29-07-08

UNTERTÄNIGST SCARDANELLI


Aan de dichters.

Met een zware last op de schouders loopt Scardanelli

Klerken en kannibalen tegemoet. Levenslang

Tegen het lijf, niet tegen het lijf, tegen de hersens.

(Je zag ze in een glazen pot in Berlijn. Dezelfde hersens.

Maar niet dezelfde.)  Scardanelli was namelijk zichzelf niet.

Hij nam niet deel aan de bleke herfst van Deutschland.

Hij nam niet deel. Hij bukte, boog trots het hoofd omhoog.

Onderdanig was de dichter op het onbeschofte af.

Altijd dank u mijnheer zo en zo, dank u mijnheer de bibliothecaris.

Ook als er een loodgieter langskwam, een bakker, een hulpje.

Moeder ik heb u zo gemist. Untertänigst Scardanelli.

Zuster, broeder schrijf me gauw want ik wil sterven.

Ik wil niet dood. De adem van koude lijken brengt mij aan het beven.

En ik heb niets, lege handen, niemand kan van mij iets erven.

Vergeef me!  Untertänigst Scardanelli.

Gebukt loop hij door de zomer en nog vlugger staat hij voor de deur

Van de herfst. Een deur die hij al lange tijd geopend had.

De poorten van een asgrijze winter en nog akeliger het ontkiemen

In de lente als de vogels zingen, en groene asperges staan op het veld.

Daarna weer moe en moedeloos de zomer in waar de boer sterft

Aan een verdriet maar eerst nog op de dag des heren

Het land verkent, zijn akkers, zijn gewassen waarop het onweer

Genadevol te keer ging. Alles groen, zoals ik dacht, zo kan ik sterven.

Scardanelli zweet en zwijgt en kijkt de hemel in. De zon toch weer

En mijn wandelstok en mijn hoed. De Grieken waren heilig in hun heuvels

Waar in elke struik een raadsel sluimerde. Voor elke ziekte

Een gewas, een kruid. Maar de woeste hitte van Bordeaux stuurt hem

Al naar het vaderland terug, aan de Neckar, waar de wijn zachter is,

En de meisjes klaterend lachen. Een bootje vaart wat wankel

Naar de horizon. Het wordt donker in mijn hoofd. In mijn hoofd

Wordt het helemaal donker. Pallaksch, pallaksch.

Untertänigst Scardanelli.

 

Commentaren

de schoonheid van waanzin Käme,
käme ein Mensch,
käme ein Mensch zur Welt, heute, mit
dem Lichtbart der
Patriarchen: er dürfte,
spräch er von dieser
Zeit, er
dürfte
nur lallen und lallen,
immer-, immer-
zuzu.

('Pallaksch. Pallaksch')

Celan
Tübingen, Jänner uit de bundel Die Niemandrose (1963)

Hölderlin, Artaud, Celan, Nerval, ... en vele vele anderen
Mmm!!! Waaaw!!!

Gepost door: sodade | 29-07-08

Reageren op dit commentaar

is sodade een karper? hier maakt sodade voorwaar een mmm waaw karpersprong. vele vele anderen zijn wij, zij huizen in ons en brengen ons mee boven. sodade brengt zelfs het gelal ter sprake, daar ligt voor velen, die velen die in ons huizen, immer een bron. zuzu

Gepost door: marc tiefenthal | 30-07-08

Reageren op dit commentaar

forel forel zou ik zeggen. ik ben alvast voor een deel een forel, in navolging van captain beefheart, richard brautigan r.i.p. en gevoed door de delhaize aan de plantin-moretuslei.

Gepost door: martin | 30-07-08

Reageren op dit commentaar

sterk zie je, bijzonder sterk die letters.
en alles staat er, zodat er niets meer hoeft aan toegevoegd worden.

Gepost door: Evy | 30-07-08

Reageren op dit commentaar

ja en neen Het had ook over alle(r)heiligen en alle(r)zielen kunnen gaan...
Idd de vele vele anderen zijn... wij.
Waanzinnig toch?!

Gepost door: sodade | 31-07-08

Reageren op dit commentaar

De commentaren zijn gesloten.