30-03-10

APFELBÄUME: INSPIRATIE

gerhard richter - appelbomen 2


Gerhard Richter - Apfelbäume (1987

11:22 Gepost in Kunst | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook

28-03-10

APFELBÄUME

 Voor Gerhard Richter.


Ik wandelde naar negentienzeventachtig

Voorzichtig als naar een kwetsbaar jaar

Doorzichtig en zelf onmachtig in de Republiek.

Wat te doen, Lenin, wat te beginnen?

Mystiek, revolutie, ongedwongen elkaar beminnen?

Maar daar zag ik je appelbomen, twee, drie

En de appelbomen van mijn kinderjaren, duizend

En meer en muziek die bij appelbomen hoort.

Ik zag je weg slingeren naar een kleinere boom

Die er niet echt bijhoort, maar toch, de kleuren.

Ik kon je verf ruiken, al was er geen verf

Al was er niets en niemendal:  er waren geen jaren.

Wie maakt het wat uit wat in die tijd gebeurde.

Iedereen en alles was zo goed als dood

Van onbekende bommen of zat in kelders

Te blowen, te drinken, te dansen op Clint Eastwood

& General Saint. Zat te vergeten hoe het was op 2 juni

En al die andere dagen dat we opstandig waren

En alles zouden veranderen. Er was niets in dat jaar.

Er viel niets te verwachten. De mensen sliepen onbehaaglijk.

Maar dan je bomen, je eeuwenoud landschap.

Hoe de wereld bestaan en verstaan  moest.

Een horizon van kleuren en vriendschap.

Een horizon van verbeelding en appels, appels

Die in mijn mond vielen en me verzoenden met de dagen.

 

24-03-10

IN EUROPA


Voor Renée V.

Je dacht weer aan de heuvels waar je naar de zee keek
En de golven hoorde breken op betonnen blokken
En als je je omkeerde de vallei met haar zachte tinten
En  het aan het oog onttrokken geweld tussen mannen en vrouwen,
Gehuwd, gescheiden, verliefd, verloren (soms herboren).

Je zag illegale rook ten hemel stijgen, als offer
Aan een planetaire god, aan een alien, een engel.
Rook voor donkere wolken, nog onzichtbaar,
Om ze aan te zetten tot regen, tot vruchten in je schoot,
Aardse moeder, die ons willens nillens brood schenkt.

Je liep over wegen in Frankrijk, op weg naar andere geuren
Dan die van de lage landen, van aardse en hemelse,
Deuren naar een intenser, een sterker bestaan.
Op weg naar woorden die je uit boeken kende
Maar in je oren wilde horen klinken als in een kathedraal.

Je wandelde door Europa op zoek naar een dichter,

Langs overwoekerde paden in Italië en Duitsland,

Dante, Shelley, Hölderlin en Paul Celan achterna.

Maar wat zocht je? Het leven, de dood, nieuwe woorden?

Sporen, denk je, zocht je, levenstekens, genoegdoening.


Wat je zocht was je stem. Een rechtvaardiging voor je zijn

In de wereld. Je zijn dat er niet om gaf en waar niet

Werd om gegeven. Hoeveel je ook wilde geven.

Wat je zocht was een houding, een vaste grond onder je zinnen

En  bovendien een gemeenschap van geesten.

 
Nu ben je ouder en jonger en wijzer en dommer.

Je zit in een tuin waar nog niets bloeit, geen tomaten,

Geen appels, geen donkere en lichte gedachten.

Je voelt je uit een tijdloze winterslaap ontwaken

En ziet de herinnering aan bergen en paden vervagen.

Je bent thuisgekomen. Je bent jezelf. Niet iemand

Die om niemand geeft. Vanavond is iedereen je beminde.

 

22-03-10

LENTE


Le Sacre du Printemps by Preljocaj

Le Sacre du Printemps by Stravinsky choreographed by Angelin Preljocaj. Performed in La Maison de la Danse de Lyon, 2004.

