12-09-08

EEN VERBLUFFENDE COMBINATIE VAN WOORDEN


mb 1968


Toen ik vijftien was werd ik dichter, wilde schrijver worden en filosofie studeren. Ik maakte rijmpjes, schreef een paar toneelstukken die op school werden opgevoerd, een fantastisch verhaal getiteld ‘Psychische ontbinding’ waarmee ik de hoofden van enkele schoolvrienden op hol bracht. Ik verhuisde naar Brussel, ging - in plaats van filosofie te studeren - leren hoe je foto’s en films moet maken. Dat mislukte: foto’s maken was eenvoudig, maar voor films had je heel veel geld nodig, discipline en overtuigingskracht. Ik was met niet een van die drie kwaliteiten geboren en zou ze ook nooit verwerven.

Ik trouwde, werd vader, studeerde alsnog filosofie en scheidde.

Toen ik vijfentwintig was dacht ik dat ik een schrijver was. Ik gebruikte bijvoorbeeld nooit het woord ‘toen’ aan het begin van een zin. Daar hadden ze mij voor gewaarschuwd. Ik schreef experimentele verhalen, publiceerde in tijdschriften, maakte met een groep ‘amateurs’ (gewoon mijn vrienden) twee toneelstukken, hield een dagboek bij en sliep niet. Al gauw voelde ik mij mislukken.

Maar ik volhardde. Wim Meewis had me dat gezegd: als je wil schrijven moet je hard zijn, jezelf hard maken, een rotsformatie, steenkool, diamant. Van wat echter moest ik leven? “Van de hemelse dauw kunt ge niet leven”, zei mijn vader altijd. Ik ging talen studeren, Frans, Engels, Duits; liet me inwijden in de opkomende informatica. WordPerfect, Dbase, flow-charts, de hele santenkraam. Ik schreef niet veel meer. Mijn dagboeknotities beperkten zich tot de films die ik had gezien. Wel verzond ik een honderdtal sollicitatiebrieven, zonder resultaat. Waarom werd ik niet aangeworven? Zelfs niet uitgenodigd voor een gesprek? Ik weet het nog altijd niet. Ik droeg een yuppiebril, mijn haren waren kort geknipt, mijn baard was verzorgd. Ik leek op iemand anders. Bij de overheid slaagde ik met glans in een toegangsexamen. Ik was 64ste op ongeveer 4000 deelnemers. Inmiddels was ik eveneens in psychoanalyse gegaan. Nee, ik was niet op zoek naar mezelf. Ik had meer dan genoeg van mezelf, wilde daar liever een punt achter zetten. Die verdomde ik-geschiedenis. Toch dacht ik dat ik nog steeds wilde schrijven. Maar ik was wanhopig. Ik was letterlijk ten einde raad. Ik had niet alleen veel films gezien en veel muziek gehoord, maar ik had ongeveer de hele wereldliteratuur gelezen. Wanhopig maakten mij dichters, toneelauteurs, romanschrijvers, filosofen.

Hoe kon ik een gedicht schrijven na Hölderlin, een verhaal na Kafka, een toneelstuk na Shakespeare, Kleist en O’Neil, een roman na Proust, Musil en Nabokov. Hoe kon ik me met filosofie bezighouden na Nietzsche en Heidegger. Met psychologie na Freud en Lacan? Met de geheimen van de taal en de mythologie na Roland Barthes, Michel Foucault en Jacques Derrida? Ik wist het niet. Was ik niet waardeloos? Woordenloos? Een volstrekte loser, down and out in Antwerpen?

Er waren natuurlijk mijn vrienden, vriendinnen, kennissen, mensen die ik toevallig ontmoette in cafés – allen op hun eigen manier mislukt. Ze deden niet waar ze ooit van gedroomd hadden, ze moesten overleven, en daarom veel van hun idealen opgeven. Dat was geen troost, maar zorgde er wel voor dat ik me minder eenzaam voelde.

Ik las Borges opnieuw en ontdekte dat ik me ook op een boeiende manier kon beperken tot het schrijven van voetnoten bij de grote literatuur. Ik maakte kennis met de ontregelde poëzie van Ezra Pound en e.e. cummings. Zo leek mijn onzinnige poëzie ook zin te krijgen. Verhalen van Toergenjev en Raymond Carver maakten duidelijk dat je niet op zoek moet gaan naar het verhevene maar dat het dagelijks leven voldoende stof biedt om ontzagwekkend over te schrijven. 

Er waren echter enkele belangrijke stelregels. Je moest discipline hebben, je moest heel veel moed hebben, je mocht verdwalen mits je altijd terugkeerde naar het begane pad, je moest je inspannen, niet om je grote voorbeelden te overtreffen, maar om op je eigen wijze even sterk en even authentiek te zijn, of te worden. Je moest jezelf uitvinden in je eigen taal en op die manier respect afdwingen. R.E.S.P.E.C.T! 
moest je afdwingen voor een verbluffende combinatie van woorden.

Foto: copyright Martin Pulaski.

Commentaren

Parallel lines, my friend.
Parallel lines.
Passages langs de filmschool, flirts met theater, kortverhalen.
De psychostuff, ook, maar dan in de vorm van uitgestelde studies.
En twijfel.
Zelfs de overheidsexamens die veel makkelijker zijn dan het echte leven.

Maar wat ik werkelijk wilde zeggen: Jenny Lewis heeft een nieuwe plaat. Prettig nieuws, toch?

Gepost door: LucV | 13-09-08

Reageren op dit commentaar

jenny lewis Dat is zeker heel goed nieuws.

Gepost door: martin | 13-09-08

Reageren op dit commentaar

foto Die stond er eerst niet. Nu wel. Mooi.
Ik wou nog meer schrijven. Over verbluffende combinaties enzo, maar ik ben de draad kwijt.

Gepost door: sodade | 13-09-08

Reageren op dit commentaar

Dag Martin,
Fijn jou weer te lezen.
Ook fijn dat je foto's terug op je blog staan.
Ik kom hier weldra nog eens langs.
Ester

Gepost door: Ester | 14-09-08

Reageren op dit commentaar

foto Luc, een leven is tegelijk heel bijzonder en uniek, én zoals dat van iedereen. Het is een goede zaak dat we niet allemaal volstrekt verschillend zijn van elkaar.

Sodade, nee, die foto stond er niet. Bedankt.

Ester, je bent altijd welkom.

Gepost door: martin | 15-09-08

Reageren op dit commentaar

terug die foto komt af en toe terug. dat is goed en hij past bij je woorden.

Gepost door: Evy | 17-09-08

Reageren op dit commentaar

De commentaren zijn gesloten.