25-04-12

VADER EN ZOON

 

vader.jpg
Vader.

In de meeslepende roman ‘Solar’ (2010) van Ian McEwan, een schrijver die ik sinds zijn debuut trouw ben blijven lezen, en die mij nooit teleurgesteld heeft, las ik het volgende:


“He used a poem to get a girl, and she was gone, two years dead from cancer of the liver, in fact. He was thinking how he never took Maisie to meet his father, and never invited the old man to stay at the handsome rectory in Sussex, just left him to his sorrow while the new age dawned and the arrogant, shameless, spoiled generation turned its backs on the fathers who fought the war, dismissing them for their short hair and tidy ways and indifference to rock and roll.”

Als je hoochiekoochie al een tijdje leest, besef je meteen dat ik tot die arrogante, schaamteloze, verwende generatie behoor die Ian McEwan zo genadeloos beschrijft. Wellicht begrijp je dan ook hoe schuldig ik me voelde toen ik dit las. Hoewel het uiteraard geen hele generatie was die zich tegen de vaders keerde – McEwan overdrijft voor het effect – hoorde ik zeker wel tot het rebellerende segment van die leeftijdsgroep, waarvan het motto was ‘ I hope I die before I get old’. Ja, ook ik keerde mijn vader de rug toe omdat hij niets begreep van de nieuwe tijd, van de ingrijpende veranderingen die zich aankondigden, omdat hij voortdurend opmerkingen maakte over mijn lange haren, “wat zullen de mensen daar wel niet van denken”, ook ik trad net als het hoofdpersonage van 'Solar', als een daad van protest op heel jonge leeftijd in het huwelijk. Ook ik nodigde vader, moeder, broer, schoonzus zo goed als nooit uit in onze alternatief ingerichte woning, waar wij ons ‘ander leven’ leidden, op de grond gezeten luisterend naar Moby Grape, the Byrds, the Velvet Underground, Sly & the Family Stone, joints rokend, ons verdiepend in macrobiotiek en theorieën over anti-autoritaire opvoeding en het einde van het gezin. Ook mijn vader was soldaat geweest in de oorlog, krijgsgevangene, verzetsstrijder.

Veel later, twee jaar voor zijn dood, heb ik me met hem kunnen verzoenen. Tot na de dood van mijn moeder, negen jaar later, heb ik moeten wachten om zijn decoraties en zijn met een klein Belgisch vlagje opgesmukte beret, die hij droeg als hij met zijn vrienden andere oudstrijders ten grave droeg, mee naar huis te kunnen nemen. Late verzoening, late respectbetuiging, en een gevoel van schuld waar ik me nauwelijks bewust van was tot ik het hierboven aangehaalde fragment las. Dat Ian McEwan zelf tot die generatie hoort biedt weinig soelaas.  Maar het fragment – met zijn resonantie - toont wel aan wat een meesterlijke, diepgravende auteur hij is.

ian-mcewan.jpg

Ian McEwan.

 

De commentaren zijn gesloten.