27-01-10

PROZAC, VOETBAL EN DE ZIN VAN MELANCHOLIE


bettyelavette

As soon as you’re born
word je gedefinieerd. ‘Men’ deelt je in in groepen, gewichten, lengtes, strontkleur, pipikaka, haargroei, liggen als een big of rechtop lopen als een homo sapiens, ‘men’ deelt je in in types, categorieën, soorten. Blijf vooral niet liggen als een big, dan loopt het verkeerd met je af. Leer heel gauw lopen en praten en schrijven. Lezen is niet zo belangrijk. Voetballen, vechten, al de andere onzin die we allemaal kennen. Ik ben nu ingedeeld, en niet voor de eerste keer, bij de ‘depressieven’. Vroeger waren wij de romantici, die meestal aan tbc leden, nu is het een psychisch probleem. Waar het op neerkomt is dat we anders zijn. We moeten ‘geneesmiddelen’ nemen om hetzelfde te worden als de rest. Vroeger zong ik mee met The Kinks, ‘I’m not like everybody else’, maar dat doe je niet meer op mijn leeftijd. Je luistert, bereidwillig, alsof je meespeelt in een eenvoudig spel. Mens Erger Je Niet, of iets dergelijks uit lang vervlogen tijden. De dokter zegt, ik zou het maar eens proberen met antidepressiva. Goed, dat probeer je dan, hoewel je eigenlijk op voorhand al weet dat je niet ‘depressief’ bent, omdat je die categorie niet aanvaardt, en dat bijgevolg dat geneesmiddel niet zal genezen. Sindsdien – twee of drie jaar geleden, misschien wel langer – heb ik al tientallen antidepressiva geprobeerd. Negentig procent wekte braakneigingen op, of deed me naar het toilet snellen om echt te kotsen. Trek had ik niet meer. Of ik at de hele tijd zoete koekjes, tot ik tien kilo zwaarder was geworden en dacht, nu is het genoeg geweest. Ik verdraag geen antidepressiva, net zoals ik geen antibiotica verdraag. Antibiotica zijn tegen het leven, antidepressiva tegen melancholie. Melancholie is een sterke kracht in je – je kan en mag die niet onderdrukken. Het is beter om er naar te luisteren. Melancholie kan je net redden van de middelmatigheid, het ongeluk, de zelfmoord. Melancholie is als zodanig al het medicijn.

Toch wilde ik naar mijn werk kunnen gaan, zijn als de anderen, mijn collega’s, mijn kennissen, sommige van mijn vrienden. Om die reden nam ik het enige middel waar ik niet  van moest kotsen: Fluoxetine, beter bekend als Prozac. De eerste weken voel je niets, daarna ontstaat een soort van euforie, je denkt dat je veel meer aan kan dan je kunt. Maar daardoor put je je reserves uit, en al snel word je moe. Van wat ben ik nu toch zo moe, denk je eerst. Je legt niet meteen het verband. Maar een mens denkt na en legt al snel wel verbanden. Je bent moe omdat je je reserves gebruikt voor taken die niet van tel zijn in je leven – in het leven dat je waarachtig wilt leven. Je put je uit om geld te verdienen. Om de leugen in stand te houden. Welke leugen? De leugen van de welvaart in het Westen. Bij ons is het allemaal veel beter. Vreemd is ook dat je van Fluoxetine heel veel zin krijgt in alcohol, in mijn geval in Duvel. Zo word je geleidelijk in plaats van iemand die aan een ‘depressie’ lijdt een ‘alcoholicus’: je moet elke dag je twee Duvels hebben, bovenop je Prozac.

