18-04-11

PISS CHRIST

 

Piss_Christ_by_Serrano_Andres_(1987).jpg

Andres Serrano, Piss Christ, 1987.

 

Wat hieronder staat is een combinatie van poëzie en manifest. Ik heb het in een ruk in het Engels geschreven. In het Engels omdat het niet alleen van belang is voor het Nederlands taalgebied, maar voor alle taalgebieden. Als kunst wordt verboden of vernietigd word ik boos, zelfs als het om kunst gaat waar ik niet van houd. De misdadiger Vangheluwe is welkom in gastvrij Frankrijk, maar de Piss Christ van Andres Serrano wordt er door fanatieke vandalen beschadigd. Terwijl het werk net een sterk religieuze inslag heeft.

What follows is a mix of poetry and manifesto. I wrote it in breathless anger, immediately in English. In English and not in Dutch because it concerns every one of us. I think religion and fanaticism are opposites. (I'm not a religious person, though.) When fanatics destroy art, even if it's art that I don't like much, I get angry and sad. The criminal Belgian bishop Vangheluwe is welcome in France, but Andres Serrano's Piss Christ is not. Vandals tried to destroy an important work of art, a work which is truly religious and human. Maybe all too human.

PISS CHRIST

I open the book:
page five of The History Of Sex, Immersions,
Piss Christ - heavenly gold
and fiery red.

Oh you devil, Andres Serrano
what have you done.
Isn't it a sin against every law,
written and unwritten?

You made Jesus Christ glow,
filled him with human need
and passion and desire.
You baptized him in the warmth
of your bodily fluids.

Did you crucify Jesus?
No way did you crucify the Nazarene.
So many of us did that already.
The ones who threw the first stones did it.
The ones who burned the crosses.
The ones who tortured the innocent.
The priests, the bishops and popes who raped our children.
The generals and presidents who sent us to war.

And you!
Who are you to blame an artist?
Who are you to banish a truth?
Who are you to destroy an intimate world?
Who are you, the better ones?
The good-hearted ones?
The ones who once were lost but now are found?

Today I returned to my beloved Piss Christ
and now I wait for the full moon
to piss on the crowd of fanatics,
to piss on you who believe in violence and hatred,
in lies, in indifference, in wealth, in eternal life.

I piss on you who only believe in yourself
in your illusions of cleanliness:
no piss, no blood, no semen, nothing at all.
You who never do any harm.

I piss on you who throw the first stones.
And after that I'll  close the book
and look at you, the one I cherish,
the one I love like blood and fire.
 

14-04-11

GUMBO

 

professor.jpg

Professor Longhair.

Herinneren wij ons de dagen of is het net omgekeerd? Tijd bestaat en tijd bestaat niet. Toch laten wij onze sporen na in de velden, als het regent in de modder, in de winterse sneeuw, in de zomer klaprozen en insecten vertrappelend. Wij zijn er niet lang, maar willen desondanks niet graag worden uitgewist. Toen ik nog een jongetje was vond ik het altijd erg dat de leraar wat hij met een verzorgd handschrift met krijt op een bord had geschreven weer uitwiste voor nieuwe zinnen, nieuwe algebraformules. Naarmate ik ouder werd ben ik echter het potlood gaan hanteren: eenvoudig om te noteren, nog eenvoudiger om weer weg te gommen. Bijvoorbeeld een voorstelling van Antigone of Medea, waar je zo naar had uitgekeken, maar je moest in bed blijven wegens een astma-aanval, hoge koorst, of onverklaarbare zwaarmoedigheid.

