31-10-08

SCHWAB'S, MEMPHIS


schwab's, memphis


Dit is Schwab's klerenwinkel in Beale Street, in Memphis. Ik ging er destijds een kijkje nemen alleen omdat ik wist dat de jonge Elvis Presley er zijn jeans en ondergoed kocht. Sterke jeans, werd mij verteld. Later ging the Memphis Flash bij 'echte' kleermakers, kerels die hun prijs kenden. Ik weet niet meer of ik iets kocht bij Schwab's. Het was september 1992, een tijd toen ik nog niet met vallen was begonnen. Wel dronk ik af en toe graag een glas rum. Niemand spreekt het woord 'rum' zo mooi uit als Bob Dylan, de auteur van 'Stuck Inside Of Mobile With the Memphis Blues Again'. Op dit ogenblik klinkt in mijn kamer een andere song van de maestro, het onovertroffen 'If You See Her Say Hello'. De herinneringen die dat lied oproept begraaf ik terstond.

28-10-08

NA LAMBCHOP DE VAL

muziek,concert,pop,rock,live,val,lambchop,soul,ab,jeans,shaketown

Ik ben moe, afgemat, uitgeput en ik weet niet van wat. Zondagavond was ik in de AB en zag er Lambchop, met Kurt Wagner, een van de meest originele, soulvolle gitaristen en zangers van deze tijd. Graag had ik een verslag geschreven van het mooie concert, maar de inhoud van de eerste zin weerhield me ervan. En ook het volgende. Gisteren, toen ik van de psychiater kwam - een maandelijks uurtje therapie - struikelde ik en viel op het trottoir, recht voor de bouwwerf van metrostation West. Gelukkig had ik mijn handen niet in mijn zakken en waren mijn reflexen goed. Ik viel maar bezeerde me nauwelijks: mijn handen braken de val. Alleen wat schrammetjes en een wat geschaafde rechterknie. Rondom mij terugwijkende stedelingen. Reken er maar niet op dat je weer recht wordt geholpen. Vreemd is dat ik met dezelfde jeans aan nog een keer viel, een jaar of drie geleden – ja, sommige van mijn jeans gaan lang mee – op de Antwerpse Meir. Toen schaafde ik mijn linkerknie en bloedden mijn handen. Ik heb vandaag alvast een andere broek aangetrokken.

 

Als ik wel iets had geschreven over het concert van Lambchop zou het evenwel zeker niet beter, juister of interessanter geweest zijn dan het verslag van Mister Shake. Bovendien heeft hij erg mooie foto’s van Lambchop gemaakt.

26-10-08

LAMBCHOP : UP WITH PEOPLE




Wie had in de jaren zeventig kunnen denken dat Nixon ooit nog zo hip zou worden? Dit nummer, 'Up With People', komt uit de elpee 'Nixon'. Het is mijn favoriete Lambchop song. Ik hoop dat de band het vanavond zal spelen. Maar voor mijn part mag het net zo goed de hele OH (ohio) worden, een van de betere cd's van het bijna voorbije jaar. Alweer.

23-10-08

LITANIE VAN EEN BURGER BOVEN ALLE VERDENKING

 

Als alles de verkeerde kant lijkt uit te gaan.

Als je alleen bent, alleen in de wereld geworpen.

Als je in je omgeving verdwijnt als een vlinder op een bloem.

Als je van geen tel meer bent.

Als je met de deur in huis wilt vallen.

Als je je een delirium wilt drinken of doodgewoon dood.

Als je spijt hebt en verdriet.

Als je opgejaagd wild bent, een vogel in een kooi.

Als je een arme kerel bent opeens zonder een cent.

Als je oud bent met versleten voeten.

Als degenen die zulke dingen doen je hebben opgebruikt.

Als je bent afgeluisd.

Als je in de val bent getrapt.

Als je honderden keren uit de goot bent gestapt.

Als je er honderden keren weer in bent gevallen.

Als je van de liefde houdt, maar geen liefde vindt.

Als je wilt zingen maar geen maat kan houden.

Als je een lange baard hebt, het scheren moe.

Als je aan een rivier staat op de oever.

Als je stil blijft staan op een betonnen brug.

Als je geneesmiddelen moet gebruiken om adem te kunnen halen.

Als je de sigaretten rookt die passanten je geven.

Als je mooier bent dan Apollo, mooier dan Dita Parlo.

Als je gebukt en gebroken in het bos een twijgje opraapt.

Als je naakt in het gras ligt, de zon op je borsten, je penis.

Als je adem bevriest op het raam.

Als je naam onbekend is, je woorden niemand begrijpt.

Als je in een haven aankomt, de eerste dag al in elkaar wordt geklopt.

Als je bloedend het hospitaal binnenkomt.

Als je als Harvey Keitel schreeuwt dat het je schuld is. Vergeef me!

Als je in niets gelooft omdat er niets is, tenzij bloed en gras.

