24-08-09

OPGEJAAGD WILD


richardgerstl-self_portrait_laughing

I think that maybe I’m dreaming
… Opgejaagd wild, wild opgejaagd door lust en onlust. Ontevreden met mijn berusting, met mijn uitputting, met mijn duistere en glasheldere verlangens. Zo reis ik  van de ene streek naar de andere, van de ene stad naar de andere, van het ene kasteel naar het andere. Op zoek naar je-ne- sais-quoi. Amuseer ik me ook, geniet ik van wat ik ruik, voel, zie, hoor, neem ik de scherven wereld in mij op, om er later op mijn manier van te getuigen? Ik weet het niet. Soms denk ik, jazeker, soms denk ik, zeker niet. Je weet dat ik een twijfelaar ben. Je weet dat ik weet dat ik weinig weet en van nog minder zeker ben. Je weet dat ik tevens weet dat het ‘beter’ is weinig te weten dan te denken dat je veel of zelfs alles weet. Je weet dat ik vaak niet eens weet wat ik doe. Opeens, bijvoorbeeld, ontwaak ik in een stilstaande trein in een uithoek van België. Verdoem mijn ziel, wat doe ik hier. Snel de trein terug op. De kaartjestknipper trekt niet eens zijn schouders op als hij mijn treinkaart knipt. Ik weet dat ik dat woord niet mag gebruiken, kaartjesknipper, maar dat is wat hij doet. Of hij zet er een stempel op. Een verdwaalde reiziger, zal hij denken. Of hij denkt helemaal niets, het zijn z’n zaken niet. Door mijn onverantwoord gedrag verwijder ik mijn vrienden van me. Niet dat ik me van mijn vrienden verwijder. Het is omdat ik zo graag bij ze blijf dat ik treinen mis, of te veel drink en me daarna van richting vergis, een verkeerde beslissing neem. Straks blijft er niemand over. Zulke dingen doe je niet ‘op mijn leeftijd’. Alsof mathematische leeftijd bestaat. Net zoals mijn schoonbroer, een psychiater, word ik opnieuw zestien, maar op hevigere, bewustere wijze dan toen. De opstandigheid is niet langer op een gevoel van onrechtvaardigheid gebaseerd, maar op jarenlange waarneming van een absurde realiteit.  De afkeer van een valse rechtvaardigheid, van een valse naastenliefde, van een valse liefde, van een vals geluk en van dwaze doelen, waar velen zelfs willen voor sterven, of op zijn minst hun lustgevoelens willen voor onderdrukken. Op een jarenlang ondergedompeld zijn in de realiteit is onze opstandigheid gebaseerd. Maar wacht, tegelijk is de jeugdige onnozelheid gebleven - onduidelijkheid, verwarring, een aan psychose grenzende negativiteit (zoals die van Bob Dylan in ‘Just Like Tom Thumb’s Blues’ – waar echter poëzie hem uit de maalstroom van het verderf redt).

Het zijn op hol geslagen driften en de aantrekkingskracht van het weinig bekende en gekende. Ik wil geen gevaarlijk leven leiden, dat is belachelijk, maar ik wil evenmin berusten in gerieflijkheid, het behangpapier van degenen die naar de dood verlangen. Verlang ik zelf dan niet naar de dood? Ja, natuurlijk – zoals iedereen, omdat het onze bestemming is. Het is een heel stille stem, die echter niet ophoudt ons te roepen; zij kent al onze namen. Het is stompzinnig om niet te verlangen naar wat onverschillig op je wacht. Maar verlang ik daarom naar jouw dood? Zeker niet. Ik wil niet dat je onheil onverkomt, ik wil je niet afnemen wat je hebt. Wat zou ik er mee doen? Ik heb weinig nodig, ook al omring ik mij met veel kleinigheden. Ik trek een muur rond me op, bestaande uit scherven werkelijkheid, of echo’s, afgietsels ervan. Die muur moet me wellicht verhinderen om te vertrekken. Maar ik wil voortdurend vertrekken. Het is waar dat als ik in Venetië of Madrid ben, dat ik dan weer naar huis verlang, zoals de matrozen van de Sloop John B. Maar eenmaal thuis wil ik meteen weer vertrekken. Naar een andere streek, naar een andere stad, naar een ander kasteel. Waarschijnlijk is het doordat ik zo hartstochtelijk bij je wil blijven dat ik almaar weg wil, naar waar de wind me voert, of duidelijker gezegd, het openbaar vervoer, de trein, de boot, het vliegtuig.

