29-08-08

HITLERS BUNKER, KLEISTS GRAF


Van de Potzdamerplatz liep je via de Leipziger Platz naar de Leipziger Strasse en sloeg vervolgens de Gertrude-Kolmar-strasse in. Hoewel er niet veel meer te zien was dan wat sociale woningblokken bleef je staan.

We zijn er, zei je.

Was het hier op deze plek, vroeg ze.

Nee, het was daar, waar die sociale woningenblok nu staat, denk ik, zei je.

Daar? Dat zou je niet zeggen, ze ze. Allemaal kleine flats, met geraniums op de balkons.

Maar ik zou er alvast niet willen wonen, boven zo’n akelige bunker.

Er is geen bunker meer, zei ik. De bunker werd opgeblazen. Het Rode Leger. Daarna, toen de blokken werden gebouwd, werden de overgebleven gaten met steenafval opgevuld.

De bunker bestaat nog wel in de herinnering van veel mensen, zei ze.

Ja, het idee van de bunker, zei je.

Je zweeg en probeerde je de bunker voor te stellen. Maar je zag alleen maar beelden die je op televisie en in films had gezien. Fictie heeft de werkelijkheid gevuld, zoals het steenafval de gaten van de opgeblazen bunker. Maar hier heeft Hitler (Bruno Ganz) een punt gezet achter het duizendjarige rijk. Hitler, Eva Braun, Goebbels en de ‘onschuldige’ kinderen. Wie was er nog aanwezig in de bunker? In de verre toekomst zal dat misschien even raadselachtig zijn als de kruisiging van Jezus Christus nu. Het is immers al vaak betwist wie er bij het kruis stond, toen Jezus Christus stierf. Jezus Christus…

Het is in iedere geval een duidelijke map, zei ze. De contouren van waar de Rijkskanselarij en de bunker zich bevonden zijn goed aangegeven.

Maar je ziet er niets meer van, zei je. Alsof je teleurgesteld was.

Je wilde overspoeld worden door de recente geschiedenis van Berlijn. Misschien omdat je je schuldig voelde over je liefde voor het huidige Berlijn. De volgende dag ging je naar de Wannsee. Het is een romantische buurt, ideaal om te wandelen, te fietsen, te lopen. Maar in een van de prachtige villa’s aan de Wannsee werd tijdens een conferentie op 20 januari 1942 over  de ‘Endlösung’ van het 'Joodse probleem' beslist. Je las het lange, taaie, saaie, zeer technische verslag van de vergadering. Het was moeilijk om je emoties onder controle te houden. Het was moeilijk om  niet in huilen uit te barsten. Het was moeilijk om niet luidkeels te gaan schreeuwen.

Je ging weer buiten en kwam al wandelend over een zandpad onder de dennenbomen weer wat tot rust. Op de terugweg naar het station maakte je een omweg voor het graf van Heinrich von Kleist. Deze geniale Duitse schrijver en toneelauteur ligt er begraven in een klein bosje, tussen dicht struikgewas. Alsof men zich schaamt voor zijn zelfmoord. Terwijl het verhaal van de uitroeiing van miljoenen mensen een bijna aangenaam tijdverdrijf is geworden. Je schaamde je ervoor dat je de villa van de Wannseeconferentie had bezocht en je besloot nooit een stap te zetten in een van die oorden van de verschrikking.

Je keerde terug naar de Auguststrasse, naar je hotel. Overal op de terrasjes zaten jonge mensen van het leven te houden. Je kon je niet voorstellen dat zij ooit een uniform zouden aantrekken. Je kon je niet voorstellen.


out in the street, the shiny happy people

27-08-08

EEN BLEKE ZOMER IN BERLIJN


De zomer nog niet begonnen of hij hoort

Die zelfgenoegzame zanger al met zijn lied

Dat hij meezong in negentienzevenzestig

Als hij nabij de rivier wandelde, droomde -

Een laat-romanticus op zoek naar een kus.

