31-12-11

IN HET NIEUWE JAAR

Opgedragen aan de verwanten.


In het nieuwe jaar schenk je je parels
aan de varkens. Als je ze niet cadeau
doet komen zij ze zelf wel stelen.
Met hun hebberige poten, hun bloedbanken.
De stank van hun bestaan zonder geweten.
Wat weten zij van het leed van miljoenen?
Zij weten er alles van, meer dan wijzelf.
De kleine varkens van George Harrison –
wat maken zij je boos met hun gulzigheid
en niets en niemand ontziende vraatzucht.

Maar de kleine mensen die als schimmen
door het leven sluipen alsof zij dieven zijn
en altijd in het zweet huns aanschijns
ademhalen, wachten in angst en beven –
die zo verlangen naar een feest van lach
en heerlijk dwaas zijn, naar een samen
met elkaar, met jou, engel, en zo groeien
in het wilde als vruchtbare woestijnvrucht:
hen bied je je waken, je nuchtere wensen.

26-12-11

IN EENZAAMHEID EN STILTE

 cadiz2011.jpg

Cadiz, februari 2011. Foto: Martin Pulaski.

“Thuis, in eenzaamheid en stilte, hervond ik mijzelf, hulde mij in mijn eigen geestelijke atmosfeer waarin ik me op mijn gemak voelde als in goedzittende kleren. Na een uurtje gemediteerd te hebben  zonk ik weg in de vergetelheid van de slaap, los van verlangens, wensen, begeertes.” August Strindberg, Eenzaam, 1903.

 

Er is meer droeve muziek dan vrolijke, tragedies raken je veel dieper dan komedies: het leven is geen pretje. Vaak maakt een boek je nog eenzamer dan je je al voelt nog voor je er in begint te lezen. Sterke of zwakke personages leiden sterke of zwakke levens. Maar ze bestaan, ze handelen, ze eigenen zich een plaats toe in de wereld, ze worden door anderen omringd, liefgehad, bemind, bedrogen, bestolen, bekroond, van de troon gestoten. 'Eenzaam' van August Strindberg is anders. Als je dat leest valt de eenzaamheid van je af. Een heel dun boekje, maar dik inzake inzichten, en daardoor groothartig inzake troost.

Met eenzaamheid leren omgaan, er leren van houden - dat doe je niet alleen door gedichten van Fernando Pessoa te lezen, films van John Cassavetes te zien, stukken van Sofokles te analyseren, maar vooral door te oefenen. Noem het schrijven, schilderen, iets maken. Je creëert je ingebeeld gezelschap, dat voor jou reële vormen aanneemt. Maar meer dan eens lukt dat niet. Wanhoop, miserie, innerlijke leegte komen je gezelschap houden. In zo’n geval is er nog altijd vergetelheid in melancholische muziek (voor de gevaarlijke gevolgen waarvan Thomas Mann al waarschuwde in De Toverberg), alcohol of drugs.  Kortstondig, als de blik in de ogen van een betaalde gazelle.

Een jongen of meisje gaat op zoek naar zichzelf, ontdekt vervolgens dat dat niet bestaat. Ai, geen zelf, wat nu? Werken maar. Beelden, woorden, het hele gedoe. Denkbeeldige armen van Venus of een andere godin.

De kleine dingen – en dieren - om je heen, vooral de mus of een andere minuscule vogel, kunnen je teruggeven aan jezelf, een zelf dat inmiddels wellicht veranderd is. Een mens blijft zichzelf herhalen, maar wordt om de zoveel jaren ook een andere mens, iemand anders. Waarom wordt dan zo vaak gezegd: je bent niets veranderd?

In februari dit jaar was ik twee weken alleen in Andalusië. Ik voelde me daar zelden eenzaam, met altijd de oceaan in de buurt, en die aangename afwisseling van dagenlang regen en dan langere periodes van heldere lucht, dromerige zon. Het deed me inderdaad goed om die bepaalde eenzaamheid te doorbreken met een praatje. Met iemand die op de bus naar Sanlucar de Barrameda  stond te wachten of met een of andere vriendelijke barman, zoals die van de Woodstock Bar in Cadiz. Wat is het goed als er niets van je gewild wordt en als jij zelf ook niets bepaalds wilt.

Het is toch vreemd dat je onzichtbaar kunt worden voor jezelf. Dat je jezelf helemaal niet meer ziet. Soms heb ik een hele tijd in de spiegel gekeken, me geschoren en dergelijke, zonder te beseffen dat ik mezelf zag. En dan loop ik soms boos op straat omdat ik het gevoel heb dat de mensen mij niet zien. Besta ik dan niet, vraag ik me af? Ik had het – wat langer geleden - soms ook op mijn werk, vooral tijdens vergaderingen: zagen de aanwezigen mij niet? Bestond ik wel echt? Waarschijnlijk had ik mij teveel geoefend in het mezelf onzichtbaar maken, geoefend in mijn eigen afwezigheid.

Dat schijn ik nog altijd te doen. Wil ik eigenlijk wel graag dat de anderen mij zien? Nochtans was mijn jongensdroom toneelspeler worden. Ik heb het een tijdje gedaan als avant-gardistische amateur. Maar het wilde niet goed lukken: ik was bijna altijd te zeer mezelf. Ik was een jongen die niet meteen besefte dat hij niet 'voor goed' bestond. Een jongen die op zijn minst twintig jaar moest slapen om dan, na het ontwaken, in de spiegel te kijken en zich af te vragen: wie is die man van middelbare leeftijd met die stoppelbaard? Hoe lang loopt hij hier al rond? Hoe lang zal zijn liedje nog duren?