Als de dagen zich de sneeuw herinneren, en daarna het nutteloze bloedspoor, nutteloos omdat het nergens naar leidt, en het gegil van vrouwen en kinderen, hongerige ogen, prikkeldraad, dan zie jij magnolia's in bloei. Alsof er niets ergs gebeurt; de mensen kleine vlekjes op een immens oppervlak. Je herinnert je opeens Pleasant Street, geen magnolia's maar overal de geur van tropische planten, en in de verte het geluid van de tram 'verlangen'. Niet zo heel ver daarvandaan viel de nacht, die zacht was en dreigend als het begin van een hevig onweer, met het enige licht dat van Tipitina's. Vier uur lang het ivoor van Professor Longhair, die nochtans al een hele tijd dood was. Je gezellin die in die hitte zat te rillen van de koorts. Misschien zag ze de sneeuwvlokken van de voorbije winter nog neerdwarrelen.
 
Op het kerkhof, 's anderendaags, was er geen voodoo, zelfs niet vlak bij het graf van Marie Laveaux. Je had een kater van de Corona's, en van het schijnbaar eindeloze gesprek met Eddie Bo over 'Slippin' and Slidin'', waarna heel muzikaal New Orleans de revue passeerde, en was bang dat een 'inboorling' je strot zou oversnijden, zoals ze dat in dat gezegende jaar al bij zeven toeristen hadden gedaan. Maar er gebeurde niets. De 'inboorlingen' waren vriendelijk, wezen je de weg, verkochten je platen voor een appel en een ei, namen je mee in hun taxi's en vertelden dat ze samen met Aaron Neville in de klas hadden gezeten. Ik kreeg de indruk dat in New Orleans ongeveer iedereen met een Neville Brother in de klas had gezeten.

Later zat je met zatte Engelsen in een bootje dat je tot diep in de swamps bracht. De alligators zagen er ongevaarlijk uit. De schipper riep 'Viens!' en gooide stukken kip in hun richting. Ongeveer dezelfde kip aten wij 's avonds in onze gumbo, met grijze naar modder smakende garnalen en catfish gemixt. En met rode bonen en rijst.

Denk je dat de hete, vochtige straten van New Orleans zich nog mijn voetstappen herinneren? Ik liep naar het busstation om te kijken hoe laat daar een bus naar Memphis vertrok. Vroeg - en je moest zien dat je nog veel vroeger bij de bushalte stond. First come, first served. Als de bus vol zat kon je er niet meer bij. Maar weet je, ik kom altijd te vroeg, wacht altijd op jou. En dan duren minuten uren. Vreemd toch hoe de tijd rekbaar is en zelfs niet bestaat. Wij maken de tijd. Wij delen ons leven in in minuten, uren, dagen. Ik wil nooit te laat komen, tenzij op mijn begrafenis. Maar daar zit ik niet bepaald naar uit te kijken. Nee, daar ga ik zeker te laat komen. Ik moet me nog zoveel herinneren. En zoveel moet zich mij nog herinneren, alsof de tijd, de dagen, het landschap mij betekenis moeten geven. Zoveel moet momenten in mijn leven onderlijnen, zoals studenten dat doen met sommige woorden in een zin. Een zin die ze na een dag of zo weer mogen vergeten. Maar niet allen vergeten. Sommigen vergeten nooit. Zij weten wat je onderlijnde momenten betekenen. Waarom? Omdat ze zich in die momenten herkennen. Omdat ze zich afvragen of wij ons de dagen herinneren of de dagen ons.

07-04-11

BOEKEN, DOODSKISTEN, BEGRAAFPLAATSEN

beach.JPG
Martin Pulaski, Portugal, 2010.

Ik was mijn boeken van de ene stapel naar de andere aan het verplaatsen. De boekenrekken hier in de kamer lijken op een file op de van diepe putten voorziene Vlaamse wegen. Af en toe glipt er nog eens iets, iemand tussen, maar met grote risico's (beschadigde kaft, niet meer terug te vinden, bloedsporen in de sneeuw...). Veel stapels worden het. Die accumulatie van woorden en zinnen doet me aan mijn sterfelijkheid denken - dat weet je al. Sartre noemde boeken ooit kleine doodskisten. Wat gebeurt er met al die boeken als ik sterf, als mijn levensgezellin sterft? Mijn zoon in Parijs heeft er geen plaats voor. Liefde misschien wel. Maar we hebben er nog nooit over gepraat. Praat je over zulke dingen met je zoon? Ik zou hem kunnen vertellen dat ik graag op Montparnasse begraven wil worden. Maar daar is nog minder plaats dan in mijn rekken. Alleszins wil ik onder de grond, mijn zoon, zodat ik niet geheel nutteloos uit de wereld verdwijn. De wormen zullen mij wel lekker vinden. Denk je niet? Ik drink graag porto, dus dat moeten ze al niet aan het sausje toevoegen.

