17-07-10

VLIEGMACHINE

 

Vandaag was je aan zee, de Noordzee, de Noordzee.

Je vierde je lange verjaardag.

Samen met koeien en varkens en vogels en onbekende passanten.

Je drinkt dan champagne en luistert naar de regen, ronde korrels zand,

Maar zachter. Zacht haar huid of haar tong in je mond.

 

Je was aan zee en je leerde vliegen.

Iets wat dichters nooit leerden, nooit leren.

Tenzij Leonardo of iemand, maar een dichter?

Nochtans is het eenvoudig, je hebt niet veel nodig.

Het is een spel, waar je alleen nodig voor hebt:

 

De handen van je geliefde, en enkele woorden.

Je boort met een eenvoudige elektrische boor

Een mooi rond gat in je van verliefdheid gekke borst.

Je boort en je boort en je boort en je zwijgt

Tot het gat open is en het bloed vloeit en dan

Stop je er een mooi doorzichtig buisje in.

 

Je leerde vliegen omdat zij dat buisje op haar hart aansloot

En zo ontstond een sterke motor, magisch maar tegelijk echt.

Om te vliegen heb je namelijk twee soorten bloed nodig:

Dat van een geliefde en dat van een geliefde.

Daarna komen de vleugels en vlieg je weg.

 

Je hebt niet veel nodig. Schuim, de kussen van je geliefde

En wat verbeelding. En dan vlieg je over velden, over stadjes,

En kus je elkaar. Want ook zij vliegt op jouw bloed.

Je vliegt weg van de Noordzee naar een wat grotere stad

Waar alles op stapel staat om te vertrekken.

 

Maar jullie vliegen nu niet. Jullie blijven in die mogelijke stad.

 

De commentaren zijn gesloten.