27-02-09

REBEL WITHOUT A PAUSE : ZELFPORTRET ZONDER ZELF

 

Opgedragen aan Rick Rubin en Def Jam (deel 1)
Opgedragen aan Eva V. (deel 2)


1.

 

 

"I need a radio inside my head".
"Vanuit een verte lijk je op Kate Moss”,

Zegt ze.

...


“Veertig jaar geleden als ik wandel in een bos

Of neerlig in het struikgewas.

Je zag me nooit in een Cadillac

Maar hoe je op me geilde in mijn wit linnen pak

In Firenze gekocht zonder centen.

Een voorschot met hasjiesj als rente.”

Geen al te grote voeten, een kleine tafel

En een pen om Dante na te bootsen.

“In 1970 werd ik wakker op honderd gram

Rode Libanon.

Jongen wat werd ik ziek van dat spul.

En onze sleutels weggegooid.

Onze weg naar huis geschooid.

Mijn huid nog niet leer gelooid

Door de ellendige tijd."

""Je denkt toch niet dat ik over mezelf ga rijmen.

Of ben je gek of zo?

Ofwel is het teveel ofwel is het te weinig.

Een rebel, je moet wel dwaas zijn,

Een rebel in een beschaving

Waar niemand geschaafd is.""

Drink beter tequila als een nijlpaard.

Drink absint als Van Gogh en Strindberg.

Drink whisky als Warren Oates.

Maar fuck al die andere shit.

Vroeger was je misschien wit.

Nu ben je zwart en schrik je in je spiegel.

“Terminator”, zegt ze.

“Ik word nog eens een terminator,

Gonna clean up this town, pussycat,
Al die lavabo gestapo’s de keel oversnijden.”

 


2.

V
erschil je van een reptiel

In dit moment dat twee uur duurt

En je wil zomaar iemand kussen om te kussen

(maar je bent er niet)?

Wie ben je als je in het station staat te wachten

Op de trein naar Oostende, naar Eupen?

Wie ben je als je zegt, "ik word nooit oud,

Ik heb daar het vel niet voor"?

Wie ben je eigenlijk?

Wat doe je, wat doe je met je leven?

Als je vrienden sterven, je vrienden weggaan

Voor altijd of op bedevaart naar graven

Van bewonderde schrijvers, muzikanten.

(Bidden doen ze niet, wees maar gerust.)

Ooit was er een tijd toen je je zo fijn kleedde.

Een kort jurkje, een doorkijkbloes.

Begeerde je alleen haar borsten, haar venuslippen?

Zij was goed opgevoed.

Spuwde niet op de grond maar in je gezicht.

Zo verwarrend, jongen, dat je de persoonsvormen vergat.

"Ben ik Shaft", zei je? "Dirty Harry"?

"Ben ik Captain America, Julien Sorel"?

Of gewoon een bankbediende met je haar geknipt,

Een scheiding aan de linkerzijde?

Je vader was in het verzet, zat in een kamp.

“Maar in Duitsland vond ik mijn vrouwen en dichters,

Margareta von Trotta, Rainer Werner, Rilke, Hölderlin

En al de anderen. Ik wil zo weinig mogelijk namen noemen

In een gedicht.

In een gedicht over mijn aangezicht.

Dat ik bijvoorbeeld van Italië houd, zeg ik niet.”

Je bent eenvoud.

Een punk met drie akkoorden.

Een mogelijke dief, avonturier, dichter, cracker,

Iemand die bij financiën werkt, of subsidies geeft

Aan mannen met revolvers en zieke kinderen.

In winderige steden en aan zee

Waar iedereen alles vergeet altijd.

Je hebt de champagne en het feest begint.

Iedereen heeft respect voor je.

Anders slaan je jongens je wel op je smoel.

Niet letterlijk natuurlijk (en het zijn ook geen jongens).

Je roept namen om.

Je kunt het niet laten.

Robert Musil, Bob Dylan, Gustav Mahler,

Max Beckmann.

Zo’n soort god ben je.

Niet achterdochtig over wie je omroept.

Je bent een goedgelovige omroeper.

Een punk ben je.

Je kent maar enige namen die iets betekenen.

Schippers, zwaardvechters, Humphrey Bogarts.

De mensen zien je dronken en zeggen:

Hij is weer zat.

Ze zien niet dat je weer opstaat (anastasis).

Dat je vuistslagen krijgt van engelen

Op zoek naar geld voor crack.