Versta me niet verkeerd. Ik ben atheïst, wat niet hetzelfde is als ongelovig. Maar ik wil zeker geen 'begrafenis', geen plechtigheid in een katholieke kerk. Ik wil nog minder een plechtigheid in een crematorium. Dat vind ik het ergste van het ergste. Niet alleen vanwege de afgrijselijke muziek, maar ook en vooral vanwege de aard van die oorden, dat lege, dat miserabele, die sfeer die aanzet tot haastige spoed, laat het hier maar gauw gedaan zijn, zodat we pinten kunnen gaan drinken en over onze toekomstplannen praten, of, in het slechtste geval, over het verleden.

Begraaf mij ergens in de grond, in Haspengouw, in de provincie Luxemburg, of ergens dichtbij de Schelde. Want in New Orleans of op een andere  begraafplaats aan de Mississippi zal wel niet kunnen en niet mogen. En evenmin zal het mogen in de vruchtbare Umbrische aarde, of ergens in een witte dorpsbegraafplaats in Andalusië of in het westen van Ierland.
En zing liedjes. Draai geen liedjes op een of ander apparaat. Zing liedjes. Speel ze. Dans. Een lijst heb ik nog niet. Maar ik zal er rekening mee houden dat het eenvoudige songs moeten zijn, zodat iedereen mee kan spelen en zingen. Matty Groves zou ik wel op prijs stellen, niet dan, maar nu.

Tijdens mijn onzinnige werkzaamheid sloeg ik een boek van een van mijn geliefde hedendaagse schrijvers, Hanif Kureishi, open en las dit: "It reminded me of our society's implausible commitment to optimism, and how much the depressed are hated". Dat staat in zijn 'Something To Tell You', een geestig boek dat zich tot mijn generatie richt en de generatie die na mij is gekomen. Ik herinner me nog heel goed hoe ik instemmend knikte toen ik deze zin voor de eerste keer las. Ik voelde me ellendig op mijn werk. Dacht dat iedereen me haatte en dat ik niets meer waard was. Natuurlijk is dat subjectief - ik betwijfel het zeer dat iemand met haatte. De kans is veel groter dat men onverschillig was. Maar dat opgefokte optimisme, daar vergis ik me niet in. Iedereen had plannen en over alles (en ik bedoel echt alles) werden plannen gemaakt. Niets werd aan het toeval overgelaten. De plannen waren waterdicht. Iedereen was veilig en ingedekt. 's Avonds zat iedereen voor het scherm, en van de prins geen kwaad. Iedereen ging met zo'n vooruitzicht voor ogen tevreden naar huis. Wie had een linkerbeen? Wie doffe ogen 's morgens. Maar na vijf vuile koffies begonnen de plannen weer wild in het rond te zoemen. En ik wachtte af in mijn web, tot het aan mij was om een fijne plaats te krijgen in een van hun perfecte plannen.  Helaas was ik een perfectionist, waren de plannen niet perfect, en was ik nog minder perfect. Een perfectionist is bijna per definitie voortdurend ongelukkig, en maakt de anderen ook vaak ongelukkig omdat hij zoveel van ze verwacht. Een perfectionist bereikt nooit de top, dat kan hij niet. Meestal wordt hij omhoog geduwd, naar een plaats waar hij onschadelijk is. Zodat de anderen hun zin kunnen doen. Een luie perfectionist? Een luie perfectionist, zoals ik meen te zijn, is een beetje zoals een schizofreen. Of als een autist. Hij weet alles maar je kunt er niets mee doen. Een luie perfectionist wordt uiteindelijk naar het strand verbannen. Daar ligt hij met pijn in de ogen in de zon, niet in staat om zelfs nog maar een regel van Rimbaud te lezen.