Maar veel later de zomer opgezocht in gidsen

Waarin gevlogen, gevaren, per trein gereisd

Via tunnels en vulkanische resten.

Via boeken, zinnen, woorden, histories.

In de hoofdstad wordt weer geleefd als vroeger,

Perfecte verbindingen van A naar B

En lekker eten en drinken onder het maanlicht

Bij een Italiaan in de Auguststrasse.

Oude kunst gerestaureerd dwarrelt je voor de ogen

En boeken op de markt, van Fontane verzameld,

En de goede Herman Hesse in kleine letters.

Voor de verzamelaar insignes, verwijzingen.

Ook zegt de gids waar de wolf woonde

En waar hij onderdook. Daar stond zijn bunker.

Daar werd zijn gebeente gevonden,

Van zijn Eva, zijn getrouwen, hun kinderen.

Alles brutaal verzameld in een verhaal

Over een totaalkamp, al nagenoeg een mythe.

Het vuurwerk gedoofd, het brandhout op,

Het probleem van de doden niet uitgewist.

Hun namen in bomen, in gele en blauwe stenen.

Op het Museumeiland ga je voorbij aan

Babylons rivieren, hun blanke maagden -

Maar herinner je! de psalm die pop werd

voor  mensen die elkaar zoeken gingen

met dolken, met poppers en pamfletten.

Je keert terug naar Anselm Kiefers Duitsland,

Zijn vocabulaire, zijn boeken, zijn sterren

En sperma. - Onverzadigd uit de jaren tachtig gekomen

Met Dada!, en Neu! En Kraftwerk! en Bauhaus!

Ga je op zoek in Berlijn naar wat vrome leugens.

Of hoe wil je de woorden noemen

Die je kinderen vertellen wat Anselm vertelt?

Hoe kun je zeggen wat waar is voor jou

En wat waar is voor de wereld?

Als je jezelf alleen maar omver ziet vallen.

Telkens weer omver ziet vallen.

26-08-08

DE SEHNSUCHT VAN HERBERT PFOSTL


Wankelend maar zelfverzekerd

In een van die kleine kano’s van je ziel

Oker en grijs bewaard in terpentijn

Raak je me in mijn zijn met je sehnsucht.

Je aarde waar snelle tijd niet gedijt

Heb je gemaakt van wat je kunt voelen

En zien. De pony’s van de dood

Roepen kristallen levens op en morsen troost.

Je wereld is een offerblok, een scheepskist

Waarin je alles bewaren kan wat je nodig hebt

Voor de eindeloze reis

Over de zeven zeeën van de tijd.

Alles past in wat je maakt,

Ook de wet van soldaat en schizofreen

En weinig is verschrikkelijk,

Veel aan mij en jou inschikkelijk

Alsof we beiden kronen dragen:

Ik die gretig naar je kijk,

Je blinde pony’s, je graven van papier,

En jij die je laat zien, je sehnsucht.

...

E
nige uitleg bij dit gedicht lijkt me nodig. Deze woorden schreef ik als commentaar bij werk van Herbert Pfostl, werk dat ik nog maar enkele dagen ken, maar dat me zeer diep heeft geraakt. Hij maakt een wereld die ik zelf grotendeels heb opgegeven, zij het dat hij als ik slaap toch weer tevoorschijn komt. Herbert Pfostl gaat heel ver terug in de tijd, en brengt die naar hier, als een mythische taal, als mythische beelden. Behouden is niet altijd verkeerd. Zijn beelden zijn nodig voor een gefundeerde toekomst.

Ik maakte gisteren een ruwe Engelse vertaling van mijn gedicht. Herbert antwoordde met deze mooie woorden:

"dear martin - the poem is very beautiful.
thank you.

we are like sinking ships sending signals.
and the sinking and the signals are what is beautiful and important - not the ship."

Je kunt Herbert Pfostls werk hier en hier lezen en bekijken. Ik hoop dat mijn woorden geen afbreuk doen aan het unieke van zijn wereld.