Ik verzin je in de lente in een jonge tuin betoverend. Geef je vleugels en zeldzame woorden, die mijn zinnen verbijsteren en verrijken. Ik hul je wit tulpenlichaam in zijde en hang een slinger van seringen om je slanke hals. Je danst op de muziek van de sterren, die de aarde raken met hun ritme en licht. De donkere zon houdt de trompet aan de mond, Venus zit aan de drums, een engelenkoor als op een schilderij van Van Eyck duikt op uit de laurierbossen, met harpen en triangels. Er valt geen god te bespeuren. Ik plaats een diadeem op je hoofd en begeleid je naar je troon. Zweetdruppeltjes op je huid: schitterende diamanten. Nu ben je mijn koningin. Mijn heldin voor het leven. Ik schenk je een vonk van mijn ziel. Maar wie wakkerde het vuur aan?
Na een diepe slaap en koortsige dromen geef ik je zintuigen zin in alle zinnelijkheid van de wereld. En avant! De trein rijdt het station binnen. Het wordt een lange reis als we zo bezeten willen beminnen.

 

16-03-10

LES MOTS ET LES CHOSES


Voor Gerry Rafferty.

Alpendroom is een woord dat in je taal niet bestaat. Maar lees maar: hier staat het. Staat het je tegen? Een apenbroodboom, daarentegen? Nee, ook niet echt. Een apenbroodboom is een baobab. Hij wordt zo genoemd omdat apen er in zekere zin gek op zijn. Zoals sommige mensen op kreeft, kaviaar, champagne.

Je oefent voor Mister Universe? Dan moet je wel wat weten en veel kunnen dragen. En verdragen. Het concilie van Trente, het verdrag van Verdun. Een accordeon, een ukulele, een ocarina. Je moet niet alleen de woorden kennen maar ook de dingen waar ze naar verwijzen.

En instrumenten moet je kunnen bespelen of hanteren. Je hanteert geen woorden. Je hanteert voorwerpen, dingen. Je gaat er mee om alsof ze kostbaar zijn. Dat moet: iemand heeft ze uitgevonden. Mensenlevens hebben de dingen gekost. Niet de steen of het vuur. Maar het wiel en de mandoline. De piramide en het brandblusapparaat. Het mes en de granaat.

Hoe lang heeft whisky geduurd? Het slachten van een kip; prei, knolselder, erwten, tomaten; de kleine dingen die een cockpit van een vliegtuig er zo gevaarlijk en onbeheersbaar laten uitzien en tegelijk je geloof in het kunnen van mensen versterken? Het heeft allemaal lang geduurd. Denk maar aan de atoombom op Nagasaki. Dat was nog wat anders dan een stoomboot die arbeiders naar hun werk voerde. En ’s avonds laat weer terug naar hun donkere dorpen.

En als ik zeg dat ik je liefheb? Als ik zeg, geweldig? Daar zit veel geweld in en het woord liefde wordt nu opgeroepen. Hoor je mijn roep? Mijn woorden die bestaan en niet bestaan.

Jij, het mooiste woord – is het daarom dat we het niet uitspreken kunnen?

Ik proef je tong in je woorden ook al zwijg je hardnekkig. Mijn tong in je zwijgende hals. Ontsporende taal. Maar kijk wat er staat. Er staan sporen naar jou. Naar jouw woorden. Kijk hier heb ik mijn mond op jouw mond. Met enkele woorden. Zo doe je het toch maar. Misschien niet alles maar heel veel bestaat in je taal. Een struisvogelveer, een elastiekje, een haar, een wolkenkrabber, een granaatappel.

 

 

 

08-03-10

EEN FIJNE KOFFIETAFEL (EN DAN DOORGAAN): VIJF JAAR


vijfjaarplan

Wat nu volgt komt enigszins ongelegen na het bericht over Mark Linkous’ overlijden. Bovendien is het koud buiten en gebeuren er overal om ons heen vreselijke dingen. Geen tijd om bij je eigen verwezenlijkingen stil te staan. Mag ik daarom vragen het volgende als een typisch Vlaamse ‘koffietafel’ te beschouwen? Dan wordt er ook gelachen, gedronken, worden herinneringen opgerakeld.

