28-06-08

JOHN CALE : FRAGMENTEN VOOR EEN NIEUWE MAATSCHAPPIJ


johncale4kl

johncale5kl

johncale6kl

Foto's: Martin Pulaski. Cover art copyright of the artists.

26-06-08

JOHN CALE: VUILEKONTENROCKANDROLL IN HET PALEIS

 

muziek,concert,lou reed,champagne,pop,bier,punk,duitsland,rock,popcultuur,live,verbeelding,turkije,rock and roll,ab,paleis,ambtenaren,bar,drummer,gitaren,seventies,punkrock,avant-garde,john cale,840,paul dujardin,paleis voor schone kunsten,shaketown,ravenstein


Vorige week zag ik Paul Auster in zaal Henry Le Boeuf  van het Paleis voor Schone Kunsten ( ik weiger de kinderachtige naam Bozar te gebruiken).  Gisteravond keerde ik er terug om een concert van John Cale bij te wonen. Ook al heb ik kritiek op de naam van de instelling en het overwegend Franstalig aanbod van boeken en dvd’s in de artshop, moet ik toegeven dat de bar heerlijk is. Wat een verschil met bijvoorbeeld die van de AB! Je krijgt er je drankjes in echte glazen, de wijn is er lekker en niet te duur. Een pils kost er maar twee euro. Maar foto’s maken mag je er niet. Daarom moet je zelf maar eens gaan kijken.

Wat  verwachtte ik van het concert? Een eigenzinnige vorm van melancholische akoestisch-elektronische kamermuziek, enigszins storend, maar toch passend bij de beau monde van de beaux arts. Oh la la! Et une coupe de champagne, please. Ik zou dat mooi hebben gevonden, denk ik. Ik zou geen kippenvel hebben gekregen, koud noch warm hebben gezweet, maar ik zou hebben genoten van die zoete, wat verwrongen melodieën die alleen John Cale kan bedenken.

Wat kregen we echter? Dirty Ass Rock And Roll, ladies and gentlemen! Echte laagbijdegrondse vuilekontenrockandroll. Maar werd John Cale ooit een asshole genoemd? Never! Dit was een concert waar jonge kereltjes – als ze er al bij waren geweest – veel genoegen aan hadden kunnen beleven en bovendien hadden ze er nog iets van kunnen opsteken. Bijvoorbeeld: hoe speel ik een power chord, hoe speel ik een riff, zonder banaal of volstrekt overbodig te klinken. John Cale ging tegen de geest van de beaux arts in, het paleis dat verkondigt dat het niet alleen maar rock and roll is. (John Cale trad op in het kader van ‘It’s NOT only rock and roll’.) Wel, beste Paul Dujardin, het is wel only rock and roll. Als je het over rock and roll wilt hebben en je nodigt John Cale uit dan kun je zulke dingen verwachten: the real thing, sex and drugs and rock and roll. Alles wat je lichaam nodig heeft, om het nog niet te hebben over je geest. De schitterende gitaarduetten die naar de seventies verwezen (denk daarbij aan the Allman Brothers) van John Cale met zijn - mij onbekende - gitarist gingen nooit zweven dank zij het uitstekende laagbijdegrondse en toch hoogvliegende gedrum van, ja, van de drummer natuurlijk. De basspeler hield zich wat op de achtergrond, maar hij verloor het ritme en de plots opduikende tempowisselingen niet uit het oor. Ergens links op het podium zat iemand de klanken te behandelen. John Cale greep vooral terug naar zijn composities uit zijn beginperiode, nadat hij de Velvet Underground had verlaten: 'Helen Of Troy', 'Gun', 'Paris 1919', 'Pablo Picasso' (van Jonathan Richman , of: John Cale speelt Modern Lovers die Velvet Underground spelen ), 'Fear Is A Man’s Best Friend', 'Ship Of Fools', 'Big White Cloud' (voor mij het hoogtepunt), 'The Ballad Of Cable Hogue' – allemaal even mooi en ontroerend. Vanop plaats D17 in de corbeille zag ik de Welshman plotseling heel jong worden. Hij zong en speelde 'Things', een recentere compositie, uit HoboSapiens (“the things you do in Denver when you’re dead”, een mooie hommage aan Warren Zevon). Daar stond hij, zeventien of achttien, met een elektrische gitaar, voor altijd jong, zich lavend aan Belgisch water, water uit Spa. Het beste water van de wereld voor de meest verrassende avant-garde rock and roll componist van de wereld. Ik vraag me af wat de champagneheren en –dames gevoeld hebben bij deze reëel bestaande punkrock.  En de ‘fans’ die nog altijd denken dat Cale zijn hoogtepunt bereikte met zijn postmoderne versie van Elvis’ ‘Heartbreak Hotel’, dat gisteravond als openingsnummer werd vermorzeld.
Toen John Cale en zijn band terugkwamen voor een encore dacht ik heel even dat zij de hele set opnieuw zouden spelen, en daarna nog eens en zo 840 keer.

