26-05-12

MAAT VAN ALLE DINGEN

 

duanemichals 2.jpg
Foto: Duane Michals

 

Sommige mensen gaan stuk van sport.
Sommige van gul lachen.
Sommige van zwaarlijvigheid.
Sommige van myasthenia gravis.
Sommige mensen gaan stuk van motoren.
Sommige mensen van eenzaamheid.
Sommige van te lang alleen zijn.
Sommige van geruchten en rumoer.
Sommige van meditatie.
Sommige van de nabijheid van een idyllisch park.
Sommige van opgezette haaien.
Sommige mensen gaan stuk van het zien van een lelie.
Of van een andere bloem.
Sommige van zuchten.
Sommige van twijfel.
Sommige van te lang vliegen.
Sommige mensen gaan stuk van Paul Auster.
Sommige van ijverzucht.
Sommige van Tristan en Isolde.
Sommige mensen gaan stuk van verveling.
Sommige van teveel.
Sommige van te weinig.
Sommige van kogels.
Veel mensen gaan stuk van honger.
Veel meer van dorst.
Sommige mensen gaan stuk van bommen.
Sommige van misprijzen.
Sommige van haat.
Sommige van bezittingen.
Sommige van exotische vlinders.
Sommige mensen gaan stuk van liefde.

21-05-12

MIDNIGHT COWBOY

 

MIDNIGHT.jpg

Midnight Cowboy - John Schlesinger. Met Dustin Hoffman en Jon Voight.

Macadam, zo werd de Midnight Cowboy genoemd.
De jonge man die zich aan oudere vrouwen zou verkopen.
In de bruisende stad Brussel was dat zijn naam.
Midnight Cowboy, Macadam.

Leg jij dan maar het verband tussen nacht, asfalt en cowboys.
Of noem het beton.
Zo vaak je blik rust op dat materiaal.
Maar zie je het?
Weet je wat het is? 
Een laag beton over koude aarde.

Bijna niets voor jou.
Niets om over naar thuis te schrijven.
Tot je een ogenblik je blik scherp stelt.
Aan het denken slaat.

Wat een gedoe op die harde grond.
Voetsporen, speeksel, sperma, bloed.
Een hele beschaving is er gepasseerd.
Dagen, nachten stapten daar avonturiers.
Vagebonden van het alles en niets.
Moedeloos of overmoedig gingen ze over de lijn.
Want waar een grens als alles glanst?

Nee, op lijnen kon je niet rekenen.
Grenzen brachten je niet nader.
Op water dan?
Op hitte?
Op vogelgezang?

Wat was er opeens zo raadselachtig aan steen?
Fabriekssteen.
Je wist het niet.
Er waren alleen magere woorden voor.
Zo moest je dan Indiaan worden, met je hoofd op de grond.
Zo kon je misschien nog een spoor horen.
Van Macadam, nacht, nuchtere cowboys.

14-05-12

GENEALOGIE VAN EEN MYSTERIE

familie klepkens.jpg
De familie Klepkens. Foto: Martin Pulaski, 20ste eeuw.

In ‘Winterlogboek’ van Paul Auster trof ik enkele zinnen aan die me vertrouwd in de oren klonken. “Want je weet niets over waar je vandaan komt, je hebt lang geleden besloten aan te nemen dat je een mengsel bent van alle rassen van het oostelijk halfrond, een deel Afrikaans, een deel Arabisch, een deel Chinees, een deel Indiaas, een deel Kaukasisch, de smeltkroes van vele vijandige naties in één enkel lichaam. Het is eerst en vooral een moreel standpunt, een manier om het rassenvraagstuk te elimineren, dat volgens jou een onzinvraagstuk is, een vraagstuk dat degene die het aanroert enkel te schande kan maken, en daarom heb je er bewust voor gekozen om iedereen te zijn, om iedereen in je jezelf te omarmen teneinde volledig en vrijelijk jezelf te zijn, omdat wie je bent een mysterie is en je geen enkele hoop koestert dat het ooit wordt opgelost.” 