Als je lang niet meer met iemand hebt gepraat kan alles beginnen te duizelen. Je bent van niets meer zeker. Er is nauwelijks nog een overgang tussen je huid en de kamer waarin je je bevindt. Geen kosmische ervaring in dit geval, maar een soort van identiteitsverbrijzeling. Je kunt je best wel behaaglijk voelen in je eenzaamheid. Maar het mag niet te lang duren.

 

24-12-11

2011 IN 40 SONGS

 

gillian-welch.jpg

Een overzicht maken van de beste platen (elpees, cd’s) van een voorbij jaar is altijd meer dan een muzikale terugblik. Platen roepen herinneringen op aan ervaringen en emoties, aan reizen, aan maaltijden met vrienden, aan ruzies, aan de geur van tomatensoep met balletjes, aan een baiser volé of een moment in een geliefde film, aan een nacht in een kroeg. Aan duizenden dingen. 


Als je terugdenkt aan ‘individuele’ songs is dat nog meer het geval. Melodieën, riffs, tekstfragmenten roepen vaak heel concrete herinneringen op. Songs leggen een unieke band tussen je zintuigen,je geheugen en specifieke, belangrijke en soms ook banale gebeurtenissen.

Als je een lijst maakt van je favoriete albums vergeet je veel van die songs. Of wat nog vaker het geval is: op veel platen staan maar enkele geslaagde nummers, soms tref je zelfs maar een enkele uitschieter aan. Het zijn die songs die aan de vergetelheid moeten worden onttrokken, wat natuurlijk een onmogelijke opgave is, omdat er elk jaar tienduizenden liederen als buzzing flies in je hoofd komen zoemen, of je dat nu wilt of niet. De lijst hieronder is alleen maar een schuchtere poging om een aantal mooie liederen uit 2011 mee te nemen naar het muziekreservaat van de toekomst. De volgorde waarin ik ze heb geplaatst is geheel toevallig. Ze zijn mij allemaal dierbaar.

The Low Anthem.jpg



1. Every River Will Burn – Travels In The Dustland – The Walkabouts
2. Fool’s Gold – Barn Doors And Concrete Floors - Israel Nash Gripka
3. Oh My Heart – Collapse Into Now – R.E.M.
4. Calamity Song – The King Is Dead – The Decemberists
5. America! – Apocalypse – Bill Callahan
6. Glad Man Singing – Kiss Each Other Clean – Iron & Wine
7. Pleasuring The Divine – Marble Son – Jesse Sykes & The Sweet Hereafter
8. The Words That Maketh Murder – Let England Shake – PJ Harvey
9. You See Everything – C’mon – Low
10. Holocene – Bon Iver – Bon Iver
11. East Harlem – The Rip Tide – Beirut
12. Beautiful Girl – Gold In The Shadow – William Fitzsimmons
13. Will You Still Love Me Tomorrow – Lioness: Hidden Treasures – Amy Winehouse
14. Bedroom Eyes – Only In Dreams – Dum Dum Girls
15. Love And Blessings – So Beautiful Or So What – Paul Simon
16. Time To Be Clear – Wolfroy Goes To Town – Bonnie Prince Billy
17. Down In The Valley – The Head And The Heart – The Head And The Heart
18. Pouring Rain At Dawn – Mockingbird Time – The Jayhawks
19. You’re Through Fooling Me – The Lost Notebooks Of Hank Williams – Patty Loveless
20. Silver Dagger – The Harrow & the Harvest - Gillian Welch & David Rawlings
21. Bury Me Not On The Lone Prairie – The Majestic Silver Strings – Buddy Miller & Marc Ribot
22. The Love That Faded – The Lost Notebooks Of Hank Williams – Bob Dylan
23. El Corrido De Jesse James – Pull Up Some Dust And Sit Down – Ry Cooder
24. Little Emperor – I’ll Never Get Out Of This World Alive – Steve Earle
25. Everybody Needs Love – Go-Go Boots – Drive-By Truckers
26. One Sunday Morning (Song For Jane Smiley’s Boyfriend) – The Whole Love – Wilco
27. Satisfied – Bad As Me – Tom Waits
28. Woman When I’ve Raised Hell – Last Of The Country Gentlemen – Josh T. Pearson
29. Get In Line – Long Player Late Bloomer – Ron Sexsmith
30. Benediction – Demolished Thoughts – Thurston Moore
31. Lorelai – Helplessness Blues – Fleet Foxes
32. Wonderful (The Way I Feel) – Circuital – My Morning Jacket
33. Hard To Break – The Errant Charm – Vetiver
34. Oh, Mama, Come Home – The Lost Notebooks Of Hank Williams – Jakob Dylan
35. Six White Cadillacs – Hard Bargain – Emmylou Harris
36. Queen Of The Minor Key – Queen Of The Minor Key – Eilen Jewel
37. If Wishes Were Horses – Little Honey – Lucinda Williams
38. First Snow – Bright Examples – Sarah Lee Guthrie & Johnny Irion
39. Dirty Rain – Ashes & Fire – Ryan Adams
40. Ghost Woman Blues – Smart Flesh – The Low Anthem

The-Rose-2008-Cy-Twombly-001.jpg

 

23-12-11

HET VRUCHTBARE SAP VAN DE WERELD

 Andrei-Rublev-Andrei-Tarkovsky.jpg

Andrej Tarkovski's 'Andrej Roebljov'.