Vanavond was er geen drank in huis. Ik begaf me door de sneeuw naar een nachtwinkel, net voorbij het Constant Vanden Stockstadium. Onderweg snelden tientallen gedachten door mijn hoofd. Waarom houd ik niet van voetbal? Waarom ben ik geen supporter van Anderlecht? Ik herinnerde mij een match in Barcelona, we waren uitgenodigd door de burgemeester, ereplaatsen – maar het was de koudste nacht van mijn leven en zelden heb ik er zo naar verlangd dat de tijd heel snel voorbij zou gaan, ondanks de schoonheid van het spel, het enthousiasme van de vrienden, het extreme groen van het gras, de schoonheid van de voetballers… Eens in de nachtwinkel wist ik niet goed meer wat ik moest hebben. De kou en de sneeuw hadden mij gegeven wat ik nodig had. Waarom dan nog Duvels, waarom nog medicijnen?

Wat je nodig hebt zijn je vrienden, je geliefden, je broer, de wereld om je heen, de echte wereld, niet die op televisie. Je wilt omhelsd worden, gestreeld, gekust. Degenen die om je geven mogen de geur van je gevangenschap ruiken, want hoelang zit je al niet in een kooi? Geen enkele pil, geen enkele pils, geen enkele Duvel zal de tralies buigen of breken. Je moet gewoon het slot openen met je sleutel.

Foto: Martin Pulaski, zelfportret met Bettye Lavette t-shirt.

IN CAFE GUARANY


no smile

Hier zit ik dan in een van mijn favoriete cafés, Guarany in Porto. Ik geloof dat AA deze foto van me nam op 3 of 4 november 2009. Waarom kijk ik zo droef? Aan wat denk ik? Ik weet het niet. Ongelukkig was ik niet, maar het had de hele dag geregend. Kan dat echter zulke blik verklaren?

Sindsdien ben ik thuis in Brussel en het is mogelijk dat ik nog altijd een droeve blik heb, ik kijk zelden in de spiegel, scheer me als een blinde. Alleen om mijn teennagels te knippen moet ik uitkijken. Een verkeerde beweging en ik ben een teen kwijt. Een teen zou nog niet zo erg zijn, maar twee...

In Brussel regent het niet, maar het is wel koud, en vooral donker. Weer voor winterdorpen, niet voor buitenwijken, waar shopping centers en brede straten de velden van weleer hebben vervangen. En als er sneeuw valt wordt alles hier meteen een grijsbruine brij.

Wat doet een mens dan? In mijn geval slapen, winterslapen. En lijsten maken, zoals nu een lijst van de beste platen uit de periode 2000-2010. Een hele klus! Het is tijd voor andere tijden.

26-01-10

DE GROOTSTE ARCHITECT VAN DE WERELD


frank lloyd wright

This brings to mind the story of one of the many civil cases in which Wrieto-San was involved. The judge asked him his profession and he stated that he was an architect - in fact the world's greatest architect. "The greatest?" the  judge echoed. "How can you make that claim?" "Well, You Honor," Wrieto-San replied, "I am under oath."

T.C. Boyle, The Women

Wrieto-San is Frank Lloyd-Wright. Het verhaal wordt verteld door een Japanse leerling van de meester-architect, Sato Tadashi.

21-01-10

FONTEIN VAN DE JEUGD



Lucas-Cranach-the-Elder-Fountain-of-Youth-1546

Ben je bang voor de dood? Het leven en de liefde, het bebloede gras. Nachtegalen, krekels, de zoete geur van een moeras.

Ben je bang voor hem? Voor zijn korte duur. Zijn onbekend uur. Zijn donkere getijden, zijn zure oprispingen. Voor zijn donker theater.

Ben je bang voor jezelf? Je driftigheid, je onlesbare dorst. Je angst voor de angst en elke vorm van paniek. Je muren van wassen beelden, van woorden. Het zwart op wit dat uitloopt in tijd, stille doodshoofdspin, vol spinsels.

Ben je bang voor de beginselen van een geloof in iets anders dan wat je kent? Schaduwen, nachtwakers, dagslapers, onbegonnen personen. Gewaagde sprongen in onbekende vertrekken.

Ben je bang voor een eigenschap? Kwaliteiten, gezag, worstelend overeind komen en opnieuw aan de gang, zonder victorie en zonder triomfboog, zonder gezang.