Mij was het ontgaan maar Peerke, een vriend die ik nooit heb gezien, zoals in het lied van Neil Young, is zo vriendelijk geweest me er op te wijzen en mij te feliciteren: Hoochiekoochie bestaat vandaag heel precies vijf jaar. Ik kon het moeilijk geloven, maar mijn eerste notitie hier heeft inderdaad als datum 8 maart 2005.

Een vijfjarenplan, zoals destijds in de Sovjet-Unie, is nooit mijn bedoeling geweest. Eigenlijk had ik helemaal geen plan. Ik beschouwde mezelf als dichter, schreef af en toe een stukje voor een of ander literair tijdschrift, ging wel eens voorlezen, of organiseerde met vrienden een literaire manifestatie, soms met succes, soms voor één paardenkop. We gaven tijdschriften uit. Het laatste, Brutaal, is een stille dood gestorven – wat met de meeste literaire tijdschriften gebeurt. Vaak zijn ze zo literair dat geen hond ze leest, zelfs de redacteuren op den duur niet meer. Veel mensen schrijven zo slecht, en vooral zo literair. En vaak hebben ze nog nooit van rock & roll gehoord. Bijvoorbeeld van The Slits, die zongen dat ‘silence is a rhythm too’. En daar dansten we dan op. En op zondag noteerden we in ons dagboek dat we gedanst hadden op ‘Silence Is A Rhythm Too’.

Op een dag, winter 2005,  hoorde ik van mijn vriendin Sofie dat ze een weblog had. Ik wist niet wat het was, een blog noemde ze het. Sofie echter was zo enthousiast en aanstekelijk dat ik al snel begonnen ben – zonder echt na te gaan wat er zoal op de markt was – met Hoochiekoochie. Ik had er geen idee van waarover ik zou schrijven, behalve, natuurlijk, over al datgene wat me nauw aan het hart lag en ligt. Ik kan me zelfs niet meer herinneren hoe ik aan de naam ben gekomen. Hoochiekoochie met een K? Ik ben een groot bewonderaar van Muddy Waters, maar zijn ‘Hoochie Coochie Man’ is wel duidelijk met een C. Misschien was ik bang voor copyrightproblemen? Alleszins heb ik nooit van de letter K gehouden. Maar ik moet er nu mee leven, al vijf jaar. Volgens David Bowie houdt het dan wel op, we hebben maar vijf jaar zong hij in de song die ‘Ziggy Stardust’ opende. De geruststelling is dat David Bowie er nog altijd is; het negatieve aspect van de hele zaak is dat hij al lange tijd vooral banale platen maakt. Na vijf jaar zou je het voor bekeken moeten houden? Zoals Nick Drake. ‘Five Leaves Left’ heette zijn eerste elpee – en vijf jaar later vond hij dat het genoeg was geweest. Hij had het precies uitgerekend. Kun je na vijf jaar zieluitstorten nog meer geven. Wellicht niet. Maar Hoochiekoochie is iets anders. Mijn ziel is (meestal) elders. Ik schrijf maar wat, over levenden en doden, nooit over de essentie van leven en dood. In zo’n geval huil ik als een roofdier, als een gekwetste mens. Zulk gehuil vindt geen weg naar woorden, zeker niet naar Hoochiekoochie. Ik schrijf maar wat, maar ik probeer het gehuil zo getrouw mogelijk te benaderen.

Tijdens die vijf jaar is er veel gebeurd in de grote wereld en in de microcosmos waarin ik zelf probeer te overleven. Er gebeurt altijd veel, de tijd staat niet stil en elke periode heeft haar hoogte- en dieptepunten. Ik ga hier niet dieper op in, omdat ik in mijn teksten ook unzeitgemässig ben. Ik lig vaak wakker van politieke beslissingen, van rampen, van ellende, van reizen die ik heb gemaakt, van tentoonstellingen, films, muziek. Maar ik schrijf er zelden over. Laat me vooral duidelijk maken dat ik niet onverschillig ben. En laat me dan ook maar meteen een moment selecteren dat mij diep heeft geraakt: de verkiezing van Barack Obama als president van de VS. Of nog, in de spirit van Hoochiekoochie: ik ben bijzonder verheugd dat Bob Dylan, David Bowie, Lou Reed, David Johanson, Loretta Lynn, Dolly Parton, George Jones, Jerry Lee Lewis, Little Richard, John Cale en Wanda Jackson nog alive and kicking zijn. En al de andere spiders from mars en alle mogelijke andere patiënten, planeten en sterren.