De tekst ‘Zwijgen en niet luisteren’, met de foto van Jacques Lacan, destijds eigenaar van ‘L’Origine du Monde’ (1886) van Gustave Courbet, een kunstwerk dat op Facebook nog altijd niet mag worden getoond, heb ik op 20 december teruggevonden tussen oude notities. Een datum stond er niet bij. Ik vermoed eind jaren ‘tachtig. Wat me opviel was hoe weinig ik ogenschijnlijk veranderd ben. Die stilte – die me na al die jaren aan Ingmar Bergman en vooral aan Andrej Tarkovski doet denken - en dat zwijgen zijn er nog steeds. Soms dagen aan een stuk niet kunnen spreken. Een soort geestelijke verlamming.

Psychoanalyse is al lang niet meer in het spel. Destijds had ik die Freudiaanse / Lacaniaanse therapie nodig om het alledaagse te kunnen aanvaarden, om me met mijn eigen alledaagsheid te kunnen verzoenen. Met de banaliteit om mij heen en binnenin mij. Want hoe je je ook tegen een fenomeen verzet, verinnerlijken doe je het toch. In een wereld van dwazen word je op den duur zelf een dwaas.

Toch is er een verschil met de periode toen ik die notitie heb geschreven: ik geloof niet in inspiratie. Ik vermoed dat ik er toen ook al niet meer in geloofde. Het gebruik van dat woord was een automatisme, dat ik om eerlijkheidsreden heb laten staan. In enthousiasme geloof ik wel nog: diep ingaan in de wereld, en de wereld diep bij je naar binnen laten komen. En ik geloof in hard werken. Het belangrijkste echter denk is het zwijgen te boven komen. Je moet spreken en luisteren, soortgenoten, verwante en niet zo verwante zielen ontmoeten, je moet liefhebben. Ik denk dat een kunstwerk, een gedicht alleen uit liefde (eros) - en mededogen - kan voortkomen, of uit zijn tegendeel: afkeer, weerzin; noem het haat. Of heilige verontwaardiging. Alleen liefde maakt je sterk genoeg om een wereld te maken. En haat om een wereld te vernietigen.

Ik las iets treffends in het recentste werk (2011) van Stefan Hertmans, ‘De mobilisatie van Arcadia’: “Schrijven wordt een praktijk, een dagelijkse oefening die het leven bevestigt, door de eigen eindigheid om te zetten in een innerlijke oneindigheid: die van de eindeloze mogelijkheden van de schriftuur. We moeten dus de eigen dood op ons nemen om te kunnen schrijven; niet zomaar de anonieme, indifferente dood, maar de eindigheid die is toegesneden op het eigen leven." 

21-12-11

LAATSTE DAGEN

 

kiefer2.jpg

Het prozagedicht World’s End ontstond op 3 december 2011 tijdens een treinrit van Antwerpen naar Brussel. Ik had mijn radioprogramma Zéro de conduite aan dierenliederen gewijd en daarna vis gegeten in een Chinees restaurant. Als dessert had ik een Japanse saké gedronken. Ze hadden ook Chinese maar die was bijzonder sterk en werd mij afgeraden.  Waarom weet ik niet. Zag ik er dan werkelijk zo ziekelijk en zwak uit? Ik voelde me nochtans vrij fit. De saké was niet warm, niet lauw, eerder koud, en bevatte weinig alcohol. Toch heeft hij me aangevuurd. En die dierenliederen bleven in mijn hoofd spoken, vooral ‘Horses In My Dreams’ van PJ Harvey, uit haar elpee ‘Stories From The City, Stories From The Sea’. De zes witte hengsten komen uit een song van Gillian Welch, maar dat beeld is ouder dan de straat. Ik leen graag beelden, maar vind er even gaarne uit. Een vraag is of er nog onuitgevonden beelden kunnen ontstaan. Zoniet kun je alleen maar uit een voorraad putten. De oude Grieken hebben ons in dat opzicht wel verwend.

De trein reed zacht, niet zoals in mijn herinneringen, naar de hoofdstad.  Op dat zachte ritme schreef ik mijn woorden neer, in een klein Japans notitieboekje. Die boekjes schaf ik me aan bij Muji. Niet in Brussel: die winkel is al lang toe. Ik geloof dat de inwoners van deze stad niet erg geïnteresseerd zijn in mooie en nuttige dingen. Er ontstond een nogal moeilijk leesbaar gedicht. Nochtans had ik gedronken. Hoe kwam het dan dat mijn handen beefden?

De dagen die erop volgden heb ik het gedicht-in-wording (of niet), niet durven bekijken. Mijn stelregel is dat je niet moet schrijven als je gedronken hebt. Maar waar dienen stelregels voor? Op een avond ben ik er opnieuw aan begonnen. Wat er stond, stond me wel aan, maar niet in versregels. Versregels drongen er een vorm aan op, terwijl de paarden nog wild waren en droomachtig. Er ontbrak ook veel, over de wereld, over de mensen. Daar dacht ik over na, en zo kwam ik bij ‘ground zero’ terecht. Wat hebben wij als mensen aan de aarde gegeven? Verdienen wij het wel om hier te leven, om te genieten van deze grond? Ik dacht ook aan het ‘ademkristal’ van Paul Celan en aan zijn ‘Todesfuge’. Aan de verschrikkingen van de uitroeiingskampen en de zelfmoord van Paul Celan. Toen het gedicht voorlopig af was – in enigszins wilde prozavorm – vond ik de reproductie van Anselm Kiefer waarop hij naar Margarethe uit ‘Todesfuge’ verwijst. Dat werk is geen illustratie. Het moest erbij staan, het hoorde erbij, zoals de bomen van Gerhard Richter bij Cydia Pomonella ii.

