09-12-08

EROTISCHE VERBEELDING


 morning flesh


Vaak denk ik, onterecht, dat ik geen verbeelding heb. Maar zonder verbeelding zou ik niets begrijpen van de wereld rondom me, zou ik zonder meer niets begrijpen en niets voelen. Wat ik mis is fantasie, de gave om een ‘andere werkelijkheid’ te kunnen verzinnen.  Als ik dagdroom kom ik niet in vreemde landschappen terecht en beleef ik geen exotische avonturen. Ik verbeeld het bestaande, ik combineer bestaande beelden, ik bedenk geen nieuwe personages. Als ik iets schrijf is het op de werkelijkheid gebaseerd, op wat de Fransen ‘le vécu’ noemen. Mijn teksten zijn autobiografisch, ook mijn gedichten. Voor gedichten maak ik gebruik van woorden die mij door mijn omgeving worden aangereikt, of die als het ware komen opborrelen. Samengevoegd worden ze interessante beelden, of hun opeenvolging is welluidend. Omdat ik geen verhalen kan verzinnen ben ik geen schrijver. Ik kan niet zoals Jef Geeraerts over misdadigers, wilde achtervolgingen, mensen die aan geheugenverlies lijden en andere onzin schrijven. Ik wil dat ook niet. Ik praat over wat ik heb meegemaakt en over de mensen die ik rechtstreeks of onrechtstreeks ken of heb gekend. Als ik al wijsheid heb, komt die uit boeken. Ik heb nogal veel gelezen. Maar ik heb ook veel gereisd, gezien, gehoord.

Al een hele tijd geleden was ik eens laureaat van een verhalenwedstrijd, ingericht door De Morgen en Meulenhoff. Mijn verhaal, Sandra’s Blues, zou je als pornografisch kunnen omschrijven;  het is existentiële pornografie. Maar ongeveer alles wat daar in voorkomt, moet ik toegeven, is echt gebeurd. Sommige elementen heb ik toegevoegd of gedramatiseerd, omdat het tenslotte een verhaal moest zijn. En natuurlijk heb ik de namen en de plaatsen enigszins veranderd. Waarmee ik wil zeggen dat mijn erotische verbeelding niets nieuws voortbrengt, ik breng – in mijn hoofd of op papier – verslag uit van een aantal ervaringen. Als ik weer eens een keer erotisch zit te dagdromen, want dat gebeurt, dan is dat altijd op het verleden gericht: ik herinner me erotische situaties, en ik beleef er opnieuw plezier aan, de herinneringen winden mij op.

Het fantastische blijft in het vacuüm van mijn onbewuste opgesloten. ’s Nachts in mijn dromen en nachtmerries kan het van zich laten horen. Soms herinner ik me flarden. Het is een kwestie van oefening. Vroeger hield ik een nachtboek bij. Dat stond na een tijd vol fantastische verhalen: fragmenten van dromen. Ik ben ermee opgehouden omdat ik liever in de realiteit leefde, tussen echte mensen, wandelend in de schaduw van echte bomen, met aan de horizon echte bergen, en dichterbij het ruisen van een echte rivier. In mijn armen wilde ik een echte vrouw houden. Haar wilde ik kussen en nog veel meer. Ja, zeker, dat is wat ik hoe langer hoe meer wil.

Foto: Martin Pulaski, Laura, Antwerpen, Lamorinièrestraat, 1980.

Commentaren

stil werd ik van deze tekst.

Zo herkenbaar mbt het leven in de werkelijkheid en toch nog steeds het gevecht met de woorden, met een verbeelde realiteit aangaan.

Zou wel heel graag die tekst (Sandra's Blues) eens lezen.

Gepost door: jan | 10-12-08

Reageren op dit commentaar

Inderdaad is het allicht best je nachteljke dromen, en hetgeen zich daar in afspeelt, niet in je dagelijkse leven binnen te brengen. Niet als opvulling van een nachtboek (jongens, dat zulks ook al bestaat!), noch als basis voor verhalen.

Interessante illustratie, overigens!

Nog een prettige dag gewenst en een leuk weekend!

Groetjes

Rudi

Gepost door: Rudi | 12-12-08

Reageren op dit commentaar

De commentaren zijn gesloten.