Ben je daar bang voor? Is dan niet het ogenblik daar voor de fijne pijn van het goede, het vergenoegen, het genot van een anders zijn, aan de overkant kijken naar andermans lichtzinnigheid en eindelijk diep ademhalen en rusten in het groenere gras.

Want als je bang bent moet je weg uit die ruïne, moet je losmaken wat je vasthaakt  aan spoken uit het verleden. Moet je op zoek gaan naar een moment dat je weer nieuw maakt. Een moment zonder einde, omdat je er altijd terugkeren kunt. Zoals je ook altijd naar een rivier kunt of blootshoofds wandelen in de regen.


Afbeelding: De fontein van de jeugd, Lucas Cranach de oudere, 1546. 

16-01-10

ZERO DE CONDUITE : PARELS VAN POP

zero de conduite,radio centraal,antwerpen,parels,terugblik,2009

 

 
Sinds 5 december 2009 is er op Radio Centraal geen uitzending meer geweest van Zéro de Conduite. Op 2 januari was het onmogelijk voor me om uit te zenden. Dankzij Gerald, en zijn gewaardeerde show, Psyche van het Folk, kan ik mijn januari-aflevering nu toch de ether insturen, en wel van 20 tot 22 uur, vanavond.

Ook deze keer is er niet echt een thema. Ik had het er de vorige keer al over: ik ben die thematische uitzendingen een beetje beu. Zowat iedereen doet dat nu. Vanavond wordt het een goed ‘ouderwets’ jaaroverzicht. Wat vond ik de mooiste populaire muziek in 2009. In vorige artikels kon je al lezen waar mijn voorkeur naar uitging. De playlist hieronder wijkt daar nauwelijks van af, denk ik. Veel luistergenot!

Deeper Down – Wilco (the album) – Wilco
Charlie Darwin – Oh My God, Charlie Darwin – The Low Anthem
Cool Knowledge – Unmap – Volcano Choir
White As Diamonds – To Be Still – Alela Diane
Everything Is Moving So Fast – Lost Channels – Great Lake Swimmers
For The Rest Of Your Life – Through The Devil Softly – Hope Sandoval & the Warm Inventions
People Got A Lotta Nerve – Middle Cyclone – Neko Case
Rave On – Hold Time – M. Ward
Dear God (Sincerely M.O.F.) – Monsters Of Folk – Monsters Of Folk
No More Runnin’ – Merriweather Post Pavillion – Animal Collective
When It’s Dark – Popular Songs – Yo La Tengo
Black Hearted Love – A Woman A Man Walked By – PJ Harvey & John Parish
I’ve Been Bad – Nothing Gold Can Stay – The Duke & the King
Buñuel – All My Friends Are Funeral Singers – Califone
When I Go Away – Electric Dirt – Levon Helm
My Wife’s Home Town – Together Through Life – Bob Dylan
What You Gonna Do Leroy – Written In Chalk – Buddy & Julie Miller (with Robert Plant)
The Crooked Line – Secret, Profane & Sugarcane – Elvis Costello
It’s Too Easy – A Friend Of A Friend – Dave Rawlings Machine
George Jones Talkin’ Cell Phone Blues – The Fine Print (A Collection Of Oddities & Rarities) - Drive-By Truckers
Walking Back To Our Place At 3 A.M. – We Used To Think The Freeway Sounded Like A River - Richmond Fontaine
Natural Disaster – Noble Beast – Andrew Bird
For Your Lover Give Some Time – Truelove’s Gutter – Richard Hawley
Calming The Snake – The Eternal – Sonic Youth
On The Other Side – Tight Knit – Vetiver
Tennessee Blues – Bobby Charles – Bobby Charles - In Memoriam
Dying Young – West Of Rome – Vic Chesnutt – In Memoriam

wilco_album_390

Je kunt Radio Centraal live beluisteren op op 10.7 FM of online via
deze weg.

 

12-01-10

VOULEZ-VOUS DANSER AVEC MOI?