Ik dacht ook aan gevallen engelen. Dat is meestal het geval als ik een werk van Anselm Kiefer zie. Elke mens is een gevallen engel, ook Margarethe. Een gevallen engel moet, net als een wild paard, zijn weg hier vinden. Een eigen haard. Goud waard, zeggen de mensen soms nog. Maar wie zal dat bevestigen? Voor de haard zag ik de smid staan, Hephaistos, man met sterke armen, dunne benen. Op het eiland Lemnos vond hij zijn smidse, deze uit de hemel verbannen man, vanwege een liefdesgeschiedenis van de goden, die hem niet liefhadden. Maar wel de mensen die zich verwarmden aan zijn vuur en zijn kunsten.

Wat een sombere, negatieve tekst was het geworden! Alle wegen leidden naar nergens, naar het eindpunt, naar daar waar niets meer te zien valt. World’s End bestaat echt, maar is toch vooral een imaginaire plek. Een vriendin van me had me al verteld dat in 2012 de wereld zou vergaan: wij zouden de Apocalyps nog meemaken, zo bevoorrecht zijn we. Overigens is ‘Apocalypse!’ de titel van Bill Callahans laatste plaat, waaruit ik het nummer ‘Drover’ (veehoeder) die avond had geselecteerd. In die ondergang sleepte ik heel Europa mee, een Europa dat uitgeput is en nergens meer naar verlangt, tenzij naar zijn algehele vernietiging.

Het schrijven zelf echter riep toekomst op, idyllisch bijna, en antiek. Een sprankel hoop weerklonk in de woorden, als ik ze luidop las. Opeens zag ik het spel, niet alleen het taalspel, maar het oude spel van de Homo Ludens, het ganzenbord, de holle wegen, het dwalen en dolen, het vinden zonder op zoek te gaan.  Ik zag het hoeden van de kudden. De zorg van mensen voor dieren. Het mededogen in ziekenhuizen en tijdens rampen. Het elkaar in bescherming nemen, zoals vader en zoon in ‘The Road’ van Cormac McCarthy. Het zingen voor elkaar, zoals in ‘The Time Of Our Singing’ van Richard Powers, om elkaar te troosten, om een zindering bij de andere teweeg te brengen. Het opstaan uit lethargie en onvermogen. Het verwerpen van de ondergangsstemming. Waren dit de laatste dagen? Opeens zag ik een opening in het bos. In mijn idyllische jeugd; maar ik zag ze ook in de toekomst, vol licht en beloftes. Ik zag de paarden draven in de richting van een open veld, een vruchtbare steppe. En om ons heen stonden de bomen niet langer als vijanden, als onverschilligen. Ik geloof niet langer dat het te laat is. Vandaag niet. Maar op 3 december had ik over al deze dingen nog niet nagedacht en verwachtte het ergste: World’s End.

world's end, apocalyps, dierenliederen, paarden, wilde paarden, radio, trein, antwerpen, brussel, muji, saké, schrijven, gedicht, proza, mythe, mythes, hephaistos, paul celan, pj harvey, bill callahan, gillian welch, beelden, verbeelding, anselm kiefer, ground zero, todesfuge, shulamith, margarethe, bomen, gerhard richter, engel,  hoop, homo ludens, zorg, mededogen, liefde, richard powers, cormac mccarthy, troost, zingen

20-12-11

ZWIJGEN EN NIET LUISTEREN

LACAN.gif


Het is als een van die mislukte psychoanalytische sessies in de sombere jaren tachtig, bij Jan Cambien.  Een van die sessies waarbij je geblokkeerd was en het hele uur (eigenlijk 40 minuten) geen woord gezegd kreeg.  Zo zit je nog altijd voor je papier.  Af en toe een druppel inspiratie, enthousiasme.  Maar negennegentig procent walging, levensmoe­heid.  "Ik heb niets te vertellen".  Toch weet je dat het wat dieper, een heel klein beetje dieper in jou kolkt.  Je bent zo bang voor het banale dat je er banaal van wordt. Hoe komt het dat werken je zo met weerzin vervult, ook als het voor jezelf is?  Vroeger loste je dat op met een pilletje.  Nu gaat dat niet meer, je moet het allemaal op eigen krachten doen.

19-12-11

WORLD'S END

kiefer_goldhair.jpg


Voor Patti Smith en PJ Harvey


Paarden in dromen, zoogdieren die ons dienden tot niets, nergens toe leidden - wij van troebel water en schaduwgebieden afgedaald naar lagere regionen van de kou. In zones van beheersing door fantomen en hun pijnstillingen bedwelmd. Dwergen jagen op wolven, met revolvers te groot voor hun handklappende handjes.

Alles gaat verstand te boven als het weg wordt gefluisterd, als het onbezongen blijft, van zinnen verstoken. Maar op een laat uur onderweg naar het einde, wegen woorden geen ons . Als bij doven en blinden vuurwerk blaft en waakhonden in hun witte kooien angstig zwijgen. Maretak, nachtegaal, ‘n zestal witte hengsten, geboortegejubel, doodsbedlinnen.


Nergens is het woord, voortaan, ook als je zwerft op een vlotte melodie naar wat opnieuw beginnen moet. Pas als je herhaalt kun je vergeten:  de dierenriem en wat je van oudsher bepaalde. Je driften, lusteloosheid, je verontreinigingen. Stekels altijd overeind, een filosoof van de twijfel. Een filosoof die liever het aambeeld verzwijgt waar de hamer op hamert.

De daver op het lijf in je eigen haard en boezem. De aarde opgeteld, grashalmen, zand, graankorrels, zorgenkinderen. De som gelijk aan zero grond, nul ademkristal, van generlei waarde. Afgerond staat netjes in een jurk van gewapend metaal.

