28-12-08

KERSENROOD GEZANG

 

Anna die dag op de trein uit Hamburg naar Keulen

Was de zon vroeg op in het winterlandschap

Om je tanden hun schittering en je huid het geschilderde

Uit te vroeg vermolmde visioenen te geven.

Maar nu in de bleke herfst, bleke winter: bleke woorden.

Echo van kersenrood gezang, was het Henriette,

Prinses van het Slot in het Noorden?

En ik danste, een castraat, op mijn teentoppen?

Om je handen, als een gebed om liefde te laten ontstaan,

Was de zon op, de maan onder, en ik in je blik zelfs

Maar of je me zag tussen de Duitsers die elkaar kusten

En gezond aten, niet dronken, vroeg weer naar bed?

’s Nachts was het Tiepolo, denk ik, in zwaluwdromen,

Mijn vochtige lakens, niet van verdriet of donkere driften

Maar van je naam met mijn speeksel besprenkeld -

Je naam, Anna, verzadigd en uitgespat, uitgeraasd

Als de wind in vier richtingen, je naam zonder sporen.

Tot stilstand gekomen in havens, hoofdsteden, stations,

Tot stilstand in mijn gedachten, in bleke woorden

En lange herfst, winter, als ik weer naar je op zoek ga.

De commentaren zijn gesloten.