28-10-11

VETTE VIS, MAGERE VIS


The-Idiot-22.jpg

De idioot, Akira Kurosawa.

Noem mij Martin Pulaski. Ik lig uitgeteld op een allesbehalve grasmatachtige vloer te wachten op een vette vis. Iedereen heeft het altijd maar over vette vissen, doch die van mij zijn zo mager als suikerriet. Vel over graat. Dokter, kun jij hier iets aan doen, nu het nog kan? In mijn buik is nog plaats voor zeker twee vette vissen. Maar dan moet je me wel een pilletje geven om dit gehoest te doen ophouden. Tegelijk hoesten en slikken, dat gaat niet. Cortisone, morfine, het maakt niet uit. Als dit gerochel maar ophoudt. Gelukkig hoor je mij niet praten. Ach, ik zeg natuurlijk ook niets. Zo ver is het met me nog niet gekomen. 

De voorbije nacht was ik een boze wolf zonder roodkapje. Ik had nochtans veel trek in zo'n 'kapje. In het diepst van mijn gedachten ben ik geen god maar een lekkerbek. Een weerwolf, een echte gek. In diepst van mijn gedachten ben ik eveneens een magere heilige, zoals die van Rudolf Geel (vergeten schrijver). De voorbije nacht lag ik te hoesten en te ijlen. Waar was je toch, ik had zo'n zin om je op te eten? Vind je het dan zo erg om door een heilige wolf verorberd te worden? Of schaam je je voor zulke verlangens? Het verlangen om verslonden te worden. De begeerte naar een wild beest. Alsof de dagen je nog niet hebben ontrukt aan de natuur. Aan de natura naturata en de natura naturans. (Waarom maakt Spinoza dit onderscheid, als de twee hoedanigheden toch een en hetzelfde zijn?) De dagen van oktober, als de zon je het mooist maakt, je haren oranje, je huid bleekblauw en rose, je jurk die een voor een zijn rode bladeren verliest.

Wakker werd ik als een raaskallende idioot, niet die van Dostojewski, noch die van Kurosawa: ik was King Lear, maar dan zonder kroon, zonder Cordelia, zonder iets. Ik bakte een ei, dronk zwarte koffie, zong de Blanket Roll Blues en wachtte op de arts. Wel een arts, maar geen verlossing in het verschiet. Ja, benedictie misschien, dat wel, zoals in het lied van Thurston Moore. Voor de rest geen gebenedijd woord meer. Maar geloof je me?

Commentaren

De dagen van oktober, als de zon je het mooist maakt, je haren oranje, je huid bleekblauw en rose, je jurk die een voor een zijn rode bladeren verliest.
...

Dag Martin,

je spit je zwarte eenzaamheid om
zoals Billie haar langoureus verdriet.
En is er n-iemand die het ziet?

Je bent geen 'jonge sla meer in september',
ach, misschien ben je nog wel 'een lege plek
voor iemand om van te houden' ...

Martin, dag visserke vis,

vanavond schuift je kano weer naar zee
en in het zog volgen jouw rimpelingen ...

Hou je boven water, man.

Gepost door: Uvi | 28-10-11

Reageren op dit commentaar

Ja, bittere eenzaamheid, Uvi. Maar ik wilde me er met wat grapjes van afmaken. Is me dat dan niet gelukt? Heb je niet kunnen lachen? Toch beter een King Lear zonder kroon dan met?
En ik ben zo jong als ik denk dat ik ben. Dat verschilt van dag tot dag.

Bedankt, Uvi!

Gepost door: martin pulaski | 28-10-11

Reageren op dit commentaar

Maar ik refereerde, Martin,
aan Kopland en Van Ostaeijen ...

en zwarte humor is ok wanneer je ze op jezelf richt
zonder dat ze bitter wordt of wrang ...

Maar, jawel, mijn keizer zonder
kleren, wat sneed je dat weer mooi in haute couture ...
uit je ziel.

Volhouden!

Gepost door: Uvi | 28-10-11

Volhouden, dat moet. Ik zal het doen. Maar vraag me niet om zoals onze heilige Paul 's morgens de dingen te groeten voor ik koffie drink, zij het met magere melk. Rutger Kopland ken ik niet goed, misschien moet ik hem toch eens wat gaan lezen, hij is tenslotte ook psychiater. Ontdek ik dan mijn wrange ziel bij hem.

Kleren draag ik nog hoor, anders zou ik me nog meer schamen. Ik ben een klein kind, het zijn de anderen die zich ontbloten. Of is een kroon een kledingstuk?

Gepost door: martin pulaski | 28-10-11

Reageren op dit commentaar

De commentaren zijn gesloten.