Ze zien niet dat je weer opstaat

En terugkeert naar je lege landschap,

Niets dan zand met in de verte een mysterieuze toren.

Een mysterieuze toren.

Van die toren lig je wakker tot het einde.

 

 

25-02-09

KIJKEN NAAR MUZIEK


vetiver-tight_knit-2


Er is een ding dat me geruststelt. Plaatjes, ook cd’s, zitten weer in binnenhoezen, zoals het hoort. Niet alles wat wordt uitgebracht is al zo goed verzorgd, maar de tekenen zijn er: de platenmaatschappijen lijken meer op duurzaamheid en uniciteit te gaan te letten. Kennelijk willen ze duidelijk maken – bewust of domweg – dat de ‘look’ bijna even belangrijk is als de inhoud. Een vrouw kijkt toch ook niet alleen maar naar het innerlijke van een man, en vice versa - en alle mogelijke variaties op dat thema. Elk vogeltje zingt zoals het gebekt is, wordt gezegd.  Sommige vogeltjes hebben mooie snavels; die van andere exemplaren zien er grijs en verwaarloosbaar uit. Door een menselijk oog bekeken, natuurlijk. Vandaag heb ik letterlijk beseft dat een zwaluw en een krokus de lente niet maken. Hetzelfde geldt voor die platenhoezen. Ik bedoel nu even niet de lente, maar een revolutie in de muziekindustrie. Maar de goede voorbeelden verdienen navolging. Ik ben geen downloader: alle kunstenaars en het overige personeel dat aan het ontstaan van een langspeelplaat heeft meegewerkt verdient een beloning, een loon, pecunia. Maar soms maken de platenmaatschappijen het wel erg gortig: plastic in plastic, het ene product bijna hetzelfde als het andere. Vier voor de prijs van drie. het maakt niet uit waar je van houdt. Bullshit! Elke plaat heeft een eigen identiteit, elke echt goede plaat is een kunstwerk – of het nu om populaire muziek of klassieke muziek gaat. En dat zie je ook aan de buitenkant. Enkele hedendaagse  mooie voorbeelden van hoe het moet: ‘Tight Knit’ van Vetiver, ‘Who’s Hurting Now’ van Candi Staton, ‘To Be Still’ van Alela Diane en (in mindere mate, want te ingewikkeld) ‘Merriweather Post Pavillion’ van Animal Collective. Dit zijn overigens allemaal platen die zeer waarschijnlijk mijn 2009-eindlijst zullen halen. Wat niet betekent dat cd’s die nog in plastic doosjes zitten nu opeens allemaal slecht zijn. Of de ep ‘Blood Bank’ van Bon Iver, in een bijzonder mooie hoes, een kunstwerk, maar zonder binnenhoes? Cd’s die los in kartonnen doosjes zitten raken heel snel beschadigd. Ik heb het al voorgehad met de zeer dure box ‘Songbird’ van Emmylou Harris. Een van de cd’s daarin kan ik gewoonweg niet draaien. Gelukkig heb ik de meeste songs al op andere platen, zodat ik weinig mis. Maar wees voorzichtig!

Overigens heb ik zeer genoten van het concert van Vetiver in de Botanique vorige zondag. Ik ga graag naar de Botanique. Het heeft altijd iets feestelijks, alsof je een beetje op reis bent in een land dat je tegelijk kent en niet kent. Veel concerten in de Botanique zijn kleine feesten. En elk concert is bijzonder toegankelijk, waarmee ik bedoel: betaalbaar. Je moet je zelfs geen zorgen maken als je een glas wijn of bier wenst te drinken. En na afloop van het concert kun je nog wat praten met de muzikanten. Jammer dat Bob Dylan daar niet optreedt, of Dwight Yoakam, of Amy Winehouse. Wel heb ik er ooit Television gezien en gehoord, wat ik nooit zal vergeten. Ik zal niet zeggen dat Tom Verlaine god is (want dat schijnt Eric Clapton te zijn), maar hij is alleszins een begenadigd gitarist – hij is anders dan alle anderen. Er is wel enige verwantschap met John Cippolina, Roger McGuinn en John Coltrane.

Over mijn boosheid ten aanzien van de verdeel-en-heers-politiek van sommige Vlaamse politici (net voor de regionale verkiezingen) zal ik het morgen hebben. Tenzij ik morgen nog altijd goed gezind ben. Want wat heb je aan geld? Die mannen (en sommige vrouwen) denken dat je er alles mee kunt kopen, maar iedereen met enig gezond verstand weet dat je met geld maar zeer weinig kunt kopen. Deze woorden zijn helemaal gratis. Maar als je mij wilt kopen, ik ben beschikbaar. Over de prijs zal wel lang onderhandeld moeten worden. En niet alleen Vlamingen kunnen een bod doen op mij.