Ja, ja, en dan heb ik mijn boeken maar laten liggen en ben ik op het terras gaan zitten om naar de zonsondergang te kijken en een glas lekkere Portugese wijn te drinken. Op uw gezondheid, en op die van jou en van mij.

dood,begraafplaatsen,zelf,boeken,kamer,werk,depressie,hanif kureishi,songs,plannen,plannen maken,paaldanseressen,perfectionisme,luiheid,katholicisme,atheïsme,optimisme,pessimisme,computer

Martin Pulaski, Agnes A., Deborah A, Oostduinkerke 1982.

01-04-11

ROODKAPJE, LE CORBUSIER

Deze boze droom is een mooie droom. Maar wat is mooi en wat is boos? Roodkapje is boos en de wolf is mooi, maar gulzig. Wapenen we ons tegen wat onbekend is en ongenoten of laten we het ons welgevallen, sluiten we wat aan de overkant is en ons wat afschrikt (en soms van angst verlamt) in onze armen?

Roodkapje is mooi en de wolf is boos. Maar waarom zouden we bang zijn? We zijn gewaarschuwd. Iedereen is op de hoogte. Een vreemde uitdrukking, op de hoogte... Terwijl we ons eigenlijk op een laagvlakte bevinden, niet alleen wij, alles gaat naar beneden, naar de grond, naar de afgrond. Je kijkt naar een toren, bijvoorbeeld die van Eiffel, en je ziet hem zo in de afgrond storten. Daar is hij voor ontworpen. Zoals de linkeroever in Antwerpen ontworpen is om heel gauw weer een moeras te worden. Le Cobusier was er niet welkom. Gelukkig maar, want Le Corbusier heeft veel ellende in de wereld gebracht. Zonder hem waren die moorden misschien nooit gebeurd, stonden er nu geen torens en had ik toen ik jong was minder nachtmerries gehad. Daar aan de overkant gebeurden akelige dingen. Later, toen ik filosofie en esthetica studeerde, zag ik een tekening van Le Corbusier, met zijn twee gezichten. Ik meen me te herinneren dat ik er een scriptie over schreef. 

En Roodkapje dan? Is zij geen femme fatale? De wolf eet haar op maar krijgt geen vat op haar. Hij, met zijn akelig gehuil, vooral bij volle maan, delft het onderspit. Met zijn buik vol grafstenen, vol slijk, vol smurrie, vol motorolie. De mooie wolf, de bevallige duivel.

Ik heb je kinderen lief, zei hij. Zij zei, ik heb mijn kinderen lief. De wolven waren ver weg, ergens in Rusland, de rode bieten in glazen potten, muziek op mp3, gaarne zien een uitdrukking uit romantische verhalen, het ruige leven op straat een mythe. En de liefde dan, vroeg hij? De liefde? Kom uit je huid, zei zij. Kom uit je huid en wees een mens. Niets wijst erop dat je in iets zal mislukken, zei ze. Je bent een dier, maar ik zie je vleugels, zei ze.

Vergeet roodkapje, vergeet de boze wolf. Er is alleen wat er is. Maar vergeet de blikseminslag van de liefde niet. Nooit. 

ZERO DE CONDUITE 2 APRIL 2011: LOSERS

 

Zéro de conduite kun je beluisteren op Radio Centraal 106.7 FM in Antwerpen van 6 tot 8, ’s avonds, elke eerste zaterdag van de maand. Je kunt het programma op de radio volgen, of via de website van radio centraal: 
http://www.radiocentraal.be/Realescape/ of

http://streaming.radiocentraal.org/

 

Research: Martin Pulaski
Presentatie: Sofie Sap & Martin Pulaski

karendalton.jpg

Morgen, zaterdag 4 april gaat de nieuwe aflevering in de ether. Het thema is ‘losers’.

