30-10-09

SLAPSTICK - MARTHA ROSLER




Semiotics of the Kitchen (1975) van Martha Rosler. Buitengewoon serieus en buitengewoon grappig.

26-10-09

MISVERSTANDEN

Voor Roman Polanski

Over liefde zullen veel misverstanden bestaan -

Geliefde waternimf als je zijn echo nabootst,

binnendringt in donkere lagen van zijn zijn,

Zijn hart, longen, de kern waar hij zorgen baart.

Op een zonnige dag in mei zal hij je vermoorden.

Een rake klap met de hand, op een trage boot naar China

Een spat bloed op de kajuitwand. Geen vogel die er naar tsjilpt.

Weg uit de wereld, weg uit zijn zijn, zijn pijn verzacht.

Zeeziekte lijkt hem een minder erge kwaal dan Valentijn

En rozen zijn rozen zijn rozen, geuren zonder betekenis

In zijn leven beheerst door briljante abstracties.

Hij kwam je liefde stelen en trof je verschil aan.

Hoe je hem onwetend doorboorde door anders te zijn.

Je viel niet met zijn huid, met zijn zintuigen samen.

 

 

 

25-10-09

ALS EEN BLOEDERIGE RIVIER


bed2

Als dit dan toch een kroniek is, zal ik daar maar wat aan doen. De voorbije weken zijn echter in een koortsachtige, meer negatieve dan positieve roes aan me voorbijgegaan, als een vervuilde, bloederige rivier, een rivier uit een boek van Boris Vian, een schrijver waar ik al jaren niets meer van heb gelezen, terwijl hij dat toch zeker wel verdient. Ik herinner me desondanks zijn bloederige rivier, waar ik mijn voeten in waste in 1973, tijdens een andere koortsachtige periode, waarbij ik zes weken in bed moest blijven, alleen om me wat te wassen en zo mocht ik er even uit.

Net zoals in die lelijk-mooie ziekteperiode heb ik ook nu gelezen, zij het veel minder dan destijds. Niet alleen minder, maar ook minder intens. Als je jong bent lees je geen zinnen maar dring je telkens je de eerste pagina van een ‘nieuw’ boek begint te lezen een andere wereld binnen, raak je in betovering, leef je een leven dat niet het jouwe is, maar tegelijk ook wel. Wat mij betreft kan ik meteen drie boeken uit mijn kinderjaren noemen waarin ik zulke andere levens heb geleefd: ‘De graaf van Monte Cristo’ van Alexandre Dumas, ‘Het rood en het zwart’ van Stendhal en ‘De ellendigen’ van Victor Hugo. Maar er zijn er veel meer.

De voorbije weken las ik ‘De twintigste eeuw’, van Alain Badiou, een bijzonder heldere en eigenzinnige terugblik op de filosofie en politiek van de 20ste eeuw, ‘Angst voor de Barbaren’ van Tzvetan Todorov, een realistische kijk op Europa sinds de Verlichting, en hoe sommige ideeën (zoals die van Rousseau en Montesquieu) nog steeds bruikbaar zijn. Zijn onderscheid tussen cultuur en beschaving is erg nuttig in deze verwarde tijden, waarin jan en alleman zich voor een islamkenner uitroept. Het boek gaat over angst voor de Barbaren. Maar het is duidelijk dat we allemaal potentiële Barbaren zijn. Elke vorm van etnocentrisme vertoont barbaarse trekken. Lees echter zelf het boek, je overwint meteen je angst voor de Barbaren en verzoent je tegelijk met je ‘eigen’ cultuur. Bij mij ging die verzoening gepaard met het luidkeels meezingen van liedjes van Heintje en Corry & De Rekels, hiertoe – vanop een schijnbaar onoverbrugbare afstand - aangespoord door mijn jonge vriendin D.

Vrolijk werd ik ook van ‘romans’ (of zijn het sprookjes?) van Italo Calvino, boeken die al een eeuwigheid op mijn verlanglijst stonden. Ik genoot van elke zin in ‘De onzichtbare steden’ en ‘De gespleten burggraaf’. Hoewel ik al essayistisch werk van Calvino had gelezen was dit het begin van een mooie vriendschap.