22-02-09

HET LEVEN WAS VURRUKKULLUK

Voor Vivian Smekens

Zij waren gelukkig, zagen de Westerse hemel

En wachtten tot wat anderen hen zouden brengen.

En wachtten tot wat anderen hen zouden brengen.

Hij hield van hynmen en van de ‘Hums’

van the Lovin Spoonful.

Zo zong zij, de mooiste, die zo kon dansen

Dat je margrieten en korenbloemen vergat,

Enkele hymnen en ‘Rain Of the Roof’

En kuste hem uiteindelijk op de mond.

Het maakt hem niet bang.

Het was alsof hij een vogel was, even.

Of  verse melk die overkookte.

En er waren overal kleine vogels, vogeltjes.

Ze kuste hem, en hij kon alleen nog maar lispelen

Als Thomas Rapp

Alsof hij al enigszins beroemd was.

Een droom van een groupie.

Appels aten zij toen en dronken jasmijnthee.

Uit Amsterdam als vlinders kwamen de vrienden

Geschenken brengen voor hun komende zoon.

Metaforen over de dood hadden ze nog niet bedacht.

Zelfs niet over het leven.
Zij vielen samen met hun verrukkulluk* leven

En gingen zo bijna naakt naar het voedingssalon

Waar ze Congolese koffie dronken

Waarna ze neukten als negers,

Wat toen nog niet was verboden.

Zij haatten de hele Nederlandse literatuur

Maar discussieerden over de waarde van Gerard Reve

En Harry Mulisch en werden geil van Remco Camperts

Kleine woorden en verhalen. Jan Wolkers

Had hen geleerd wat Turks Fruit was.

Maar minder bedroefd lagen zij in bed

Met Henry Miller en streelden elkaars penis, clitoris

Tot de zon hun lichamen bleekblauw kleurde.

Zij waren gelukkig, zagen de Westerse hemel

En wachtten tot wat anderen hen zouden brengen.

En wachtten tot wat anderen hen zouden brengen.



*zei Panda.

11:30 Gepost in Gedicht | Permalink | Commentaren (0) | Tags: blues, 1970, utopie, idylle |  Facebook

20-02-09

ELEMENTAIRE TEGENSTELLINGEN IN DE POPULAIRE CULTUUR


peace


“Ze wilde jong blijven en niet door haar kinderen aan haar leeftijd worden herinnerd”.
De zoon over de hippiemoeder, in ‘Elementärteilchen’ (2006), een Duitse film van Oskar Roehler gebaseerd op de roman 'Les particules élémentaires' (1998) van de omstreden auteur Michel Houellebecq.

Deze tijd is een tijd van onduidelijkheid, onzekerheid, morsige passies, warrige verlangens en onbestemde angsten. Een poos geleden stond ik in de Bozar, het vroegere Paleis voor Schone Kunsten, Corona’s te drinken tijdens de finissage van de  tentoonstelling ‘Boeddha’s Glimach’, over 1600 jaar boeddhistische kunst in Korea. Na het ledigen van enkele flessen – zoals altijd vrezend voor bacteriën of giftige stoffen op de schil van de citroenpartjes - begaf ik mij onwillekeurig naar de dansvloer. Vrouwelijke deejays draaiden elektro en techno, wat voor mij geen muziek is, maar wel een hoogtechnologische opeenvolging van ritmes waar je – desondanks - op kunt dansen. Niet lang echter, want het gaat gauw vervelen, zoals seks zonder liefde of geweldfilms zonder inhoud of plot. Het is zielloos machinegeluid. Ik wil hiermee niet zeggen dat in een oubollige kunstentempel geen hedendaagse geluiden mogen worden geproduceerd. Het is alleen maar verwarrend, waarschijnlijk omdat het zo kunstmatig is, zo vals. Het is duidelijk een valstrik voor jonge mensen “die niet in kunst geïnteresseerd zijn” (volgens de statistieken, die niet één kunstenaar au sérieux neemt). Wat lager in de stad, je rug naar het afschuwelijke Fortisgebouw gekeerd, ligt een andere tempel: de  AB (Ancienne Belgique voor de Vlamingen). Het bier is er onbetaalbaar, de wijn van onduidelijke herkomst (en nog veel duurder). In die exclusieve concertzaal, de inkomhal is een technologisch ‘hoogstandje’,  treden groepen op als Fleet Foxes, van wie de muziek qua stijl nauwelijks verschilt van wat in het begin van de jaren zeventig the Band, the Beach Boys, en Crosby, Stills & Nash brachten. Langharige reactionaire hippies in de AB, een coole concertzaal, die met haar programmatie al decennia lang inspeelt op nieuwe trends? Dat klopt natuurlijk niet:  Fleet Foxes is geen stel reactionaire hippies: zij spelen muziek van deze tijd, die weliswaar verankerd is in het recente verleden. Maat het contrast met wat in de Bozar gebeurt is groot. Het credo van de AB lijkt: voor elk wat wils.