“I could make it as a rock & roll star.” Maar nooit als een Vlaemsche schrijver. Vlaemsche schrijvers zijn kannibalen. Ze schrijven zo weinig mogelijk, om zo veel mogelijk elkaars vlees te kunnen verorberen. Is het ooit anders geweest? Als je geen vijanden hebt, besta je niet. Je bestaat hoe dan ook niet. Je bent onzichtbaar. Je bent doorzichtig. Is dat niet altijd je wens geweest?

nickdrakefiveleavesleft

 

THE PARASITES WILL LOVE YOU WHEN YOU'RE DEAD: VOOR MARK LINKOUS


mark_linkous_sparklehorse

Toen gisteren voor mij de dag begon, wat later dan anders, was ik nog opgewekt van een fijne zaterdagavond in Antwerpen, met vrienden – en de muziek van zéro de conduite zinderde nog na in mijn hoofd, meest van al nog Elvis Costello’s ‘Man Out Of Time’.  Ik maakte wat grapjes op facebook, en stelde de vraag of een tomaat een groente is of iets anders. En dan las ik het nieuws dat Mark Linkous zich kort tevoren van het leven had beroofd. De tintelende lichtheid, nog aangewakkerd door een stralende zon, was meteen weg. Je kent het gevoel. Iemand die je hebt bewonderd, een authentiek songschrijver, een bezield kunstenaar, een begenadigd dichter met woorden en geluiden, is er opeens niet meer. Een verlamming maakt zich van je meester. Pas een uur later heb ik ‘It’s A Wonderful Life’ durven opleggen, een van de mooiste platen van Sparklehorse, een uur vol stille verwondering en ontzag voor de wereld en liefde voor de kleine dingen. Maar ik heb niet lang geluisterd. Het ging niet. Ik kon niet. De betoverde wereld was opeens een tranendal geworden, en de Mark Linkous bracht er verslag van uit, zoals ooit Dante van de Hel.
Wat ik daarna gedaan heb is de mooiste clips die ik op YouTube kon vinden op Facebook geplaatst. Een rouwbetoon van deze tijd. En ik kon me laten gaan, ik had niet veel woorden nodig. Maar naarmate de dag vorderde vond ik alsmaar meer dat ik iets moest ZEGGEN. Ik had me wel voorgenomen om nooit meer een in memoriam te schrijven. Laat dit dan ook geen in memoriam zijn. Lees dat maar in de walgelijke kranten en tijdschriften, waarin alleen nog sensatie telt.

Dit hier zijn de enige woorden die ik kan vinden, een dag later, op een maandagochtend, terwijl het buiten vriest. Mark Linkous heeft niet voor niets geleefd. Hij heeft een klein oeuvre gecreëerd, dat op veel mensen diepe indruk heeft gemaakt. Sparklehorse was een van de beste, meest originele bands van de voorbije twintig jaar. Mark Linkous heeft niet één overbodige song geschreven. Als hij er niet was geweest zou ik een andere mens zijn. De muziek van Mark Linkous zal over honderd jaar nog worden beluisterd.

***

“The parasites will love you when you’re dead’ is een regel uit ‘Weird Sisters’, een song op de eerste plaat van Sparklehorse, ‘Vivadixiesubmarinetransmissionplot’ uit 1995.

sparklehorse2

 

06-03-10

WEINIG TIJD: ZERO DE CONDUITE


harold-lloyd-2

Vandaag alweer de eerste zaterdag van de maand, wat betekent tussen zes en acht straks Zéro de conduite op Radio Centraal, 106.7 FM. Het is tweede keer dat ik weer buiten kom, na een maand ziekte. Zo lange tijd binnen zitten maakt een mens gek. Ik heb vooral veel nagedacht, ook over de tijd, vooral over de tijd. Is ‘tijd’ niet het belangrijkste concept dat we kennen? Zowel in filosofie, wetenschap als kunst heeft tijd altijd centraal gestaan. Ik denk nu aan figuren als Bergson, Heidegger, Deleuze, Proust, Einstein, Nicholas Roeg, Magritte, Boltanski en vele anderen. Tijd is ook het thema voor vanavond. Maar wees gerust, we zullen niet zo diep graven. Zéro de conduite blijft een muziekprogramma; kunst en filosofie vormen ‘slechts’ een achtergrond bij het samenstellen van de playlist. Het spreekt vanzelf dat ik wel duizend andere programma’s over tijd had kunnen maken. Maar een mens moet kiezen. Veel luisterplezier!