Vertrouwd in de oren, ja. Want A. las me op mijn verzoek deze passus, en wat eraan voorafgaat, voor.  Waar kende ik dit van? Waar kwam dit vandaan? Van wat was dit een echo? Deze woorden leken wel mijn eigen intentieverklaring, lang geleden geformuleerd, nog altijd van kracht. Na een kwartier pijnigen van de hersenen had ik het gevonden (in mijn hoofd). Het was ongetwijfeld een fragment van de experimentele tekst ‘Stasis’, die ik in de winter van 1977-1978 schreef en wat later in het tijdschrift Aurora publiceerde. Wat is ‘Stasis’? Wat betekent die tekst? Als ik hem nu probeer te lezen denk ik, dat is ofwel waanzin ofwel genialiteit. En ik denk, waarom heb ik zoveel talent opgeofferd om alleen maar wat tegendraads te zijn, een narcistisch genot te beleven in het onderscheid – het verschillen van de anderen? De energie die me die ene tekst van een vijftiental bladzijden heeft gekost had kunnen volstaan voor een tiental Vlaamse bestsellers, denk ik dan. Misschien maar goed dat ik een narcist ben en een man zonder eigenschappen.

Ik heb ‘Stasis’ inderdaad niet alleen in mijn hoofd teruggevonden, maar ook in aflevering 9 (jaargang 3) van Aurora, verschenen in 1978. Lang heb ik niet moeten zoeken naar de schoenendoos waarin het tijdschrift zat opgeborgen. Een kwartier ongeveer, terwijl een troostende lentezon mijn kamer begon te verwarmen.

“Wie ben je? Wat ben je? Waar kom je vandaan? Welke taal spreek je? Wat komt van Attica? Wat is van flarden Romeinse tongval de echo? Wat van Attila en Bleda? Wat van de Visigoten? Wat van Egypte en het gouden Nubië? Wat blijft in jou resoneren van Philips ii, van Margaretha van Parma, van de hertog van Alva, van don Lodewijk van Zuniga van Requesens, landvoogd der Nederlanden, van don Juan van Oostenrijk, zoon van Barbara Blomberg, van Hieronymus Kegel, van Matthias van Oostenrijk, van keizer Rudolf ii, van Don Pedro Enriquez de Acevedo, graaf van Fuentes, van aartshertog Albrecht van Oostenrijk, echtgenoot van de Infante Isabella, die haar laatste jaren doorbracht in een klooster in Tervuren, een plek ongeveer tien kilometer verwijderd van waar je woont? Wie bent je? Wat ben je? Waar kom je vandaan?”

De in Aurora verschenen tekst is zonder interpunctie. Ik heb alle namen opgezocht in Wikipedia. Ze kloppen allemaal. In 2012 duurt opzoekingswerk dat in 1978 drie maanden duurde een half uur. Paul Auster schrijft nog altijd met de pen, en vervolgens op een oude, mechanische schrijfmachine. En net zoals ik is hij een mysterie dat nooit wordt opgelost. 

05-05-12

ZERO DE CONDUITE TREKT NAAR HET PLATTELAND

 

zéro de conduite,radio centraal,antwerpen,platteland,country,boerenleven,blues,rock,soul,americana

Zéro de conduite is een programma op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 ’s avonds. Heerlijk als je druk bezig bent in de keuken, of bij het aperitief, en later aan tafel! Stem af op 106.7 FM. Je kunt het programma eveneens via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over de radio.