Met baarden staan mannen de laatste vrouwen op te wachten tot ze vergeten waar hun mond is en hun uitingen, zich zelfs verslikken in hun wolfachtige fonemen.


Verminkte paarden leiden tot niets. Tot niets van enige waarde. Of ze galopperen tot World’s End,  waar evenmin iets in het oog springt, tenzij een dronken horizon, zwaar van verzopen schipperskinderen. Nee. Alleen niets, en geen troost voor jankende beesten, geen troost voor gewervelde en ongewervelde dieren. Niets dan een hongerig Europa hongerig naar niets.

Maar daar staan jouw paarden te grazen, hongerig naar jou. Wie zal na die dagen van afdalen je schapen hoeden, met ganzen spelen en uit je boezem de adder wegrukken, zijn gif opzuigen? Wie zal een levenslied, een doodslied voor je zingen? Wie zal die lijkwade van zich afschudden, en brullen, gedaan met slapen, gedaan met al dat gedoe. Het is tijd. Of is het geen tijd, misschien. Komen wij al te laat?

 

16-12-11

CYDIA POMONELLA ii

gerhard richter_appelbomen3b.jpg

Gerhard Richter, appelbomen.

 

Sap van appels zijn je oude woorden

als de appels in de boom van je buren

rijp voor de oogst in opgespaarde zomer,

ongeplukt, geur en smaak in de lucht

als huid van onbegrepen vrouwen.

Na zonnige Europese doem in oktober

rotten ze op te weinig bezongen gras,

elke zondag zo zorgvuldig gemaaid.

 

Je denkt als een havik aan David Lynch

zijn trage escapade, een laat weerzien

met broer: wat woorden over vader,

moeder, stoppen met roken, dit en dat.

Omdat ver verwant wat familie volhardt.

 

Je ziet een gedicht: maak ik terzines,

binnenrijm, tel ik afgunstig voeten

als waren het Dante's of van m'n zestien?

 

Wat essentie beweert men zou blijven,

niet van appels, van vrouwen niet. Nee,

van duidelijke woorden. Essentie

van de essentie als het lukken mocht:

op goede voet te staan als gewervelde

met het vruchtbare sap van de wereld.

Dan blijven die kleine druppels nog even

tegen slecht spijsverteren, bloedbaden,

tegen schrik en beven, tegen vergeten.

POP 2011: UITVERKOREN

Trees_Outside_the_Academy-Thurston_Moore.jpg


Aan mijn jaar ontbreken drie maanden. Niet alleen heb ik gedurende die zomerperiode in het ziekenhuis niet geleefd - tenzij je afzien en hallucineren ook leven noemt, ik heb ook geen muziek gehoord, geen films gezien en slechts één boek (Juliet, Naked van Nick Hornby) gelezen. Veel van de platen die ik voor midden mei heb aangeschaft heb ik vanaf ongeveer oktober opnieuw beluisterd. Ik herinnerde me er nog nauwelijks iets van. Eind augustus kreeg ik The Harrow & The Harvest cadeau. Bij de eerste beluistering vond ik het gezeur. Een tweede draaibeurt heb ik lang uitgesteld. Maar het ging al beter. Tot ik uiteindelijk de beste plaat van het jaar hoorde.

jessesykes.jpg
Jesse Sykes & The Sweet Hereafter.



Met Jesse Sykes is ongeveer hetzelfde gebeurd (maar die heb ik zelf gekocht). Ik vind het vreemd dat Jesse Sykes zo weinig populair is. Ze is een muzikant in hart en nieren, doordrongen van folk, country en vooral sixties acid rock. De band klinkt zelfs beter dan Quicksilver Messenger Service. Naar Low ben ik intens gaan luisteren voor ik naar hun concert ging, in het Koninklijk Circus, enkele weken geleden. Wellicht is het hun beste werk. Van Thurston Moore had ik nooit zulke mooie kamermuziek verwacht. Zou dat door de helpende hand van Beck komen? Eerlijk gezegd zou die plaat ook op nummer één mogen staan. Maar de vrouwen hebben mijn voorkeur gekregen. Wilco’s The Whole Love vond ik meteen een meesterwerk, maar dat heb ik altijd met een nieuwe plaat van Wilco. Nu is mijn enthousiasme wat afgenomen, maar ik blijf er van houden. Door Bill Callahan en Josh Pearson live te zien, ben ik hun opgenomen songs nog veel meer gaan waarderen. Het zijn troubadours, dichters, ze lijden aan bepaalde vormen van waanzin en hebben iets profetisch. Bon Iver, moeten we die nog doorgronden? Ry Cooder is boos en zorgt voor de enige vrolijke noot.

amy-winehouse-lioness-hidden-treasures.jpg 

Op zaterdag 23 juli had ik de dood al drie keer voor ogen gehad, maar het ergste was achter de rug. Op die dag is Amy Winehouse gestorven, een vreselijk verlies – dat me zeer heeft aangegrepen. Misschien is Lioness een beetje een samenraapsel, maar ik vind het toch een fijne plaat, die me droef en vrolijk maakt. Ze staat hier zeker ook als huldbetoon. PJ Harvey’s Let England Shake heb ik al van in februari of daaromtrent in huis (ik ben geen boekhouder). Ik begreep er niets van. Vond het vervelende muziek. Vorige week heb ik ze vijf keer beluisterd: je ziet het resultaat. De muziek en de teksten verdienen zelfs beter. Maar ik blijf problemen hebben met sommige politieke standpunten die PJ Harvey inneemt. Waarom keert ze zich tegen Europa? Het is toch overal even erg?
The Decemberists maken gewoonweg mooie muziek, in de voetsporen van R.E.M. En R.E.M. zet een punt achter zijn discografie met een overtuigend Collapse Into Now.