De traditonalist en vermoedelijke communist Ry Cooder treedt binnenkort op in de Elizabethzaal in Antwerpen. Hoezeer ik ook van zijn werk houd (zijn eerste elpee heb ik gekocht van geld dat ik verdiend had met op straat te tekenen), ik ga er niet naartoe: de kaartjes kosten ongeveer honderd euro. Ik kan dat voorlopig nog wel betalen, maar ik weiger het. Als zelfs Dylan voor vijftig euro kan optreden, dan moet Ry Cooder dat ook kunnen. Toch heb ik mij een hele tijd afgevraagd: should I stay or should I go. Heel wat vrienden en kennissen van me gaan, en ik zal thuis zitten kniezen.

Vreemd is ook aan de ene kant de afkeer van een populaire en voortreffelijke (zij het moreel betwistbare) schrijver als de hierboven al genoemde Michel Houellebecq voor de ‘hippiecultuur’ en alles wat daar mee samenhangt en aan de andere kant de bijna gelijktijdige terugkeer van een hippie-achtig verschijnsel, dat neo-folk, weird folk, enz. wordt genoemd, maar gebaseerd is op ongeveer dezelfde principes als die van de hippies in de jaren zestig en zeventig.

Een van die principes was de terugkeer naar de natuur, wat toen ook al niet nieuw was: filosofen als Rousseau en Thoreau hadden er al tenminste een eeuw eerder voor gepleit. Een van de iconen van de rock ‘n’ roll, die dat principe trouw is gebleven is Neil Young. Hij woont op zijn ranch in Californië, met zijn paarden, ezels, geiten, kippen en cowboys. Hij is net zoals Bruce Springsteen en veel andere populaire muzikanten een peacenik, wat alleen maar toegejuicht kan worden. Maar ook bij hem zie je het winstbejag. Het principe van de vrije markt, het extreme kapitalisme, wat blijk uit onder meer de dure toegangskaarten, cd’s en dvd’s (en allerlei andere parafernalia). Tegelijkertijd wordt hij bewonderd door mensen, zoals ikzelf, die de vrije markt bestrijden, die de hoge prijzen van geluidsdragers, van concerten, van festivals niet langer aanvaarden. Neil Young zien zij als een godfather van alles wat tegendraads is, roestige snaren en ontstemde gitaren inbegrepen.

Ik kan zo nog een tijdje doorgaan. Er zijn bijzonder veel voorbeelden te vinden in de wereld rondom ons van dergelijk tegenstellingen en moeilijk te vatten culturele en economische verschijnselen. Wijst dit erop dat er iets nieuws, iets beters aan het ontstaan is, of zijn het stuiptrekkingen van een soort die zich blindelings in de afgrond stort?  Ecce homo!

Foto: Martin Pulaski for peace, François Brouns, 1969.

18-02-09

PULASKI SKYWAY


PULASKI_SKYWAY 2

Ik ben op zolder nog eens gaan snuffelen in oude familiearchieven. Zo heb ik nu pas ontdekt dat in de Verenigde Staten in de staat New Jersey een bijzonder mooie brug naar een van mijn meer avontuurlijke voorouders werd genoemd, en wel de Pulaski Skyway. Terug op mijn kamer heb ik via google even gecheckt of deze informatie wel klopt. En ja hoor, in Wikipedia wordt de brug uitvoerig beschreven.
In mijn verbeelding zie ik Bruce Springsteen over de Pulaski Skyway racen, op weg naar de Queen of the Supermarket. En waar niet nog allemaal naartoe… De luchthaven in Newark misschien, zijn koffers gepakt voor een weekje in het lieflijke Brussel.

