30-09-11

ARCHAISCH GEVLOERD

Voor Lucebert.


Als van de luchtmens de adem gesnoerd

kent de engel alleen zijn adres

want weet hij niet af van de aanvang:

hoe zijn armen gestrekt, zijn handen gevouwen

in wat leek op een macaber gebed,

zijn alfa en omega belegen op de vloer?

De engel beheerst dezelfde woorden 

die hij beheerste, nadat hij ze bijviel -

tot barse stemmen ze kamen verwensen.

Zelfs 'genade' viel in slechte aarde,

alles archaïsch van generlei waarde.

...

Hoe heet je, vroeg hij, voor wie ik dit schrijf?

Deze parabel van bloed en tranen

waaruit purperen gif komt gevloeid

en de ziel voor altijd verbannen

naar een strafkolonie van dwazen.

Hoe heet je dan, duivel en engel?

Duizend namen genoemd, een blijft

in de kou liggen tussen de resten

van wat werd gekoesterd en nodig gehad.

Tussen wat niet langer gemist.

Smeulende asse in modder, in vuil.

 

(Al wat van goud is wordt verkwist.

Met parels tooien zich pooiers en dieven.)

26-09-11

OUDE MAN IN TAZACORTE

tazacorte.jpg

Voor Uvi en Tazacorte Wim.

VERZONKEN SCHAT

Een verzonken schat in je garage schittert

als de nacht uit de sterren komt vallen

zwaar en dan weer licht op ons vel -

wij onvolkomen terecht in het donker.

 

Ze lonkt in een woord, wenkt in een droom

die van mijn boomstam de gouden takken

bezingt terwijl ik bejubel je torenhoge slaap

en de treden die je betreedt, hoger dan ooit.

 

Daar in je landschap zo vlak als het Westen

van deze vijandige streken, zo vol heuvels

van zinnen die mijn spreken begeren - de taal

die diep in je oren is binnengedrongen

 

Op die avond van gloed, gloednieuwe maan.

21-09-11

MIJN CONJUNCTIES

hölderlin.jpg

De jonge Hölderlin.


Principieel voor mijn teksten is de afwezigheid van een vooropgezet plan, wat ik graag tegenover een beredeneerde, stelselmatige opbouw plaats. Toch laat ik nauwelijks ruimte voor stellingen uit het ongerijmde. Als dat toch eens gebeurde had ik waarschijnlijk net buikpijn of een andere kwaal. En als ik dan toch stellingen moet hanteren, berijm ik ze liever. Soms verwijs ik wel eens naar iets als de analytische meetkunde; zoiets is er dan met de haren bijgesleurd; of nee, toch niet, ik doe het om er iets autobiografisch aan te geven. Zoniet zou je je kunnen gaan afvragen, waar gaat dit eigenlijk over?

Ik zie heel goed in dat ik een man van het 'maar' ben. Miljoenen keren heb ik dat woord al gebruikt: het is een miserabel mirakel, om even Henri Michaux zijn omschrijving van mescaline te hanteren. Een ellendig woord dat ik zo nodig heb. Waarom ben ik er zo van in de ban? In de vorige eeuw heb ik me gedurende jaren in het werk van Hölderlin verdiept, een meester van het 'aber'. "Aber Freund! wir kommen zu spät. Zwar leben die Götter, / Aber über dem Haupt droben in anderer Welt." Dat veelzeggend voegwoord heeft zich toen in mijn vocabulaire vastgehaakt en het is gebleven en ik wil dat het blijft. Zeer waarschijnlijk omdat de conjunctie in mijn dagelijks leven een belangrijke rol speelt, ook op filosofisch niveau

15-09-11

JE MOET JE LEVEN VERANDEREN

brief_encounter.jpg

Brief Encounter - David Lean: verboden liefde in 1945.

Notities september 2011

Waarom schrijf ik niet meer? Heb ik na die bijna vier maanden nog altijd geen energie? Misschien is het alleen maar het opnieuw beginnen wat me dwars zit. Ik heb het altijd  moeilijk om op gang te komen, dat had ik ook al als leerling en student, bijvoorbeeld na een zomervakantie. En ik heb nooit graag voor iemand anders gewerkt. Niet dat ik lui ben: hier liggen duizenden pagina's tekst van me stof te vergaren. En ik heb er geen idee van hoeveel er op harde schijven, intern en extern, dvd's, cd's, floppy's en weet ik veel wat nog meer staat. Maar nu wil het maar niet gebeuren. De woorden houden zich stil, verschuilen zich in het struikgewas van mijn dromen en nachtmerries.

Soms vind ik het jammer dat ik auto noch huis heb. Niet voor het bezit, maar voor het comfort. Als ik vandaag een auto had gehad was ik zeker ergens naartoe gereden, naar  Limburg, naar de Maas, waar ik zoveel van houd, of naar Luik, ook al aan de Maas.Heel graag zou ik nog een keer naar Amsterdam gaan, langs de grachten flaneren, en in boekwinkels rondhangen.

Maar nu ben ik binnen gebleven en heb ik gelezen en wat muziek beluisterd en geslapen. Ik voelde me niet slecht maar een beetje verveeld. Nog altijd dat binnenzitten, zo eentonig.

Gisteren heb ik 'Brief Encounter' opnieuw bekeken, die klassieker van David Lean. Een wat verouderde, maar mooie, melancholische film over 'verboden' liefde. Schuldgevoelens maken een dagelijkse sleur doorbrekende romance kapot. Schuldgevoelens zijn nergens goed voor. Het zijn zelfs geen echte schuldgevoelens in Brief Encounter. Britten tonen geen gevoelens. Het gaat meer om een bijna objectieve schuld, en om schaamte over de transgressie, het (bijna) breken met de burgerlijke normen en waarden van die na-oorlogse, door angst gedisciplineerde maatschappij. 