Oh, wat ben ik blij dat ik bij dit concert aanwezig was, en dat ik me goed voelde. Ik had mijn lichtgrijs pak aangetrokken. Maar ik zag veel mannen in jeans. Onze kansen zijn nog niet verkeken. De verbeelding heeft nog wat in de pap te brokken. Hier en daar zie ik zelfs een gek het gekkenhuis besturen.

Later zaten we met Mister Koen en Mister Shaketown en nog enkele van hun vrienden in de Ravenstein, die vroeger aan de ambtenaren toebehoorde, maar nu een soort niemandsland is geworden, een plaats waar niemand zich echt thuis voelt, maar die wel uitnodigt om jezelf te worden, om je aanwezigheid bekend te maken aan de ruimte. We dronken er koud bier, zagen verloren gelopen ‘punks’ voorbijstrompelen en stelden vast dat de Turken van de Duitsers hadden verloren. En we vroegen ons af welke plaat van John Cale de beste is, ‘Paris 1919’ of ‘Music For a New Society’? De wedstrijd John Cale-Lou Reed bleef onbeslist.

JOHN CALE'S GEHEIM

 

 


Dit is bijzonder grappig, en als het niet grappig is, dan toch interessant. De jonge John Cale, nog voor the Velvet Underground. Het is een aflevering van het Amerikaanse programma 'I've Got A Secret', uitgezonden op 16 september 1963.

25-06-08

DOOD IN VENETIË

Hier stond een fragment uit 'Morte a Venezia', bedoeld als illustratie bij mijn verhaal 'Het meisje in Café Majestic'. Het is mij vooral om het thema te doen, zowel het muzikale thema van Mahler, als het thema in de film. Velen beschouwen Visconti's 'Morte a Venezia' als zijn belangrijkste werk. Ik vind dat in geen geval. 'Ossessione' is bijvoorbeeld veel beter. Maar vanzelfsprekend gebruik ik het woord illustratie hier ironisch. Mijn verhaal is een heel kleine voetnoot bij een minder werk van de grootmeester, en bij een hoogtepunt in de verhaalkunst en de laat-romantische klassieke muziek.

22-06-08

HET MEISJE IN CAFE MAJESTIC


MEISJE IN MAJESTIC

Je zat met je vrouw in café Majestic in de Rua de Santa Catarina in Porto. Café Majestic is een van die plaatsen waarvan je zegt, er bestaat niets mooiers dan dit. Als je jonger was zou je er uren doorbrengen, de ene koffie na de andere bestellen, de plaatselijke krant lezen. Maar nu heb je de tijd niet meer. Je moet je haasten om nog iets anders van de wereld te zien, en om je bestaan hier alsnog zin te geven. Je dronk wat van de koele witte wijn uit de Douro en keek afwezig om je heen. Je voelde je ziek, de nacht in het hotel - een en al vergane glorie - was moeilijk geweest. Waarschijnlijk had je iets giftigs gegeten, schelpen of intkvis. Of kwam het door de wijn, die al zoveel van je geestverwanten heeft vernietigd? Toch wilde je de pijn en de vermoeidheid niet voelen; je wilde de vruchten van de wijn proeven en licht in het hoofd zijn. Je wilde maar een ding: leven.

Een blond meisje in een donkerroze jurk kwam voorbijgelopen, heel dicht bij, je had haar aan kunnen raken. Maar nu was ze al uit het zicht verdwenen, de trap af. Je bleef kijken tot ze terugkwam. Tranen vulden je ogen toen je haar gezicht zag, haar lichtroze lichaam in de donkerroze jurk, haar blonde haren die aan Botticelli deden denken.
(Schrijf ik nu opeens met de pen van een reclameschrijver? Verheerlijk ik nu rode rozen en pralines? Ben ik in een val getrapt? Schoonschrijverij, leugens?)
Nee, je zat in café Majestic en werd diep geraakt door de schoonheid van dat meisje, een bloem die nog maar net was ontloken. Ze kondigt mijn dood aan, dacht je. Maar desondanks kon je je ogen niet van haar afwenden. Ze was weer aan haar tafeltje gaan zitten en las in een boek. Haar mooie blote rug.