25-08-08

LICHT EN PAPIER VAN WOLFGANG TILLMANS


wolfgang tillmans in hamburger bahnhof / subway seat

Dit is een beeld van Wolfgang Tillmans. In Berlijn in het onvolprezen Hamburger Bahnhof zag ik dit werk in zijn tentoonstelling 'Lighter'. Wolfgang Tillmans is een kunstenaar die bij de popcultuur wordt ingedeeld. Maar wat zegt zo'n categorie? Heel weinig. Tillmans maakt niet alleen maar foto's van jonge mensen uit de marge, maar werkt en denkt net zo goed abstract. Dat abstracte toont hij onder meer aan de hand van het materiaal dat hij gebruikt, bijvoorbeeld het fotopapier. Foto's zijn niet meer maar ook niet minder dan belicht papier.

Op het het eerste zicht zou je kunnen zeggen dat het beeld hierboven een afbeelding is van typische zitbanken in de Berlijnse U-bahn. Maar in werkelijkheid zijn het kleuren (licht) op papier. Het is materie. En als je het toch over afbeeldingen wilt hebben, kun je ook beweren dat dit een beeld van de oneindige ruimte is, met meer sterren dan de aarde zandkorrels telt. Overigens is de foto niet ingelijst maar doodgewoon met tape tegen de museummuur gekleefd. In een zaal van het museum staan een tiental glazen bakken waarin (soms uitvergrote) krantenartikels heel precies zijn uitgekozen. Daarin laat de kunstenaar als criticus de context zien waarin zijn werk ontstaat en gedijt.

Mijn gedicht 'Veelvuldig zijn de gedachten en de dingen' is een commentaar bij het werk van de zeer belangrijke kunstenaar Wolfgang Tillmans.

wolfgang tillmans in hamburger bahnhof : documents against creationism and other stupid lies


Foto's: Martin Pulaski.

VEELVULDIG ZIJN DE GEDACHTEN EN DE DINGEN


Dat hij als jongen naar de sterren keek.

Heel vaak als het donker was naar de donkere hemel

Waarin de sterren niet te tellen waren.

Later las hij in een bericht dat er meer sterren waren

Dan zandkorrels op onze ondermaanse stranden.

Hij lachte, hij huilde, hij brulde, toen hij over een brug liep

En dacht dat hij anders was.

Alles was anders en hij was ook weer anders.

Dat ze mij niet in een woord opsluiten, zei hij.

Dat ze mij niet verdingelijken.

Dat ze mij niet verdrinken.

Een uitweg zocht hij niet.

Hij koos wat hij zag en paste in elkaar wat hij had gezien.

Veel dingen vonden een plaats in zijn kosmos.

Dat ze het geen kleine wereld noemen, zei hij.

Dat ze het geen liefdeloze wereld noemen, zei hij.

Dat ze mij niet klein krijgen.

Dat ze mij niet verminken.

In de winter grepen donkere dingen hem naar de keel.

Er was geen maan, geen sterren.

In de zomer het licht, het overbelichte licht op zijn foto’s.

Dat ze niet zeggen dat wij geen gras zijn, zei hij.

Dat ze niet verklaren: wij zijn geen apen.

Dat ze niet zeggen, het is niet goed dat wij weer naar de grond gaan.

Want het is goed dat wij weer naar de grond gaan.

Dat wij weer in de grond gaan.

Het is goed te leven en goed is het te sterven.

De zon komt op in het Oosten, gaat onder in het Westen.

Alles wat wij weten is woord en wederwoord.

Alles wat wij zeggen is gezegde.

Alles wat wij zeggen is begrip.

Alles wat wij zijn is adem.

Nog kijkt hij naar de sterren.

Nog kijkt hij naar de atomen.

Nog maakt hij foto’s van blauwe zetels.

Nog is hij een mens onder de mensen.

Naar het ongebondene keert hij telkens terug

Waar hij zichzelf is, zijn geheimen vindt.