Als je niet duidelijk maken kunt dat bloed en gras bloed en gras zijn.

Als je een dichter bent die te weinig woorden geeft.

Als je een oude gendarm bent die niet meer kan bevelen.

Als je onder een tank ligt en stinkt naar zweet en benzine.

Als je me vriend noemt, smeerlap, idioot, verwaande kwast.

Als je mijn broer bent, mijn zuster, mijn ingeslapen kind.

Als je je in het maanlicht een kus op je mond krijgt.

Als iemand je zijn hart geeft, zijn gewicht, zijn licht, zijn verdriet.

Als je na maanden reizen, je voeten stinken, weer naar huis keert.

Als je kind je tegemoet snelt, je weet niet wie het is.

Als je een idioot bent, een schaakmeester, een belachelijke gast.

Als je aan tafel gaat en het galgenmaal eet.

Als je het bloed drinkt van een tijger.

Als je je bloed braakt en denkt, mijn god.

Dan, ja dan kom je mij nader en dan kom ik je nader.

Want er is niets dan deze woorden en deze woorden zijn ook niets.

Er is niets dan deze kortstondige woede en die is ook niets.

Niets breng ik je dan als ik je nader kom en jij mij nader komt.

Aanvaard van mij deze geschenken: dit weinige, dit kleine, dit smalle.

Aanvaard als je wilt.

21-10-08

FACEBOOK: MODEL VAN EXTREEM KAPITALISME OF KINDERSPEL?


gelaarsde kat

A. zegt dat ze Facebook hoe langer hoe vervelender begint te vinden. Het is dom en je verliest er veel tijd mee. Ze vergeet misschien dat heel wat van de onnozele spelletjes die Facebook ‘rijk’ is mij via haar bereiken. Uit beleefdheid installeer ik die dan en doe er even aan mee. Zo heb ik me al laten kidnappen en heb ik zelfs anderen gekidnapt. Ze heeft een vampier van me gemaakt, en weet ik veel wat nog allemaal. Het lijkt kinderlijk, maar is dat niet echt. Overal op je scherm word je gelokt om te consumeren, te kopen, geld uit te geven aan nutteloze dingen. Maar in tegenstelling tot A. vind ik Facebook niet vervelend. Het is een weergaloze weergave van deze extreem-kapitalistische maatschappij die onze levens beheerst. Je kunt er bijzonder veel uit leren. Dat is niet echt moeilijk, omdat de gehanteerde symbolen, metaforen en metonymia voor de hand liggen. Je moet niet diep graven om te achterhalen wat wordt beoogd, wat de drijfveren zijn.

Tevens is Facebook een aangenaam tijdverdrijf voor depressieve mensen. Het gratis kleinood valt te verkiezen boven kwisprogramma’s op televisie, kruiswoordraadsels, roddelblaadjes en zelfs patience. Facebook is ook efficiënter dan Lexotan, Librium, Valium, Temesta, Seresta en alle andere farmaceutica waar je je geheugen van verliest. Op Facebook kun je lekker creatief bezig zijn met kurk, karma of bloemstukken. Ik ben nu maar gedeeltelijk ironisch, gedeeltelijk meen ik dit echt.

Ik zeg tegen A, via Facebook zelf nota bene, dat ik het een goed communicatiemiddel vind. En zeker omdat het een ‘wezen’ is dat in zijn eigen staart bijt. Het extreem-kapitalistisch ingestelde netwerk geeft de mogelijkheid om het extreem kapitalisme te ontwrichten. Binnenin ontstaan allerlei zeer kritische netwerken. Ik word geïnformeerd over subversieve activiteiten in mijn eigen stad en elders, waar ik anders nooit iets over zou horen. Ik raak bevriend met boeiende kunstenaars, dichters, acteurs, etc., die vaak ondergronds actief zijn. Natuurlijk niet allemaal, maar zelfs degenen die met ‘het systeem’ meedraaien doen dat ongetwijfeld met de nodige scepsis.

Ik zeg tegen A. dat ik me nu minder geïsoleerd voel, minder alleen in de stad waar ik woon. Ze gelooft me niet. Ze denkt dat ik alle dagen naar openingen van tentoonstellingen ga en de hele tijd interessante mensen ontmoet. Terwijl ik meestal binnen zit en zeer weinig beleef. Ik, ik ben echt geïsoleerd, zegt ze, ik verblijf in Denemarken, mijn familie en veel van mijn vrienden wonen hier meer dan duizend kilometer vandaan, in Polen. Ik moet voortdurend een taal spreken die de mijne niet is. Ja, natuurlijk, zeg ik, dat begrijp ik. Maar voor een keer wilde ik zelf begrepen worden. Dat je in een middelgrote stad als Brussel woont betekent niet noodzakelijk dat je er veel vrienden hebt en dat je alle dagen iets onvergetelijks meemaakt. Ik heb nauwelijks vrienden in Brussel. Ik voel me hier een balling. Mijn echte stad is Antwerpen. Maar nu ben ik daar al zeventien jaar weg. Als ik in Antwerpen kom voel ik mij er als een toerist. Ach, zeg ik, ik kan je dit op deze manier, in korte zinnetjes, en in een taal die de mijne niet is, niet uitleggen. Ik zal het op een andere dag proberen, we kunnen misschien eens skypen. Goed, zegt ze. Bye, have a nice day.