Je vrouw ging de camera halen: er moest een foto worden gemaakt. Nooit eerder in je leven had je je aan voyeurisme overgeleverd. Maar nu moest het, het kon niet anders. Een demon had je dronken gemaakt. Je mocht geen tijd verliezen. Terwijl je vrouw zich naar het Grande Hotel do Porto haastte, aan de overkant van de straat, dacht je opeens aan Aschenbach en Tadzio, aan de dood in Venetië, je hoorde Thomas Manns stem het einde van het verhaal voorlezen, je zag de beelden van Visconti, je hoorde het adagietto uit Gustav Mahlers 5de symfonie. Je voelde je even pathetisch als Aschenbach. Je vrouw kwam terug en maakte enkele foto’s vanuit de deuropening van het café. Wat later zat je met je camera in je handen te wachten op het meisje, maar toen ze nogmaals voorbijkwam kon je geen foto maken, je handen beefden. In dit meisje – dat je je verbeeldde – was alle schoonheid van de wereld bijeengebracht. Je kon niet langer blijven. Laten we gaan, zei je. Je moest naar de kamer om vergetelheid te zoeken in je slaap.

21-06-08

EEN HALF JAAR WACHTEN

 

annelies beck,stendhal,cormac mccarty,depressie,dagen,maanden,kopen,reizen,thuis,muziek,boeken,paul auster,siri hustvedt,porto,flickr,portugal,lezen,vermoeidheid,medicijnen,dokters,ziekenhuis,slaap,slaaponderzoek,wachten,film,cd s,verslaving,toeristen,vrienden,schrijvers,dood,stem,ogen

The Inner Life Of Martin Frost - Paul Auster.

Ik zou vertellen over mijn aankopen. Maar ik ben verstrikt geraakt in de woorden van Cormac McCarthy. Ik heb al veel van hem gelezen in de jaren negentig, maar dit, ‘The Road’ overtreft alles. Wat lijkt een lijst van mijn aankopen nu zinloos. Vroeg of laat vergaat het allemaal. Van ons blijft niets over, van de dingen evenmin. Als onze tijd gekomen is zullen de dingen onze sporen zijn, maar niet lang, want zij zullen eerst hun betekenis verliezen en dan vergaan. Vroeg of laat. Als je dat boek van Cormac McCarthy leest weet je het wel zeker. Daarom zullen we gedurende de tijd die we hier doorbrengen maar best vrolijk wezen en liederen zingen. Gedichten schrijven, films maken. Het lelijke en het slechte de rug toekeren.

Om mijn aankopen te verklaren moet ik eerst vertellen wat ik de voorbije weken en maanden heb gedaan. Dat is niet veel. Tot midden april heb ik mijn woning nauwelijks verlaten. Er waren enkele concerten, Iron & Wine, en Mavis Staples. Met mijn beste vrienden heb ik gegeten en gedronken. Maar ik ben vaker bij artsen geweest dan bij vrienden. Graag had ik mijn broer in Limburg een keer bezocht maar ik blijf het uitstellen. Met mijn vriend Koen ben ik naar een lezing van Kamiel Vanhole geweest. Reisverhalen, subtiel en vol humor en ironie. De man, die ik helaas niet heb leren kennen, is inmiddels overleden. Ik zal die avond niet snel vergeten, omdat er ondanks de ziekte en de aangekondigde dood euforie in de lucht hing. Ik ontmoette zielsverwanten. We praatten over muziek, over Peter Guralnick, over Greil Marcus, over ‘Matty Groves’ van Fairport Convention. Midden april ging ik weer werken, halftijds. Het viel me zwaar, omdat de depressie of wat het ook moge wezen wat ik heb, niet weg was. De dagen dat ik niet ging werken sliep ik vooral. Ik ben altijd moe. Antidepressiva schijnen geen vat te hebben op mijn aandoening. Een belangrijke deel van mijn budget ging naar grotendeels overbodige geneesmiddelen. Maar je hoopt natuurlijk dat ze wel werken. Vitamines en voedingssupplementen kosten eveneens veel geld. Omega-3, een wondermiddel, zo wordt beweerd.
Werken was moeilijk, niet werken was ook moeilijk. Ik maakte geen foto’s meer en schreef weinig. Ik ging niet naar de bioscoop, dat was toch al een besparing. Naar het theater ging ik evenmin: ik was bang voor de mensen. Ik was niet bij machte om tegen iemand iets te zeggen. Eind mei verbleef ik twee nachten in een ziekenhuis, voor een slaaponderzoek. Ik kocht een pyjama en een kamerjas. Dat waren kledingstukken die ik niet bezat. Natuurlijk moest ik ook boeken hebben om te lezen in het ziekenhuis. Ik moet altijd boeken hebben, ook al ben ik veel te moe om te lezen. Aan boeken en muziek ben ik verslaafd. Maar dat weet je al langer. Ik kocht boeken van alle schrijvers die ik ken en goed vind en die nieuwe boeken uit hadden. Ik kocht ook boeken van dode schrijvers, zoals Shakespeare en Stendhal. Het beste boek dat ik dit jaar las was Lucien Leuwen van Stendhal. Tenzij ik een ander werk over het hoofd zie. Over tien jaar zal ik misschien zeggen dat het dat van Cormac McCarthy was, maar nu niet.