 

Op een zomeravond liep ik wat wankelend

over straat en dacht aan een vrouw

op mijn knie. Of was ik het op de knieën

van een zomeravondse vrouw, wachtend

zolang al –  dat ze nooit kon bestaan?

Trof ik haar niet in stilte in een moeras,

natte voeten, natte haren, natte lippen?

Vogeltjes piepten in doodstrijd

of was het gekrijs van genot, vervulling?

Vond ik het allemaal voor me uit?

Ik zit hier nu in de put van de winter

en geloof in genade, vervoering, tover –

alsof het leven een verhaal is dat goed afloopt

met een vrouw op je knie in de ci-cinema

en daarna nog veel centen voor champagne.

07-01-10

IN MEMORIAM HERMAN J. CLAEYS

  

herman

Foto: Martin Pulaski

Als een eenzame jongeman kwam ik in september 1969 in Brussel aan. Ik zou er film studeren aan het Ritcs. Na enkele dagen was ik echter al goed bevriend met Marc Didden. Marc en ik praatten bijna voortdurend over ‘alternatieve’ muziek en over undergroundtijdschriften zoals het Nederlandse Aloha, het Britse it (International Times) en het Amerikaanse Rolling Stone, die we bij Herman Claeys in de Free Press Bookshop gingen kopen. Marc hielp daar soms een handje, als Herman een glas wijn ging drinken in de Florio of een dringende boodschap moest doen. Dat gebeurde allemaal tijdens de laatste maanden van 1969. Altamont moest nog plaatsvinden; wij waren onschuldig en geloofden in een betere toekomst, een andere samenleving. Was het daarom dat wij zoveel belang hechtten aan zulke tijdschriften en aan muziek? De undergroundkranten brachten ons op de hoogte van nieuwe, experimentele vormen van samenleven in de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en Nederland en de muziek hielp ons vergeten in wat voor strontland wij leefden. Het leek wel alsof utopische ideeën nu eindelijk konden worden verwezenlijkt. Vreemd was wel dat Marc zeer hevig gekant was tegen hippies, terwijl hij lange haren had, en ik er al helemaal als een hippie uitzag. Ik was trouwens gek op ‘Hippie Boy’ van the Flying Burrito Brothers. Af en toe discussieerden we daarover, maar onze standpunten lagen niet zo ver uiteen omdat ik zelf ook geen ‘echte hippie’ was: ik leefde niet in een commune, deed niet aan groepsseks, gebruikte weinig of geen drugs, dronk slechts bij speciale gelegenheden, maar rookte wel heel veel sigaretten van het merk Lucky Strike.

Ik vond Herman Claeys een beetje een vreemde man. Hij was zeker tien of vijftien jaar ouder dan ik. Een oude kerel. Moest zo iemand niet al lang dood zijn, ‘My Generation’ van the Who indachtig? Nee, hij verkocht liever schunnige blaadjes aan langharig werkschuw tuig. Herman keek je niet aan als hij met je sprak. Al spoedig had hij zijn eigen, zeer verlieslatende club, De dolle mol, op de Kaasmarkt. Voorheen was het een jazzkelder geweest. Er hingen veel hippies rond in De dolle mol. Die zaten daar maar en dronken niets. Wel rookten ze joints, wat voor het voortbestaan van de club een groot gevaar was. Een zekere Vranckx was in die dagen minister van justitie, een socialist, die kennelijk in de leer was geweest bij Stalin. Soft drugs, dat bestond in zijn ogen niet. De gevangenis in met het gespuis dat zich daarmee drogeerde, en zeker met de waarden die dat gebruik gedoogden.