Na dat korte gesprek dacht ik nog even na over Facebook. En over hoe de wereld op korte tijd veranderd is. Hoe ik nu bijvoorbeeld zo goed als vreemde mensen zomaar aanspreek, hen vraag of ze mijn vriend of vriendin willen zijn. Stel je voor dat ik op straat op een mooie vrouw zou toestappen en haar vragen zou of ze van Paul Auster en Nicholas Roeg houdt… Maar dat is toch mooi, dat dat nu kan. Wat ik heel graag doe op Facebook is mensen, vooral vrouwen, kopen en verkopen. Ik bezit er op dit ogenblik al meer dan tien. Wat zegt dat over mij? Maar veel liever nog krijg ik van iemand een bericht en stuur ik een bericht terug. Zodat het lijkt alsof we echte vrienden zijn. Omdat ik zonder echte vrienden niet leven kan.

20-10-08

DE DRAAGLIJKE ONVERANTWOORDELIJKHEID VAN HANIF KUREISHI

kureishi

Met veel plezier sta, zit of lig ik te lezen in Hanif Kureishi’s ‘Something To Tell You’. Op de cover van de pocket wordt hij de “bestselling author of The Buddha of Suburbia” genoemd, alsof hij sindsdien niets meer heeft verricht. De man is bijzonder productief, soms overdrijft hij en lijdt zijn werk onder dat ritme – maar deze roman vind ik heel goed, en grappig. Zo goed dat ik er al twee exemplaren van bezit, een pocket voor in bed en de metro, een hardcover om naar te kijken. Overigens was de pocket duurder dan de hardcover.

Psychiaters en psychoanalysten schijnen in trek te zijn bij schrijvers. Het hoofdpersonage in Siri Hustvedts ‘The Sorrows Of an American’ is een pyschiater; in de roman van Kureishi is een psychoanalyst aan het woord. En hoe!

In Kureishi’s roman staan veel dingen die roepen om geciteerd te worden. Zoals dit:

“That word. Responsibility. When I watched Miriam on her TV ‘agonies’, it was the most-used word, apart from ‘I’. Owning your acts. Seeing yourself as an actor rather than victim. I am all for responsibility; who wouldn’t be? We are all responsible for our selves. But what are our selves? Where do they begin and how far do they extend.”

Is het niet waar? Iedereen moet de hele tijd zijn verantwoordelijkheid nemen. Ik heb zoiets van, naar verantwoordelijke mensen toe: het is tijd voor iets nieuws. Laten we het leven en de wereld veranderen, nu we er nog tijd voor hebben. Het is tijd om antwoorden te verzinnen, nieuwe woorden, nieuwe zinnen. Om vragen te stellen. Of niet soms?

17-10-08

WAAR IN DEZE BARRE TIJDEN VIND JE NOG EEN HOER?

mes,slapen,verwarring,dyslexie,vertellen,werk,woorden,jezus,bob dylan,hoer,obsessie,koffie,rock and roll,verhalen,landschap,wakker,nachtmerrie,rug,stoel,behoefte,muur,leugens,rum,wapen,acteren,paul auster,heiligen,werkplek,kast,lunchpauze,metamorfose,shakespeare,jeroen bosch,james joyce,heilig,voorwerpen,tafereel,anna,jan arends,taalspel,finnegans wake,landschapsschilders,echolalie,eulalie,punaise,deerne,hubert selby jr,windstreken,lady macbeth,moeder gods

Jane Fonda in 'Klute'.

Helaas is er geen rumhoer in mijn omgeving te bespeuren. Tijdens mijn wake had ik er zo naar uitgekeken: een of meerdere rumhoeren in het landschap… Vrees echter niet: het is een interieur, doch ook weer niet een innerlijk landschap. Niet het werk van een Oude Meester is het, maar een doodernstige plek. Als je niet op je hoede bent ga je er misschien wel dood. In je rug kan weliswaar geen mes of wat dan ook worden gestoken, want daarmee zit je naar de muur, of meer precies, een grijze wandkast, gekeerd. Toch is en blijft het een interieur waar veel messen worden geslepen. Als je je werkplek even verlaat voor een of andere behoefte ben je maar best op je hoede. Wat eigenlijk niet ongewoon is, want waar worden geen messen geslepen? Of punaises op stoelen gelegd? (Een mooi woord, punaise, je proeft het zo, bijna als een aardbei, op je tong.)