Om naar Porto te gaan kocht ik geen nieuwe boeken, want ik had nog een hele stapel, en onze reisgids (Rough Guide) was nog niet echt verouderd. Zo’n gids kost al gauw 25 euro. Ik kocht wel nieuwe schoenen, maar ik ben er niet echt tevreden mee. Dat is vreemd want ik ben al jaren wel tevreden met de schoenen die ik koop. Ik kocht sokken en onderbroeken: dat doe ik altijd als ik op reis ga. Ik gaf geld uit aan tassen voor toiletgerief en voor medicijnen. Ik neem altijd massa’s medicijnen mee als ik op reis ga, zelfs als het maar voor een week is. Ik kocht een nieuw pak. Als ik dat aan heb voel ik mij een beetje een nieuwe man. In Porto droeg ik het om de toeristen belachelijk te maken. Zelfs op het vliegtuig had ik mijn pak aan. De meeste mannen zaten in hun onderbroek in het vliegtuig, en op hun sandalen. Ook in de kathedraal van Braga zag ik mannen met blote benen. Maar ik werd berispt omdat ik mijn Panamahoed op had op de patio van diezelfde kathedraal. Nochtans was ik, al ben ik ongelovig, blootshoofds voor het altaar verschenen. Ik had zelfs geknield, maar dat was om een foto te maken van de grote voeten van Jezus. (De foto is mislukt). Ik ben natuurlijk zelf ook een toerist, maar wat haat ik toeristen! En als ik het patois van Vlamingen hoor maak ik me snel uit de voeten. In del uchthaven van Porto heb ik Patrick en Johan gehoord, je weet wel. Patrick belde, niet met zijn dochter, maar met zijn zoon, ergens in de Kempen. Ach, het vaderland. In Porto kocht ik hemden en T-shirts en boeken en cd’s. Fado…

Vorige woensdag zijn we naar een filmvoorstelling van de jongste film van Paul Auster geweest. We zaten vlak bij het hoge podium. Annelies Beck stelde Auster een aantal grotendeels overbodige en onbenullige vragen, maar de schrijver bleef er charmant en geestig op antwoorden. Hij heeft zowat de mooiste ogen die ik ooit bij een man heb gezien en zijn stem is de stem van een verteller. Je verstaat elk woord, elke zin, niets ontsnapt aan je aandacht. Als mijn dokter een dergelijke stem had, dan was ik al lang kerngezond. Er waren ongeveer tweeduizend bewonderaars van Paul Auster in het Paleis voor Schone Kunsten bijeengekomen om naar de voorstelling van ‘The Inner Life Of Martin Frost’ te kijken. Een interessante mislukking, waarvan het verhaal voor degenen die ‘The Book Of Illusions’ hebben gelezen weinig verrassends te bieden heeft. Aan de mooie beelden, de montage, de stem van de verteller en het schitterende acteerwerk zie je natuurlijk wel meteen dat Paul Auster van film houdt. Na de voorstelling stonden honderden mensen in een rij aan te schuiven om zijn nieuwe boek, ‘Man in het duister’ te laten signeren. Zijn echtgenote, Siri Hustvedt heeft ook een nieuwe roman uit. Ze zat naast haar man. Door het raam zag ik de energie die van de ene naar de gaat en weer terug, twee energiebronnen die elkaar versterken. Wij hebben ons echter vlug uit de voeten gemaakt. Ik had het boek niet gekocht en wilde ook niet in zo’n lange rij staan. Ik dacht, ik wacht op de Engelse vertaling, die in september verschijnt. Maar gisteren kon ik mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen en ben ik toch maar de Nederlandse vertaling gaan kopen. Dat ik geen handtekening heb vind ik niet erg, maar ik had de grote schrijver wel graag de hand gedrukt. En als ik dan Siri Hustvedt ook nog had mogen zoenen…

Toen ik dit stuk begon dacht ik een lijst te zullen maken van alle cd’s die ik dit jaar al heb gekocht. Maar het toeval heeft mij in een andere richting gestuurd. En daarover hoor je mij niet klagen. Voor een lijst heb ik nog alle tijd van de wereld. ‘The Inner Life Of Martin Frost’ werd in Portugal gedraaid. Er staan enkele foto’s uit Porto op flickr.

19-06-08

HERINNEREN, VERGETEN


Soms lees je een zin die zo verbluffend is, dat je er zelf (een tijdlang) het zwijgen toe doet. Een paar dagen geleden las ik deze zin in Cormac McCarthy's 'The Road':

"You forget what you want to remember and you remember what you want to forget."

