22-02-09

HET LEVEN WAS VURRUKKULLUK

Voor Vivian Smekens

Zij waren gelukkig, zagen de Westerse hemel

En wachtten tot wat anderen hen zouden brengen.

En wachtten tot wat anderen hen zouden brengen.

Hij hield van hynmen en van de ‘Hums’

van the Lovin Spoonful.

Zo zong zij, de mooiste, die zo kon dansen

Dat je margrieten en korenbloemen vergat,

Enkele hymnen en ‘Rain Of the Roof’

En kuste hem uiteindelijk op de mond.

Het maakt hem niet bang.

Het was alsof hij een vogel was, even.

Of  verse melk die overkookte.

En er waren overal kleine vogels, vogeltjes.

Ze kuste hem, en hij kon alleen nog maar lispelen

Als Thomas Rapp

Alsof hij al enigszins beroemd was.

Een droom van een groupie.

Appels aten zij toen en dronken jasmijnthee.

Uit Amsterdam als vlinders kwamen de vrienden

Geschenken brengen voor hun komende zoon.

Metaforen over de dood hadden ze nog niet bedacht.

Zelfs niet over het leven.
Zij vielen samen met hun verrukkulluk* leven

En gingen zo bijna naakt naar het voedingssalon

Waar ze Congolese koffie dronken

Waarna ze neukten als negers,

Wat toen nog niet was verboden.

Zij haatten de hele Nederlandse literatuur

Maar discussieerden over de waarde van Gerard Reve

En Harry Mulisch en werden geil van Remco Camperts

Kleine woorden en verhalen. Jan Wolkers

Had hen geleerd wat Turks Fruit was.

Maar minder bedroefd lagen zij in bed

Met Henry Miller en streelden elkaars penis, clitoris

Tot de zon hun lichamen bleekblauw kleurde.

Zij waren gelukkig, zagen de Westerse hemel

En wachtten tot wat anderen hen zouden brengen.

En wachtten tot wat anderen hen zouden brengen.



*zei Panda.

11:30 Gepost in Gedicht | Permalink | Commentaren (0) | Tags: blues, 1970, utopie, idylle |  Facebook

De commentaren zijn gesloten.