21-12-11

LAATSTE DAGEN

 

kiefer2.jpg

Het prozagedicht World’s End ontstond op 3 december 2011 tijdens een treinrit van Antwerpen naar Brussel. Ik had mijn radioprogramma Zéro de conduite aan dierenliederen gewijd en daarna vis gegeten in een Chinees restaurant. Als dessert had ik een Japanse saké gedronken. Ze hadden ook Chinese maar die was bijzonder sterk en werd mij afgeraden.  Waarom weet ik niet. Zag ik er dan werkelijk zo ziekelijk en zwak uit? Ik voelde me nochtans vrij fit. De saké was niet warm, niet lauw, eerder koud, en bevatte weinig alcohol. Toch heeft hij me aangevuurd. En die dierenliederen bleven in mijn hoofd spoken, vooral ‘Horses In My Dreams’ van PJ Harvey, uit haar elpee ‘Stories From The City, Stories From The Sea’. De zes witte hengsten komen uit een song van Gillian Welch, maar dat beeld is ouder dan de straat. Ik leen graag beelden, maar vind er even gaarne uit. Een vraag is of er nog onuitgevonden beelden kunnen ontstaan. Zoniet kun je alleen maar uit een voorraad putten. De oude Grieken hebben ons in dat opzicht wel verwend.

De trein reed zacht, niet zoals in mijn herinneringen, naar de hoofdstad.  Op dat zachte ritme schreef ik mijn woorden neer, in een klein Japans notitieboekje. Die boekjes schaf ik me aan bij Muji. Niet in Brussel: die winkel is al lang toe. Ik geloof dat de inwoners van deze stad niet erg geïnteresseerd zijn in mooie en nuttige dingen. Er ontstond een nogal moeilijk leesbaar gedicht. Nochtans had ik gedronken. Hoe kwam het dan dat mijn handen beefden?

De dagen die erop volgden heb ik het gedicht-in-wording (of niet), niet durven bekijken. Mijn stelregel is dat je niet moet schrijven als je gedronken hebt. Maar waar dienen stelregels voor? Op een avond ben ik er opnieuw aan begonnen. Wat er stond, stond me wel aan, maar niet in versregels. Versregels drongen er een vorm aan op, terwijl de paarden nog wild waren en droomachtig. Er ontbrak ook veel, over de wereld, over de mensen. Daar dacht ik over na, en zo kwam ik bij ‘ground zero’ terecht. Wat hebben wij als mensen aan de aarde gegeven? Verdienen wij het wel om hier te leven, om te genieten van deze grond? Ik dacht ook aan het ‘ademkristal’ van Paul Celan en aan zijn ‘Todesfuge’. Aan de verschrikkingen van de uitroeiingskampen en de zelfmoord van Paul Celan. Toen het gedicht voorlopig af was – in enigszins wilde prozavorm – vond ik de reproductie van Anselm Kiefer waarop hij naar Margarethe uit ‘Todesfuge’ verwijst. Dat werk is geen illustratie. Het moest erbij staan, het hoorde erbij, zoals de bomen van Gerhard Richter bij Cydia Pomonella ii.

Ik dacht ook aan gevallen engelen. Dat is meestal het geval als ik een werk van Anselm Kiefer zie. Elke mens is een gevallen engel, ook Margarethe. Een gevallen engel moet, net als een wild paard, zijn weg hier vinden. Een eigen haard. Goud waard, zeggen de mensen soms nog. Maar wie zal dat bevestigen? Voor de haard zag ik de smid staan, Hephaistos, man met sterke armen, dunne benen. Op het eiland Lemnos vond hij zijn smidse, deze uit de hemel verbannen man, vanwege een liefdesgeschiedenis van de goden, die hem niet liefhadden. Maar wel de mensen die zich verwarmden aan zijn vuur en zijn kunsten.

Wat een sombere, negatieve tekst was het geworden! Alle wegen leidden naar nergens, naar het eindpunt, naar daar waar niets meer te zien valt. World’s End bestaat echt, maar is toch vooral een imaginaire plek. Een vriendin van me had me al verteld dat in 2012 de wereld zou vergaan: wij zouden de Apocalyps nog meemaken, zo bevoorrecht zijn we. Overigens is ‘Apocalypse!’ de titel van Bill Callahans laatste plaat, waaruit ik het nummer ‘Drover’ (veehoeder) die avond had geselecteerd. In die ondergang sleepte ik heel Europa mee, een Europa dat uitgeput is en nergens meer naar verlangt, tenzij naar zijn algehele vernietiging.