'The Road' vloeit over van bijna letterlijk verschroeiende zinnen, maar die kun je niet citeren, die moet je in de vloed van het boek lezen. De apocalyps van McCarthy jaagt me schrik aan, werkelijk schrik, maar de schoonheid van zijn beelden en woorden helpen me met die schrik te leven, wat zeg ik: heel graag zit ik te sidderen bij het lezen van deze buiten alle categorieën vallende schrijver. Soms denk ik dat de verwoeste wereld die hij beschrijft echt is, een wereld van niet veel meer dan as. Dat wij al in die wereld leven, maar het nog niet doorhebben. We moeten nog ontwaken.

16-06-08

BLOOMSDAY

bloomsday,terugblik,poezie,gedichten,voorbeelden,james joyce,leven,tijd,modernisme,ulysses

Vandaag is het Bloomsday. Als we toch feest willen vieren, waarom dan niet op de dag die uit de verbeelding van een schrijver is ontstaan?  Een retorische vraag, natuurlijk. Maar ik ben niet in een feeststemming. Er is bijna een half jaar voorbij, een half jaar waarin niets is gebeurd, om Iggy Pop te parafraseren. Ik heb wat door het raam gekeken, ben enkele zaterdagen in Antwerpen geweest, heb twee films gezien en ben naar twee of drie concerten geweest. Er was een korte reis naar Porto, waar het gezelschap van  jonge vrienden en kunstenaars me wat nieuwe energie heeft gegeven, hoewel ze snel weer wegsmelt als ik hier zonder voornemens of plannen op de avond zit te wachten. Ik moet gedichten schrijven, verhalen, een tegengewicht bieden tegen de mediocriteit van deze tijd. Ik moet mezelf heruitvinden, een nieuwe mens worden. Maar de ademruimte ontbreekt me, de zin, de echte goesting.

Soms, zoals de voorbije dagen, ontstaat er wel opeens een gedicht, en dan voel ik me verwant met Rilke en Hölderlin, hoewel ik niet weet of mijn werk even hoog staat. Ik denk het niet. Maar ik schrijf al gedichten sinds 1965, daarom denk ik dat niet alles wat ik schrijf waardeloos is. Je moet wel gek zijn om op rotzooi zitten te zwoegen in plaats van naar de kroeg te gaan of achter de vrouwen aan te zitten. Nu ja, mijn echte leven speelt zich in sommige van mijn gedichten af. Dat is toch ook al iets. Laten we het daar bij houden voor vandaag. De opsommingen zijn voor straks of morgen (want ik vind dat ik gedurende die zes maanden vreemde aankopen heb gedaan, en daar wil ik het toch wel even over hebben, in deze tijd van absoluut consumentisme). En nu denk ik aan nog iets anders: wat is het goed dat grote voorbeelden als Bob Dylan, Neil Young, Tom Waits en Patti Smith niet alleen nog in leven maar zeer actief zijn en belangrijke werken maken. Laten we daar dan maar op drinken, vanavond. En op de nagedachtenis van James Joyce en de talloze andere grote schrijvers en dichters van het modernisme. Salud!

15-06-08

KORTE STILSTAND

 

Als hij naar binnen kijkt ziet hij hoe beelden zich ontvouwen.
Wat zij betekenen slaat meteen op de vlucht.
Hij staat daar naar niets te kijken. Zocht geen juwelen
voor een geliefde of weelderige woorden voor een lied.
Hij ziet de rivier en in het water hoge wolken.
Het water verlaat niet graag het land tussen de heuvels
waar het veilig is – maar het verliest zich in de zoute oceaan.
Nog schroeit de zon zijn huid, als in de verte het Westen
de meeuwen lost, als hij aan verloren dagen denkt
en vrienden die bijna vergeten waren, met hun lange haren
grijzer dan metaal waarschijnlijk. Niet gevangen maar mee-
gaand met de dagen alsof het zo hoort. Ooit lazen zij samen
woorden van goden. Maar hoe was dat mogelijk?
Van een god kun je geen letter lezen en leven.
Zij wendden hun ogen af van de leugens en gingen hun wegen.
Ver van elkaar was het de klok die hen aan elkaar klonk.
Bitter in de oude nacht en met pijn in de leden ’s ochtends.
Het zware metaal in hun knieën, in de winter een hemel
van staal, maar aan de voet van de berg grazende schapen
en honing in de melk als het koud is en regent.
Hij denkt aan de zomers op de kermis, de aardbeien op tafel,
moeder op haar zondags, vader met de duiven, hun wilde dialect.
Het is niet dat hij staat te treuren in de wind. Er is niets
om te betreuren. De dingen gebeuren zoals een geheim
wordt uitgesproken of een moord gepleegd of een steen
naar beneden rolt in het water van de trage rivier.