 

Met dank aan Michael Baker voor de inspiratie.

 

16-02-09

JE BENT HEM OP HET SPOOR GEWEEST

 

Je bent hem op het spoor geweest:

Vreemde tekens in verzadigd zand

Zijn oude vleugels het feesten moe.

In zijn kleuren liep hij voor je uit

Aan de rand van de Atlantico:

Geen vlucht meer, het fluiten vergeten.

In liefde en vrijheid ontgoocheld

Zoekt hij naar de kalmte van zijn kooi.

Naar uitdoven snakt zijn restverlangen.

Nee. Je weet het. Je wist zijn sporen uit,

Spuwt ze weg, vertrappelt ze.

Zijn laatste levenstekens weiger je.

13-02-09

MENTAL FINLAND


Carceri van Piranesi 2

De verwarring duurt voort. ’s Nachts en overdag, in droom en in werkelijkheid loop ik verloren in verlaten gangen. Ik zit opgesloten in ingebeelde en werkelijke cellen. Een cel is bijvoorbeeld een werkeenheid, maar mijn kamers thuis zijn soms ook cellen, hoewel er geen bewakers zijn. Ik heb dit al vaker verteld. Maar ik kan er niet aan weerstaan: ik voel me verplicht mezelf te herhalen. Woensdagavond stond ik een uur in een felverlichte, witte nooduitgang. Er was geen weg terug naar binnen, maar evenmin kon ik de gang verlaten. Uit een luidspreker klonken Finse stemmen, gezang, gebrul, geraaskal. Op wat ik dacht dat het einde was hoorde ik daverend applaus. Nu zou spoedig ook mijn ‘bevrijding’ volgen…

Diezelfde dag stond ik, na de lunchpauze, in het gebouw waar ik werk op de lift te wachten. Ik had cd’s gekocht van Antony & the Johnsons, Animal Collective, MGMT en the Temptations. Die hield ik stevig vastgeklemd, alsof iemand ze van me zou willen afnemen. Er stond nog een man te wachten. We bekeken elkaar even en dachten elkaar te herkennen van ‘ergens’. Ik wendde mijn blik af, het zal wel een vergissing zijn, dacht ik. We zijn samen nog naar Finland geweest, zei hij opeens. Dat is het, zei ik. Een week in Finland. Weet je nog wanneer dat was? Ja, dat wist ik nog. In 1993, enkele weken na de dood van mijn vader. Tijd om samen herinneringen op te rakelen hadden we niet: de lift stijgt snel. Terug in mijn cel herinnerde ik mij de man in zijn blootje aan een meer, zijn huid rood van de sauna. Zelf was ik niet in de sauna geweest, evenmin als de dame in onze delegatie. Bij haar zal de reden schroom zijn geweest, mij had de Finse gastvrouw gewaarschuwd vanwege mijn ademhalingsproblemen. Dan is het gevaarlijk voor het hart, zei ze. Vooral als je uit de hitte komt en dan in het ijskoude meer duikt. Ik herinnerde me, naast allerlei andere kleine voorvallen, waaronder autopech, een boottocht op een meer. IJskoud water stroomde het bootje in. Mijn voeten werden nat. Nooit, geloof ik, heb ik zo’n kou gehad als toen. Onderweg meerden we ergens aan waar met lauw water gevulde houten vaten stonden. Mijn voeten in dat water – zelden heb ik iets aangenamers gevoeld. Mijn sokken hingen bij een vuurtje te drogen. We aten gerookte vis.

Finnen zijn vreemde mensen. Ze zijn introvert en kunnen heel grappig zijn. Ik houd van de films van Aki Kaurismäki. Ik hoop dat ik zijn naam juist spel. Droef en grappig, zoals de Leningrad Cowboys. Vorige woensdagavond, na het hierboven beschreven voorval, was er een receptie in een schouwburg die De Bol wordt genoemd. De halve Finse gemeenschap van Brussel stond er hapjes te eten en zoals ik wijn te drinken. Ik dronk erg snel om te ontstressen, mijn hart bonsde nog altijd in mijn keel. Maar dat lukte niet. Ik werd niet dronken, niet vrolijk, niet sociaal. Ik moest weg uit ‘mental Finland’. Maar ben ik er echt aan ontsnapt?

Afbeelding: uit de 'Carceri' van Piranesi.

 

10-02-09

CRUISE OP DE NIJL


Voor Tom Waits, Tom Barman en Tom Sawyer.