Wellicht was je niet echt wakker, toen je naar die supersensuele en exotisch ‘ogende’ rumhoer uitkeek, een vooralsnog reine maagd of een onder make-up bedolven deerne, die je verwelkomen zou met koffie en zoete koeken – de rum zou voor later zijn, rondom lunchpauzetijd, het moment voor lunchpauzegedichten en andere verdwijningsoefeningen, en de werkdag zou afgesloten worden met hoererij. Iedereen in de rij, en dan de hoer op. Of was het de hort? Want geef het maar toe, je lijdt niet alleen aan dwangmatige obsessies, je hebt daarbij ook nog eens last van echolalie. Eulalie! Als je een dochter zou hebben zou ze zo heten. Want waarachtig, bestaat er een mooiere naam? Anna misschien, omdat je hem in meerdere richtingen kunt lezen. De wind buiten beschouwing gelaten. Maar met een Anna loopt het zelden goed af, niet? Wie in haar tijd had kunnen vermoeden dat Anna de heilige grootmoeder gods zou worden? Lady Macbeth is een karwei, maar wie wil de grootmoeder gods spelen?

Hoe kun je toch werken zonder rumhoer in je nabijheid, zal de lezer denken. Het antwoord is: helemaal niet. Als er geen reële rumhoer voor, naast, of achter je zit, ligt of staat, kun je niet werken, omdat je je dan moet concentreren op een irreëel verschijnsel. Wat nabij is kun je vergeten, negeren, uitsluiten. Wat niet nabij is, wat niet bestaat, moet je echter onder ogen zien, desgevallend gebruik makend van je geestesogen. Dat heb jij – in 1967 reeds - van the Small Faces geleerd. Steve Marriott en Ronnie Lane formuleerden het als volgt:

Everybody I know says I'm changing
Laughing behind their backs, I think they're strange
People running everywhere, running through my life
I couldn't give a care because they'll never see
All that I can see with my mind's eye.

Niet alleen rakelen die blitse popjongens de geschiedenis van de rumhoer telkens weer op, maar je kunt er ook nog eens op dansen. Je moet. Terwijl je toch pijn hebt aan je voeten, je knieën en je rug. Dat is van het vele zitten. Dat komt vanzelf als je veel zit. Wacht maar. Als je lang genoeg wacht komt het vanzelf. Maar eigenlijk zou je niet mogen wachten. Je zou moeten dansen met een rumhoer of met een vee.  Met een imker kan ook. Een imker die met sandelhouten wierookstokjes zwaait. Desgevallend met twee veeën, met meerdere imkers. En uit het landschap stappen dat geen landschap is, alleen zand in de ogen en de mond. De vreselijke werkelijkheid in, op de rand van de afgrond. Het is er de hoogste tijd voor. Dan is het gedaan met al dat dwaas gedoe. Maar is dat niet gemakkelijker gedaan dan gezegd, of hoe was het ook weer? Misschien moet je de moeder van de heilige maagd eens raadplegen? Dat was alvast geen rumhoer, en in die hoedanigheid niet bevooroordeeld in deze hele kwestie. Toch is het mogelijk dat ze in haar prille jaren een “barefoot girl dancing in the moonlight” was. Dat opent nieuwe perspectieven.

16-10-08

OP DE PRAIRIE ZO WEIDS

 

Op de prairie zo weids zag je buffels grazen

Met het koude staal in je handen en de patronen.

De grond onder je voeten van hetzelfde staal

En als je uit je ogen keek: vuil, stinkend water.

 

Daarom misschien die ruimte bedacht -

onbestemde woede maakte geweren schietensklaar,

Gouden kogels, zilveren kogels, de naam des heren.

Voor wat hoort wat, hoorde je de ouders zeggen.

 

Oog om oog, tand om tand (in de bijbel).

Altijd een oog voor een oog

en een tand voor een tand, vroeg je je af.

Op weg naar het schip of de vervloekte mis.

 

Wanneer ga je weer naar huis, naar de beloftes?

Naar huis ga je nooit meer. Er is geen huis,

Er is niets. Er zijn rekeningen te betalen

En banken zo koud als het staal van in die tijd.

 

’s Avonds in de pan gebakken paling.

Je had je vader ze boven een emmer zien stropen

Als de zon nog niet donker gekleurd, nog niet purper

als boven de prairie, de magnolias, was.

 

Jagen op buffels. Wat ging in je om?

Een gebrek aan beginselen, geen idee

Van goed en kwaad, kwam iemand verklaren

Om je uit je paradijs te verjagen: tegen

honderd per uur in een doodlopende straat.

14-10-08

CALEXICO IN DE AB: MUCHAS GRACIAS!


calexico - feast of wire



Calexico gisteravond in de AB was overweldigend. Muzikaal uitstekend, alle nummers mooi en juist uitgevoerd, met aandacht voor elk detail. Het was een subliem esthetisch-muzikaal avontuur, met geen enkele valse noot: honderd procent eerlijk. De eerlijkheid van poëzie en echt engagement, ik verwijs naar het lied ‘Victor Jara’s Hands’ als voorbeeld. Maar ik zou net zo goed ‘The News About William’ kunnen noemen, over de verwoesting die de orkaan Katrina (‘Cathy’) heeft aangericht in New Orleans, en de zware verantwoordelijkheid van de politici voor de gevolgen van die natuurramp. Maar vergis je niet, geen moment was de somberheid of de weemoed troef. Er werd feest gevierd, gedanst, meegezongen, zelfs mijn ouder wordende hart klopte vaak heftig.

