04-10-11

RENAISSANCE (EEN SPROOKJE)

Je schreef je naam neer, vergat hem meteen,

in een donker boek in het donkerste zwart -

je enige, onverbloemde, onbezonnen naam. 

 

Niemand had je ontdekt, een roos naar je genoemd.

In geen categorie, geen verzameling, geen naam-

woordenboek vond je onderdak.

 

Geboren? Niet in deze streken. Geen mens

bezat ogen om je onbegonnen letters te zien,

geen oren op hun frequentie afgestemd.

 

Alsof je anders aan de schandpaal zou staan,

zo stil zweeg je over je naam. Klinkers

noch medeklinkers verlieten je keel.

 

Niemand hoorde zijn klank, niet in de woestijn,

niet als echo in een vallei, niet boven de vijvers

van het verdrinken, niet in de kamers in de stad.

 

In het water waarin het roestige staal zingt

voor de snoek en karper en het riet, het

water waarboven een zwaluw de lente maakt.

 

Daar kwam ik roeien tussen de lelies

van mijn verdriet. Mijn roeispaan peilde diep,

mijn arm in het blauw haalde je boven.

 

Hoor, een alledaags wonder, herboren.

je naam die nog moet wennen aan de wind

en de zon en de vreemde seizoenen.

Commentaren

Niemand had je ontdekt,

Daar kwam ik roeien tussen de lelies

van mijn verdriet.

...

En dan lees ik, onbehoedzaam:
'tussen de lelies van jouw verdriet'.

Want hoe zit het
met de lelies van die andere afwezige?

Erg teder vers, Martin.
Als abonnee van de Poëziekrant, mis ik dit
tussen het banale parlando.

De huis- en keukentafel'poëzie van vandaag.

Gepost door: Uvi | 05-10-11

Reageren op dit commentaar

Dag Uvi,

De waterlelies treuren om de afwezige, de verdronkene (zullen we maar zeggen), en de aanwezige, die zelf ook treurt, maar niet lang. Het zijn de bloemen van mijn en jouw verdriet, dat een en hetzelfde is.

Mijn abonnement op de poëziekrant heb ik al lang geleden opgezegd.

Zo vriendelijk dat je mij gedicht een teder vers noemt. Dat is een teder compliment.

Gepost door: martin pulaski | 05-10-11

Reageren op dit commentaar

Uvi, ik vergat je nog te bedanken voor de woorden die je me schreef, een citaat van Leonard Nolens: "Men schrijft altijd voor een afwezige. Men schrijft afwezigheid. Men schrijft de afwezige die men gaandeweg wordt...."
Uit 'Dagboek van een dichter' - pag. 1053 - Leonard Nolens

"http://uvi.skynetblogs.be/"

Die woorden stelden me in staat om er het volgende aan toe te voegen: men schrijft het ongehoorde, de ongehoorde die men gaandeweg wordt. En: men schrijft de vergeten naam, die men zich gaandeweg herinnert, om hem al gauw weer te vergeten. Of in het bovenstaande geval, zich te herinneren tot het einde van de wereld. Ars longa, vita brevis.

Gepost door: martin pulaski | 05-10-11

Reageren op dit commentaar

Inderdaad klinkkras ik instemmend.
Een tederende sprook.
Een vers, een schildering
van, o, wee, de moet.

In beiden struikel ik echter over één zin.
Het is iets ritmisch.

ik las liever (en doe dat ook)

"Daar kwam ik roeien tussen de lelies
van mijn verdriet. Mijn spaan peilde diep,
mijn arm in het blauw haalde je boven."

Maar,
Martin
penselend
Pulaski

Gepost door: Cor Beau | 06-10-11

Reageren op dit commentaar

De commentaren zijn gesloten.