07-05-08

EAST-WEST: THE BUTTERFIELD BLUES BAND

martin scorsese,bob dylan,mike bloomfield,platenhoezen,studeren,centrum,autobiografie,pop,rock,popcultuur,blues,genk,jeugd,chicago,paul butterfield blues band,roland,elektra,drugs,drank,schoonheid,rolling stones,droom,psychologie,sam peckinpah,toots thielemans,electric flag,newport,1965,1966,1968,televisie

Nee, je hebt gelijk. Ik stop ermee. Ik moet tot rust komen. Ik stop met mijn studie aan de universiteit. Het is afgelopen. Waarom zou ik nog langer psychologie studeren? Is één diploma dan niet genoeg? Ik kan de spanning van de examens niet langer verdragen. En door die lange, tochtige gangen lopen. Overal vervalsing van het ware leven, namaak. Het ware leven is elders, dat weet iedereen, daarvoor moet je geen psychologie gestudeerd hebben. Weet iemand nog wat een trimester is, een semester, en is vacature geen tijdschrift? Zitten we op de trein naar Babylon, of een andere stad, die tot de grond werd afgebrand? Zitten we met andere woorden niet met een probleem?

Ik heb trouwens al een diploma. Bovendien vergeet ik toch altijd alles. Het enige wat ik mij van al die lessen nog herinner is de uitspraak ‘bad girls go to hell’. Daar is een ander verhaal aan verbonden, dat ik nu liever niet vertel. Er zijn de buren, die zouden het maar eens moeten horen, als ik hier met luide stem de slechte meisjes zit te verheerlijken. Een filosoof die psychologie studeert is belachelijk, of op zijn minst niet ernstig. Nee, mijn beste vriend, ik stop ermee.

Het vorige kwam uit een droom die ik had.

Nu alweer eergisteren - wie weet waar de tijd heengaat? - zag ik in werkelijkheid de deejay-van-toen Zaki en zijn zonen Dewaele op televisie, evenals de door velen zeer gewaardeerde Roland. Ongetwijfeld is hij de nieuwe oude Belg, die zal moeten opdraven als Toots Thielemans het laat afweten. Ach. Er is zelfs geen Sam Peckinpah meer onder ons, voor wiens films hij soundtracks zou kunnen maken (zoals Thielemans voor ‘The Getaway’).

Er was een tijd dat ik Roland & the Blues Workshop zag optreden op een klein festival in Limburg. Dat greep me zo naar de keel, dat ik nu (eergisteren, bedoel ik) dacht, waarom worden wij allemaal oude zakken en waarom vertellen wij als we oude zakken zijn zoveel onzin? Maar wacht even! The Butterfield Blues Band, zei Roland in dat programma dat eigenlijk over de wereldtentoonstelling had horen te gaan, alsof er niet voldoende materiaal is te vinden om daar alleen al een fijne reeks televisieprogramma’s mee samen te stellen. Maar dat terzijde. Want deze aflevering over (vooral) de sixties was echt wel de moeite waard om voor op te blijven, niet vanwege wat Zaki en zijn zonen vertelden, want dat stelde niet veel voor, maar wel vanwege de blik in de ogen van Roland,  toen hij de naam, the Butterfield Blues Band uitsprak. In die blik zag ik de jonge Roland, met alles wat hij toen in zijn lijf en zijn hoofd had, maar al gauw kwam ikzelf weer in het centrum van mijn eigen belangstelling te staan. Zo is dat. Als je niemands centrum bent, moet je maar je eigen centrum worden. Je eigen centrum van de wereld. Je hebt dat nodig om te overleven in een schijnbaar onverschillige wereld. Je moet een centrum zijn, het middelpunt van een cirkel of een kring om de vijandige krachten die je willen verslinden het hoofd te bieden. Het hoofd te bieden? Niet echt. De strategieën, spinachtig, die je hoofd bedenkt. Het lokaas, de leugens, het zaaien van twijfel, het doen ontstaan van onzekerheid, vooral het zwijgen. De jonge Roland zag ik, en ik zag hem ook weer in die oudere man met baard, hij leefde nog in hem als een hem wat vreemd geworden ziel. Was hij de golem en zat de echte Roland in hem, of was het net omgekeerd? De blues had hij ontdekt dankzij the Butterfield Blues Band, zei hij. Zo belandde ik  opeens in Genk, bij mijn vriend Harry, in de zomer van 1968. Ik was op mijn gele Garelli naar Genk komen rijden. In dat gat was werkelijk niets te doen, toen. Wat er nu gebeurt zou ik niet kunnen zeggen. Harry liet mij een plaat horen van Blue Cheer. Natuurlijk kende ik ze. Het was ‘Vincebus Eruptum’, onze favoriet elpee in die dagen, hoewel ik ook dol was op ‘Bee Gees 1st’ en ‘White Light White Heat’ van the Velvet Underground. We dronken een glas limonade. Mijn gele Garelli stond af te koelen in de schaduw van Harry’s ouderlijk huis. Na het drinken van de limonade besloten we een tochtje te maken door het centrum van Genk. Honderden keren ben ik in die stad geweest, maar een echt centrum is er niet, was er niet en zal er waarschijnlijk nooit zijn. In dat opzicht is het net een stadje in de Verenigde Staten. Maar die dag was er wel een centrum, magisch bijna: omdat we ernaartoe werden gezogen. Een winkel waar elpees werden verkocht. Harry zei dat ik niet moest binnengaan, tenzij ik de Heikrekels of de Zangeres Zonder Naam op prijs stelde. Dat was niet het geval. Maar het vinyl liet zijn oerkreet horen: kom, luister, koop. Eens binnen viel mijn oog meteen op de (nu nog altijd) prachtige hoes van ‘East-West’ van the Butterfield Blues Band. Ik had nog nooit iets gelezen over die band. Maar ik twijfelde er niet aan dat dit verzengende muziek zou zijn. Bovendien kostte ze maar 99 frank. Het was wel een Franse persing, op Vogue in plaats van het originele en legendarische Elektra. Het was zo’n hoes met punten op die je kon uitknippen en als je die opstuurde naar Frankrijk kreeg je een of ander gadget. Mijn hoezen kapot knippen zeker! Ik heb de grijsgedraaide elpee later, toen ik in Antwerpen woonde, verkocht bij Brabo, voor 20 frank meen ik mij te herinneren. Daar konden we brood, jam, aardappelen en uien mee kopen. Nu ben ik in het bezit van een exemplaar op Edsel, degelijk van klank, maar het is natuurlijk niet the real thing.