It’s About Time – The Lemonheads – Come On Feel The Lemonheads
In My Own Time – Bee Gees – Bee Gees 1st
Time Between – The Byrds – Younger Than Yesterday
Long Time Gone – Crosby, Stills & Nash – Crosby, Stills & Nash
Comes A Time – Neil Young – Comes A Time
Time Changes Everything – Bill Monroe – Bill Monroe Anthology
Walls Of Time – Emmylou Harris & The Nash Ramblers – At the Ryman
In My Time Of Need – Ryan Adams – Heartbreaker
One Hundred Million Years – M. Ward – Hold Time
Most Of The Time – Bob Dylan – Oh Mercy
Man Out Of Time – Elvis Costello – Imperial Bedroom
Happy Time – Tim Buckley – Blue Afternoon
Time Has Told Me – Nick Drake – Five Leaves Left
Better Times – Beach House – Teen Dream
Time Of The Assassins – Charlotte Gainsbourg – IRM
Only Time Will Tell – John Cale / Deerfrance – Sabotage/Live
Yonki Time – Tom Verlaine – Tom Verlaine
Time – Richard Hell & the Voidoids – Spurts: The Richard Hell Story
I Just Wasn’t Made For These Times – Beach Boys – Pet Sounds
So Litlle Time To Fly – Spirit – Clear
No Time To Live – Traffic – Traffic
Long Time Comin’ – Bruce Springsteen – Devils & Dust
A Matter Of Time – Los Lobos – How Will The Wolf Survive?
Part Time Lover – Howard Tate – Get It While You Can: The Legendary Sessions
The Right Place At The Right Time – Bobby “Blue” Bland – His California Album
Hard Times – Curtis Mayfield – There’s No Place Like America Today
Time For Livin’ – Sly & The Family Stone – The Essential Sly & The Family Stone
Sign O’ The Times – Prince – Sign O’ The Times
Only Time Will Tell Me – Bettye Lavette – I’ve Got My Own Hell To Raise
Time Has Come Today – The Chambers Brothers – The Time Has Come


Samenstelling: Martin Pulaski
Presentatie en techniek: Sofie Sap & Martin Pulaski

Je kunt Radio Centraal live beluisteren op 106.7 FM of online via deze weg.

04-03-10

LOOP NIET WEG KLEINE GARNAAL

Opgedragen aan Gil-Scott Heron en Toutou.

Je bent jezelf niet, nooit.

Je hebt geen identiteit.

Maar je bent zo trots op jezelf

Alsof je een Lord Byron bent

(die ook maar van een griepje omkwam,

Niet van een Turks kromzwaard.)

Je bent trots op jezelf

Omdat je dit en dat weet en denkt

Ik ben de enige.

Maar Wikipedia, en mensen met een inschikkelijk

Geheugen?


(Of was het verschrikkelijk?

Is er iets vreselijks gebeurd?

Iets wat je je niet meer herinnert?

Verzonken met zeeroversschatten, dubloenen,

Verzonken met Atlantis in de oceaan.)

Je moest de slimste zijn.

De snelste.

Ook al ontbrak de adem

En de lange arm van oudere generaties.

Wat kon je doen?

Kotsen in een of ander bouwvallig centraal station.

Hopeloos wachten op een vrouw

Die je haar geslacht zou tonen,

Haar clitoris, desnoods.

Er was geen centraal station.

Er stopte af en toe een bus naar nergens.

Daar slikte je pillen zoals de beatniks deden.

Cafeïne, onschuldig, onschuldig – heilig.

Koffie. Voor de moed, het zelfvertrouwen.