 

 

 

 

21-08-08

WAAR LIGT MADRID?


Die vliegtuigcrash in Madrid is natuurlijk erg en wat ik nu ga schrijven betekent bijgevolg weinig… Maar als ik in De Standaard Online lees ‘in de Spaanse stad Madrid’ voel ik mij beledigd. Elke Belg (of Nederlandstalige) die heeft leren lezen en schrijven zou zich beledigd moeten voelen. Denkt De Standaard Online dat wij echt zo dom en onwetend zijn dat we niet weten waar een van de grootste steden van Europa, een hoofdstad dan nog wel, ligt? Ik maak het meer en meer mee, dat belerende toontje, ook op televisie, alsof wij allemaal kleuters zijn die volstrekt niets weten. In dit geval is het na-aperij van de Amerikanen die bij elke stad vermelden in welke staat of welk land ze is gelegen. Dat betekent niet dat de Amerikanen zo dom zijn. Er zullen nogal wat Amerikanen bestaan die Liechtenstein niet op de wereldkaart kunnen terugvinden, maar dat kan ik ook niet. De Amerikanen hebben echter die gewoonte ontwikkeld om bij plaatsnamen ook de staat te vermelden omdat er in de Verenigde Staten heel veel plaatsen Europese (en andere) namen hebben. Ongetwijfeld is er daar meer dan één Madrid, er is zelfs een Toledo, en iedereen heeft al van Paris, Texas gehoord. Bij hen heeft die gewoonte met duidelijkheid te maken, om verwarring te voorkomen. En nu zwijg ik erover, en houd ik me verder bezig met belangrijker problemen.

En met plezierige dingen, zoals de verjaardag van mijn geliefde vrouw. Gelukkige verjaardag Laura, Senga, Daphne, Agnes en ik weet al niet goed meer welke namen ik je nog allemaal al heb gegeven. Astarte, destijds, toen ik nog een jonge, romantische dromer was, die met 'The White Goddess' en Mario Praz dweepte. Gelukkige verjaardag, liefste.

Wat is dat plaatje van Justin Townes Earle toch mooi! The Good Life. Ja, soms is dat waar, soms is het leven goed, soms is het leven mooi. Heel soms. Maar je mag niet te lang nadenken, bijvoorbeeld over de eerste zin van dit stukje gemurmel.


smoking a cigarette in madrid

Foto: Agnes in Madrid op een mooie zomerdag. Ze rookte nog. En ze was blond. Tijden veranderen.

18-08-08

IN MEMORIAM JERRY WEXLER EN ISAAC HAYES


wexler

In het voorwoord van Jerry Wexlers autobiografie, ‘Rhythm and the Blues – A Life in American Music’ schrijft David Ritz het volgende:

“At seventy-five, Wexler is still a holy terror. He runs around like an impatient kid, shopping for baby white eggplants at distant farm stands, booking acts for the local jazz association, talking on the Phone to musician pals, celebrating the latest Hank Crawford or T-Bone Walker reissues, making Benny Goodman tapes for his butcher, dominating the dinner conversation with war stories of song pluggers and smash records. His eyes twinkle; his fingers nervously smooth over his white beard. The mind is racing. Compulsive, cunning, extravagantly verbal, he stays two beats ahead. His rapid-fire speech blends a promotor’s hype with a scholar’s precision, his lexicon a mixture of the mean streets and the graduate library.”

Na Jerry Wexler tientallen keren gezien en gehoord te hebben in documentaires over de geschiedenis van rock, blues, rhythm and blues en soul geloof ik dat elk woord hierboven waar is. Jerry Wexler was een universum, ik respecteerde hem, hield van hem als van een ideale vader. Jerry Wexler heeft misschien meer gedaan voor de populaire muziek dan wie ook. Wie Jerry Wexler niet kent beveel ik het hierboven vermelde boek aan. Wie hem wel kent weet wat ik bedoel en hoe ik me voel.