Bij de rest heb ik weinig commentaar. Ik zou maar in herhaling vallen. Alleen vind ik dat Vetiver te weinig aandacht krijgt. Andy Cabic heeft van Sara Lee Guthrie & Johnny Irion’s Bright Examples een fraaie popplaat gemaakt. Alleen al daarom verdient hij waardering. Dit is, overduidelijk, de lijst:

 

1.Gillian Welch & David Rawlings – The Harrow & The Harvest

 

2. Jesse Sykes & the Sweet Hereafter – Marble Son

 

3. Low – C’mon

 

4. Thurston Moore – Demolished Thoughts

 

5. Bill Callahan – Apocalypse

 

6. Josh T. Pearson – Last Of Country Gentlemen

 

7. Wilco – The Whole Love

 

8. Bon Iver – Bon Iver

 

9. Ry Cooder – Pull Up Some Dust And Sit Down

 

10. Amy Winehouse – Lioness: Hidden Treasures

 

11. The Decemberists – The King Is Dead

 

12. PJ Harvey – Let England Shake

 

13. The Walkabouts – Travels In The Dustland

 

14. R.E.M. – Collapse Into Now

 

15. Bonnie Prince Billy – Wolfroy Goes To Town

 

16. Buddy Miller’s Majestic Silver Strings

 

17. Beirut – The Rip Tide

 

18. Vetiver – The Errant Charm

 

19. Israel Nash Gripka – Barn Doors And Concrete Floors

 

20. My Morning Jacket – Circuital


Wie ontbreken hier? Ontbreken hier opvallend? Ryan Adams, Lucinda Williams, Paul Simon, Emmylou Harris en Steve Earle. Onder meer. Verzamelingen vervelende songs, vond ik. Misschien denk ik er volgend jaar of in een volgend leven anders over. Dat er geen rap, hip hop, blues, r&b in mijn lijst voorkomt betekent niet dat ik een racist ben. Maar ik ken de genres te weinig, hoe goed ook, om er een beetje samenhangende uitspraken over te doen. In alle eerlijkheid gezegd: ik houd meer van soul dan van alles wat in mijn top-20 staat.

En van welke muziek heb ik in 2011 het meest genoten? Ongetwijfeld van Thurston Moore, van the Smiths, van the Rolling Stones. Meer nog van Rumer’s Seasons Of My Soul, voor mij de plaat van dit jaar (ze is vorig jaar verschenen, geloof ik). Een soort van extase bereikte ik alleen maar met George Jackson’s Don’t Count Me Out – The Fame Recordings, volume 1. Fantastisch. En al dat werk is nooit eerder uitgebracht: meer dan veertig jaar in de kelder van Fame in Muscle Shoals blijven liggen. Op Ace is nog een mooi plaatje uitgebracht met oude hits en non-hits waarop James Burton verbluffend en economisch gitaar speelt (James Burton – The Early Years 1956-1969). 
 

georgejackson2.jpg

 Over de boxen Smile van The Beach Boys en American Trilogy van Mickey Newbury kan ik kort blijven. Ik ben blij dat ze er eindelijk zijn. Ik zal ze vaak ter hand nemen. Brian Wilson en Mickey Newbury zijn al heel lang persoonlijke helden. Zoals Tim Buckley. Een dag zonder Tim Buckley is niet volledig.


Het ellendigste en wellicht droevigste jaar van mijn leven en toch zoveel mooie muziek. En die bomen in de tuinen en bossen blijven maar groeien. Binnenkort staan ze weer te pronken met hun bloesem.

gerhard_richter_tweebomen.jpg

Gerhard Richter, Twee bomen.

14-12-11

CYDIA POMONELLA

Voor Amy Winehouse

 

Sap van appels in je appelboom,
groen in de boom van de buren.
Rijp voor de oogst in late zomer
ongeplukt, geur en smaak in de lucht
als huid van onbegrepen vrouwen.
Na Belgische zomer in oktober
rotten ze op te weinig bezongen gras
elke zondag zo zorgvuldig gemaaid.

Je denkt meteen aan David Lynch

en trage escapades, een laat weerzien:
wat woorden over vader, moeder
en stoppen met roken en dit en dat.
Omdat wat familie volhardt, ver verwant.

Je ziet een gedicht: maak ik terzines,
binnenrijm, tel ik afgunstig voeten
als waren het Dantes of van m'n zestien?

Wat essentie zou blijven bestaan,
niet van appels, van vrouwen, maar
van woorden wordt gezegd. Essentie
van de essentie als het je lukt
met het sap van de wereld
op goede voet te staan als gewervelde.
Dan blijven die kleine druppels nog even
tegen slechte spijsvertering, oorlogen,
tegen schrik en beven en tegen vergeten.

05-12-11

INDISCH GEZANG

 

geetadutt3.jpg

Geeta Dutt.
 

Op 2 juni 1987, mijn zevenendertigste verjaardag, zag ik de Indische film Kaagaz Ke Phool (1959) van Guru Dutt. In Sight and Sound staat hij op de 160ste plaats van beste films allertijden. Dat wist ik toen natuurlijk nog niet, er bestond geen internet, geen YouTube en geen Wikipedia. Er was maar heel weinig informatie te vinden over de film.  Ik wist dat hij in het Frans Fleurs de papier heette en in het Engels Paper Flowers. Het verhaal zal ik hier niet uit de doeken doen, het gaat over film, mislukking en depressie. De muziek is van S.D. Burman, de aangrijpende liederen worden gezongen door Geeta Dutt en Mohammad Rafi.