De muzikanten die Calexico bevolken – het is eerder een gehucht dan een stadje - worden almaar beter; Joey Burns' stem gaat er op vooruit, zingt nu al bijna soulvoller dan Gram Parsons, en John Convertino lijkt mij een van de allerbeste drummers in de hedendaagse populaire muziek. Die 'oude' kern omringt zich met voortreffelijke muzikanten, waarvan een deel op hun laatste elpee, ‘Carried To Dust’, is te horen. Gastzangeressen als Amparo Sanchez voegen de nodige kruiden toe aan de mix.

Zoals ik al zei was het publiek – alle leeftijden waren vertegenwoordigd - razend enthousiast. Ik zat op de tweede rij van het balkon. Van daar heb je een goed zicht op de mensen beneden en de muzikanten op het podium. Op het balkon kun je eveneens het intens plezier beleven van een staande ovatie.

Een paar dagen geleden heb ik Steve Stills verdedigd, niet alleen omdat ik hem echt goed vond, maar eveneens vanwege de legende en de daarmee gepaard gaande kwetsbaarheid van de man. Daarom kon en mocht ik er niets negatiefs over zeggen. Maar in dit geval is het anders. Deze lofzang is voor Calexico zelf, Calexico nu, los van legende of kwetsbaarheid of wat dan ook, deze lofzang is voor Calexico’s muziek zonder meer, de levendigheid van hun performance, voor hun betrokkenheid bij wat er in de wereld gebeurt. (Meer dan eens heb ik vol bewondering zitten kijken naar de bescheiden maar meesterlijke steelgitarist, Paul Niehaus.) Viva Calexico!

11-10-08

GEDICHT OVER DOOD EN LEVEN EN ZO

 

Alsof de dood je niet op de hielen zit,

Gewassen, gestreken en toch onttrokken

Aan het zicht, in nacht en nevel, tussen dennen,

Terwijl zusters van liefde fluisteren

En je broers oorlogskreten slaken.

 

Kom trek je blouse uit mijn schat

En toon de dode vogels je juwelen,

De stervende vogels uit de vier windstreken

Toegevlogen naar dit vier armenlandschap

Dat iedere dag vier maal groter wordt.

 

Een rots is net zo goed tot ondergaan gedoemd

Als een beschreven of onbeschreven vel papier.

Hier en nu denk je te leven, maar je stem

Hapert, verankerd in het verleden.

Alles om je heen maakt je ontevreden.

 

Liefdes koorts stijgt in de zomer

Als het donker echt donker is door het vele licht.

Je lichaam moet een ander lichaam verlichten

Met zijn schijnsel, zijn bliksemende bloed,

Zijn doodgeschreven vingertoppen.

 

Alsof de dood je niet op de hielen zit

Ga je de nacht in met je handen in je zakken

Waarin letters warm voor het gevecht.

Een lemmet wordt een lemma zonder zin

Als je alleen de stenen trap af gaat.

IRIS MURDOCH


Witte keien op het kille strand
Schrijven de geur van de zee,
De golfslag van het vergeten woord.

Weerspiegelen ze niet in hun stilstand
De vlucht van meeuwen
Met hun veren grijs van de wolken?

In haar hoofd is niemand gebleven,
Mens, dier, noch ding roepen haar terug
Naar een verleden dat nooit heeft bestaan.

08-10-08

HOE WORD IK WEER ZICHTBAAR?

 

muziek,werken,lichaam,feest,pop,vriendschap,stront,geheim,vergeten,droom,verbergen,wereld,geluk,zwijgen,identiteit,seks,woorden,onzichtbaar,bob dylan,spreken,blik,absurd,huid,behoefte,oppervlakte,zelf,ejaculatie,ondoorgrondelijk,grond,geheimen,zichtbaarheid,plooi,the who,bestaan,heidegger,like a rolling stone,iris dement,caspar david friedrich,ambiguiteit,doorgrondelijk,ondergrond,gestel,gesteldheid,faeces

The invisible man, 1933.