Overal waar ik kom bezoek ik kruidtuinen. Ik ben er gek op. Het zijn altijd andere, kleinere werelden, weg van de steden. Alles is er helder en ordelijk. Ik heb er veel mooie herinneringen aan, even helder als de kruidtuinen zelf. Maar zal het nog lang zo helder blijven? Soms ben ik bang voor geheugenverlies, Alzheimer en ander onheil. Stel je voor dat ik niemand meer zou herkennen. 

Ik wil tevreden zijn, ik wil dat die droefheid van me af valt. Als je leven je niet bevalt kun je het veranderen. Dat ben ik nu aan het lezen in een boek Peter Sloterdijk, 'Je moet je leven veranderen'. De titel verwijst naar een regel van Rainer Maria Rilke. Opgelet: het is niet de bedoeling dat je 'het' leven verandert. Ik zit nog niet in de helft van het lijvige boek maar heb er toch al heel wat uit geleerd. Zo besef ik nu veel beter dat oefeningen (elke dag kinésitherapie, na de middag lezen) mij goed doen. En dat er niets mis is met de liefde. Maar dat wist ik al langer (en Arthur Japin heeft het daar voortdurend over. Als het donker is lees ik nu in zijn Vaslav - over Nijinski.)

Ja, ik schreef het hier boven al: Ik beluister weer meer muziek. Ik heb de jongste cd's van Ry Cooder, Beirut, My Morning Jacket en the Jayhawks. Aan Ry Cooder beleef ik het meeste plezier, vooral omdat hij zich zo boos maakt, op bankiers en andere parasieten van de 'gewone' mens. Ry Cooders woede biedt veel troost aan deze boze man. 

"Identiteit levert (...) de superhabitus voor allen die willen zijn zoals ze op grond van hun lokale invloeden zijn geworden, en die denken dat dat ook goed is. Op deze manier verzekeren de identieken zich ervan dat ze buiten gehoorsafstand zijn als er onverhoopt weer ergens de imperatief 'Je moet je leven veranderen' te beluisteren valt."
Peter Sloterdijk, Je moet je leven veranden, 200.

briefencounter2.jpg

 Brief Encounter, David Lean: twee vrouwen in één.

12-09-11

TRANSFORMATIES UIT DE ONDERGROND

 proposition.jpg

Notities augustus-september 2011.
 

Wat ben ik soms toch een idioot. Ik heb de hele voormiddag tijd zitten verspillen met kijken en luisteren naar clips op youtube. Niets gelezen, niets geschreven. Ik voelde me leeg (hoewel fysiek beter dan ooit, nee beter dan de voorbije weken en maanden). Hoe komt dat? Die leegte? Waarschijnlijk van hier altijd maar binnen te zitten en, vicieuze cirkel, niets te doen.

Gisteravond heb ik naar enkele soulplaten geluisterd, maar ze deden me weinig, waarschijnlijk omdat ik niet in die groove kan komen: ik kan er niet op dansen. Westerns waar de protagonisten elkaar de kop afschieten vind ik wel leuk, zoals The Proposition. Scenario en muziek van Nick Cave. Een Australische western, met aboriginals in plaats van Indianen.

Straks laat ik mij een half uurtje radbraken door de kinesist, dan voel ik me pas echt goed.

Op 8 november ga ik naar Gillian Welch en Dave Rawlings, als ik aan kaartjes geraak (en voldoende hersteld zal zijn).

Nu en dan ben ik radeloos, weet niets meer, kan niet spreken, niet handelen, niet bewegen.Maar ik heb me voorgenomen om nog weinig rekening te houden met alles wat vijandig is aan het leven. Ik moet mezelf beschermen, mijn vrijheid, mijn openheid, mijn vermogen tot liefde. 

Nog een maand misschien eer ik weer werkelijk buiten kan, niet alleen die tien minuten tot bij de kinesitherapeut en terug.

Ik denk dat ik nogal wat negatieve gevoelens en gedachten krijg door altijd maar alleen te zijn. Ik mis de aanwezigheid van geliefde vrienden. Ik vind het erg dat ik niet in de stad kan flaneren, naar de boeken en platen kan kijken, in de Pêle-Mêle binnenspringen, enzovoorts. Soms mis ik zelfs kamer 428, daar waren ten minste nog verpleegsters, sommigen van hen zelfs heel menselijk en vriendelijk.

Nu op een terras zitten, met een koffie. En nog een koffie. Is dat niet iets om naar te verlangen?

Achterdocht, paranoia, afgunst. Wat een lelijke karaktertrekken.

Voor de machine van de Grote Vader ben ik bang. Wat zou hij bij mij niet allemaal detecteren! Ik geloof dat er in mijn hele lichaam niets meer behoorlijk werkt, zeker niet sinds 24 mei (al zo lang geleden). Zelfs mijn penis weigert dienst, al begint hij toch weer wat van zich te laten horen. Of misschien beeld ik me dat maar in? Hij zou wel wat meer groeikansen moeten krijgen. Nu doet hij me aan de kleine Oskar denken, het kind dat weigert te groeien. Je weet wel, het jongetje met de blikken trommel. Wat een voorbeeld van een weigeraar. Ik denk nog vaak aan Charles Aznavour in de filmversie van dat boek. En hoe zou het met Volker Schlöndorff gaan?