Of misschien toch niet. Jerry Wexler is dood, maar heeft een buitengewoon ‘rijk’ leven geleid. Bovendien is hij 91 geworden; dat moet volstaan. Echt treuren doe ik daarom niet. Ik ben eerder in een feestelijke stemming en denk dankbaar terug aan alle muziek die ik door Jerry Wexler heb leren kennen. Let the good times roll!

wexler2


Tegelijk neem ik ook afscheid van Isaac Hayes. Met uitzondering van ‘Shaft’ deed zijn muziek me niet zoveel. Maar natuurlijk heeft hij onvergetelijke songs geschreven voor Sam & Dave, waarschijnlijk het allerbeste soulduo ooit. Rust in vrede, Isaac Hayes, in je blote torso en met je gouden kettingen om je nek! Als ik nog eens in New York ben ga ik zeker weer langs bij Café Reggio en zal ik daar aan je denken. Je was nog te jong om nu al te sterven.

isaachayes

17-08-08

WAAR JE VANDAAN KOMT


mother, aunt georgette, françois & me

Mijn moeder, haar zuster tante Georgette (die iedereen tante Jos noemde en zelf haar leven beëindigde toen ik dertien was), mijn broer en mijn kleinere zelf. In Antwerpen omstreeks 1960. Waar je vandaan komt. Mijn moeder is eenennegentig geworden. Maar wat heb je aan zo'n lang leven?

08-08-08

ICH BIN EIN BERLINER

Naar Berlijn maar weer eens. Mooi vooruitzicht. Ik ben gespannen zoals ik altijd gespannen ben voor een reis, zelfs een korte. Berlijn, een van mijn drie uitverkoren steden. Als ik er een week geweest ben kan ik weer een poos zonder musea. Het is bovendien een rustige stad, met veel vriendelijke mensen en een bijna perfect openbaar vervoer.

Ik kan niet veel zeggen. Alleen dat ik behalve gespannen ook blij ben, vervuld van grote verwachtingen. De overige woorden laat ik rusten tot over een week, als ik terug ben en het vat van mijn verbeelding weer wat gevuld is.

De taxi is in aantocht.

Ik wens iedereen een prettige vakantie. Tot gauw.

11:28 Gepost in Reizen | Permalink | Commentaren (6) | Tags: reizen, berlijn |  Facebook

DUYSTERNIS MAAKT JE BANG


Boeken verliezen betekenissen

Als je ze tot bekentenis kunt herleiden.

De wereld ontbeert zin.

Liefde heeft een schroef los.

Of twee, drie.

Op het verlangen zit roest en roest rust.

Een zwaluw bracht lente in omloop

Met verfgeur en lokkend gevaar.

Je likte je baard, hoed op het hoofd.

Maar na wat lauwe regenbuien

Trekt de zomer nu aan je voorbij

Met mooie meisjes en talen die je niet spreekt.

Nutloos je woorden.

Op een zonnig terras zit je wat voor je uit te zwijgen

En neemt al gauw naar bed de tram.

Naar de winternacht die lang en donker als de grond is,

Donker als de afgrond.

De donkere winternacht.

En dan het woord afgrond ook nog eens een keer.

Verdwenen stemmen en raadsels.

In liefde gestemde akkoorden.

Je hoort muziek zonder wonden, zonder wonder.

De duysternis, zelfs, maakt je bang.

De duysternis maakt je bang.