Altijd oog in oog met het gedicht

Van de ezel en de krekel en de mier.

Sigarenrook in vervalste bars

waar verkreukelde dames dienen

en heren kortstondig in het teken staan

van de stier, de dichter, de dode priester.

Hij heeft zijn gereedschap neergelegd.

Het houten huis is verlaten, helemaal leeg.

Tenzij de zolder waar verfpotten wachten.

Acryl, olie, gouache, en potloden, penselen.

Oude affiches van oude sekssymbolen

Die voor Alzheimer vielen, voor Down.

Het vel wordt geel en de chromosomen

Als ze geteld zijn lijken bloemen op een graf.

Symptomen en symbolen houden hem
Nochtans in leven in een donkere wereld -

En jij daar dichter, wat zeg je nu

Als de kraaien zwijgen en het heilig graf

Gif verspreidt onder gelovigen en apen

Verstrengeld in een laatste wals op een tanker

Of een schip van dwazen terwijl de schipper

Gewoonweg afvaart op de bronnen van de Nijl.
Nu je oog in oog staat met zwijgende goden,

razende blinden, genadeloze beulen, satrapen.

21:47 Gepost in Gedicht | Permalink | Commentaren (0) | Tags: gedicht, dichter |  Facebook

07-02-09

ZERO DE CONDUITE: VROLIJKHEID EN VERDRIET

 antwerpen,radio,radio centraal,pop,dood,rock,popcultuur,in memoriam,soul,zero de conduite

Vanavond van 6 uur tot 8 uur is er Zéro de conduite op radio centraal. Je kunt radio centraal beluisteren op 106.7 fm. Streaming is mogelijk via de website van radio centraal en iTunes.

Vorige maand was er heel wat verdriet gepland, maar dat heb ik wegens tijdgebrek toen grotensdeels moeten schrappen. We waren bovendien een beetje in een feeststemming, zo helemaal in het begin van het jaar. Vandaag kunnen we er echter niet meer onderuit. De doden moeten herdacht worden, zij het op een soms vrolijke manier. Het eerste deel van Zéro de conduite is aan de Bo Diddley sound gewijd. Een van mijn grote helden uit de rock ‘n’ roll periode heeft het klaargespeeld om vorig jaar op mijn verjaardag te sterven. Onlangs is Lux Interior gestorven, daarom eindelijk nog eens wat muziek van The Cramps, een band die ik bijna vergeten was. Dewey Martin, de drummer van Buffalo Springfield, is ook niet meer onder ons. En waarschijnlijk ging de meeste aandacht naar het overlijden van de unieke John Martyn. Er zijn nog heel wat muzikanten weggemaaid, ze zijn met teveel om ze allen voldoende eer te betoen. En omdat het niet allemaal kommer en kwel moet zijn hebben we nogal wat tijd uitgetrokken voor soul, balsem voor het gemoed, warmte voor het eenzame hart. Uit de voorgaande clichés mag duidelijk zijn dat ik tot mijn dertiende een katholieke opvoeding heb ‘genoten’. Daarna ben ik mij met de duivel gaan inlaten. We zijn nog altijd goede maatjes...

 

antwerpen,radio,radio centraal,pop,dood,rock,popcultuur,in memoriam,soul,zero de conduite

 

Theme From Trouble Man – Trouble Man – Marvin Gaye

A Change Is Gonna Come – The Man And His Music – Sam Cooke

I Put A Spell On You – I Put A Spell On You – Nina Simone

Bo Diddley – The Devil’s Jukebox – Art Neville & the Meters

Bo Diddley – The Devil’s Jukebox – Buddy Holly

Craw Dad – The Story Of Bo Diddley – Bo Diddley

Pretty Thing – The Pretty Things – The Pretty Things

Cadillac – The Kinks – The Kinks

Here Tis’ (live) – Ultimate! – The Yardbirds

Mona (I Need You Baby) – The Rolling Stones, Now! – The Rolling Stones

Hey Gyp (Dig the Slowness) – Fairy Tales & Colours – Donovan

The Magic Bus – Meaty Beaty Big And Bouncy – The Who

Mr Krushcev – The Story Of Bo Diddley – Bo Diddley

Who Do You Love – Happy Trails – Quicksilver Messenger Service

Before You Accuse Me – Creedence Clear Water Revival Box Set – Creedence Clearwater Revival