In Antwerpen kwam je terecht.

The Incredible String Band in een kroeg klonk

Als muziek uit een voorbije, nieuwe wereld.

Terwijl je praatte met je vrienden groeiden je haren

Uit je hoofd en uit je oren.

Er was geen wanhoop, geen doelgroepenbeleid,

Er was verstandhouding, verstand verliezen

In gras, in donkerbruine smurrie,

Of rood uit Afghanistan. Het land

Van de ellende, waar nu kinderen sterven.

Je bent een van die soldaten die kinderen doden.

Je schakelt jezelf uit in alcohol.

Je schakelt jezelf uit in rock & roll.

Je schakelt jezelf uit in Apocalypse Now.

In de filosofie van Deleuze & Guattari

Een Oedipus ben je nooit geweest.

Duizend plateaus om je onzekerheid te rechtvaardigen.

En toch zing je al al die jaren

I’ll take care of you, I’ll take care of you.

En je meende en meent het.

Waar is de nacht heen? Vraagt de dichter.

Ik had wakker moeten zijn en handelen

In plaats van dronken in bars bier zitten te drinken

En te lullen. De lucht is blauwgrijs. De duiven

Vliegen langs mijn raam.

Zal ik in mijn handen klappen?

Ben je gelukkig als je op het groezelige trottoir

Met eeuwenoude kauwgum

Een edele steen vindt? Een edelsteen?

Nee, je bent niet gelukkig.

Hoe kun je gelukkig zijn als niemand het is?

De lucht is blauwgrijs. Je bent nuchter

Na jaren verzonken rood en blauw.

Je lacht in je vuist. Je lacht in de plooien van je mouw.

Je lacht omdat niets zeker is en vast en omdat niets blijft.

Loop niet meer weg, kleine garnaal.

Ik zal je pellen. Je bent zo lekker.

Je lekkere nek. Loop niet weg, warme zuidzeevis.

Je hebt duizend handen, duizend dromen,

Je hebt duizend geloven in duizend goden.

Maar voor alle zekerheid  kom ik je toch onttoveren.

Voor alle zekerheid kom ik je ontvoeren, ontroeren.

Want elke vervoering van mij en elk woord daarover,

Elke vingerwijzing, elke stroomopstoot,

Is jouw vervoering. (Jouw ontroering is = mijn ontroering.).

En altijd is er wat er is en stroomt naar de zee de rivier.

Altijd is er in het dier een verlangen dat ongebonden gaat

Naar waar het gaat. Trouw zijn echter deze dieren

En uitzinnig de mensen die op de nacht wachten

En op de volle maan om zich elkaar volledig te geven.

02-03-10

EEN KORT VERHAAL OVER DE LIEFDE


munch sick child lithograph

Je ligt ongeveer vier uur per dag op je canapé. Niet uit luiheid, dat zou ook kunnen, maar nu is het om te herstellen van wat een ernstige ziekte wordt genoemd. Je moet nieuwe krachten opdoen, zodat je als de lente er aankomt weer je oude vertrouwde zelf bent. Alleen wil je niet oud zijn, en vertrouwen doe je je zelf evenmin, gewoonweg omdat je er niet vertrouwd mee bent, met dat veelarmige ‘zelf’. Schiet het als ongedierte in een vochtige lade niet meermaals alle kanten op? De vier windstreken, andere dimensies opzoekend… Het is een oude geschiedenis, die al zo vaak is verteld – het verhaal van de dubbelganger, de gespleten persoonlijkheid, het ambiguë, de schone en het beest, honderden voorbeelden. Het mooiste vind je nog altijd Edgar Allan Poe's ‘William Wilson’. Poe maakt het zeer duidelijk dat je voor je zelf, voor je dubbelganger op je hoede moet zijn. De kans is groot dat hij je op een donkere hoek in je eigen stad staat op te wachten, het mes klaar om toe te steken.