05-08-08

LIEFDE IS VOOR DWAZEN : DE NIEUWE POPULAIRE MUZIEK IS VOOR IEDEREEN


Het gaat goed met de jonge populaire muziek. Ik hoor geregeld mooie nieuwe songs, en luister op MySpace vaak verbaasd en verwonderd naar opnames van bands, zangers en zangeressen waarvan ik nooit eerder had gehoord. De echte ‘Americana’ (een term waar ik niet echt gek op ben, evenmin houd ik van de benaming alt.country) van bands als Drive-By Truckers, Gillian Welch & Dave Rawlings, Calexico en zo meer is nog altijd springlevend. Een band als Willard Grant Conspiracy wordt almaar beter door met nieuwe vormen te experimenteren. Dat kan ook wel eens tegenvallen, zoals bij Wilco (‘a ghost is born’) en Calexico (‘Garden Ruin’) in het verleden: wellicht kreeg het experiment meer aandacht dan de traditie, en zorgde dat voor een wanverhouding. Het is nu eenmaal een regel dat alle vormen van populaire muziek, ook jazz, op traditie zijn gebaseerd. Als daar te gretig van wordt afgeweken, zoals in bepaalde extreme vormen van Free Jazz, dan valt de spanning uit de muziek weg en haakt de luisteraar af. Het is dan alleen maar experiment, er is geen vaste grond, de luisteraar voelt zich duizelig worden of krijgt plotseling hevige hoofdpijn, zonder familiale voorgeschiedenis. Maar hoe dan ook moet populaire muziek het van experiment, van vernieuwing hebben om levendig te blijven en aan te spreken. Als je altijd maar hetzelfde herhaalt bloed je dood. Dat lijkt me voor alle kunstvormen een geldige analyse. Bij iemand als Dwight Yoakam lijkt me dat het geval te zijn.

Veel van wat ik op MySpace hoor en echt fascinerend vind lijkt me een verzoening te zijn van diverse soorten populaire muziek (folk, blues, country) en avant-garde. Junkie XL had het vorige zondag in Zomergasten nog over het belang van een avant-garde componist als Stockhausen. Frank Zappa verwees heel vaak naar Edgar Varèse. Je stuit ook vaak op John Cage, Gyorgy Ligeti en Luigi Nono. Allerlei experimenten met oude instrumenten gecombineerd met elektronica en meestal voorzien van een beat klinken nu vaak bijzonder boeiend. Experimenten met elektronica voor allerlei obscure soundtracks spelen een belangrijke rol, maar ook mainstreamfilmcomponisten als Henry Mancini, Ennio Morricone en Bernard Hermann leveren vruchtbare grondtonen. Er wordt bovendien weer veel aandacht aan de stem gegeven. Men zegt dan: die of die band grijpt terug naar Crosby, Stills & Nash. Maar heel wat van de jongere zangers en zangeressen zijn klassiek geschoold en kennen heel wat meer dan de pop en folk uit de jaren zestig en zeventig. De stemmen van Fleet Foxes bijvoorbeeld zijn even mooi als die van de Beach Boys, maar je hebt de indruk dat de Foxes ook goed naar Gregoriaanse muziek hebben geluisterd.

Om een kort verhaal kort te houden: ik heb op dit ogenblik de indruk dat 2008 een vruchtbaar jaar is voor de popmuziek, vergelijkbaar met 1956, 1965, 1977 en 1991. Ik hoop later dit jaar wat meer berichten uit de chaos van mijn muzikale microcosmos de wereld in te kunnen sturen. Muziek is tenslotte een van de weinige menselijke verwezenlijkingen die mij nog kunnen ontroeren en op die manier in leven houden.

Hieronder Bon Iver (een alias voor Justin Vernon) begeleid door the Bowerbirds met 'Love's For Fools', live in the Bowery Ballroom in New York, een erg fijne concertzaal. Bon Iver treedt op in de Brusselse Botanique op 3 oktober later dit jaar.

02-08-08

BIOGRAFIEËN VAN MUZIKANTEN (DOOR MUZIKANTEN)


Het is de eerste zaterdag van augustus, tijd voor een nieuwe aflevering van Zero de counduite op radio centraal. Toen ik verleden maand mijn programma samenstelde over historische figuren, helden en vooral antihelden viel het mij op hoeveel songs er zijn gemaakt over dat onderwerp. Ik denk dat ik een hele week had kunnen uitzenden in plaats van maar twee uur. Ik heb toen een aantal fijne liederen van muzikanten over andere muzikanten apart gehouden voor vandaag. Zelfs die subcategorie valt niet te onderschatten:  ik heb opnieuw, met pijn in het hart, veel moeten snoeien.