Ain’t Leavin Your Love - At My Window – Townes Van Zandt

Gone Gone Gone (Done Moved On) – Raising Sand – Robert Plant & Alison Krauss

Pills – New York Dolls – New York Dolls

Goo Muck – Off the Bone – The Cramps

The Way I Walk – Off the Bone – The Cramps

Buffalo Stomp – Buffalo Springfield Box Set – Buffalo Springfield

Dark End Of the Street – The Gilded Palace Of Sin – The Flying Burrito Brothers

At the Crossroads – Mendocino – Sir Douglas Quintet

Cover Me – Take Me To The River: A Southern Soul Story 1961-1977 – Eddie Hinton

I’ll Make It Up To You - Take Me To The River: A Southern Soul Story 1961-1977 – Clay Hammond

I Can’t Leave Your Love Alone - Take Me To The River: A Southern Soul Story 1961-1977 – Clarence Carter

Breaking Up Somebody’s Home - Take Me To The River: A Southern Soul Story 1961-1977 – Denise Lasalle

You Left The Water Running - Take Me To The River: A Southern Soul Story 1961-1977 – Maurice & Mac

The One You Can’t Have (All By Yourself) - Take Me To The River: A Southern Soul Story 1961-1977 – Shirley Walton

You Ain’t Woman Enough (To Take My Man) - Take Me To The River: A Southern Soul Story 1961-1977 – June Edwards

You’re Gonna Make Me Cry - Take Me To The River: A Southern Soul Story 1961-1977 – O.V. Wright

Rainbow Road - Take Me To The River: A Southern Soul Story 1961-1977 – Bill Brandon

(If Loving You Is Wrong) I Don’t Want To Be Right - Take Me To The River: A Southern Soul Story 1961-1977 – Luther Ingram

I’m Still In Love With You – I’m Still In Love With You – Al Green

Straight From My Heart – Blame It On the Dog: the Swamp Dogg Anthology – Swamp Dogg

How Can I Get Next To You? - Take Me To The River: A Southern Soul Story 1961-1977 – George Jackson

John the Baptist – Stormbringer – John & Beverly Martin

Back Down the River – Bless the Weather - John Martyn

Seven Black Roses – Serendipity: An Introduction To John Martyn – John Martyn

Spirit In the Dark (reprise) – Live At Fillmore West – Aretha Franklin

05-02-09

DO YOU REALIZE THAT EVERYONE YOU KNOW SOMEDAY WILL DIE?


in the light

Heb je dat ook, dat je met het gevoel zit dat je niets meer weet? Dat je geen inzicht meer hebt, niets meer begrijpt. De wereld, alles wat bestaat, is opeens een gewriemel van ondoordringbare ‘dingen’, een immens moeras van particulariteiten, een chaos. Er is geen helderheid, je kunt niets onderbrengen in categorieën. Niets is verwant met iets anders. Wat is een mens? Wat is een gevoel? Wat is een emotie? Muziek is een grillige opeenvolging van zinloze klanken. Troebel water, een donkere zon, de weg naar de toekomst is de weg naar het verleden, de weg omhoog is de weg omlaag. Alles ontstaat en vergaat tegelijkertijd.

Is dit misschien een ervaring van de waanzin, een korte psychotische aanval? Is het een gevolg van te lang alleen zijn? Ik zit hier maar, soms lig ik even in de canapé. Ik zet een plaatje op: vervelend. Er is weer iemand dood. Je zou een in memoriam moeten schrijven. Maar waarom? Je praat met niemand. De muziek is afgelopen. Het is stil, af en toe het doffe lawaai van een voorbijrijdende auto. Je zou naar honderd voorstellingen kunnen gaan. Films, concerten, toneelstukken, vernissages. Brussel, Antwerpen, Gent, veel andere plaatsen. Maar je blijft op je stoel zitten. Of je doet een dutje in de canapé. Dan ontwaak je en weet je niet meer of het dag is of nacht. Je bent je zeer scherp bewust van de tijd. Het einde nadert. Vorige week kreeg je nog de tranen in de ogen toen je Wayne Coyne hoorde: “Do you realize that everyone you know someday will die?” De mooiste song van The Flaming Lips. En nu je je die tranen herinnert, herleeft er iets in je. Alsof verdriet je innerlijk verwarmt. Maar al die doden, hoe leef je daar mee? Je vrienden die uit het leven stapten, anderen die stierven van ongeluk, van waanzin. De muzikanten die je zag optreden en er nu niet meer zijn. Zoals Townes Van Zandt, met wie je graag bevriend was geweest. Je had meermaals met hem kunnen praten, of naar de kroegen gaan, maar je was te schuchter. Misschien nog een geluk dat je niet samen met Townes hebt zitten drinken. Anders zou je de herinnering nog veel pijnlijker zijn. Je herinnert je de vele nachten in Antwerpse cafés, pratend met Renée, een mooie, lieve vrouw, die veel las. Nu is ze al lang dood. Ashes to ashes, dust to dust. Elke keer als je een glas Porto drinkt, denk je aan haar. En je ouders, je grootmoeder, je tantes en ooms. Ludwig, je schoonbroer, geveld door kanker. Zou Evan Dando nog leven? Een gevoelige man, met een hemelse stem en onvergetelijke melodieën. The outdoor type. Nee, toch niet. En Hope Sandoval? De droomvrouw, maar maar altijd in het donker. Waar is ze? Waarom laat ze niets meer van zich horen? Ja, jongen, nog maar eens aan verwarring ten prooi. Terwijl om je heen de menselijke werkelijkheid uiteen lijkt te spatten, zit je op je stoel en ben je in de ban van het blauw.