Op een zomerdag in 1970 was er geen geld meer. Evenmin was de brandveiligheid gegarandeerd, geen vergunning dus.  De dolle mol ging toe. Maar we beslisten om het café illegaal te openen in een appartement boven de club. Op dat ogenblik werd ik onbezoldigd barman boven in het Dolle Mol-appartement. Daar was geen kraantjeswater en ook geen tap. Om glazen uit te wassen moest ik telkens de kelder afdalen, om een emmer met vers water te vullen. Dat stelde ik altijd zo lang mogelijk uit. Toen ik daar op een nacht aan het werk was werd mijn zoontje geboren. De volgende nacht dronk ik uitzonderlijk een keer mee met de schrijvers en dichters die er vaak zaten te kletsen, Jeroen Brouwers, Julien Weverbergh, Marcel Van Maele, Paul Snoek (geloof ik toch) en Herman zelf.

Eten deed ik eigenlijk niet. Omstreeks zes of zeven uur ’s avonds gaf Herman me enkele franks, waarmee ik me een kommetje rijst kon aanschaffen aan de overkant van de straat. Pita-bars waren er toen nog niet aan de Kaasmarkt.

Na ongeveer een maand verhuisden we opnieuw naar de kelder. Ik hield veel meer van de kamer boven. Herman had weinig oog voor hygiëne, en daar hadden we soms wel eens conflicten over. Achter de toog op de grond lagen planken, waaronder zich plassen stinkend zwart water bevonden. Die werden groter met de dag. Op een keer zag ik wormen kruipen. Die wormen moeten hier weg, zei ik tegen Herman. Met veel tegenzin zijn we dan maar gaan schoonmaken. Een vreselijke stank.

Marcel Van Maele zat drie weken lang aan de bar te brallen: “Wie werkt voor vrouw en kind, ’t Is vader”. Meer zei hij niet. Een vrouw toonde me foto’s van de orgieën waar ze aan had deelgenomen. Lelijke foto’s, niet eens pornografisch. Op een middag werd de Belgische vlag op de vloer opengevouwen. Herman en een vriendin zouden er een nummertje op maken. Hermans idee van revolutie: neuken op de Belgische vlag. Gelukkig waren de wormen toen al weg. Een fotograaf, wiens naam ik vergeten ben, heeft die ‘happening’ vastgelegd voor de toekomst, nu dus. Ik weet nog dat ik zo bang was voor minister Vranckx en de gevangenis dat ik de fotograaf gesmeekt heb die negatieven waar ik op de achtergrond misschien wel herkenbaar was te vernietigen. Herman was een held met kleine kantjes en grote gebaren. Hij schrok er niet voor terug om vanop een Amerikaanse tank die op het De Brouckèreplein stond – naar aanleiding van de film ‘Patton’, geloof ik – de rijkswacht en de BOB uit te dagen.

Op een dag had ik genoeg van die anarchie. Ik was gehuwd, had een zoontje en wilde opnieuw gaan studeren. Het Ritcs had ik opgegeven omdat ik vond dat er teveel kleinkunstenaars met ringbaardjes rondliepen, maar ook omdat ik een afkeer had van de vakken elektriciteit en scheikunde. Ik begreep niet waarom je al die formules moest kennen om een film te maken zoals Bergman of Bo Widerberg. Samen met mijn toenmalige echtgenote ben ik filosofie gaan studeren aan de VUB. In De dolle mol kwam ik niet meer. We leefden een ander leven, een leven van anarchistische, revolutionaire intellectuelen. De dolle mol is in die periode naar de Spoormakersstraat verhuisd.

Ik ben er nog een keer geweest, toen ik al in Antwerpen woonde. Ik kwam van een verbluffend concert van Bruce Springsteen & the E-Street band en moest naar Antwerpen terug, maar er waren geen treinen meer. Dan maar de nacht in de kroeg van Herman doorgebracht, die er trouwens niet was.

Net zoals ik is Herman later naar Antwerpen verhuisd. Daar hebben we elkaar opnieuw ontmoet en heb ik ingezien dat ik de man enigszins onderschat had. Zijn gedrevenheid, zijn altijd opnieuw beginnen, zijn totale inzet voor de poëzie en de tegencultuur. Er was niemand zoals hij in Nederlandstalig België. We hebben een viertal keer samen op het podium gestaan, of na elkaar dan toch, en een keer ben ik nog eens dronken geworden met mijn oude vriend, in het 'oude' Brussel waar ik nu alweer vele jaren woon.