Voor de uitzending van vandaag ziet de playlist er ongeveer zo uit (de volgorde is: titel van de song, titel van de elpee/cd, uitvoerder): 

Gene Clark – Thirteen – Teenage Fanclub

Alex Chilton – Pleased To Meet Me – The Replacements

D. Boon – Still Feel Gone – Uncle Tupelo

The Beatles – Yip / Jump Music – Daniel Johnston

Beatle Bones ‘N’ Smokin Stones – The Mirror Man Sessions – Captain Beefheart & the Magic Band

The Ballad Of John And Yoko – Past Masters 2 – The Beatles

Mr. Wilson – Slow Dazzle – John Cale

Bob Dylan Blues – Wouldn’t You Miss Me? – Syd Barrett

Song To Bobby – Jukebox – Cat Power

Suite: Judy Blue Eyes – Crosby, Stills & Nash – Crosb, Stills & Nash

Buffalo Springfield – Silver and Gold – Neil Young

Dolly Parton’s Guitar – Back On the Street Again – Lee Hazlewood

Bing Crosby – Discover America – Van Dyke Parks

Johnny Cash – I, Flathead – Ry Cooder

Bob Wills Is Still the King – Dreaming My Dreams – Waylon Jennings

Lester, Bill and Earl – Tennessee Jubilee – Benny Martin

Elvis Presley Blues – Time (the Revelator) – Gillian Welch

Carl Perkins’ Cadillac – The Dirty South – Drive-By Truckers

Drunken Angel – Car Wheels On A Gravel Road – Lucinda Williams

Blaze’s Blues – Rain On A Conga Drum – Townes Van Zandt

Townes’ Blues – Black Eyed Man – Cowboy Junkies

Bobby Gentry – The Other Side Of Daybreak – Beth Orthon

Lucinda Williams – West Of Rome – Vic Chesnutt

Faron Young – Steve McQueen – Prefab Sprout

Not Even Stevie Nicks – Feast Of Wire – Calexico

Nilsson – You Can Make It If You Boogie – James Kirk

Let’s Save Tony Orlando’s House – And Then Nothing Turned Itself Inside-Out – Yo La Tengo

Johnny Mathis Feet – Mercury – American Music Club

Furry Sings the Blues – Hejira – Joni Mittchell

Blind Willie McTell – The Bootleg Series, Vols 1-3 – Bob Dylan

Ma Rainey – News And the Blues – Memphis Minnie

I’m the Wolf – The Genuine Article - Howlin’ Wolf

Guitar Slim – Sufferin’ Mind – Guitar Slim

Bo Diddley – Bo Diddley – Bo Diddley

Otis Sleeps On – Platinum Collection – Arthur Conley

Aretha, Sing One For Me – Hi Records : River Town Blues – George Jackson

I Thought I Heard Buddy Bolden Say – Going Back To New Orleans – Dr. John

Lady Day and John Coltrane – the Revolution Will Not Be Televised – Gil Scott-Heron

Jackie Wilson Said (I’m In Heaven When You Smile) – Saint Dominice’s Preview – Van Morrison

Like Little Willie John – Bubble Gum – Mark Lanegan Band

Ik weet nu al dat ik niet al deze nummers zal kunnen draaien, maar zo heb je toch al een idee.

Sommige bezongen muzikanten zoals the Beatles en Bob Dylan zijn beroemd, andere, zoals Blaze Foley en D. Boon kennen maar weinigen. Blaze Foley was de picareske vriend-muzikant van Townes van Zandt. Lucinda Williams ‘Drunken Angel’ gaat ook over Foley. D. Boon was de zanger en gitarist van de legendarische punkrockband uit Californië, the Minutemen.

