16-08-11

FINIS GLORIAE MUNDI

 Andy-s-Chest-andy-warhol.jpg

Andy's Chest.


Het voordeel van bijna dood te zijn en vooral van in coma te liggen is dat de tijd stil blijft staan. Zo komt het dat ik niet verjaard ben op mijn verjaardag, 2 juni, ondanks de honderden gelukwensen op facebook. Niet dat het de wereld of mijn eigen kleine leven verandert. Maar ik ben er toch tevreden mee: een jaar langer om te leven. Andy Warhol, waar ik vaak aan denk, heeft dat geluk niet gehad. Hij is voor een routineoperatie naar het ziekenhuis gegaan en is er wegens allerlei verwikkelingen niet meer levend uitgekomen. Hij was nochtans sterk. In juni 1968 overleefde hij een drietal kogels in de borst, afgevuurd door de gefrusteerde feministe Valerie Solanas. Warhol leek wel trots op die immense littekens op zijn borst, littekens van de incisies langs waar ze de kogels hadden verwijderd. Ondanks de lange en zware strijd die ik heb geleverd - je bent twee keer door het oog van een naald gegaan, zeggen mijn vrienden - heb ik maar een klein litteken, waar ik niet trots op ben.

Ik zit hier nu te herstellen en te hopen dat ik herstel, hoewel ik geen Volvo ben noch een BMW; ik ben een simpele mens, die er geen idee van heeft wat hem nog allemaal te wachten staat. Zal ik ooit nog bergwandelingen kunnen maken, zal ik nog kunnen dansen, zal ik feest kunnen vieren met mijn vrienden, 's nachts in de straten van Brussel, Antwerpen, Cadiz, Porto, Barcelona, Berlijn verdwalen? Zal ik nog zonder angst voor de dood kunnen leven? Het leven is kort. Ik mag niet alleen aan feest denken, maar ook aan ernst, aan werk. Zal ik nog iets van al mijn onafgewerkte werk kunnen voltooien?

 

Groeten uit kamer 428

08-08-11

DENKEND AAN BOB DYLAN IN KAMER 428

 timeout.jpg

Op de zeventigste verjaardag van Bob Dylan voerde een taxi me naar het Universitair Ziekenhuis Brussel. Het had mijn laatste rit kunnen zijn, maar ik heb geluk gehad. Misschien zat er wel een goede bewaarengel achter het stuur. Ik lag bloed en andere smurrie uit te braken. Ik wilde overleven. En dat heb ik gedaan. Niet alleen, op eigen kracht, maar toch. Ik voel me nog zwak, ik ben nog zwak, maar ik voel me tegelijk sterk. Ik word elke dag wat sterker. Lang geleden dat ik de dialectiek nog zo aan den lijve heb ondervonden.

Ik denk vaak aan Bob Dylan. Aan hele gewone dingen. Bijvoorbeeld: wat zou hij nu doen? Een ei koken? De kippen voeren. Ik denk dan aan die foto op de binnenkant van de hoes van Self-Portrait, een elpee waar ik altijd een zwak voor heb gehad. 

Ik ga niet naar zijn concert in het Sportpaleis. Ik heb de illusie opgegeven dat Bob Dylan nog kan zingen. Bob Dylan kan al enkele jaren niet meer zingen. Ik vind het erg om dit hier zo te schrijven. Maar het is de waarheid. Dat neemt niet weg dat ik hem mateloos bewonder, sinds 1965, net voor mijn vijftiende verjaardag. Op school werd ik uitgelachen vanwege deze folie. Voor mijn medeleerlingen in het Koninklijk Atheneum in Tongeren kon Dylan toen al niet zingen. Hij had echter de meest expressieve en merkwaardige stem die ik ooit had gehoord, en een uitstekende dictie. Ik kocht zijn singles en elpees met geld dat ik kreeg om zaterdags de bus huiswaarts te betalen. Ik nam geen bus, maar liftte. Een heel prettig en vooral gratis tijdverdrijf. De eerste single van Dylan die ik me aanschafte was ‘Like A Rolling Stone’ (1) / ‘Gates Of Eden. Bezeten magie. Verbijsterend, hartveroverend. En sterker nog vond ik zijn bijtende 'Positively 4th Street'. Als opstandige tiener kon ik me in die tekst goed herkennen. “I wish that for just one time you could stand inside my Shoes“. Mijn eerste Dylan-elpee die ik vond en kocht was ‘The Freewheelin’ Bob Dylan‘, aangeschaft in de V&D in Maastricht. Wekenlang zat ik er sprakeloos naar te luisteren. Het was een ander geluid dan dat van ‘Like A Rolling Stone‘, maar net zo betoverend en rijk. Hier moest de stem en de tekst al het werk doen. En een beetje niet al te virtuoze gitaar en mondharmonica. Ik was en ben gek op de cover van Corrina, Corrina. En al de rest, behalve Blowin’ In The Wind. Ik heb altijd gevonden dat dat lied niet veel voorstelt.