Bob Dylan zong meer van veertig jaar geleden, bijna triomfantelijk, ook al was het ambigu, “you’re invisible now,
You’ve  got no secrets to conceaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaal’.
Iedereen maar dan ook iedereen kent het lied. Alleen dat al kan een moment van geluk veroorzaken. Grote tevredenheid, verzoening met de wereld en de vele domme streken van de mensen. Maar ik twijfel eraan of onzichtbaarheid een goede zaak is. In feite ben ik er zeker van dat het geen goede zaak is. Evenmin is het aangenaam als je je geheimen niet kunt verbergen. Het is ook mogelijk dat het personage waarover Dylan zingt helemaal geen geheimen heeft, en dat is nog erger. Als je geen geheim hebt, heb je geen ‘ziel’, geen ‘zelf’, geen ‘identiteit’. Zonder geheimen word je oppervlakte, volkomen doorgrondelijk – hoewel er eigenlijk geen grond is. En nog veel minder is er zonder geheimen een ondergrond. Want zijn je geheimen niet de kern van je ondergronds bestaan? Zijn het niet je geheimen die je in leven houden, als je ademhaling het begeeft, of een of ander orgaan uitvalt? Die je helpen weerstand te bieden tegen de orkanen van de tijd en de beschaving. Je ondergronds bestaan, waarvan je je niet altijd bewust bent, of zelfs helemaal niet, nooit.

Je geheimen zijn aan elke blik onttrokken. Ze zitten in de plooien en de vouwen van je huid, van je tweede huid, in je irissen, in je hele gestel, in je gesteldheid. Je bent een individu met geheimen. ’s Nachts droom je vaak van mensen die sommige van hun geheimen prijsgeven. Ze doen hun donkere behoeften op een met zweet, bloed en tranen geweven Perzisch tapijt en ejaculeren waar je bij staat, alsof het niets is. Ze strooien hun zaad in het rond alsof het druppels afwasproduct zijn. Ze tonen hun meest intieme plooien. Terwijl ze zich ontplooien lijk jij te ontdooien, maar dat is niet zo. Je hoort de zanger zingen: ‘You’re pushing too hard on me”. Je wordt hard, en die hardheid maakt dat je ontwaakt. Eenmaal wakker ben je in je lichaam terug. Niemand weet iets van de ejaculaties en ontplooiingen die je bijwoonde. Alsof het gewoon een pornofilm was geweest en verder niets.

Spoedig ben je zelf die wereld vergeten. Je staat er weer alleen voor. Je vraagt je af: hoe word ik zichtbaar? Want alleen kun je niet leven. Je wilt je geheimen delen, niet alle geheimen, sommige. Je gaat de deur uit: eenzame mensen in auto’s op weg naar je weet niet waar. In het metrostation zwijgende mensen die het blaadje ‘Metro’ doorbladeren. Niemand zegt een woord. Er schijnt niemand geneigd te zijn om je te bekijken. Maar wat achter je rug gebeurt, weet je natuurlijk niet. Op het werk wordt er gewerkt, af en toe gepraat. Wat heb je aan gepraat? Wat je zoekt is een gesprek. Wat je zoekt is iemand die een geheim me je wil delen. Zoek je echter wel? Wordt niet alles wazig om je heen, de anderen onzichtbaar. Ja, ze onttrekken zich aan je blik, ze hebben geen geheimen meer over, geen geheimen om te onthullen.

Wat je zoekt is een vriend, een vriendin, een mensch – van hen hangt je leven af. Zij maken je zichtbaar, omdat ze je herkennen en erkennen. Voor hen ben je er gewoon. Geen zonderling, geen ongenaakbare, geen vreemde, geen boomstronk. Zij weten je altijd te vinden voor het weer te laat is. En dan komen ze bij je binnen en leggen een plaatje op van the Rolling Stones, van Bob Dylan. Kom, zeggen ze, monkey man, the kids are alright. Lay down your weary tune, zeggen ze. Een van de vrienden, een aantrekkelijke vrouw, probeert boven het rumoer uit te stijgen en fluistert, hotter than Mojave in my heart. En je schenkt ze nog eens vol, sharp as a formula.

Caspar_David_Friedrich

Afbeelding: Caspar David Friedrich, Der Wanderer über dem Nebelmeer.

STEPHEN STILLS IN BRUSSEL II

muziek,concert,pop,rock,blues,bob dylan,live,commentaren,de morgen,fan,recensies,negativisme,dirk steenhaut,stephen stills

Het is nooit mijn bedoeling geweest een recensie te schrijven over het concert van Stephen Stills in de AB eergisteren. Daarvoor ben ik te zeer bevooroordeeld. Ondanks mijn leeftijd ben ik nog steeds een fan van Stills. Dat schreef ik vorige maandag al. Misschien niet letterlijk, maar het zal toch duidelijk geweest zijn.

In de commentaren bij mijn vorig stuk over Stephen Stills is willens nillens toch recensieachtig materiaal binnengeslopen, zij het minimaal en in stukken en brokken. Voor degenen die de commentaren - die soms interessanter zijn dan de tekst erboven - niet lezen: mijn standpunt kwam erop neer dat ik de eerste, akoestische helft van het optreden schitterend vond. Prachtige songs, bevlogen gespeeld, met veel expressie en intensiteit gezongen. De cover van Dylans 'Girl From the North Country' raakte me in mijn ziel. Het tweede, elekrische gedeelte kon mij minder bekoren. Stephen Stills wilde teveel bewijzen dat hij een echte bluesman was. Maar slecht, laat staan vervelend, was hij nooit.