17:26 Gepost in Gedicht | Permalink | Commentaren (2) | Tags: gedicht, tijd, rivier |  Facebook

ALS DAS KIND KIND WAR

 

Wie betaalt het gelach van de vissers als ze ontwaken uit de nacht van het vissen en het licht zien?

Wandelde hij niet op het water op een zondagochtend, daar in Neerharen,
of hadden die lelijke vrouwen je maar wat op de mouw gespeld?

Het troebele water van de Zuid-Willemsvaart.
Het mythische, stille water op zondagochtend.
De zon scheen en je zag het zomergras en rook de geur in de stem van Aretha Franklin.
My cup runneth over, oh zuster.
Moeder, vader, waar zijn jullie, nu in mijn uur van nood?
Nee, hij wandelt er niet, hij is er niet, hij heeft ons verlaten.
Het geluid van Amerika ver weg, als een donderende stem, een regenboog, en jongens met banjo’s.
Broer, kom wat dichter en vertel me dat verhaal over Buffalo Bill.
Vertel me dat verhaal over Geronimo.
De tijd staat niet stil.
Overal om je heen vallen doden en hij is er niet.
Er is niemand.
De tijd is muziek, geld betekent niets.
Kom je me bezoeken, zuster?
De koele wijn staat klaar, de glazen, ik in het wit.
Met mijn Panama op het hoofd.

Een donkerblauw hoofd schommelt op je romp, de mond aan de trompet.
Je ogen op vergeelde kolommen heiligenlevens.
Allemaal in de vergeetput geworpen, als rot vlees.
Maar heiligenlevens willen niet rotten, verpulveren.
Alle heiligen in de ether zijn samengekomen vandaag.
Zingen Amazing Grace.
De kerken zijn leeg, de vissers vissen niet en ik geloof nergens een woord van.
Ik ben braaf maar zou net zo goed kunnen moorden.
In die tijd was ik werkelijk. In die dagen zag ik niet dat het goed was.
Nu, buiten mezelf, zie ik dat het goed was en dat het slecht is.

Ik hoor het gelach van de vissers en haal de fles bourbon uit de kast.
Vissers zingen alleen maar in stilte.
En kijk, ook vandaag ben ik niet geworden wie ik ben.
Maar dat geeft niet want wat je ook zegt, ik zal blijven worden.




Titel: naar een gedicht van Peter Handke
.
Muziek: Aretha Franklin, Amazing Grace - The Complete Recordings.

14-06-08

MARINADE

 

Je bent gemarineerd, gemaniëreerd wil je dansen.
Oude liedjes duren niet lang, zei je toch?
Maar je hebt wel manieren.
Dansen onder donkere maan op liedjes van vergenoegen en zeemansleed.
Als de bergen uit het oog verloren domme woorden en strafspraak.
Altijd wil je met me dansen als storm op zee.

Rivieren vloeien in je ogenblik naar de zee die je vergeet op de maten.
Maar ja, altijd houd je je manieren.
En daarom toch staan er nog altijd jonge meisjes met brevieren
op het dak van je schommelende boot.
Nee, zeeziek niet, zeeziek worden ze niet.
Hoe je ze en waar je ze ook aan wil raken in de opstijgende mist om hun leden.
Ranke handlangers aan bakboord die niemand beschermen.

Geheimzinnige boottocht terwijl op de oever schaapachtig gelach.
In het gras staat hij na het slachten.
Om zijn lijf de geur van het bloed van het varken.
Leeg is de stal, weg de sporen van zijn poten die hij bij zijn oren voegde.
En daarna in de mis, lichaam van Christus, lichaam van Christus.

Elke dag wil je dansen op je bevrijding, je roes, onoverwinnelijk.
Heb je je rode blouse aan?
Als een vlag op een Flandria ben ik de stem van de Schelde.
Ik roep je, een Joyce, een Sirene, een Sanctus, en zeg je dat het regent.
Het regent oude wijven in de oude nacht, drup drup drup.
Fuck de regen, zei je toch?
En je werd gek van een lied uit blauwe woorden.

Op het ritme van een driestuiversroman.
Want een zeeman heeft altijd een mes en hoge hakken.
Zijn ogen zijn hoeren en zijn hart heet Johnny Thunders.
Zijn hart heet James Joyce, jongeman!
Altijd, zeker, als hij je kust, je kustvaardersdroom.

En je zei, wie uit het raam leunt geeft de geest ruimte voor nieuwe geboorte.
Vrolijk de wetenschap die wij dansen
De stappen op hun liekes, hun placebo’s, hun tucht, hun zuchten.
Hun vrolijke wetenschap wil je dansen.
Het metrum van hun lier, van hun tool, hun Mr. Jones wil je stapvoets bezetten.
Generaal zo ver van huis, kapitein zo nabij, nabij de wereld.

