17-02-12

MISKEND (HISTOIRE À SUIVRE)

 

georggrosz.jpg

Georg Grosz, Straat in Berlijn, 1931.

In een kleine kunstgalerij in T. had hij, nadat de meeste genodigden waren vertrokken en hij zich voldoende moed had ingedronken, een gesprek met Irina Vega,  een kunstenares die hij bewonderde en die hij zelfs als een vriendin beschouwde, al wist hij niet zeker of dat wederzijds was.  Ze zei dat ze zich miskend voelde.  Je hebt zelf gezien hoe weinig mensen zijn komen opdagen, zei ze. En ze zijn nauwelijks geïnteresseerd in mijn werk. Ze komen voor de chablis, of om elkaar nog een keer terug te zien en herinneringen op te rakelen aan vroegere tijden, toen alles zoveel beter was. Terwijl het zo duidelijk is dat niets beter was en ook niets beter wordt. Je zou eens moeten weten hoe erg ik die onverschilligheid vind. Als ik mijn naam in google intik verschijnt er nauwelijks iets. En dat terwijl ik hier toch tentoonstel. Is mijn werk dan niet goed? Ik ben zelfs jaloers op jou, Martin Pulaski, mijn vriend.

Ach, zei hij, op mij moet je niet jaloers zijn. Ik voel me wellicht net zo miskend als  jij, ook al kom je mijn naam vaker tegen op internet. Is dat trouwens wel zo?  Nu ja, ik ken het gevoel - het doet veel pijn. Vooral als je al die opgeblazen nitwits  in de media en elders bezig ziet, mensen die niets dan onzin vertellen of, erger nog, de wereld lelijk maken met hun zogenaamde kunst - en hoe die dan bewonderd worden, aanbeden zoals vroeger de heiligen... Het is om bitter van te worden. Maar leggen we ons daar bij neer? Zelf heb ik nooit roem gezocht, al schrijft mijn oude vriend Guido me dat ik als achttienjarige altijd in het centrum van de belangstelling wilde staan, en voortdurend door vrienden omringd was. Misschien wilde ik toen wel nog beroemd worden, maar dat is lang geleden. Nu volstaat het dat ik door een paar verwante zielen erkend word. Of dat het geval is betwijfel ik. Ik denk dat jij mijn werk goed vindt. Voor de rest weet ik het niet. Ik heb zogenaamde vrienden, die zelf schrijven en veel lezen, die nooit iets zeggen over mijn gedichten of over wat dan ook van mij. Behalve jij is er maar een persoon die me recent heeft gezegd dat hij mijn werk heel goed vindt, en dat is Marcel. Misschien vergeet ik nu iemand. Ik troost me met de gedachte dat jij er bent. 

De kunstenares  zag er moe en droef uit, maar bleef toch luisteren naar wat een monoloog was geworden. Hij was nu goed op dreef. Dat was uitzonderlijk en kwam doordat hij al lang alleen was. Hij had al weken met niemand meer gepraat. Niets anders had hij gedaan dan gedichten geschreven, wat op facebook rondgehangen en melancholische muziek beluisterd.  Irina Vega maakte grote figuratieve schilderijen. Op veel doeken waren toeristen te zien, die op soldaten leken, terugkerend van het slagveld, zwetend en bloedend, soms verminkt. Haar werk deed hem aan dat van Georg Grosz, Max Beckmann en Francis Bacon denken, maar het was anders, het was van zijn tijd, wrang en lusteloos. De liefde zat – bijna verborgen – in sommige details, een vuurrode bloem, een straatlantaarn op een promenade, een mandoline in de handen van een straatmuzikant. Al de rest was doodstrijd. Hij vond het geweldig en zei haar dat ook. Hij vond het echter bijzonder moeilijk te verwoorden hoe goed hij haar doeken vond en waarom. Alle predicaten die naar het kwalitatieve verwijzen maken een uitgebluste, muffe indruk. Er valt niets origineels te zeggen over een origineel kunstwerk. Het enige wat je kunt doen is stotteren, of een gedicht schrijven.

Wat ons ontbreekt, zei hij, is de gave of de capaciteit om in het daglicht te gaan staan, om anderen ervan te overtuigen hoe goed we wel zijn. We zijn trots en bescheiden tegelijk, en dat maakt ons verdrietig en bitter. Of heb ik het alleen maar over mezelf?