martin scorsese,bob dylan,mike bloomfield,platenhoezen,studeren,centrum,autobiografie,pop,rock,popcultuur,blues,genk,jeugd,chicago,paul butterfield blues band,roland,elektra,drugs,drank,schoonheid,rolling stones,droom,psychologie,sam peckinpah,toots thielemans,electric flag,newport,1965,1966,1968,televisie


Ik weet niet wat Harry en ik na de aankoop van de elpee nog deden. Ik wilde zo snel mogelijk ‘East-West’ horen. De beluistering van die blues, vooral van de titeltrack, was mijn eerste en mischien wel enige trip. Nee, ik overdrijf. 'Music From Big Pink' was er bijvoorbeeld ook een, en 'Electric Ladyland', en 'John Wesley Harding' en 'The Notorious Byrd Brothers'. Et cetera. Van trips gesproken:‘East-West’, in de VS verschenen in 1966, had een grote invloed op de acid rock uit San Francisco.

Ik was altijd een grote fan van the Rolling Stones geweest, vooral van hun bluesy nummers, zoals ‘Walking the Dog’ en ‘Litte Red Rooster’. Echte blues kende ik  niet, die werd niet op de radio gedraaid en niet in de platenwinkels verkocht waar ik kwam. En nu hoorde ik de echte blues, uit Chicago. Gelukkig voor the Rolling Stones maakten zij op dat ogenblik popmuziek (‘Between the Buttons’, een heel mooie popelpee), zodat ik niet moest vergelijken. Later zijn ze trouwens echte blues gaan spelen, op ‘Let It Bleed’, ‘Sticky Fingers’ en ‘Exile  On Main Street’. Nooit echter zouden zij de dromerige intensiteit van ‘East-West’ evenaren. Het was 1968, revolutie in de steden van de wereld, communes, underground, psychedelica, vrije liefde en seks, dope, noem maar op. Maar ik hield me ver van het tumult en luisterde naar deze geweldige songs op ‘East-West’. Het driftige mondharmonicaspel en de bezielde zang van Paul Butterfield, de stevige drumsound van Billy Davenport, het koppige ritme van basspeler Jerome Arnold, het enigszins psychedelische orgel- en pianospel van Mark Naftalin, het jonge, delicate geweld van gitarist Elvin Bishop en de ultieme schoonheid van Mike Bloomfields gitaarspel. Ik geloof niet dat ik ooit een betere gitarist heb gehoord. Later ontdekte ik dat het Mike Bloomfield was geweest die meespeelde op ‘Like A Rolling Stone’ van Bob Dylan. Mike Bloomfield was de man van tientallen ‘supersessies’. Hij was een  bescheiden gitarist, maar beter dan de meesten, met uitzondering misschien van Jimi Hendrix.  Je kunt hem trouwens aan het werk zien, samen met the Butterfield Blues Band, als backing band van Bob Dylan op het folkfestival van Newport in 1965, in de documentaire ‘No Direction Home’ van Martin Scorsese.