Je bent een bom die wil springen.
Vermomd als een scarabee wil je zingen in Waikiki
en je vastgrijpen aan Marina, Marina, Marina.
Wacht op mij, wacht op mij, wacht op mij.
Wacht op mijn nieuwe, op mijn zingende beelden.
Zing, vogeltje, zing, zing, vogeltje, zing.
Zing, vogeltje, zing, zing, vogeltje, zing.
Zing.

13-06-08

LET THE MYSTERY BE

 

 


Ik ben terug uit Porto en om dat te vieren laat ik u luisteren en kijken naar Iris Dements 'Let The Mystery Be'. Voorlopig doe ik er nog even het zwijgen toe. De oevers van de Douro leggen nog teveel beslag op mijn gedachten. Toch dit: deze opname van 'Let the Mystery Be' is een fragment uit de fantastische 'Transatlantic Sessions', een tiental jaar geleden uitgezonden door BBC2. Iris Dement wordt onder meer begeleid door Molly Mason op contrabas, Russ Barenberg op gitaar en, als ik me niet vergis, Jay Ungar op fiddle. Voor mij is dit een magisch moment - alleen dit al, dit nog eens terugzien, maakt het de moeite waard om weer thuis te zijn. De vraag is of er veel meer redenen zijn. Toch ben ik blij dat ik met een wat frisser hoofd weer in het vaderland ben. Maar liever was ik bij de vrienden in Porto gebleven. Dicht bij de Douro, en het licht van de Atlantische Oceaan.

03-06-08

VOOR HET VERTREK

blues,nieuws,uitspraken,tragedie,reizen,muziek,literatuur,politiek,samenleving


De voorbije maanden zag en hoorde ik een aantal merkwaardige dingen. Waar precies, dat weet ik niet meer.

Patrick Janssens legt een Chinese burgemeester uit wat hij moet doen: zijn dorp verkopen aan Amerikaanse toeristen. Zij houden ongetwijfeld van houten popjes, want houden zij nu al niet van Brugse kant.

Noël Slangen, de raadgever van Guy Verhofstadt, is een fan van Marc Sleen en Nero. De belangrijkste gebeurtenis in zijn leven was toen hij op achtjarige leeftijd een zonnestraal op een stripverhaal van Marc Sleen zag vallen. (Familiale omstandigheden buiten beschouwing gelaten, voegt hij eraan toe.)

De stofzuigerverkopers van de wetenschap waren vaker aan het woord dan me lief was.

People who have resources and people who don’t.

Als je iets goeds doet is het voor eeuwig, doe je iets kwaads dan is het tijdelijk. (Interview met de Mormoonse rock & roll band Low.)

“I know my song well before I start singing”, zingt Bob Dylan. En Allen Ginsberg zit bevestigend te knikken.

Je gaat naar een ander land om later nieuwe ruimte mee naar huis te nemen, nieuwe landschappen. Bij de terugkeer ga je het ‘eigene’ in een ander daglicht zien. Dit heb ik zelf zitten denken tijdens het lezen van een gedicht van Hölderlin. Een dichter die me begeleidt van de wieg tot het graf. De wieg moet je met een korrel zout nemen; en het graf waarschijnlijk ook.

Jongeren die in mekaar werden geklopt en zelfs neergeschoten omdat ze de verbeelding hun gang wilden laten gaan.

Mijn vrienden en ik worden overspoeld met koopwaar. Wat we nodig hebben is schoonheid, nutteloze, eeuwige schoonheid. We willen zelf ons ritme bepalen en de inhoud kiezen die ons leven nodig heeft.

Geneesmiddelen, verwoestende drugs, wapens en wegwerpmuziek overspoelen de beschavingen. Er wordt ons gevraagd (of we worden ertoe gedwongen) de anderen als vijand te zien. Dat willen we niet. We willen de anderen als vrienden, als familie zelfs, zien. We willen hen met open armen tegemoet treden, ook al kan dat ons soms schade toebrengen.

Jan Decorte vindt ‘Mooi en meedogenloos’ een Griekse tragedie. Misschien heeft hij gelijk. Ik heb er nooit naar gekeken. ‘Dallas’ en ‘Dynasty’ heb ik wel gezien, dat waren Amerikaanse tragedies, in die zin dat het alleen om geld en oppervlakkigheden ging.

De blues zijn vaak scherp verwoorde, bondige, universele tragedies.

Het tragische is onder meer het geweld van moeder tegen dochter, vader tegen zoon, dealer tegen junkie, landschap tegen beschaving, natuur tegen wat met veel geduld en moeite werd opgebouwd.

En nu is tijd om nog even te slapen voor ik naar Porto vertrek. Volgende week ben ik er weer met nieuwe berichten uit mijn schemerzone.