Ik weet niet of ik zo bescheiden ben, zei Irina. En evenmin of ik trots ben. Ik ben vooral moe, uitgeblust, maar dat gaat wel weer over. Je weet dat ik wel vaker van die donkere momenten heb. Eens lekker slapen en ik ben wel weer opgemonterd. En als dat niet helpt moet ik maar gaan dansen. Dansen is het beste medicijn. Dansen en werken. En vooral niet met die twitterende nitwits van jou in mijn hoofd zitten. 

Commentaren

Wat een heerlijke tekst ...

en toen tikte ik Irina Vega in Google ... en schrok.

Gepost door: Uvi | 18-02-12

Reageren op dit commentaar

Uvi, ik heb die naam verzonnen hoor. Ja, die Irina Vega die jij waarschijnlijk bedoelt - daar had ik nog nooit van gehoord. Fijne vriendin voor Martin Pulaski!
Vega heb ik gekozen vanwege deze betekenis: uitgestrekte vruchtbare vlakte of vallei (in het Spaans). Irina omdat dat zo mooi klinkt. Ik lees nu dat het een Slavische naam is en dat hij 'vrede' betekent. Dat is ook mooi meegenomen.

Gepost door: martin pulaski | 18-02-12

Reageren op dit commentaar

Hij was / is inderdaad goed op dreef.

Gepost door: Eliane | 18-02-12

Reageren op dit commentaar

Jaja, Martin, ik ben maar onschuldig gaan googlen...
Verzonnen, mmmm... trouwens ik zou wel eens willen kennismaken
met deze dame. Ze palmde mij meteen in.

Gepost door: Uvi | 18-02-12

Reageren op dit commentaar

Uvi: palmde je in? http://en.wikipedia.org/wiki/Irina_Palm

Gepost door: martin pulaski | 18-02-12

Reageren op dit commentaar

jouw Irina Vega, Martin ...

Gepost door: Uvi | 18-02-12

Uvi, dat lijkt me niet zo'n goed idee. Want Irina Vega ben ik zelf: Irina Vega is helemaal van mij.

Gepost door: martin pulaski | 19-02-12

Reageren op dit commentaar

Nooit van een 'romanfiguur' gehouden, Martin?
Ik denk aan 'Le grand Meaulness'.

Dàt ze 'van' jou was, was me al vlug duidelijk.
Alleen haar naam kreeg een vreemde alliantie bij het googlen.

Ik wacht op haar. En dus op jou.

Gepost door: Uvi | 20-02-12

En wat bedoel je, Eliane, goed op dreef? Als het over mij gaat, kan ik dat alleen maar tegenspreken. Ik, als schrijver van dit 'verhaal', ben helemaal niet goed op dreef. Maar twijfel je zelf ook niet met je "was/is"?

Gepost door: martin pulaski | 19-02-12

Reageren op dit commentaar

Het ‘goed op dreef’ kwam uit je tekst.
Nee, ik twijfel niet. Het is een tekst met een hoog martin pulaski-gehalte maar dat schreef je ondertussen zelf reeds: ‘Want Irina Vega ben ik zelf: Irina Vega is helemaal van mij.’

Gepost door: Eliane | 20-02-12

Reageren op dit commentaar

Dat 'van mij' neem je best met een korrel zout, want zo bezitterig ben ik nu ook weer niet. Woorden en beelden komen me uit alle windstreken toegewaaid. En soms zie je wel eens een 'inspiratiebron' over het hoofd. Zo zal ik wellicht onbewust ook aan Paz Vega (uit Sevilla, de stad waar ik zo verliefd op ben) hebben gedacht. Iedereen kent haar nochtans als de actrice uit "Lucia y el sexo" van Julio Médem. Vreemd is dat 'paz' net als 'irina' 'vrede' betekent. Toevallig?

Gepost door: martin pulaski | 20-02-12

Reageren op dit commentaar

Uvi, ik had je vraag over romanfiguren over het hoofd gezien. Natuurlijk zal ik wel van romanfiguren hebben gehouden hebben, maar ik kan er mij nu bijna geen herinneren. Er is natuurlijk La chartreuse de Parme van Stendhal en zowel Bonadea als Agatha uit De man zonder eigenschappen van Musil. Er zijn er wel meer. Personages van Edgar Allen Poe, van Kafka, Proust (Odette), etcetera.

Gepost door: martin pulaski | 20-02-12

Reageren op dit commentaar

De commentaren zijn gesloten.