De voorstelling(en) die ik me maak van ‘losers’ komen vaak rechtstreeks uit films. Enkele voorbeelden: Stacy Keach in Fat City (John Huston), Anna Thomson in Sue (Amos Kollek), Barbara Loden in Wanda (Barbara Loden), de personages in The Posman Always Rings Twice (alle versies), Ray Milland in The Lost Weekend (Billy Wilder) en ga zo maar door.

In de populaire muziek komen ook heel wat ‘losers’ voor, zowel in de songs als in het ware leven van de songschrijvers/performers. Als we het over echte mensen hebben denk ik onder meer aan Johnny Thunders, Alexander Spence, Syd Barrett, Karen Dalton, Judee Sill, Del Shannon, Tim Hardin, Danny Whitten, Nick Drake, Bobby Fuller, Guitar Slim, Robert Johnson, Adrian Borland… de lijst is helaas bijna eindeloos. "We're all losers in the end." Of niet soms? De playlist van Zéro de conduite van morgen (2 april) zou dat ook kunnen zijn. Maar we moeten ons beperken tot twee uur ellende en mislukking. Meer gaat niet en kan niet en mag niet en willen we niet. Vooral omdat we geen losers zijn, en ook geen winnaars. We zijn heel eenvoudig onszelf, onze vele zelven. Vaak vergeten we wat we echt verliezen, door te willen verliezen, doordat we onszelf voorhouden dat we klein zijn en nooit kunnen winnen. Door te denken dat de regels van het spel gedefinieerd zijn, en al bepaald is wie zal winnen en wie verliezen. Door de mensen in te delen in categorieën van succes en mislukking. 

***

The Fugitive – Down Every Road – Merle Haggard
Loser – Since There Were Circles – Bob Lind
Lost On The River – Lost Highway - Hank & Audrey Williams
Deportees – Uncut: Tracks Inspired By Bob Dylan – Billy Bragg
Blues Run The Game – Blues Run The Game – Jackson C. Frank
The Losing Kind – Peter Buck presents… - John Doe
Broken Hearted People – Texas Cookin’ – Guy Clark
Broken Heart – Oar – Alexander ‘Skip’ Spence
Dark Globe – The Madcap Laughs – Syd Barrett
The Losing End (When You’re On) – Everybody Knows This Is Nowhere – Neil Young
Lost In The Harbour – Alice – Tom Waits
Born Under A Bad Sign – Born Under A Bad Sign – Albert King
A Losing Game – A Man Needs A Woman – James Carr
A Losing Battle – Heart And Soul – Johnny Adams
Losin’ Boy – Take Me To The River: A Southern Soul Story – Eddy Giles
Don’t Give Up On Me – Don’t Give Up On Me – Solomon Burke
Born To Lose – Modern Sounds In Country & Western – Ray Charles
Crying – The Original Singles Collection – Roy Orbison
Cry Myself To Sleep – Runaway Hits – Del Shannon
I’m A Loser – Beatles For Sale – The Beatles
Darling I Need You – The Island Years – John Cale
Has He Got A Friend For Me? – Maria McKee – Maria McKee
Even The Losers – Damn The Torpedoes – Tom Petty & The Heartbreakers
Lost My Job – Alex Chilton – Alex Chilton
The King Of The Losers – The Lost Weekend – Danny & Dusty
Lost Highway – Are You Ready For The Country? – Jason & The Scorchers
Loser – Mellow Gold – Beck
Elizabeth On The Bathroom Floor – Elektro-Shock Blues – Eels
When My Plane Finally Goes Down – 60 Watts Silver Lining – Mark Eitzel
Desperate Man – Curtains – Tindersticks
Born To Lose – Mojo: The Roots Of The Sex Pistols – Johnny Thunders And The Heartbreakers
Used To Be A Cop – Go-Go Boots – Drive-By Truckers
Mr. Peterson – Learning – Perfume Genius
Death Of A Salesman – The Great Destroyer - Low

syd_barrett.jpg