Helaas heb ik de band nooit live gezien. Daar had ik toch wel een paar maanden van mijn leven willen voor geven. Paul Butterfield en Mike Bloomfield zijn al vele jaren niet meer onder ons. Ook in hun geval eisten drugs en drank hun tol. Maar hun meesterwerk blijft overeind.

Voor wie meer blues van Butterfield wil horen is er een fraaie verzamelaar: The Elektra Years – An Anthology.

Commentaren

Newport Festival Het was tijdens het beruchte Newport Festival waarop Dylan "elektrisch ging" dat Alan Lomax de Butterfield Blues Band aankondigde als imitatoren. Als antwoord bliezen ze iedereen uit zijn sokken met hun set.
Zo gauw er een tijdmachine beschikbaar is, vlieg ik Suske en Wiske gewijs terug naar die dag.

Gepost door: Peerke | 07-05-08

Reageren op dit commentaar

east-west Martin! Man, dat is m'n favoriete blanke bluesplaat. Nu, meer dan 4 decennia na datum, is de titelsong nog steeds een van de meest hypnotiserende tracks uit m'n platenkast. Die band was, ondanks z'n bluesaanpak, zijn tijd jaren vooruit. Het moment waarop Butterfield plots invalt met die halfdissonante scheur. Pure magie. "Work SOng" is al bijna even geniaal. Bishop-Bloomfield, wat een tandem, om nog maar te zwijgen van die ritmesectie, de groove van blues met de finesse en swing van jazz.
Ik weet welke plaat ik straks ga opgooien :)

(p.s. als je 'm nog niet gehoord zou hebben, dan is "east-west live", een album met enkel, euh, live-versies van die song, een aanrader)

Gepost door: Guy | 07-05-08

Reageren op dit commentaar

correctie: 't natuurlijk niet écht een "blanke" plaat. nu ja, je weet wat ik bedoel. multiraciaal spektakel dan maar

Gepost door: Guy | 07-05-08

Reageren op dit commentaar

Lost elektra sessions Martin, prachig stuk ! Ik krijg er zin van om naar The Butterfield Blues Band te gaan luisteren, doch ik zal me moeten tevreden stellen met The Lost Elekta Sessions, dat is de enige die ik heb... Maar, beloofd, ik ga me East-West aanschaffen en The Elektra Years – An Anthology, en dan laat ik je weten wat ik ervan vind. En alhoewel ik van Genk ben en er op dit moment 4 cd-winkels zijn, ben ik er zeker van dat deze cd's in geen ervan te vinden zijn, maar dat kan geen probleem zijn in deze tijden van internet...


Gepost door: Marc | 08-05-08

Reageren op dit commentaar

blik ETC Ik herinner me nu dat Bob Dylan het in No Direction Home ook over die blik heeft. Dat hij door de blik in de ogen van een muzikant, performer, kunstenaar werd getroffen en dat die blik hem ertoe aanzette om zelf zijn eigen weg te gaan. Iets dergelijks herinner ik me.

Peerke, ja dat is een keerpunt in wat wij rockgeschiedenis noemen. Maar dat moment steeg daar bovenuit, het beïnvloedde onze manier van leven en denken.

Guy, ik vind het fantastisch dat jij deze plaat ook zo buitengewoon vindt. Er is maar één East-West, en wie zal het zeggen wat alleen al de titelsong heeft teweeg gebracht. Misschien moeten we een Belgische Mike Bloomfield-fanclub oprichten. De man is vreselijk miskend.

Gepost door: martin | 08-05-08

Reageren op dit commentaar

Lost Marc, ik hoop dat je de cd's nog kunt vinden. The Original Lost Elektra Sessions zijn natuurlijk ook niet te versmaden, maar in East-West heb je die Oosterse invloeden, soms klinkt Bloomfields gitaar als een sitar. Bedankt voor je vriendelijke woorden.

Gepost door: martin | 08-05-08

Reageren op dit commentaar

inspirerend Wàt een geweldig staaltje passionele vertelkunst alweer Martin! Enerzijds ontmoedigt het me om zelf nog langer verder te knoeien op mijn blog want aan dit niveau raak ik nooit, en anderzijds werkt deze tekst weer zo inspirerend op me... Achja, het zal wel weer aan mijn pillen liggen zeker... Bedankt in ieder geval om me dit te leren kennen, want ik had nog nooit van deze band gehoord; ik heb meteen een mailtje gestuurd naar mijn platendealer voor die anthology.

Gepost door: RoenHetZwoen | 08-05-08

Reageren op dit commentaar

De commentaren zijn gesloten.