Zero de conduite wordt uitgezonden van 18 tot 20 u. op radio centraal in Antwerpen. De radio is beluisterbaar op 106.7 FM en online. Ga daarvoor naar de websitevan de radio.

 

01-08-08

JE BENT NIET ANDERS DAN DE ANDEREN, OF WEL SOMS?


Al te vaak misschien wil ik schrijven over enkele antihelden, in mijn ogen vaak de echte helden, als we dat woord tenminste nog wensen te gebruiken.… Mijn gedachten gaan dan onwillekeurig naar in een of ander opzicht geniale muzikanten, performers, singer-songwriters, ‘wijze dwazen’, die destijds verstoten en verguisd werden, naar Alexander Spence, Karen Dalton, Nick Drake en Syd Barrett, muziek- en woordkunstenaars die nu evenwel door een globale elite aanbeden worden. Ik zou nog veel andere namen kunnen noemen, maar vandaag doe ik het niet. Beweren zou ik kunnen dat ik wat hen betreft een van de eerste ingewijden was. Dat ik zes kilometer verwachtingsvol langs de Zuid-Willemsvaart liep, van Neerharen naar Maastricht, om in platenwinkel De Harp ‘Oar’ te kopen, en dan weer zes kilometer terug. Ik zou kunnen schrijven over de diepe emoties die ik voelde bij het beluisteren van de gebroken stem van Skip Spence, die de kleine luidspreker van mijn gele Philips materialiseerde. “I’ve searched everywhere in heaven but I never found a friend like you…” De platenspeler had dezelfde kleur als mijn Garelli brommer. Het genot dat ik voelde bij het horen van de diepe wanhoop van een gebroken mens, toen ik nog zo jong en naïef was en nooit van Hölderlin had gehoord. Waarom had ik niet van hem gehoord? Omdat ik slechte leraren had, zonder enige twijfel. Het genot was overigens geen leedvermaak, maar identificatie, de wanhoop en het verdriet die Skippy bezong, waren ook mijn wanhoop en verdriet. Dacht ik, meende ik.

Al te vaak wil ik daarover schrijven, maar heeft het enige zin? Je hemelt die mensen op om jezelf te vergeten en maakt lijstjes tegen het verdriet. Je wilt de wereld bezitten, maar alles valt uiteen in partikels, in atomen. Ergens moet er een eenheid zijn, een Zijn dat al de zijnden samenhoudt en zin geeft, bestaansrecht. Daarom is het ook niet erg dat ik er nu niet over schrijf.

Ik heb me nooit lang in de marge opgehouden. Ik wilde geen snob zijn. Iemand die boeken leest die niemand kent, die platen koopt waar maar vijf exemplaren van bestaan, die nachtenlang naar onbegrijpelijke films uit Nieuw-Zeeland zit te kijken. Af en toe ging ik eens kijken in de donkere straatjes, nam ik zijwegen, luisterde ik naar schril gekras, bekeek ik films over geweld en geestelijke verminking, gaf me over aan het wrede theater van Antonin Artaud en Sarah Kane, je weet wel. Maar veel vaker koos ik voor Elvis Presley, the Rolling Stones, John Fogerty, Francis Ford Coppola, François Truffaut, Haruki Murakami, Paul Auster, Franz Kafka. Kunstenaars die iedereen kent. Ik was niet anders dan de anderen, dacht ik.

Een mooie kromme lijn door alles waar ik me door liet overspoelen trok Bob Dylan. Hij was er altijd, van in het begin en hij is er nog altijd. En het laatste lied dat ik zal horen, mocht ik ooit sterven, zou er een van Dylan zijn. De beste song die ik van hem ken is, denk ik, ‘It Takes A Lot To Laugh, It Takes A Train To Cry’. Misschien is het gewoonweg de beste song. De mooiste versie is de originele op ‘Highway 61 Revisited’, maar op de soundtrack van ‘The Concert For Bangladesh’ staat ook een uitstekende versie. Bob Dylan wordt er begeleid door twee Beatles en Leon Russell, nog zo’n miskende held.