Er waren nog andere boeken, vooral met poëzie gevuld (met name Federico Garcia Lorca). Maar lezen is niet alles. Ik zag ook films, op DVD, de grote troost voor eenzame mensen. Je duwt op een knop en je kamer wordt gevuld met de meest innemende, groteske, seksueel aantrekkelijke, gevaarlijke en gruwelijke personages. Zowel om artistieke als financiële redenen grijp ik graag terug naar films uit het verleden. Ik bekeek films van Buñuel, ‘Belle de jour’, ‘Cet obscur objet du désir’ en ‘Le charme discret de la bourgeoisie’. Alleen de titels al! Ik vond niets oubolligs aan deze werken, integendeel, de hedendaagse Hollywoodfilms lijken mij honderd jaar ouder, en niet door geniale regisseurs maar door apen te zijn gemaakt.

Door mijn ‘huisarrest’ moest ik heel wat missen: concerten (onder meer Sonic Youth), theater, ontmoetingen met vrienden, etentjes en mijn werk. In die korte periode waarover ik het hier heb traden vrienden van me in het huwelijk, kregen ze kinderen, kwam er bij een goede vriendin een sterfgeval voor. Op facebook werden debatten gevoerd over het hoofddoekenverbod (waar ik tegen ben), over verliefdheid en liefde (voor), er werd met enthousiasme over boeken en muziek gepraat; meestal probeerden wij elkaar voor bepaalde muziekvormen of voor afzonderlijke songs te winnen door het tonen van clips die we op YouTube zochten. YouTube is heerlijk: het is een soort van collectief visueel geheugen, waar niet aan uitsluiting wordt gedaan. Je treft er alle culturen aan, en uitingen van zowel ‘hoge’ als ‘lage’ cultuur, een onderscheid dat ik overigens in de jaren zestig voor mezelf al heb afgeschaft. Op YouTube vond ik de intense virtuositeit van Bukka White, Son House en Rainer Ptacek terug, de innemende nonsens van Leapy Lee, Hurricane Smith en Dave Dee, Dozy, Beaky, Mick en Tich, de erotische melancholie van Hope Sandoval, de exotische smart van Geeta Dutt, de haast religieuze verhevenheid van Bill Viola. Wat heeft een mens nog meer nodig? Ja, ik weet het, medicijnen.

De mooiste muziek die ik de voorbije dagen heb gehoord kwam van Bach, the Beatles, Richard Hawley (‘Truelove’s Gutter’), the Soulsavers, Richmond Fontaine,  Howlin’ Wolf, Billie Holiday en Hope Sandoval & the Warm Inventions. Wat is haar ‘Through The Devil Softly’ toch weer een sublieme verzameling liederen geworden… Haar stem is een zalf die elke wonde geneest – en elk liefdesverdriet lost op in wolkjes warme smart.

 


Foto: Martin Pulaski. 

 

FEAR IS A MAN'S BEST FRIEND


autumn in brussels

Foto: Martin Pulaski, 2009.

23-10-09

TWEE MANIEREN OM IN DE HEL TE LEVEN


Gustave_Dore_Inferno32

“De hel van de levenden is niet iets wat zal zijn; als er een is, dan is het de hel die hier al is, de hel die wij dag in dag uit bewonen, die we vormen door onze samenleving. Er zijn twee manieren om er niet onder te lijden. De eerste valt velen makkelijk: de hel aanvaarden en er deel van gaan uitmaken tot je op het punt bent gekomen dat je hem niet meer ziet. De tweede is riskant en vereist ononderbroken aandacht en studie: zoeken en weten te herkennen wie en wat er, temidden van de hel, geen hel is, dat laten voortduren, en er ruimte aan geven.”

Italo Calvino, De onzichtbare steden.

Over dit en andere boeken morgen meer.