Je ligt daar dan en bedenkt verhalen. Of liever: je bedenkt het begin van verhalen. Realistische verhalen, romantische verhalen, postmoderne verhalen, surrealistische verhalen. Prachtig, denk je. Dit is het. Op de achtergrond klinkt iets van Bach, van the Low Anthem, van Charlotte Gainsbourg. Waar is dat verdomde notitieboekje? Niet binnen handbereik. En alleen maar een potlood met een gebroken loodstift, je kunt er alleen nog kruisjes mee vormen, of een zo goed als onleesbaar laatste testament. Niet dus. Het verhaal zal voor morgen zijn. Je draait je om, je gezicht zo diep mogelijk in de kussens, je rug naar het raam, je ogen afschermend voor het binnenvallende vroege lentelicht. Je wilt verdwijnen in de rugzijde van je canapé. Daar is het een mooie wereld, dat weet je, maar de toegang is moeilijk. Er zijn veel wachtenden voor je. Misschien staat de muziek van Glenn Gould te luid? Misschien heb je te weinig pillen geslikt? Teveel koffie gedronken? Waarom ben je zo onrustig? Je moet net heel rustig zijn om er binnen te kunnen. Om je zelf te ruilen voor de geheime formule die je toegang verschaft tot dat ‘verboden’rijk’.

Je bent herstellende. Je doet wat oefeningen. Armen strekken, bukken, de bijna dode planten water geven. Je kunt ademhalen. Je voelt onbekende krachten sluimeren in je lichaam. Je gaat eens op het verwaarloosde terras kijken. Een plant die je niet herkent vormt scheuten, felgroen in de late middagzon. Weer binnen kijk je naar de foto van Charlotte Gainsbourg op IRM. Overdrijft ze niet een beetje? Zo vaak haar sensuele foto afdrukken op de hoes van haar cd. Het is een mooie foto, maar gaat het niet om de muziek van Beck, om haar stem, om rock & roll? Nee, zegt ze, hier ben ik – ik leef en ik ben blij dat ik leef. Ik had er ook niet kunnen zijn. Charlotte Gainsbourg bevestigt wat ik ook wil bevestigen. Het leven, het verlangen naar ander leven, het plezier, in weerwil van droefheid, van ziekte, van gevaar. Heaven can wait. Charlotte’s zelf is nu even Beckachtig. Terwijl haar persona in I’m not there ongetwijfeld een geïdealiseerde Sara / Suze was. Een personage dat me betoverd heeft, vooral als je haar in het licht van Bob Dylans ‘I Want You’ ziet vrijen – pure lust.

Zo gaan je gedachten al of niet naar het verleden, een romantische pudding, het heden, een giftig spinnenweb, en de toekomst, een geslaagd verhaal, een gelukkige Michael Kohlhaas, een Gregor Samsa die niet van gedaante verandert, maar in de armen ontwaakt van zijn fictieve Felice, die uiteindelijk een vrouw van vlees en bloed blijkt te zijn. Je beseft dat je zelf een echt zelf is. Je kunt je niet achter alter ego’s verbergen. Je bent de mens die je – maar korte tijd – bent.  Als je liefhebt moet je liefhebben, jij bent de dader, als je haat moet je maar haten, het zij zo. Elke mens schijnt vijanden te hebben. Jij niet? Natuurlijk wel. Maar maak je gewoon geen zorgen. De liefde en de tijd schuiven die domme geschiedenissen allemaal aan de kant. Verhalen komen vanzelf. Om je heen ontstaan ze, in de levens van onbekenden, van vrienden, van kunstenaars, van geliefden, van degene om wie je leven draait als een cirkel rond de zon.

En hij zoekt zijn andere zij op, zijn ogen naar het licht van de zon. En hij luistert. Naar Bach, naar Charlotte Gainsbourg, naar I Want You. Naar zijn eigen stem. En als hij zijn oren spitst hoort hij de stem van zijn geliefde. Het gaat niet om het geluk, zegt ze. Het gaat om hoe we zijn. Het gaat om onze diepe verwantschap. Het gaat om iets waar we nog geen verhaal voor hebben, zegt ze. Het gaat om de intense warmte die we voelen als we elkaar omhelzen, zegt ze. Wat betekent dat vuur? Ik weet het niet, zeg ze. Laten we het vooral niet doven, zegt hij. Misschien moet de hele wereld branden zoals wij?

Afbeelding: Edvard Munch, Het zieke kind, litho.