Maar elke dag omstreeks middernacht begin je aan je oefeningen: schaduwboksen, gewichten heffen, push ups. Je voelt je sterker worden. Jou zal de dood niet zo vlug te grazen nemen. Ja, sterkere spieren, vaster vlees. Maar wat doe je met de wereld, met de mensen, waar je niets meer van begrijpt? Met je stilte? Me je afzondering? Wat te doen? Wat in hemelsnaam te doen?

Op de achtergrond, nee, op voorgrond klinkt nu opeens Myriam Makeba’s stem, Pata Pata. Every friday and saturday night it’s pata pata time!

Foto: Martin Pulaski, zelfportret.

BIKINI GIRLS WITH MACHINE GUNS





Magere Hein lijkt geen minuut te rusten. Nu heeft hij Lux Interior te grazen genomen. In de jaren '80 was ik een grote fan van The Cramps. Ik hield van hun sound, waarvoor ze veel te danken hadden aan Alex Chilton en de Sun rockabilly uit Memphis, en van hun stijl, die verwees naar kitsch, camp, naïeve americana, kinky seks, B-films (vooral die van Russ Meyer), kortom naar 'bikini girls with machine guns'. Rest In Peace, Lux!

04-02-09

THE ROLLING STONES & AMY WINEHOUSE

 

The Rolling Stones en Amy Winehouse, met een cover van 'Ain't Too Proud To Beg' van the Temptations. Om de dag vrolijk te beginnen. Mick Jagger, alles is vergeven en vergeten!

01-02-09

VERGEET NIETS, VERGEET NIEMAND


Je staat open in het veld van de taal en wacht tot iets groters, iets hogers, iets anders je aanspreekt. Er zijn dagen waarop je jezelf wilt verliezen in een niemendalletje, in een niets, in een leegte. Er zijn dagen waarop je weet dat het spel is gespeeld, dat er niets is, dat niets op je toekomt. Er zijn dagen waarop je niet eens meer huilt maar doodeenvoudig je nagels knipt. Alsof er niets aan de hand is.

Je staat onder een donkere hemel, met wolken van staal en uitgedoofde sterren, de maan een sikkel in de hand van een waanzinnige dronkaard. Je loopt over een duistere landweg, alleen, op weg naar de mogelijkheid van een feest. Je loopt naar een mogelijkheid. Je mond vol leugens op zoek naar een waarheid en bevestiging. Je loopt naar het licht, naar het water, naar een volmaakte verstrengeling met iets, iemand.

Het volmaakte is verstrengeld, vastgehecht aan de fossielen van het kwaad. De grond is met doornen bedekt, met grauwe krantenknipsels, met waardeloos geworden geld. De grond onder je voeten is vuil. Je raakt verstrikt in de braamstruiken van je geschiedenis. Je roeit echter je geschiedenis niet uit.

Net achter de horizon klinkt een mondharmonica, een fluitje, hinnikende paarden. Bliksem raakt een eenzame es. Zie je de engel op je schouder zitten? Hij fluistert je nieuwe woorden in. Ik ben een vrouw, zegt hij. Ik ben een engel. Niets heeft me gestuurd, niemand verwacht me. Jaag me nu niet meteen weg. Wacht, blinde jager, vergeet je warme jas niet, vergeet je verdriet niet, je vertrouwen, je trouw aan jezelf. Vergeet niets.