HET LEVEN EN DE WERKEN VAN BO DIDDLEY (1)

bo diddley,rock and roll,popcultuur,pop,invloed,beat,dood

In blues, soul en rock & roll krioelt het van de adel, koningen, graven, prinsen, prinsessen, noem maar op. Bo Diddley was de ongekroonde koning van de rock & roll. Hij woonde niet in een paleis, zo adellijk was hij nu ook weer niet, maar net als koning Boudewijn en Buddy Holly droeg hij een bril. De vorm van zijn gitaar hield je als adolescent uren uit je slaap. En ook nu schrijf ik dit, terwijl ik in bed zou moeten liggen en rusten. Maar Bo Diddley heeft mijn leven vorm gegeven, meer nog dan Bob Dylan, alleen al omdat ik op de Diddley-beat kon dansen, wat me bij Dylan niet altijd lukte. Ik wist het niet meteen, maar iedereen die ik als jongen graag hoorde had zijn beat van Bo Diddley: Buddy Holly, the Rolling Stones, the Pretty Things, Captain Beefheart, Quicksilver Messenger Service, Q65, the New York Dolls, the Yardbirds, the Who (Magic Bus), the Kinks, the Clash.  Noem maar op! Bo Diddley can’t be beat.  Man ik mis je!

(Wordt vervolgd na mijn reis naar Porto.)

HEY! BO DIDDLEY!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!

 




Op mijn achtenvijftigste verjaardag sterft een van mijn grootste helden: Bo Diddley. Zonder Ellas McDaniel was er doodgewoon geen rock & roll, geen punk rock, geen harde rock, hadden mijn beneden- en bovenburen geen slapeloze nachten gehad - wellicht zouden we nog altijd naar Frank Sinatra, Harry Belafonte en Bobbejaan Schoepen luisteren, goede zangers, maar ze hadden geeen beat. Bo Diddley had een beat, Bo Diddley had dé beat. Hij heeft voor veel verwoesting gezorgd, zodat veel nieuwe dingen konden worden uitgevonden. The Rolling Stones, the Sex Pistols, Jacques Dutronc, Quicksilver Messenger Service, Buddy Holly, en een ritmesectie bestaande uit duizenden slaggitaristen, basspelers en drummers: hoed af en buigen voor de man. Bidden kan ik niet. Maar ik kan wel die riff spelen tot iedereen weet hoe oud ik werkelijk ben. Ze zullen me nooit geloven. Bo Diddley kan niet sterven en heeft geen leeftijd. Hey Bo Diddley!

Mag ik je vragen naar deze clip te kijken? Anderhalve minuut puur genotvol dynamiet, waarbij alle grenzen vervagen. Het einde is niet meer in zicht. If she don't love me her sister will. Hey Bo Diddley!


Post Scriptum: de clip uit de TNT-show van Bo Diddleys 'Bo Diddley' werd verwijderd. Ik heb hem vandaag 13 juni vervangen door een live versie van 'Mona'. Bo Diddley is dan al een stukje ouder, maar de beat is nog even jong.

En dit hier is nog een ander paar mouwen, wild aan de schouders genaaid, met schroeiende prikkeldraad.

 

02-06-08

MAGIC BUS


nuevo laredo, mexico

Voor mijn verjaardag zou ik graag een magical mystery tour maken in een bus als deze. Het moet niet noodzakelijk in Mexico zijn. Als er een vijver bestond waar je na een duik weer uitkomt als een vijfentwintigjarige, dan zou ik daarnaartoe willen. Maar wacht! Ben ik niet oud en wijs genoeg om zulke denkbeelden als onzin uit mijn hoofd te jagen, zoals ik een vlieg van mijn bord wegjaag? Ouder en wijzer zal ik dus zijn. Maar de busschauffeur staat nochtans te wachten...

VERWELKEN

Voor het slapengaan, de laatste minuten van mijn zevenenvijftig jaar, sla ik een van mijn uitverkoren boeken open, toevallig op pagina 44 en lees dit:


“Van absoluut niemand die de leeftijd van vijfentwintig gepasseerd is, waarna de bloei van de jeugd direct begint af te nemen, kan naar waarheid gezegd worden, afgezien misschien van een of andere stompzinnige figuur, dat hij geen ongeluk ervaren heeft. Want ook al zou het lot iemand in alles gunstig gezind zijn geweest, dan toch zou deze na het verstrijken van genoemde periode zich een enorm zwaar en bitter ongeluk bewust zijn, een ongeluk dat misschien nog zwaarder en bitterder is voor degene die minder door ander ongeluk getroffen is, namelijk dat van het verval en het einde van zijn dierbare jeugd.”

Zijn deze regels van Giacomo Leopardi een troost of strooien ze zout in de wonde?

leopardi