdotes, ja. Maar als er al niet zoveel stompzinnige pulp fiction over the Rolling Stones op de markt zou zijn, zou ik mij aan een boek over mijn favoriete beatgroep wagen. Ik zou de mooiste juwelen uit mijn scheepskist halen,  want elk woord in dat boek zou moeten fonkelen, even glinsterend en verleidelijk als ‘You Got The Silver’ op ‘Let It Bleed’. Onbegonnen werk zal dat boek moeten blijven. Mijn mooie woorden mogen niet op die markt liggen rotten of beschimmelen.

Wat zijn de Rolling Stones-songs waar ik het meest van houd? Tell Me, I Need You Baby (Mona), Honest I Do, Confessin’ The Blues, It's All Over Now, Good Times Bad Times, If You Need Me, Pain In My Heart, Heart Of Stone, The Last Time, Play With Fire, Oh Baby (We Got A Good Thing Going), The Under Assistant West Coast Promotion Man, I’m Free, Gotta Get Away, Out Of Time, Stupid Girl, Think, Get Off My Cloud, Please Go Home, My Obsession, Dandelion, Child Of The Moon, Citadel, She’s A Rainbow, Sympathy For The Devil, Factory Girl, Stray Cat Blues, Parachute Woman, Gimme Shelter, You Got The Silver, Monkey Man, Love In Vain, Dead Flowers, Moonlight Mile, I Got The Blues, Happy, Torn And Frayed, Sweet Virginia, Black Angel, Rip This Joint, Coming Down Again, Winter, Memory Motel, Miss You, Some Girls, Temptation, Before They Make Me Run, Tops, Heaven.

~~~

Oorspronkelijk gepubliceerd op 16-11-2012.
 

EEN OGENBLIK IN SERRALVES

serralves.jpg
Martin Pulaski, Serralves (Porto), 11 november 2012.

In de boekwinkel van Fundacão Serralves sloeg ik op een willekeurige plaats een willekeurig boek open (essays over hedendaagse kunst). Ik las dat de essentie van de kunst is: het leven zoveel mooier en beter maken dan de kunst. Ik was niet naar Serralves gekomen voor de kunst. De man van het Cale Hotel, waar ik logeer, had me gewaarschuwd dat de tentoonstellingsruimte gesloten was. Ik was er voor het park, een van de aangenaamste plekken die ik ken. Daar vond ik het leven opeens overweldigend, het leven en de wereld rondom me, met de zon die mijn lichaam verwarmde, met de dwarrelende kleuren van de herfst en de verrukkelijke tinten -  onnoemelijk veel kleurschakeringen - van het water, het water dat misschien nog beter en mooier is dan het leven, het water dat de essentie van het leven is. Alles zoals het op dat ogenblik was – want de tijd was stil blijven staan, was alleen nog moment – was voldoende, was alles. Wat diep binnendrong in mij, een immense en tegelijk erg zachte kracht, kon mij verzoenen met jou en kon me verzoenen met mezelf.

~~~~

Oorspronkelijk gepubliceerd op 11-11-12.