Een paar jaar geleden heeft Herman me uitgenodigd om te komen voorlezen in De Muziekdoos in Antwerpen. Hoewel Syd Barrett enkele dagen voordien was gestorven zag Herman er goed uit, in bloemetjeshemd gehuld. Ik heb een poëziehappening gehouden, we hebben met z’n allen een liedje van Syd Barrett gezongen (The Gnome) en met Herman heb ik over de oude tijd gepraat, De dolle mol, de dolle dagen, het grote avontuur van 1969-1971. Dat deden we altijd als we elkaar terugzagen. En bier drinken.

Het vreselijk aan het leven is dat we allemaal dood gaan en dat het dan gedaan is. Het vreselijke aan de dood van Herman is dat ik nooit met hem meer over de dolle dagen zal kunnen praten en ’s nachts in de straten van Brussel of Antwerpen verdwalen.

Herman, je was een eigenzinnig man, onverzettelijk en volkomen open. Ik zal je missen tot ik zelf in rook opga of onder de grond word gestopt. Vaarwel, broeder des woords! Vaarwel lieve anarchist!

04-01-10

THE LOW ANTHEM - CHARLIE DARWIN




The Low Anthem speelt 'Charlie Darwin', in een soundcheck voor Later with Jools. Een adembenemende versie van de song uit een van de beste elpees van 2009. Met dank aan mijn vriend Brecht voor de link.

03-01-10

LOW EN HET WALZHEIMER GENOOTSCHAP


bowie-low

Na een viertal dagen ben ik teruggekeerd uit het land waar je eigenlijk niet uit terugkeren kunt. Het land van de vriendschap en de walsende gebouwen, schitterend in het schitterende licht. Aluminium vogels duiken er onder en op als een beetje gekrompen dolfijnen, hun gelach aan jou overlatend. We stonden op een groot plein zonder bomen en richtten er een nieuwe club, een nieuwe kunststroming op: het Walzheimer-gezelschap. Copyright Control en je hoort nog van ons.

Ondanks grenzen en wetten en koortsaanvallen ben ik teruggekeerd en nu zit ik hier aan tafel met een laptop, een vreemd voorwerp al, zoals bijna alles in deze kamer. Wat ziet het er allemaal onwerelds uit. Bijna niets in dit vertrek past in het Walzheimer-wereldbeeld. Alleen misschien enkele boeken, een foto van Marlon Brando en Maria Schneider in ‘Last Tango in Paris’, en bovenal het vinyl.

Het eerste lied dat ik in 2010 hier thuis beluisterde, met al mijn oren open, was David Bowies 'Be My Wife', waarbij ik tot tranen toe werd bewogen.


“Sometimes you get so lonely
Sometimes you get nowhere
I’ve lived all over the world
I’ve left every place.”

Daarna heb ik heel ‘Low afgehandeld, van ‘Speed Of Life’ tot ‘Subterraneans’. ‘Low’ is het werk van een bijna-übermensch, onovertroffen (bovendien is elke poging om dit kunstwerk te overtreffen volkomen zinloos). Als grap heeft Nick Lowe ooit een ep uitgebracht onder de titel Bowi, omdat hij zich ‘beledigd’ voelde door dat ‘low’ zonder ‘e’. Zulke grappen kun je met ‘Low’ natuurlijk wel uithalen. In die zin ging Nick Lowe ons voor in de Walzheimer-manier-van-denken.

Ik wens iedereen, niet alleen alle lezers van hoochiekoochie, veel geluk, moed, warmte, liefde, verbeelding, mededogen en een goed hart in 2010 en alle volgende jaren. En niet te vergeten, veel Elvis.

ray_johnson_oedipus_elvis_

Afbeeldingen: David Bowie, Low (photography by Steve Schapiro from 'The Man Who Fell To Earth' by Nicholas Roeg). Ray Johnson, Oedipus Elvis.