06-10-09

IN DE BLAUWE KAMER: STILTE


bartok

Deze kamer is voldoende voor het blauwe licht en de weinige blauwe vogels die hier binnen komen zingen. Raven mogen dan al wel op mijn ramen kloppen, maar binnen laat ik ze niet, dat is voor later, net voor de aasgieren aan de beurt zijn. Voldoende ruimte voor het geluid van de golfslag van de blauwe oceaan op het kiezelstrand, van de transistorradio die volksliederen van Bartok speelt. Voor de ademhaling van de grond waarop je blootsvloets loopt, onbevreesd voor een tornado of een ander natuurverschijnsel. Je zegt, ik ben zelf natuur, ik ben één, waarmee ik het niet eens ben, maar daar zwijgen we over. Ik wil dat we het eens zijn met elkaar in deze kamer. Voor onenigheid is er geen ruimte, tenzij ze blauw licht uitstraalt, het blauw van je slagaders en je pompende hart, van een bokser uitgeteld, gevloerd, al bijna vergeten.

Je bent zo stil. Ik zat al de hele dag op je te wachten en ik dacht, ze zal me veel te vertellen hebben. Maar je bent zo stil. Zag je niet de stille oceaan in de lucht; achter een vliegtuig vormde hij een sierlijke maar rumoerige staart? Heel even dacht ik, een boerenbruiloft, een boerenbetoging. Maar de staart was geschoeid, terwijl boeren toch blootsvoets hun veld verkennen, zeker op zondag. Hoewel het vandaag geen zondag is, natuurlijk. Dat weet ik nu ook nog wel. Een zondag zou je stilte verklaren. Wie spreekt er op zondag? Zelfs een mus houdt dan zijn bek. Ik weet dat je je afwezigheid op een zaterdag nader zou verklaren. Je zou me zelfs woorden van liefde in het oor fluisteren. Dat hoort zo op zaterdag. En bloemen, blauwe bloemen. Maar zaterdag is het evenmin. Het is dinsdag. Een dag om te tateren of te schateren, als het maar geluid maakt. Maar je bent stil. En nu word ik zelf ook helemaal stil. Ik zeg geen woord meer. Koningen en pausen, bedelaars, pompiers, slangenbezweerders mogen hier voor de deur staan. En bellen, bellen, bellen. Ik doe niet open, ik zeg geen gebenedijd woord meer.

Commentaren

dokter Wellicht had ik al koorts toen ik deze tekst schreef.
Koningen, pausen, bedelaars, pompiers en slangenbezweerders zijn binnen gekomen zonder te bellen.
Voor de dokter heb ik de deur geopend. Hij kwam me vertellen dat ik de griep heb.

Gepost door: martin | 08-10-09

Reageren op dit commentaar

De commentaren zijn gesloten.