Het schrijven zelf echter riep toekomst op, idyllisch bijna, en antiek. Een sprankel hoop weerklonk in de woorden, als ik ze luidop las. Opeens zag ik het spel, niet alleen het taalspel, maar het oude spel van de Homo Ludens, het ganzenbord, de holle wegen, het dwalen en dolen, het vinden zonder op zoek te gaan.  Ik zag het hoeden van de kudden. De zorg van mensen voor dieren. Het mededogen in ziekenhuizen en tijdens rampen. Het elkaar in bescherming nemen, zoals vader en zoon in ‘The Road’ van Cormac McCarthy. Het zingen voor elkaar, zoals in ‘The Time Of Our Singing’ van Richard Powers, om elkaar te troosten, om een zindering bij de andere teweeg te brengen. Het opstaan uit lethargie en onvermogen. Het verwerpen van de ondergangsstemming. Waren dit de laatste dagen? Opeens zag ik een opening in het bos. In mijn idyllische jeugd; maar ik zag ze ook in de toekomst, vol licht en beloftes. Ik zag de paarden draven in de richting van een open veld, een vruchtbare steppe. En om ons heen stonden de bomen niet langer als vijanden, als onverschilligen. Ik geloof niet langer dat het te laat is. Vandaag niet. Maar op 3 december had ik over al deze dingen nog niet nagedacht en verwachtte het ergste: World’s End.

world's end, apocalyps, dierenliederen, paarden, wilde paarden, radio, trein, antwerpen, brussel, muji, saké, schrijven, gedicht, proza, mythe, mythes, hephaistos, paul celan, pj harvey, bill callahan, gillian welch, beelden, verbeelding, anselm kiefer, ground zero, todesfuge, shulamith, margarethe, bomen, gerhard richter, engel,  hoop, homo ludens, zorg, mededogen, liefde, richard powers, cormac mccarthy, troost, zingen

Commentaren

Mooi. Er is altijd licht aan het einde van de tunnel, we vinden het als we er naar uitkijken.
Zelfs wanneer de aarde vergaan is en je lijf dood: zoek naar het licht, het doemt ergens op in het donker, blijf kijken en het wordt sterker .
Het kan best zijn dat de aarde vergaat maar zo'n gedachte koesteren, daar houdt ons geconditioneerd denken van: angstige gedachten daar houdt ons denken van want daardoor behoudt het macht over ons.
De gedachte aan het vergaan van de aarde in de toekomst... die veranderd niks aan dit eigenste moment, en brengt enkel andere negatieve gedachten op gang, en neemt ons denken weer een loopje met ons, slaafjes van ons denkend ik.

Gepost door: Pan | 22-12-11

Reageren op dit commentaar

"Er is altijd licht aan het einde van de tunnel, "

Neurologen verklaren 'het' als een puur chemische reactie.

Maar vanuit ons paardje 'hypothalamus'
krijgen wij hoop toegestuurd ... laat ons een 'glimwormpje' wezen.
Een glimp in de eeuwigheid.

En laten we daarom schrijven. Naar elkaar.
Laat het bladwit oplichten als een straatlantaarn in de nacht ...