Vandaag gaat onze aandacht naar het platteland in de populaire muziek. Het mooie en harde leven in agrarische gebieden. Dorpen, kleine stadjes, akkers, velden, heuvels, bomen, vee, rivieren, boeren, cafés, dansen in het maanlicht, noem maar op… Het romantische verlangen naar zo’n leven. De blues van mislukte oogsten en overstromingen, de vredige gevoelens die zich meester van je maken als je zit te vissen.  Een leven ver weg van de stress van de grootstad. Die pastorale droom bestaat al lang, was een belangrijk element van de romantiek, en zeker ook van de hippie-beweging. Hippies keerden massaal de rat race in de verdorven steden (“sin city”) de rug toe, en vluchtten weg in communes op het platteland. Natuurlijk hebben de hippies het pastorale thema in de muziek niet uitgevonden. Het komt vaak voor in klassieke muziek, denk maar aan Beethoven en Schubert, maar ook in blues en zeker in country en soul.

Veel luisterplezier.

Country Comfort (Elton John/Bernie Taupin) – Handbags And Gladrags – Rod Stewart.
Dit lied vat zowat het hele programma samen:
“And it's good old country comfort in my bones
Just the sweetest sound my ears have ever known.

Seven Bridges Road – Valley Hi – Ian Matthews
Country Fair – Veedon Fleece – Van Morrison
Gathering Rushes In The Month Of May – The Bird In The Bush – Anne Briggs
Country Air – Wild Honey – The Beach Boys
Country Dreamer – Band On The Run – Paul McCartney & Wings
Country Pie – Nashville Skyline – Bob Dylan
“I don’t need much and that ain’t no lie
Ain’t runnin’ any race
Give to me my country pie
I won’t throw it up in anybody’s face.”

Sign On The Window – May Your Song Always Be Sung Again – Melanie Safka
Green Rolling Hills – Quarter Moon In A Ten Cent Town – Emmylou Harris
Wildflower – Trio – Dolly Parton, Linda Ronstadt & Emmylou Harris
Bob Wills Is Still The King – Dreaming My Dreams – Waylon Jennings
Are You Sure Hank Done It This Way? – Dreaming Waylon’s Dreams – Chuck Prophet
Setting The Woods On Fire – I Won’t Be Home No More – Hank Williams
Het vuur is vaak een metafoor voor ongenoegen, protest, in alle culturen, maar misschien meest van al in agrarische omgevingen.
Hank Williams gebruikt de metafoor van brandstichting in het bos gewoonweg voor stomende seks.
Living In The Country – Running Down The Road – Arlo Guthrie (met Ry Cooder)
The Fields Have Turned Brown – The Complete Columbia Stanley Brothers – The Stanley Brothers
My Home Among The Hills – Can The Circle Be Unbroken? – The Carter Family
Blue Harvest Blues – Avalon Blues: The Complete 1928 Okeh Recordings – Mississippi John Hurt
Country Boy – The Universal Masters Collection – Muddy Waters
Fishin’ Blues (Henry Thomas) – Do You Believe In Magic – Lovin’ Spoonful
Long Black Veil – Columbia Country Classics 3: Americana – Lefty Frizell
King Harvest (Has Surely Come) – The Band – The Band
Going To The Country – Number 5 – The Steve Miller Band
“Gonna leave the city put my troubles behind
People in the city goin' out of their minds
Goin' to the country just to feel like gold
People in the country really let themselves go.”
Pickin’ Up The Pieces – The Very Best Of Poco – Poco

Pretty Little Cemetery – Other Songs – Ron Sexsmith
Cornflower Blue – New Wild Everywhere – Great Lake Swimmers
Service And Repair – Hot Rail – Calexico
“It's just a matter of time in they're moving on
It's just a matter of time before they're moving on
Doesn't take much time for plans to go wrong
and chase another ghost of a chance.
In the shadow of chain-store ghost towns
where no one walks the streets at night,
the silent nation hooked on medication,
stares into a blue flickering light.”