In de hierboven genoemde commentaren zijn kritische opmerkingen te lezen over de heren en dames recensenten. Waarom doen ze er niet het zwijgen toe, als ze iets niet goed vinden dat toch goed IS? Ik moet daar nu eerlijkheidshalve aan toevoegen dat ik de
recensie van Dirk Steenhaut in De Morgen over het optreden van Stephen Stills heel juist vind. Ik kan er mij volledig in herkennen: hij beschrijft het concert dat ik heb bijgewoond. Geen pretentieus geleuter, geen gelul over vals zingen, of slecht gitaarspelen, maar een eerlijke beschrijving van een concert zoals er veel te weinig te zien en te horen zijn.

06-10-08

STEPHEN STILLS IN BRUSSEL




Ongeduldig wacht ik op het optreden vanavond in de AB van een van mijn jeugdhelden, Stephen Stills. De man is een monument, maar een monument waar vaak achteloos aan voorbij wordt gelopen. Het is waar dat Stills minder tot de verbeelding spreekt dan zijn compaan / rivaal Neil Young. Hij heeft evenmin meesterwerken gemaakt als 'Everybody Knows This Is Nowhere', 'After the Goldrush' en 'Comes A Time'. Maar ten tijde van Buffalo Springfield schreef hij wellicht de meer gedenkwaardige songs, waaronder de hit 'For What It's Worth', 'Rock & Roll Woman', 'Everydays', 'Bluebird', 'Hung Upside Down', 'Special Care' en een van mijn uitveroren Buffalo Springfield-nummers, 'Four Days Gone' (met die typische Stephen Stills gitaarsound). Ik ben ook zeer verslingerd aan mijn exemplaar van Super Session, waarop niet alleen Mike Bloomfield (kant 1) maar ook Stephen Stills huiveringwekkend gitaar speelt (kant 2, vooral op Donovan's 'Season Of the Witch'). De eerste elpee van Crosby, Stills & Nash was grotendeels het werk van Stills. De mooiste track op 'Déjà Vu', 'Helpless', is van Neil Young, maar Stills' '4+20' is bijna net zo mooi. Daarnaast zijn er de eerste twee sublieme solo-elpees van Stephen Stills op het Atlantic label, waarvan vooral de eerste een meesterwerk mag worden genoemd. De eerste Manassas-dubbelelpee, waar Stills gezelschap kreeg van onder meer Chris Hillman draai ik nog heel regelmatig. Voor mij is het een soort tijdscapsule: in elke song van die plaat zitten een onbekend aantal herinneringen. Mijn favoriete Stephen Stills-nummers zijn Sit Yourself Down (met de regels: "When I get restless / what can I do?") en het romantische 'To A Flame' (met Ringo op drums).

Het is onbegonnen werk mijn bewondering voor Stephen Stills goed te verwoorden, en al evenmin kan ik u laten voelen wat ik nu voel en nog voelen zal in afwachting van het moment dat de man op het podium van de AB verschijnt. In zulke gevallen schieten woorden te kort.



De clip boven dit artikel is een stukje live-concert van Manassas, de clip onderaan is Stephen Stills solo live met het nummer Treetop Flyer. Tot straks!

05-10-08

ANDERE BOEKEN


Ik vergat hier tijdig mee te delen dat ik gisteravond geen radioprogramma zou maken. Gelukkig wist ik dat zelf al een tijdje, zodat ik niet voor niets de lange reis naar het verre Antwerpen heb moeten maken. In plaats van Zéro de conduite werd er rechtstreeks uitgezonden vanop Het Andere Boek. Ik ben daar niet tegen: zo kon ik wat langer slapen. Bovendien ben ik erg voor boeken. Alleen weet ik nog altijd niet wat andere boeken zijn. Voor mij is Het Andere Boek een boekenbeurs zoals een andere, waar overigens niets mis mee is.

Lang geleden dacht ik dat een boek als 'The Journal Of Albion Moonlight' van Kenneth Patchen een 'ander boek was'. Er waren er zo nog, maar dit was toen (eind jaren zestig) een van de meest andere boeken die ik kende. Nog een ander 'ander boek', en bijzonder geestig, was Richard Brautigans 'Trout Fishing In America'. Voor degenen die het niet gelezen hebben: 'Trout Fishing In America' was de held van het gelijknamige boek. Als dat niet anders was! Maar sinds Richard Brautigan zich een kogel door de kop schoot denk ik daar anders over. Het geestige was bittere ernst, het lint van Brautigans schrijfmachine was met alcohol en gif doordrenkt - een soort schrijven dat al snel postmodern werd gedoopt. Maar net zomin als ik weet wat 'het andere boek' is, weet ik wat postmodern is. Ik heb alleen onthouden dat je zo modern mogelijk moet zijn, meer nog, dat je absoluut modern moet zijn.