 

17-10-09

MIJN STAD IN DE BOMEN

boeken,films,bomen,vogels,astma,kinderjaren,ziekte,koorts,vertellen,verhaal,genezen

Fat City, John Huston
 
Huisarrest, daar lijkt het op, zo thuis zitten wachten tot het over is. Je zet de tv aan, je zet hem weer uit. Er is niets op tv. Dat wist je al. Je kunt – inderdaad – naar een van de duizenden filmklassiekers kijken, Sunset Boulevard, Two Lane Blacktop, Fat City, om er maar enkele te noemen. Maar je hebt ze allemaal al zo vaak gezien. Alleen het noemen van hun titels vermag je nog enig hartzeer te geven. Hartzeer, geen plezier; tintelingen, een afgestompte vorm van seksueel genot. Je langspeelplaten zitten in onzichtbare dozen. Juwelen in een grote scheepskist, met de familienaam van je moeder erop. Waarom de naam van je moeder. Dat is een lang verhaal, wat me als ik het zou vertellen in 1919 zou laten aankomen (en mijn imaginaire reis een halt toeroepen). Kortademig als ik ben vertel ik voorlopig geen lange verhalen. De energie om de onderdelen aan elkaar te lassen bezit ik niet, evenmin als een degelijke bril om m’n ogen te beschermen.

Denk je dat ik bedroefd ben, omdat ik geen boeken noem? Nee, ik noem geen boeken, niet omdat ik bedroefd zou wezen, maar omdat je geen boeken noemt met koude vingers en een zeer hart. Ik, of was jij het? Wij hebben al teveel boeken genoemd in ons lange leven. We verheugen ons daar over. Over de geheimen die we op die manier hebben ontdekt. Ik bedoel, voor we de titels en de namen noemden, toen we de woorden lazen. Als we ziek in bed lagen en buiten naamloze vogels zongen. De naamloze krekels en sprinkhanen hun gang gingen. En het geruis van nog jonge bladeren in de platanen. Een beetje wind. Toen we naar adem hapten, de lakens nat van de koorts, en toch zeker van een genezing, gauw, ongetwijfeld bij zonsopgang. En bij zonsopgang waren we genezen. Daarna aten we erwtensoep, aardappelen, paling, dronken water, limonade. En de volgende dag, een zondag, klom ik in de bomen en bouwde er mijn stad, die glinsterde in het zonlicht. Mijn stad van naamloze vogels en waternimfen (want de bomen groeiden kort bij een rivier). Mijn onbewoonde stad, waar de toekomst juichte. Neem van me aan dat ik er vrij was.

 

15-10-09

MEXICAANSE GRIEP


MANUEL MANILLA


Die laatste zin, ik zeg geen gebenedijd woord meer, had ik beter niet geschreven. Sindsdien heb ik ook geen woord meer geschreven. Dat voelt vreemd aan, niet schrijven als je weet dat het zou moeten en als je er zelfs alle tijd voor hebt. Zou het lijken op een vogel die niet kan vliegen? Ik kan het aan geen vogel vragen, ik ken de vogeltalen niet.

Ik wil almaar schrijven, maar heel vaak doe ik het niet. Soms beslis ik ertoe omdat ik weet dat het betekenisloze dingen zouden worden, uit verveling ontstaan, andere keren doe ik het niet omdat ik alcohol heb gedronken, onder invloed waarvan je wel mooie woorden en beelden kunt oproepen, maar zonder samenhang noch evenwicht, nog andere keren, zoals nu, omdat ik er de energie niet voor heb.

Voor veel schrijvers lijkt schrijven de eenvoudigste zaak van de wereld. Elk jaar zitten ze op de Boekenbeurs met een nieuw ‘product’, dat er vanzelf lijkt gekomen te zijn. Hoe doen ze het toch? Is het dan allemaal overbodige rotzooi, wat ze schrijven, of zitten er echt parels tussen? Ik zal het wellicht nooit weten, aangezien ik geen werken lees van hedendaagse Nederlandse schrijvers. Alleen voor Geerten Meijsing, Arnon Grunberg en Remco Campert maak ik een uitzondering. Die laatste kun je natuurlijk moeilijk hedendaags noemen – maar voor mij is hij het desondanks. Ik maak tevens een uitzondering voor dichters en dichteressen, degenen die woorden opnieuw uitvinden of een nieuwe kleur / geur geven.