Grantchester Meadows – Ummagumma – Pink Floyd
Get Behind The Mule – Mule Variations – Tom Waits
Country Home – Ragged Glory – Neil Young & Crazy Horse
Wide Open Road – Born Sandy Devotional – The Triffids

zéro de conduite,radio centraal,antwerpen,platteland,country,boerenleven,blues,rock,soul,americana

Research & presentatie: Martin Pulaski

03-05-12

VAN REGEN WORD JE NIET ZIEK

 

antwerpenstation1.jpg

Je hebt gelijk. Van regen, ook niet van de grillige en wrede van eind april, word je niet ziek. Zelfs niet als je uit een beschimmeld katholiek klooster naar buiten stapt, met je hoed op, het vilt al gauw stinkend door de beenderlijm die nat wordt, en je een doolhof betreedt van vrome chassidische straten. Niemand buiten zijn huis, buiten zijn kamer. It’s a wide open road, denk je. Maar dat is slechts schijn. Je kunt niet zomaar kiezen waar je gaat. Er zijn de beperkingen die je lichaam je oplegt. Je ontmoette een paar uur geleden nog een man die je meedeelde, van elke drie van onze leeftijdgenoten heeft er nu een kanker. Dat zei hij, dat mocht, het was tijdens een nacht van de poëzie, in dat klooster.

De bloem die me werd toegeworpen nam me de biecht af. Niet dat het een echte biecht was: ik vertelde dat ik toen ik nog gelovig was nooit had gezondigd. Ik moest elke keer – hoe vaak was dat? – mijn zonden verzinnen: ongehoorzaam, onoplettend, slordig; uiteindelijk ten prooi gevallen aan onkuise gedachten. Die onkuise gedachten hebben mij op het slechte pad gebracht, wat ik nu een goed pad vind, want dat rechte pad ging helemaal in de verkeerde richting, hemelwaarts, waar de leugens heersen van degenen die ons eeuwenlang hebben onderdrukt. In grotten, holen, labyrinten, tussen varens, op heirbanen, snelwegen, in donkere en vals verlichte steden.

Had ik toen ik zo jong was maar geweten dat het goed is te zondigen. Maar je weet nooit iets, tenzij het al laat is, donker wordt, in de herfst, als je moeder en vader begraven zijn en veel van je vrienden je de rug hebben toegekeerd.  Maar kijk, dat heb ik de waterlelie, nat waren haar voeten, opgebiecht. Waarna ik op straat stond, zoals ik al zei, tussen de schimmen, de afwezige chassidim. Waar zijn ze toch allemaal naartoe? Tien jaar heb ik in die buurt gewoond, voor hen op de bel gedrukt, in de keuken het gasvuur gedoofd, hen in het Stadspark geobserveerd, waar ze nu ook niet zijn, alleen wat joggers - en goudvissen in het water. Vreemd. Ik heb het niet zo voor Zionisten, degenen die Palestina koloniseren, maar toen in mijn straat een bom ontplofte in een bus vol joodse kinderen, heb ik begrepen dat de vijand van elke kant komt. Maar waarom komt de vijand van elke kant? Waarom is er een vijand? Dat heb ik nooit begrepen en misschien wil ik het niet begrijpen.
Wat ik nu wel begrepen heb is dat de regen niet ziek maakt, want ik ben nu al drie dagen thuis en ik ben nog altijd niet ziek. Nochtans heb ik er veel voor gedaan om het te worden.

Met natte kleren aan en mijn hoed druipend van de aprilregen zat ik bier te drinken bij een Libanees. Daarna lag ik mij te masturberen in een kleine kamer in de Diamantwijk, tot ik bijna blind werd van het licht. En dat zonder muziek! Ik streelde mezelf om de geur van de stad te vergeten, de geur van het vergaan, van afwezigheid, van riolen en donkere moerassen. Het vochtige land waarop de kathedraal, de Boerentoren en alle huizen die zich binnen de grens van de Eroev bevinden, werden gebouwd. Ik streelde mezelf om mezelf terug te vinden, en jou, die ik altijd overal zoek.