mvg

Gepost door: Uvi | 22-12-11

Reageren op dit commentaar

Martin,
Martin,
Ik heb dit schilderij nog maar één maal in mijn leven van dichtbij bekeken en aan de drang weerstaan om het te betasten en besnuffelen. Bijna alle werken van Kiefer roepen archaïsche en mythische gevoelens op, toch is het werk veel dieper en voller van betekenis dan dat we eerst ervaren. Als de aarde kon schilderen zou ze dit schilderij maken, zeker weten. Alles wat we op deze dunne aardkorst uitvreten laat sporen na, diepe sporen…
Bij dit soort werk is de mens reeds weg, voor even of voor altijd? Het zijn de laatste beelden, de laatste herinneringen van onze voorbije Europese beschavingen. Een eindpunt of zoals jij het zo mooi stelt ; “ World’s End “. Na de vierde industriële revolutie, na de bankencrisissen, na de economische oorlogen, na het inklappen van de Europese instellingen, na het failliet van de landbouw, na de laatste aardolie, na de laatste dictaturen, na de welvaartstaat, na de waternood, na de volksverhuizingen. De leegte en de stilte, alleen het geluid van de wind in het dode gras…
De aarde leeft verder, het is geen Apocalyps, geen doemscenario, het is alsof het zo moest zijn, zonder heftige emoties…
Bedankt voor je woorden Martin, het is zo ; het schrijven of schilderen roept een toekomst op! We weten wel nog niet helemaal of we moeten spreken van een einde of een nieuw begin...

Gepost door: Dominique Claerbout | 22-12-11

Reageren op dit commentaar

"Als de aarde kon schilderen zou ze dit schilderij maken, zeker weten. "

Mooi.

Gepost door: Uvi | 22-12-11

Buitengewone tekst!

Gepost door: agnes anquinet | 23-12-11

Reageren op dit commentaar

Pan, ik ben het met je eens. Ik geloof niet in een snel vergaan van deze aarde. Hoewel aan alles een einde komt. En als de aarde vergaat en de andere planeten, ontstaat er ongetwijfeld iets nieuws, nieuwe combinaties van onzichtbaarheden. Wellicht zullen het zelfs nog ontzaglijker werelden zijn dan die van Max Ernst.
Omdat mijn tekst 'World's End' de indruk gaf dat ik aan het einde van de wereld, het uitsterven van de mens, en - minder dramatisch - de ondergang van Europa zat te denken, heb ik er wat uitleg bij geschreven. En ik heb er dit aan toegevoegd: "Opeens zag ik een opening in het bos. In mijn idyllische jeugd; maar ik zag ze ook in de toekomst, vol licht en beloftes. Ik zag de paarden draven in de richting van een open veld, een vruchtbare steppe. En om ons heen stonden de bomen niet langer als vijanden, als onverschilligen. Ik geloof niet langer dat het te laat is." Ik hoop dat het geen vals optimisme is. Het is alleszins een uitdaging.

Bedankt voor je commentaar.

Gepost door: martin pulaski | 23-12-11

Reageren op dit commentaar

Uvi, men zou zich kunnen afvragen of er wel een tunnel is. Maar je kunt de tekst inderdaad zien als een lange tunnel. Je tast in het donker, krijgt natte voeten - maar uiteindelijk straalt daar de zon. Zinnelijker dan ooit. En je zoekt al gauw koelte onder een boom, neemt je notitieboekje en schrijft neer wat je niet hebt gezien.

Gepost door: martin pulaski | 23-12-11

Reageren op dit commentaar

David: "Als de aarde kon schilderen zou ze dit schilderij maken." Dat is inderdaad sterk uitgedrukt. De aarde als een van de grootste kunstenaars van deze tijd.

Ik weet niet of de mens al weg is bij Anselm Kiefer. Alleszins is hij niet trots op wat hij met al zijn filosofie, geschiedenis, landbouw en krijgskunde heeft uitgerucht. Hij gaat onder schaamte en schuldgevoelens gebukt. De laatste mens.

Maar ik zie in dat werk van Kiefer ook altijd een spoor. Iets dat op het nieuwe wijst. Zijn werk getuigt niet van een absolute ondergangsstemming. Integendeel. Zijn werk legt geuigenis af van wonden die wij hebben aangebracht in de aarde en in elkaar. Zegt hij hoe wij het anders moeten aanpakken? Dat geloof ik niet. Maar hijzelf pakt het anders aan. Zoals sommige dichters, onder wie vooral Hölderlin en Celan.

Nee, we weten het niet, of we moeten spreken van een einde of een nieuw begin. Is het geen keuze die we moeten maken. Een onmogelijke keuze, misschien?

Gepost door: martin pulaski | 23-12-11

Reageren op dit commentaar

Dank je, Agnes. Kleine woorden, die veel betekenen.

Gepost door: martin pulaski | 23-12-11

Reageren op dit commentaar

De commentaren zijn gesloten.