De film was bijzonder mooi, maar het gezang boorde nog dieper in de ziel, vooral Dekhi Zamane Ki Yaari (Mohammad Rafi) en Waqt ne kiya kya haseen sitam (Geeta Dutt). Deze melancholische muziek nam mij op die lang vervlogen avond stevig in zijn greep en liet me niet meer los. Ik heb nog altijd geen soundtrack gevonden en ook geen dvd van de film, maar luister af en toe naar een van de hemelse liederen op YouTube of bekijk soms een filmfragment.

Naar aanleiding van de film en de muziek schreef ik destijds een gedicht, waar ik ondanks tientallen pogingen, door de jaren heen, nooit tevreden over ben geweest. Het kon nooit de schoonheid en de diepte van de filmmuziek evenaren. Desondanks wil ik het gedicht – in zijn huidige vorm – nu publiek maken.

film, muziek, gedicht, india, guru dutt, geeta dutt, mohammad rafi, subliem, schoonheid, paper flowers, fleurs de papier, kaagaz ke phool, verjaardag, 1987

INDISCH GEZANG

Bruilofstgasten trekken hun jassen aan,
verlaten wankelend een sprankelend feest.
Vergeten wordt de zanger uit Benares
tussen gebroken glazen en bijna lege flessen.

Iedereen neemt van iedereen afscheid.
Elk telefoongesprek eindigt met een klik.
Een geliefde stapt in een taxi, een vliegtuig.
Een vader wordt toegevoegd aan de aarde.

Het gezang heeft mij naar buiten gejaagd.
Ik ben in het stadspark gaan zitten en zie
hoe de lauwe regen stil op het gras valt.

De aarde is een blauwe, eenzame bol
schreiend tussen talloze heldere sterren.
Hoe vind ik in deze stad nog een vriend?

03-12-11

DIERENLIEDEREN (IN ZERO DE CONDUITE)

 NickDrake.jpg

Zéro de conduite kun je beluisteren op Radio Centraal 106.7 FM in Antwerpen van 6 tot 8, ’s avonds, elke eerste zaterdag van de maand. Je kunt het programma op de radio volgen, of via de website van radio centraal: 

http://www.radiocentraal.be/Realescape/ of
http://streaming.radiocentraal.org/


Vandaag gaat Zéro de conduite over dieren. Net als in literatuur en kunst wordt er dankbaar gebruik gemaakt van dieren in de populaire muziek. Het dier als symbool, metafoor, metonymie, synedoche, vergelijking - al deze stijlmiddelen komen voor in ons vertrouwde en minder vertrouwde songs. Poptekstdichters hebben het over fabelachtige wezens zoals bij La Fontaine, droomfiguren zoals in werken van symbolisten als Fernand Khnopff en Stéphane Mallarmé, denkbeeldige wezens zoals die van Borges, etcetera.
Wat meteen opvalt is dat popgroepen vaak voor dierennamen kiezen. The Beatles is het bekendste voorbeeld, maar iedereen kan er meteen een tiental opsommen. Enkele voorbeelden: the Animals, the Byrds, Crazy Horse (wat tegelijk een verwijzing is naar het Amerikaans-Indiaanse opperhoofd),  Fleet Foxes, Los Lobos, Yardbirds, The Birds (de eerste band met Ron Wood), Band Of Horses, Flock Of Seagulls, Wolf Moon, Moondog, Animal Collective, Panda Bear, Grizzly Bear, The Mountain Goats, Sparklehorse, en ga zo maar door.bobbyday2.jpg

Noach selecteerde zowel reine als onreine dieren voor zijn ark. De dierenliederen die ik na onnatuurlijke selectie heb overgehouden gaan merendeels over vogels en paarden, en af en toe huilt een eenzame wolf of kraait een geile haan. Gaan over? Eigenlijk niet. De dieren worden gebruikt om bijvoorbeeld het verlangen naar vrijheid uit te drukken (Bird On The Wire van Leonard Cohen), seksualiteit en lust (Howlin’ Wolfs Little Red Rooster, How Come My Bulldog Don’t Bark van Howard Tate), levensvreugde (Rockin’ Robin van Bobby Day, een zanger die massa’s dierenliedjes heeft gezongen), verwondering (Sombre Reptiles van Brian Eno), angst en afschuw (Black Dog van Jesse Winchester, en meer nog Black Eyed Dog van Nick Drake). Rock & roll en rhythm & blues zijn nogal door mannen beheerste genres, vandaar wellicht vaak misogynie (wat niet zelden zelfs zonder metaforiek voorkomt in de songs van the Rolling Stones), zoals in Black Widow Spider van Dr. John alias Mac Rebennack. Dierenliederen klinken soms, zoals gezegd, als sprookjes of dromen (The Blind Men And The Elephant, Horses In My Dreams). Piggies van George Harrison is een sombere kijk op de vraatzuchtige mens. Charles Manson meende er de gruweldaden van zijn Family mee te kunnen rechtvaardigen. Soms gaat zo’n song ook echt over dieren zoals Happy van Victoria Williams, waarin ze over een hond zingt die gewoonweg Happy heet. Nightingale van Low lijkt me dan weer de uitdrukking van een verlangen naar het hogere. Maar gaat het niet net zo goed over verdriet en troost? Zoals geslaagde gedichten zijn goede songs altijd meerlagig en bijgevolg poly-interpretabel.