Dit allemaal om te zeggen dat ik gisteravond naar een film van David Lynch heb zitten kijken in plaats van in Antwerpen naar de donkere wolken boven de Schelde.

brautigan

Foto: Richard Brautigan

02-10-08

UN ARBRE POUR MOI çA SERA TOUJOURS ‘EEN BOOM'

 “Un arbre pour moi ça sera toujours ‘een boom’”.
Jacques Brel.


Vier verdiepingen.

Iemand uit een ander tijdperk begroet je in de lift.

Hoe oud ben je nu eigenlijk?

Zo herkent hij je: je wordt ouder jongen.

Voor hij uitstapt klopt hij eens op je buikje.

In een lift in het centrum van de stad.

Op een steenworp van het Centraal Station.

Een Limburgs accent na al die jaren nog.

Zie je: het is allemaal zo erg niet.

Iedereen is alleen en allen krijgen een buikje.

Als je maar lang genoeg leeft.

En bier drinkt met mosselen en garnalen.

Iedereen woont in een vergeten straat.

Schimmel op de muren.

Een lekkend dak.

Iedereen ligt iedere nacht wakker

En vervoegt werkwoorden, telt op.

Het is genoteerd, mijnheer Bourgeois.

Overal schilderijen (licht uit het Noorden).

Begroet leugens en verwen ze.

Om ze vroeg in de morgen te kunnen verwerpen.

Verwen ook de levensgenieter.

Om hem het leven zuur te maken met het leven.

Zoals het leven is.

En dan daalt de lift tot zij muziek wordt.

En de muziek ben jij, je voetstappen, je hart.

Jij die me van de verdoemenis redt.

Jij die me van verbrokkeling redt.

Uit de lift, uit de hal, zie je de meisjes.

Bloemen in bloei, zei de ene.

Bloemen des verderfs, de andere.

Sha la la la la, zingt de gekwetste.

Dit gebeurt in tweeduizend acht.

Zingt om niets te voelen van de nacht.

Om niets te voelen.

Sta op!

Ga eens eten met een vriend.

Drink met een vriendin een koffie, een martini dry.

De Bruges à Gand.

Zie dat het goed is op straat.

Omhels het sociaal contact.

Vergeet het gevaar, de stedelijke legendes.

Sta op!

Nu de zon je heeft gezien en jij de kleuren.

Sta op markies en droog haar tranen.

01-10-08

IT'S ALL IN THE MIND, MAN

pop,vriendschap,droom,licht,autobiografie,cannabis,revolver,gitaar,elpees,rolling stones,wapen,the band,the beatles,nostalgia,led zeppelin,treinreis,1970,mondharmonica,1969,shangri-las,yellow submarine,der amerikanische freund,wim wenders,peter handke,voetnoot,middellandse zee,falsche bewegung,crosby stills nash   young

Blue Meanies.

Vorige nacht, ergens in een kleine stad aan de Middellandse Zee, zag ik E. terug, een oude vriend uit de tijd toen de Karmelietenstraat in Brussel nog niet was afgebroken. Hij deelde gedurende enkele maanden mijn kamer daar. We luisterden elke dag naar The Band, A Whole Lotte Love, Dèja Vu en Let It Bleed. We spraken niet veel, maar schreven gedichten. Als we toch iets zegden was het: It’s all in the mind, man. Dat kwam uit Yellow Submarine. In 1970 werd E. vanwege het schrijven over cannabis in de gevangenis gestopt. Toen hij weer vrij was, was hij zijn verstand kwijt. Kort nadien werd hij  in een instelling geplaatst. Terug in de ‘normale’ wereld heeft hij ons in 1977 van Brussel naar Antwerpen helpen verhuizen. Daarna heb ik hem nooit meer gezien. Tot vorige nacht.

Ik herkende E. meteen. Hij was nog helemaal dezelfde: jong, speels, een beetje onbezonnen, onberekenbaar. Hij leefde in een krotwoning en stal zijn eten op de markt. Van een louche handelaar kocht ik twee revolvers, een alarmpistool en een Lüger. E. wilde die wapens graag een tijdje houden. Dan kreeg ik zijn gitaar.  Maar ik kon niet meteen afstand doen van die aantrekkelijke gebruiksvoorwerpen, die ik nog maar pas had aangeschaft.

We brachten enkele dagen samen door. Dagen van onbezorgdheid, honger en dorst. Voor we afscheid namen wisselden we adressen uit. Ik maakte me er zorgen over dat ik het zijne zou verliezen. Ik wilde mijn oude vriend niet nog eens kwijtraken.

Terug naar ‘huis’ stapte ik op de eerste trein die het station binnenreed Het kon me tegelijk niet en wel schelen of hij in de goede richting reed. Ik verlangde naar mijn gitaar en mijn mondharmonica thuis. Het was overvloedig licht in de trein. De reis mocht dagen, weken duren.

Daarna werd alles weer alledaags en onwerkelijk.