10-03-11

SERAPHIM ii

Voor Anselm Kiefer


De hemel in het grijs van deze streken

Maar eerst de lucht blauw

In het wit van je ogen.

 

Je weerspiegelt de tijd en de woorden

Die niemand kent hoor ik in je accenten.

Opeens zie ik het donkerste grijs.

 

Als een opgebrande vriend je aanspreekt

En je je opnieuw opricht

Uit datgene wat je vernietigt.

 

Als dwazen boven je uit torenen

Of aan je voeten liggen

Hun wonden likkend.

 

(Een kunst op zichzelf

Die nooit af zal nemen:

Die van het misplaatst predicaat.)

 

Terwijl op de achtergrond pianissimo

Ontstemd vogelgezang, zwart,

De weelde van het onvolmaakte.

 

Nooit was je mooier dan op je ladder

Naar de grijze hemel, opeens blauw,

Vuilwit, verwachtingen scheppend.

De commentaren zijn gesloten.