Een aantal voor de hand liggende en bijzonder mooie dierenliederen draai ik vanavond niet, omdat ze in mijn programma al vaak aan bod gekomen zijn. Ik denk aan het wonderlijke liefdeslied Buzzin’ Fly , een van de mooiste songs ooit gemaakt, van Tim Buckley en Dolphins van Fred Neil. Bob Dylan zijn All The Tired Horses had ook aan bod mogen komen, evenals Wild Horses van The Rolling Stones, hoewel dat helemaal niet over paarden gaat en zelfs niet over al die ‘afschuwelijke’ vrouwen, zoals in Yesterday’s Papers, Under My Thumb, Brown Sugar, Some Girls, en wat niet nog allemaal. Van The Beatles had ik zeker ook graag Blackbird en I Am The Walrus gedraaid. En The Wolves van Bon Iver. Waarom laat ik het majestueze Land van Patti Smith niet toe in mijn ark? Zit ik al met teveel paarden opgescheept, uit alle windrichtingen naar me toe gekomen? Nee. Maar de tijd is een oceaan die eindigt op het strand, zoals Dylan zingt.

Al deze ‘dierenliefde’ wil ik toch even relativeren. De eerste moderne toneelauteur, August Strindberg, hield niet van honden. Hij was van mening dat mensen die van honden houden een afkeer hebben van mensen. Maar Strindberg was zelf niet bepaald een mensenvriend, en hij had niet bepaald een verheven beeld van vrouwen, hoewel hij er gek op was. Al ben ik zelf uiteraard wel een vriend van de mensen, en zie ik ook heel graag honden en poezen, wil ik jullie dit stukje schitterend proza, uit zijn autobiografische novelle ‘Eenzaam’, niet onthouden:

“Lang geleden heb ik eens mijn beklag durven doen over het nachtelijke geblaf in een huis waar mensen wonen. De eigenaar pareerde door te wijzen op kindergehuil in mijn woning! – Hij vergeleek een onrein, schadelijk beest met een mensenkind dat lijdt. Sindsdien beklaag ik me nooit meer. Maar om met mezelf in het reine te komen en in vrede met mijn medemensen te leven, want ik ga eronder gebukt als ik haat, heb ik geprobeerd dit soort genegenheid voor dieren te begrijpen, dat een overeenkomstig gevoel voor mensen te boven gaat, maar ik heb er geen verklaring voor kunnen vinden. En alles wat onverklaarbaar is, geeft me een gevoel van onbehagen.” Dit schreef August Strindberg in 1903.

In zijn recentste boek, ‘De mobilisatie van Arcadia’, schrijft Stefan Hertmans:

“Gebrek aan empathie gekoppeld aan overdreven sentimentaliteit wordt schrijnend duidelijk in de opgeklopte dierenliefde van lui die in roze satijn gewikkelde dode schoothondjes zo ongeveer aan een staatsbegrafenis willen helpen, maar de zwerver die voor hun naar het hondenkerkhof rijdende limousine loopt het liefst van de sokken zouden rijden. Dergelijke hysterische dierenliefde gaat vaak samen met een opvallende mensenhaat, als ging het om een heftige, revanchistische rancune tegen mensen waarin men ‘ontgoocheld’ is.”

Gelukkig gaat deze aflevering niet over schoothondjes. Maar volgende keer zouden de zwervers wel eens aan bod kunnen komen. Nog veel luistergenot.

holymodalrounders.jpg

Man Gave Names To All The Animals – Slow Train Coming – Bob Dylan
At The Zoo – Bookends – Simon & Garfunkel
The Blind Men And The Elephant – Leave Your Sleep – Nathalie Merchant
Bugs – Chickasaw County Child: The Artistry Of Bobbie Gentry – Bobbie Gentry
Black Dog – Jesse Winchester – Jesse Winchester
Black Eyed Dog – Way To Blue – Nick Drake
Old Blue – Dr. Byrds & Mr. Hyde – The Byrds
Happy – Happy Come Home – Victoria Williams
Somebody Stole My Dog – The Platinum Collection – Rufus Thomas
How Come My Bulldog Don’t Bark – Get It While You Can – Howard Tate
The Red Rooster – The Genuine Article – Howlin’ Wolf
Black Widow Spider – Babylon – Dr John The Night Tripper
Crawfish – The King Of Rock ‘n’ Roll – Elvis Presley
Mockingbird – Soul Sue Records / New York City – Inez & Charlie Foxx
Rockin’ Robin – Rockin’ Robin – Bobby Day
The Cattle Call – Country Music Legends – Eddy Arnold
Horses In My Dreams – Stories From The City, Stories From The Sea – PJ Harvey
Pony – Mule Variations – Tom Waits
Wolves (Song Of The Shepherd’s Dog) – The Shepherd’s Dog – Iron & Wine
Will The Wolf Survive? – Will The Wolf Survive – Los Lobos
If You Want To Be A Bird – Easy Rider – The Holy Modal Rounders (Peter Stampfel & Steve Weber)
Bird On The Wire – Who Knows Where The Time Goes – Judy Collins
The Birds Will Sing For Us – From Every Sphere – Ed Harcourt
Little Bird – End Times – Eels
Hundreds Of Sparrows – Good Morning Spider – Sparklehorse (“You are worth hundreds of sparrows”)
Nightingale – C’mon – Low
Drover – Apocalypse – Bill Callahan (onze favoriete veedrijver)
Sombre Reptiles – Another Green World – Brian Eno
Phenomenal Cat – The Kinks Are The Village Green Preservation Society – The Kinks
Piggies – The Beatles (White Album) - The Beatles

judy collins2.jpg

Research, presentatie en techniek: Martin Pulaski