17-04-12

OBSESSIE

Waar de tijd wreed van aard is, ophoudt met vergaan,
daar beginnen wij met een ander, een beter bestaan -
waar de vis vliegt met onze vleugels, onze ogen donker
van blauw en bruin, zonder grenzen, zonder maten.

De lijnrechter slaapt en droomt: is het werkelijk zo daar
waar je gaat zonder sporen, zonder een breuk in je buik
of een rimpel boven je raadsels, je betoverd heel-en-al:
de quizmaster glundert, een orkest speelt het ultieme bal.

Niemand gelooft nog je zalvende woorden en daden,
lelies van ver meegebracht, waardeloos als water
zonder woestijn. Want, zegt men, je hebt gesleuteld
aan je bergkristal, in een diep dal roert zich je obsessie.

Waarom ben je zo lief, lieveling, in deze andere tijd?
Waarom hou je van me? Bevrijd je me van deze pijn?
Wie ben je, wat ben je, ‘n sater, ‘n kater, ik ken je niet.
Heb je nodig, niet nodig. Maak me dor, nee lieveling:

Maak me vrucht, maak me water, drink mijn lichaam

De commentaren zijn gesloten.