De avond waarop ik mijn vorige tekst schreef zal ik ongetwijfeld al wat koorts hebben gehad. Het stukje heeft inderdaad een koortsachtig toon. Maar ik wist nog niet dat ik ten prooi was gevallen aan de Mexicaanse griep. Hoewel het niet veel uitmaakt waar de griep vandaan komt: ik ben er bijzonder gevoelig voor, zoals alle mensen met zwakke longen. In normale omstandigheden ben ik gevaccineerd, maar door het vroege opduiken van het virus was dat nu niet het geval. Ik ben er gevoelig voor, en meestal zijn er, zoals nu, verwikkelingen. Sinds zondag heb ik een pijnlijke hoest, symptoom van bronchitis, en slik ik antibiotica. Het zal nog wel een week duren eer ik helemaal genezen ben. Ondertussen zie ik door het raam de nazomer voorbijtrekken, de herfstdagen, zie ik de eerste sporen van de winter. Ik heb altijd van de winter gehouden, tot voor enige jaren – opeens kreeg ik het koud, en kon ik geen warmte meer vinden. Doordat die koude zo storend was – en duur – kreeg ik een fysieke afkeer van dat seizoen. Zo erg, dat ik nu alweer naar de zomer snak. Maar ik mag niet altijd maar snakken, want op die manier is mijn leven voorbij voor ik het weet. En dan heb ik de mooiste jaren ervan niets anders gedaan dan gesnakt. Hoe mooi en onvergetelijk de zomer van 2009 ook mag geweest zijn, toch ga ik me, zodra ik genezen ben, onderdompelen in de late herfst en vooral in het zinderende licht van de winter. En wat er dan met mij, met jou gebeurt, daarover ga ik schrijven. Maar eerst nog enkele dagen rusten, slapen, wat lezen en veel nadenken en me herinneren. Er is nog zoveel dat ik me niet herinner.

Afbeelding: Skeletten, door Manuel Manilla. Ik heb een reproductie van dit werk ingelijst op mijn werkkamer hangen. Het is een memento mori. Voor mij heeft die prent niets lugubers, eerder iets feestelijks. De tekening is overigens gemaakt voor het Mexicaanse feest van de doden.

 

06-10-09

IN DE BLAUWE KAMER: STILTE


bartok

Deze kamer is voldoende voor het blauwe licht en de weinige blauwe vogels die hier binnen komen zingen. Raven mogen dan al wel op mijn ramen kloppen, maar binnen laat ik ze niet, dat is voor later, net voor de aasgieren aan de beurt zijn. Voldoende ruimte voor het geluid van de golfslag van de blauwe oceaan op het kiezelstrand, van de transistorradio die volksliederen van Bartok speelt. Voor de ademhaling van de grond waarop je blootsvloets loopt, onbevreesd voor een tornado of een ander natuurverschijnsel. Je zegt, ik ben zelf natuur, ik ben één, waarmee ik het niet eens ben, maar daar zwijgen we over. Ik wil dat we het eens zijn met elkaar in deze kamer. Voor onenigheid is er geen ruimte, tenzij ze blauw licht uitstraalt, het blauw van je slagaders en je pompende hart, van een bokser uitgeteld, gevloerd, al bijna vergeten.

Je bent zo stil. Ik zat al de hele dag op je te wachten en ik dacht, ze zal me veel te vertellen hebben. Maar je bent zo stil. Zag je niet de stille oceaan in de lucht; achter een vliegtuig vormde hij een sierlijke maar rumoerige staart? Heel even dacht ik, een boerenbruiloft, een boerenbetoging. Maar de staart was geschoeid, terwijl boeren toch blootsvoets hun veld verkennen, zeker op zondag. Hoewel het vandaag geen zondag is, natuurlijk. Dat weet ik nu ook nog wel. Een zondag zou je stilte verklaren. Wie spreekt er op zondag? Zelfs een mus houdt dan zijn bek. Ik weet dat je je afwezigheid op een zaterdag nader zou verklaren. Je zou me zelfs woorden van liefde in het oor fluisteren. Dat hoort zo op zaterdag. En bloemen, blauwe bloemen. Maar zaterdag is het evenmin. Het is dinsdag. Een dag om te tateren of te schateren, als het maar geluid maakt. Maar je bent stil. En nu word ik zelf ook helemaal stil. Ik zeg geen woord meer. Koningen en pausen, bedelaars, pompiers, slangenbezweerders mogen hier voor de deur staan. En bellen, bellen, bellen. Ik doe niet open, ik zeg geen gebenedijd woord meer.

02-10-09

NEW MORNING

folk,day of the locusts,new morning,bob dylan,pop,rock



"Oh the locusts sang such a sweet melody..."