25-03-09

THEORIE VAN DE LIEFDE

 

Ik heb geen theorie van de liefde.

Heb sabeldans noch -bont begrepen.

Ik ken de passen niet, het zacht gekus

Van een zacht neervallende ster.

Ik zag dieren venijnig en woest.

Niet in de woestenijen, maar braaf

getemd, zonder opstandige stem.

In een landschap waar wevers de stad.

Ik heb geen theorie van weefsels,

Getijden, dwalen en falen, zich verliezen

In analyses van afwijkende wijknamen

Of gezichten die nergens op lijken.

Is het geen dwaasheid dan om alsnog

te leven alsof er iets aan de hand is?

Je weet niets, je kent niets, je kiest niets.

Alleen tegendraads zijn almaar, of zwijgen.

Is niet alles al volmaakt van tevoren -

En je bent voor niets geboren? Onbestemde
Steen haalde het vel van je woorden,

Die van water waren, boomschors.

 

De commentaren zijn gesloten.