Waarom vertel ik dit eigenlijk?  Omdat ik blij ben dat ik nog leef. Omdat ik me vandaag nogal goed voel en iets wilde schrijven, om het even wat. En omdat sinds 24 mei 2011 mijn leven op een bepaalde wijze heel nauw verbonden is met dat van mijn grootste held. Voor wie ik niet meer buitenkom. Denk ik nu.

 

Groeten uit kamer 428.

 

 

Met dank aan Wim Blanquaert voor de dubbele T. 

(1) Long piece of vomit, zoals Bob Dylan de tekst van Like A Rolling Stone beschreef, is zeer toepasselijk in deze context. Overigens bestaat er ook een prettig gestoord nummer van Allen Ginsberg met Bob Dylan getiteld ‘The Vomit Express’.

05-08-11

TIJDING UIT HET ZIEKENHUIS

Bedankt, lieve vrienden voor de vele compassionele reacties. Inmiddels gaat het alweer wat beter met me. Ik heb nog altijd koorts maar dat schijnt normaal te zijn. Wat zou ik graag eens een wandeling maken onder zonovergoten platanen, of over een Cypress Avenue in het voetspoor van Van Morrison. Geduld, Martin!

Met mijn linkerhand kan ik niet typen. Ik houd het kort; ook al omdat mijn cognitieve functies nog lang niet hersteld zijn.

Uvi, in een ziekenhuis voel je de afwezigheid van je geliefde veel sterker aan. Je mag mij overigens alles vertellen wat je maar wilt. Ik blijf nieuwsgierig. Dat van een bezoek aan mijn kamer blijft ook geldig. Tijdens het weekend zijn hier geen therapieën.

Wie op reis gaat wens ik een mooie reis en onvergetelijke ervaringen.

Tot gauw.

01-08-11

IK KEER DE DOOD DE RUG TOE

dood,ziekte,uz jette,shock,critical illness syndrome

Sinds 24 mei verblijf ik in het UZ Brussel. Mijn leven stond op het spel. Hevige darmkrampen, perforatie van maag en dunne darm, veel bloedverlies, moeilijke chirurgische ingreep met veel complicaties, ingewanden die tilt slaan, algemene bloedvergiftiging en shock, nierdialyse, kunstmatige ademhaling, anderhalve maand zonder eten,  veertien dagen in coma, wekenlang hallucinaties, critical illness syndrome... Ik vergeet wellicht nog een aantal aandoeningen.

Nu gaat het eindelijk wat beter. Ik heb sterk het gevoel dat ik herstel. Sinds zaterdag bevind ik mij in de afdeling revalidatie, zeker nog tot eind augustus.

Bezoek kan van half twee tot half acht. Kamer 428. Wel eerst een seintje vooraf. Ik mis mijn leven, de vriendschap, het schrijven, lezen, flaneren, facebook, mijn weblog, en meest van al mis ik mijn geliefde. Vanaf september zal ik veel moeten inhalen. Een nieuw leven opbouwen. De woorden terugvinden (ik ben er nu veel kwijt, achtergelaten in de donkere, koude coma).

Veel schrijven is voorlopig niet mogelijk. Dank aan mijn trouwe vrienden en lezers. Nu tijd voor het genezingsproces.