27-04-12

STOPPEN MET ROKEN

 

Humphrey_Bogart_.jpg

In 1976, toen ik in Sint-Joost woonde, de dichtstbevolkte gemeente van België, de beruchte Guy Cudell was er toen burgemeester, ben ik na een weddenschap met mijn toenmalige vrienden Gust Decoster, wijnkenner, en Pierre Dedecker, geestdriftige popmuziekliefhebber, gestopt met roken. Er was geen prijs aan verbonden, het was mij alleen maar om de wilskracht te doen. Stoppen met roken is helemaal niet moeilijk, zo bleek. Op zondag rookte ik nog twee pakjes Winston, op maandag niets meer. De eropovolgende maanden geen ontwenningsverschijnselen, geen zin in zoetigheden, geen gewichtstoename. Ik heb me nooit zo goed gevoeld als in de periode die volgde op het stoppen met roken, een jaar of twee. Het enige waar ik nog zin in had was in boeken van Thomas Mann, Nietzsche, Knut Hamsun, undergroundfilms en westerns, en dag-en-nacht seks.

Een paar dagen geleden heb ik een lijst gemaakt van alle sigarettenmerken die ik ooit heb gerookt (wat ik me daar nog van kon herinneren). Ik ben er vroeg mee begonnen, in 1965 of daaromtrent, omstreeks mijn vijftiende, om mijn zes jaar oudere broer na te bootsen en stoer te doen. Mijn broer rookte Peter Stuyvesant. Dus daar ben ik mee begonnen.

Peter Stuyvesant (imitatie broer).
Zemir (imitatie broer).
Sprint (ik fietste toen veel, en dacht dat ik Bahamontes was).
Players Navy Cut (mijn broer beweerde dat dit de sigaretten voor de zeeman waren, en dat waren ze ook: na een trek werd je er zeeziek van).
Kent (wellicht had ik een vriendinnetje, ook vanwege de witte filter).
Laurens met filter (verpakking, denk ik).
Laurens zonder filter (moest ik eens proberen, zei mijn broer).
Pall Mall (mijn ouders waren schippers, sigaret voor de visser).
Belga (ik begon meer te roken, 25 sigaretten).
Bastos (ik begon nog meer te roken, 25 sigaretten).
Groene Michel (dat zal je nooit lukken, zei een vriendje, 25 sigaretten).
Johnson zonder filter (om die vorige te overbluffen, 25 sigaretten).
Gauloises (vond ik niet lekker, dus maar heel kort).
Caballero (ik kwam veel in Maastricht).
Camel (vanwege de dromedaris, en smaakte goed in een joint).
Marlboro (Grace Slick rookte die ook, en de eerste lettergreep was die van marihuana).
Lucky Strike (ik had wat Pop Art gezien en Lou Reed rookte dat merk).
Gitanes (ik zag veel Franse films, las Sartre en Camus).
Tigra (helemaal op het einde, als ik zonder zat – van mijn vriendin - het model op het pakje heeft zelfmoord gepleegd).
Nazionale (op reis door Italië).
Winston (rookte ik toen ik filosofie studeerde en tot het zoete einde in 1976).

Na 1976 ben ik passief gaan roken, eerst in cafés, bars en clubs, daarna voor mijn werk in kantoren, op ministeries (20 jaar), tijdens urenlange vergaderingen, in wachtkamers van artsen, notarissen en bankiers, in koude stations, in de lobby’s van louche hotels, bij slechte vrienden thuis, of gewoon thuis als slechte, rokende vrienden op bezoek kwamen, bij politici, gangsters en hoeren, in ziekenhuizen, politiecommissariaten, de post, de bank, in winkels en warenhuizen, in bushokjes, in de metro, op de trein. Passief roken werd vanaf midden de jaren zeventig de trend. Mocht ik ooit sterven, dan ongetwijfeld van passief roken.





Post een commentaar