Als ik gelovig zou zijn, zou ik meezingen met Take My Hand Precious Lord, maar ik ben niet gelovig. Ik geloof alleen maar in de liefde, en de liefde maakt me ziek en wanhopig. Ik geloof alleen maar in de lust, maar de lust voert me naar de dood. Ik geloof alleen maar in de vriendschap, maar de vriendschap vertroebelt mijn zicht, doet me mijn gezicht verliezen. Zo voel ik me dan schuldig en denk ik dat ik door iedereen in de steek word gelaten. Zo denk ik aan vertrekken – en zo zal het blijven tot het einde, amen. Of?

MORTELLERANDONNEE


Afbeelding 1: Richard Gerstl, Zelfportret lachend, 1908.

Afbeelding 2: Isabelle Adjani in 'Mortelle Randonnée van Claude Miller, 1982.

Commentaren

Het lijkt alsof je steeds op weg wilt om te kunnen verlangen. Het is ook een perfect gevoel: nooit af en zo hoopvol. Er kan een heel leven in.

Gepost door: Ann Tronquo | 24-08-09

Reageren op dit commentaar

nooit af ann, nooit af, daar komt het allemaar op neer. als je zegt dat iets af is, is het gedaan. maar ik denk dat je de onaffe dingen ook als afgedaan moet beschouwen, alsof ze toch af zijn - nu ja, ik ben zeker niet de enige die zoiets denkt. zeggen, nu is het gedaan, bevrijd je van last, van zorgen - je kunt aan iets anders beginnen.
vertrekken is ook zoiets, maar minder productief, omdat je toch altijd iets of iemand achter laat - en een mens is geen 'onafgewerkt project', etc.

Gepost door: martin | 25-08-09

Reageren op dit commentaar

mhm, 'k weet niet, Martin. Onaffe dingen als afgedaan beschouwen, onderbreekt het proces toch. Of bedoel je 'loslaten'? Maar dan nog. Ik geloof niet in de dingen of de momenten op zich. Uiteindelijk bundel je, overschouw je, neem je mee, laat je sporen achter,... of nu het verlangen er als rode draad door loopt of iets anders. Of je nu onderweg loslaat en nieuwe dingen opneemt of vasthoudt, herkauwt,...

Gepost door: Ann Tronquo | 25-08-09

Reageren op dit commentaar

the cult of done manifesto Het onaffe onaf laten. Zeggen, het is genoeg geweest. Iets anders, iets nieuws beginnen. In Wenen las ik een bijzonder interessant manifest, dat hier onrechtstreeks (of zelfs rechtstreeks) verband mee houdt: the cult of done manifesto.
http://www.ikiw.org/2009/03/04/the-cult-of-done-manifesto/

Gepost door: martin | 26-08-09

Reageren op dit commentaar

teksten Vreemd, want de zaal loopt vol met zowel stilte als met de luide trommels van het carnaval in Rio en dan zijn we weer bij de mensen en het leven aanbeland.
Zo schiet er me, bij het lezen van je laatste teksten, van alles door het hoofd maar de eerste en enige vraag die ik wou en wil stellen is: “Denk je?”
Maar ze vraagt geen antwoord, die vraag.

Gepost door: Evy | 28-08-09

Reageren op dit commentaar

teksten 2 Vergis ik me of staat er hier in de laatste paragraaf een sleutel?
Voor het overige bezonken je teksten en ik zag: datzelfde beeld van Munch, tesamen met een personage van Paula Rego én het begin van 'De jeugd van Ivan'. Alledrie.
En nu ga ik terug stil zijn. Fijn weekend voor jou en voor Agnes.

Gepost door: Evy | 28-08-09

Reageren op dit commentaar

De commentaren zijn gesloten.